Fotograaf Steve McCurry en zijn atelier in New York
‘Getuige zijn van hoe gewone mensen reageren op ongewone omstandigheden.’
Wereldberoemd werd de Magnum-fotograaf Steve McCurry (1950) met de foto van het Afghaanse meisje met haar groene ogen en rode hoofddoek in een vluchtelingenkamp in Pakistan. Nog steeds reist hij de wereld af op zoek naar momenten waarbij hoop en wanhoop elkaar tegenkomen in het echte leven. Maar zijn basis is zijn atelier in New York. Collect is op bezoek bij de wereldberoemde fotograaf. Interview Koos de Wilt.
Zijn atelier ligt ter hoogte van waar Central Park begint, maar dan over het de East River, de Queensboro Bridge over en dan aan de rechter kant. Hier in Queens, ontsnappend van het rumoer van Manhattan, beland je in een industrieel gebied uit vroeger tijden met overal om je heen pakhuizen. Door de straten cruist af en toe een taxi en een verdwaalde wandelaar. Verder is het stil. In de pakhuizen werken tegenwoordig vooral creatieven, waaronder Steve McCurry. De fotograaf woont er ook in de buurt – althans, een paar maanden in het jaar. De rest van de tijd is hij op reis, op zoek naar nieuwe beelden op plaatsen waar rust minder uitdrukkelijk aanwezig is.
De fotograaf komt oorspronkelijk uit Philadelphia. Hij studeerde er aan de Pennsylvania State University, waar hij in 1974 cum laude afstudeerde in de richting kunst en architectuur. Op de universiteit raakte hij geïnteresseerd in fotografie. Een paar jaar werkte hij voor een krant om vervolgens naar India te vertrekken als freelance fotograaf. Steeds was hij op zoek naar conflicten overal ter wereld, zoals de Irak-Iran oorlog en de Golfoorlog. Wereldberoemd werd hij met zijn foto van een Afghaanse vluchtelinge met opvallende groene ogen. De foto verscheen in juni 1985 op de cover van het blad National Geographic en veroverde vervolgens de wereld als een van de bekendste beelden uit de geschiedenis van de fotografie. De foto werd het symbool voor de situatie van gewone mensen die in de tang belanden van de grote geschiedenis. We ontmoeten de fotograaf in zijn atelier, in alle rust, aan het werk.
Kunt u zich dat nog herinneren hoe dat toen ging met dat Afghaanse meisje?
‘Zeker, het was rond elf uur in het vluchtelingenkamp van Bagh van Nasir dichtbij Peshawar en het licht was onmogelijk — te fel en het zand reflecterend. Ik zocht een manier om binnen te werken waar het licht zachter zou zijn. Ik hoorde zingende meisjesstemmen in een tent, een voorlopig klaslokaal. Ik ging de tent in en vroeg de leraar of ik wat rond mocht kijken en een paar foto’s schieten. Dit ene meisje viel me meteen op. Ik had haar aandacht voor slechts voor een minuut of twee, maximum drie. Het was de eerste keer dat ze een buitenlander zag, de eerste keer ook een camera. Zij onderzocht mijn lens met haar blauwgroene ogen. In het beeld ziet je het groen door haar gescheurd rode kleren. Het verbindt visueel het groen van de achtergrond en dat van haar onderzoekende ogen. Alles komt samen.’
Waar bent u de op dit moment mee bezig?
‘Met een project waarvoor ze mij de laatste Kodachrome film hebben gegeven en waarmee ik de laatste 36 foto’s heb mogen maken in de geschiedenis van deze film, waarschijnlijk de beste film die ooit gemaakt is. Dat zijn foto’s geworden die ik gemaakt heb in India en in New York. In India heb ik een nomadische stam gefotografeerd en in New York ben ik gewoon de straat opgegaan om te zien wat ik er tegen kwam. Iets wat ik altijd graag gedaan heb en waar de meest geweldige foto’s uit kunnen voortkomen.’
Wat gaan we missen nu Kodachrome niet meer bestaat?
‘Kodachrome had een geweldig poëtisch kleurenpalet. Het gaf heel rijke kleuren en had heel elegante mogelijkheden, zonder ooit overdreven of tekenfilmachtig te worden. De film is heel belangrijk geweest in de geschiedenis van de fotografie. Inmiddels werk ik sinds vier a vijf jaar ook met digitale camera’s. Digitaal is nu gewoon superieur aan film. Er is heel veel wat je kan doen met digitale fotografie dat je niet lukt met film. Met heel weinig licht kun je met digitale fotografie actie fotograferen. Zeker als je veel reist, is digitaal ook veel handiger. Met film heb je al snel een tripod of meer licht nodig.’
