Amsterdamse galeriehouder Annet Gelink
‘Jong, aanstormend talent. Daar ben ik goed in…’
‘We hebben hier in Amsterdam een aantal waanzinnig goede galeries die schitterende tentoonstellingen maken. (zie www. Akka.nl) We hebben het kunstcentrum De Appel, kunstenaarsplatform W139, de beurs Art Amsterdam en een aantal spannende underground plekken. Vergeleken met andere grote Europese steden is het hier waanzinnig bruisend. Maar Nederlanders hebben vaak het idee dat het ergens anders nét iets leuker is’, zegt galeriehouder Annet Gelink, die al 15 jaar haar galerie heeft in de jordaan. De laatste 8 jaar in de Laurierstraat, vlakblij de Lijnbaansgracht. Voor Gelink is Amsterdam een goede plek om de wereld te bedienen. ‘Hier heb je veel jong talent. Dat komt met name door de aanwezigheid van de Rijksacademie en de Ateliers. Beide academies zijn een voedingbodem voor vitale, nieuwe kunst. Dat maakt de Amsterdamse artscene ook heel internationaal. Op die academies zitten goede buitenlandse studenten en hun eindexamenwerk wordt vaak gescout door buitenlandse galeries. Voor Nederlandse galeries is de aanwezigheid van deze opleidingen heel belangrijk, want een groot deel van de internationale kunstenaars blijft daardoor ook voor korte of langere tijd hier wonen. Dat maakt Amsterdam een levendige kunststad. Kunstenaars vinden de sfeer hier aangenaam: het kleinschalige, de open sfeer, de tolerantie, het vrije.
‘Voor kunstenaars internationaal doorbereken kun je ze hier in Amsterdam relatief voordelig aanschaffen’
‘Amsterdam is de springplank voor veel kunstenaars die later internationaal doorbreken, zoals Carlos Amorales, Carla Klein, Marijke van Warmerdam, Michael Readecker, Erik van Lieshout, Saskia Olde Wolbers, Liza Oppheneim en vele anderen. Dat heeft voor verzamelaars als voordeel dat je het werk van nieuwe kunstenaars relatief voordelig kan aanschaffen voordat ze in New York en op internationale beurzen onbetaalbaar worden. Het opbouwen van een relatie met een kunstenaar is heel belangrijk. Maar – ik geef toe –dat blijft een fragiele relatie doordat er niet echt duidelijke regels bestaan in de kunstwererld. Het belangrijkste is dat je de kunstenaar naar een internationaal niveua brengt. Dat betekent dat je ervoor zorgt dat je de juiste verzamelaars vindt en ze in de juiste musea krijgt. Dat je – kort gezegd – een reputatie creëert. Een cariere opbouwt. Daarvoor moet je als Nederlandse galerie de wereld opzoeken. Zo is de Kroatische kunstenaar David Maljkovic, die studeerde aan de Rijksacademie en ik sinds 2004 vertegenwoordig, nu aangekocht door het Stedelijk Museum Amsterdam en het Van Abbe Museum in Eindhoven, maar ook door het Centre Pompidou in Parijs en door het MOMA in New York. Door de kunstenaar op beurzen als Frieze in Londen, de Armory in New York en Art Basel in Basel en Miami te laten zien en voor tentoonstellingen in musea en kunstinstellingen te zorgen kreeg de kunstenaar een internationaal podium. In New York wordt Maljkovic inmiddels vertegenwoordigd door Metro Pictures, de galerie van Cindy Sherman en Tony Oursler. Niet de minste dus. Serieuze internationale verzamelaars houden de situatie bij een aantal Amsterdamse galeries voortdurend in de gaten. Dat komt doordat die galeries internationaal een naam hebben opgebouwd.
‘Mensen denken dat ze gelijk iets moeten kopen hier. Natuurlijk willen we verkopen, maar we willen ook gewoon nieuwsgierigheid wekken.’
‘Het typische Nederlandse is het nieuwe, het frisse dat jonge. Ik denk dat het belangrijk is dat beurzen als Art Amsterdam en Art Rotterdam zich daarop richten. Ik zou er ook voor zijn als de beurzen zich samen zouden voegen. Er is veel te bereiken onder nieuwe groepen geïnteresseerden. Vooral veel jongere mensen willen iets met kunst. Dat komt mede door de enorme internethausse en de images-cultuur die daarmee samenhangt. Scholieren begrijpen videokunst veel beter dan de oudere generaties. Voor jongeren is het ophangen van een videoscherm bijna hetzelfde als het ophangen van een schilderij voor ouderen is. Dat kun je binnenkort dan ook veel makkelijker verkopen. Veilingresultaten van videokunst lopen op dit moment nog erg achter bij schilderijen, maar dat gaat zeker veranderen.
Toch valt mij op dat veel mensen, die potentieel kunst kopen en er ook het geld voor over hebben, de weg naar galeries nog nauwelijks hebben gevonden. De drempel is waarschijnlijk te hoog. Ze denken vaak dat ze gelijk iets moeten kopen. In een museum koop je ook niets. Het gaat erom dat je nieuwsgierig wodt gemaakt en als je dan iets wilt kopen, dan kan dat - met een kunstkopregeling, of je spaart er voor, net als bij je bij een nieuwe tv kopen doet. In Nederland is nog steeds het beeld bij galeries dat het een soort hobbyisme is. Er wordt te weinig geschreven over het vak zelf. Het is goed dat er de afgelopen jaren meer galeries zijn bijgekomen in Amsterdam. Dat juich ik alleen maar toe. Als hier buitenlanders komen kijken, dan is het belangrijk dat er veel te zien is. Dat is de kracht van New York, in Chelsea zitten veel galeries bijelkaar, je wandelt er van galerie naar galerie. In een middag kan je heel veel zien en krijg je een goed beeld van wat er speelt in de kunst. Dat kan in Amsterdam ook steeds meer.’
Andere galeristen over kunst in Amsterdam: Paul Andriesse en Annet Gelink. Over kunsthandel eerder in Amsterdam, lees interview met Herman Krikhaar. Verder andere interviews over kunsthandel in Het Financieele Dagblad.
