Drie hockeyers, drie coaches, drie ondernemers

WINNEN, WINNEN, WINNEN

 

IMG_6923.JPGAls hockeyer gingen ze tot het gaatje. Met soms als resultaat de hoogste podia in de wereld. Alle drie werden ze ook ondernemer, op hun eigen manier en met hun eigen lessen uit het verleden. Aad Ouburg, Jacques Brinkman en Ronald Jansen over hun gedeelde hockeyverleden en hun eigen ondernemerspad.

Koos de Wilt voor Het Financieele Dagblad

Klik onderstaand Ronald Jansen, Jacques Brinkman of Aad Ouborg aan.

IMG_6917.JPG

IMG_6914.JPG

IMG_6916.JPG

IMG_6913.JPG_________________________________________________________________

fd.jpgTerwijl de topsporter zijn dagen vult met heel gefocust trainen en wedstrijden spelen, zijn leeftijdgenoten vaak bezig met studeren en hun carrière opbouwen. Voor sporters houdt het ergens op en is de vraag of de dan opgebouwde winnermentaliteit en sportkwaliteiten genoeg om ook op andere plaatsen in de maatschappij te slagen? Is het bereiken van de top in de sport een pre voor als je in de maatschappij ook andere successen wilt behalen? Of zijn het toch twee compleet andere werelden?

 

Topondernemen is zwaarder, vindt ex-tennisser Richard Kraijicek. Je bent niet alleen verantwoordelijk voor jezelf, maar vaak ook voor het inkomen en de carrière van anderen.

 

Er zijn zeker veel overeenkomsten en ex-bokser Arnold Vanderlyde en ex-schaatser Bart Veldkamp geven er bijvoorbeeld trainingen over. Topondernemers en topsporters kunnen allebei onder druk presteren, willen absoluut winnen, hebben geen negen-tot-vijfmentaliteit en beseffen beiden het enorme belang van discipline. Bovendien geldt in beide gevallen: aardige mensen eindigen onderaan. Maar er zijn ook verschillen. Harry Starren, directeur van de Baak, vindt bijvoorbeeld niet dat de absolute macht van een voetbaltrainer voor een manager een goed voorbeeld is. Je moet tegenwoordig als manager toch een stuk socialer zijn. Daarnaast, topondernemen is zwaarder, vindt ex-tennisser Richard Kraijicek. Je bent niet alleen verantwoordelijk voor jezelf, maar vaak ook voor het inkomen en de carrière van anderen.

 

IMG_6916.JPG

Hoe het ook zij, voorbeelden uit de sport zijn heel verleidelijk om je visie mee aan te kleden of het belang van doorzetten en het tonen van de juiste mentaliteit te onderstrepen. Pieter Winsemius, oud-minister en voormalig firmant bij McKinsey & Company schreef verschillende boeken over de overeenkomsten tussen topsport en ondernemerschap. In ‘Je hebt het pas door als je het ziet’ probeerde hij praktische lessen over leiderschap te koppelen aan Cruyff, de man die op dit moment weer midden in de schijnwerpers staat en regelmatig haarscherp aangeeft waar zijn taak eindigt en mensen met “een jassie aan” het moeten overnemen. Louis van Gaal kan er over meepraten toen hij als investeerder miljoenen verloor aan de oplichtingpraktijken van Bernard Madoff. En gelukkig voor Feyenoord heeft Cruyffs mislukking als investeerder in een varkensfokkerij er in ieder geval voor gezorgd dat– tegen een riante betaling – de Rotterdamse club in 1984 landskampioen kon worden in de blessuretijd van de carrière van de voetballer.

IMG_6909.JPG

IMG_6911.JPG

IMG_69101.JPG_________________________________________________________________

Als bron van inspiratie blijft Cruyff echter groot voor ondernemers en managers. Er is een prachtige anekdote over Cruijff die een wedstrijd moest spelen in de stromende regen. Vlak voor de wedstrijd wees hij een medespeler op plas in het strafschopgebied. Vlak na de aftrap speelde hij de bal in de plas en de bal lag tot verrassing van de verdediging meteen stil. De gewaarschuwde medespeler had hem voor het intikken. Cruijff had dat voorzien. Topmanagers en topondernemers hebben dat vaak ook: ze zien een niet voor de hand liggende kans waar anderen die niet zien.

 

Cruyff is een meester in het concept dat Winsemius het ‘waarborgen van constructieve ontevredenheid’ noemt. Het soms op de bank zetten van een topspeler omdat een elftal, net als een managementteam, de fout in gaat als iedereen zich gaat gedragen als een volgevreten vedette.

 

Cruyff blijft, net als veel topondernemers, ook een mysterie. Hij staat bekend als een individualist, maar Winsemius noemt hem juist een op-en-top groepsdenker. Het gaat Cruyff om onderling vertrouwen, collectief rendement, een hoogontwikkelde team-intuïtie en randvoorwaarden zoals evenwicht in de samenstelling van het team (waterdragers en achtervangers naast supersterren), onderling respect en keuzes durven maken. Maar Cruyff is ook een meester in het concept dat Winsemius het ‘waarborgen van constructieve ontevredenheid’ noemt. Het soms op de bank zetten van een topspeler omdat een elftal, net als een managementteam, de fout in gaat als iedereen zich gaat gedragen als een volgevreten vedette.

 

Bovenal komt het, volgens Winsemius, bij leiderschap neer op echtheid. Cruijff is gewoon zichzelf, vindt Winsemius. ‘Je hebt het pas door als je het ziet’, zei Cruyff ooit toen hij, wie kent het verhaal niet, ongevraagd Leo Beenhakker passeerde en vanaf de eretribune een suppoost vroeg het hek te openen en de spelers met een paar gebaren van een 1-3 achterstand naar een 5-3 winst leidde en een verbouwereerde Beenhakker achter zich latend. ‘Het was heel eenvoudig, maar als ze dat beneden niet zien, dan ga ik ze het toch even vertellen’.