Is uw fotografie kunst of documentaire?
‘Als je kijkt naar het werk van Robert Frank, Garry Winogrand, Henri Cartier-Bresson, Dorothea Lange, Walker Evans, de fotografen die ik bewonder en respecteer, dan zie je dat die gewoon bezig zijn met de wereld observeren waarin we leven. Je kan de werkelijkheid grijpen en tegelijkertijd kunstenaar zijn, de wereld op jouw manier te portretteren. In de manier waarop Cartier-Bresson dat bijvoorbeeld doet, is dat poëtisch. Tegelijkertijd werpt het licht op de menselijke conditie en is het een commentaar op het leven.’
De fotografen die u noemt, schoten allemaal in zwart wit…
‘Voor mij is het zo dat kleuren mij altijd voor extra vragen hebben gesteld. Je hoeft de kleuren niet te overwegen als je ze niet hebt. Met kleuren heb je een ander probleem op te lossen. Technisch gesproken was er eerst zwart wit, meer was er niet en dat hebben de fotografen gebruikt. Kleuren waren altijd moeilijk om goed af te beelden. Dat heeft meer dan honderd jaar geduurd voor we dat onder de knie kregen. Ik denk dat de fotografen die ik noemde zeker met kleuren gewerkt zouden hebben als ze nu zouden leven.’
In hoeverre is uw werk veranderd in de laatste twintig jaar?
‘Misschien is mijn werk stilistisch gezien een beetje veranderd, maar wat mij in fotografie interesseert, en waar het om gaat, is niet veranderd. Ik fotografeer menselijk gedrag, hoe mensen met elkaar omgaan en hoe ze omgaan met hun omgeving. Het gaat mij om het leven daarbuiten dat ik wil vastleggen.’
Wat is het beste dat u in uw leven gemaakt hebt?
Het werk dat ik gemaakt heb is Afghanistan is misschien wel het beste dat ik heb gemaakt. Ik heb ook een verhaal gemaakt over de Moesson in India. Het is niet alleen voor de natuur een dramatische periode, maar ook voor mensen. Het kan het verschil betekenen tussen leven en dood. Mensen onder deze stress-omstandigheden fotograferen leveren al snel dramatische beelden op. Zeker in een schitterende natuur waar overal om je heen nieuw leven ontstaat. De moesson draagt dood in zich, maar ook hoop dat de regen hun gewassen laat groeien, liggen hier heel dicht bij elkaar. Ik kom goed tot mijn recht in dit soort omstandigheden – zoals de Golfoorlog, of in Afghanistan. Om te getuige te zijn van hoe gewone mensen reageren op ongewone omstandigheden.’
Hoe belangrijk is een atelier voor u als fotograaf?
‘Ik heb een basis nodig van waaruit ik kan werken. Het atelier is de basis en sluitstuk van mijn fotografie. Een plaats om te printen, om te archiveren en mijn afdrukken op te slaan. Het atelier is ook een goede plek om je gedachten te organiseren. Acht maanden per jaar ben ik op reis en de rest ben ik hier. Als ik op mijn atelier ben, werk ik er zo’n elf, twaalf uur op een dag heel intensief en krijg ik nieuwe ideeën. Op zo’n dag ben ik bezig met printen en doe tussendoor mijn e-mails en telefoontjes. Ik heb een druk programma met reizen, tentoonstellingen en afspraken met klanten. Die bespreek ik dan met mijn assistent die dat voorbereid.’
Waar is uw atelier?
Mijn atelier is in Long Island City in New York. Het is een pakhuis dat de laatste vijf a tien jaar is veranderd in een creatieve hot spot. Het gebouw zit vol met beeldhouwers, kunstenaars, architecten, vormgevers en andere creatieven. Je voelt de creatieve energie in het gebouw. Toch is het hier lekker stil en is de buurt ook rustig. Vanuit mijn atelier heb je ook een mooi uitzicht op de stad. Het is elke keer een plezier om er te werken.
Hoe belangrijk is New York als basis?
Het is nog steeds de plaats waar je in contact komt met de trends, waar mensen hun zaken komen doen en waar anderen hun creativiteit uiten. Het is ook een belangrijke plaats voor media en fotografie. Ook mijn agentschap, Magnum Photo’s, zit hier zit en veel van mijn klanten. Het is ook gewoon de plaats waar ik graag woon.
