Hollands Diep
Hollands welvaren over de grenzen
• Welke beeldende kunstenaars en fotografen zijn in internationaal verband het meest succesvol? Koos de Wilt ging in opdracht van het blad Hollands Diep op zoek en kwam met bekende en minder bekende namen.
Ook geschreven voor Hollands Diep: interview met kunstenaar Antony Gormley
Een artikel van Koos de Wilt voor Hollands Diep
BEELDENDE KUNST
MARLENE DUMAS (1953)
The Visitor, Olie op doek, 180 x 300 cm., 1995
Seks en seksualiteit, sociale identiteit en ras zijn de internationaal herkende thema’s van de Nederlands/Zuid-Afrikaanse kunstenares Marlene Dumas. In 1976, op haar 23ste kwam ze naar Nederland waar galeriehouder Paul Andriesse in 1984 met zijn galerie startte met Dumas als een van zijn eerste kunstenaars. Inmiddels heeft ze overal in de wereld tentoonstellingen gehad en vormt haar werk onderdeel van belangrijke privé- en museale collecties. In 2008 waren er van Kaapstad tot aan Tokio en van het MOCA in Los Angeles en de MoMA in New York overzichtstentoonstellingen. Bij Dumas zijn de werken van midden jaren negentig het meest prijzig. Bij Sotheby’s Londen werd in juli dit jaar het schilderij ‘The Visitor’ (1995) geveild voor het kolossale bedrag van 6.343.082 dollar. Paul Andriesse: ‘Het grote probleem van Marlene Dumas op dit moment is dat het werk zo gevraagd is en daardoor zo duur dat het niet meer te financieren is om er een tentoonstelling van te maken. Alleen grote instituten kunnen de verzekeringspremies, de kratten en de beveiliging eromheen betalen. Voor de kunstenaars is dat vervelend. Die worden terughoudend hun werk te verkopen omdat het hen alleen maar last bezorgt. Marlene is helemaal niet geïnteresseerd in geld. Zij is geïnteresseerd in heel andere dingen. Dat is de paradox van haar succes.’ Miety Heiden, Senior director Sotheby’s in New York: ‘Ieder gerespecteerd museum heeft werk van haar. Ik heb zelf een aquarel op papier van haar hier op de veiling gebracht. Het stond in 2005 op de cover van het boek The Triumph of Painting van Saatchi. En als een kunstwerk door zijn handen is gegaan, dan geeft dat meerwaarde aan het werk. Het bracht uiteindelijk 300.000 dollar op. Ik koester Marlene Dumas, want het aantal vrouwen aan de top is heel beperkt.’
naar boven
MICHAEL RAEDECKER (1963)
Tronies (No. X), acrylic, veneer, woodstain and thread on canvas, 66 x 61 cm., 2000
![]()
De in Amsterdam geboren en in Londen wonende kunstenaar Michael Raedecker is in Engeland eigenlijk bekender dan in Nederland. Raedecker was eerder modeontwerper tot hij op zijn dertigste aan Gerrit Rietveld Academie ging studeren. Vanaf 1996 vervolgde hij zijn studie aan het Goldsmiths’ College in Londen, vooral beroemd van Young British Artists. In Londen won Raedecker de John Moores prijs, de meest prestigieuze prijs voor de schilderkunst in Engeland. Als kunstschilder combineert hij nog regelmatig verf met naald en draad. Het gebruik van garen en borduursels in combinatie met verf hebben hem een unieke positie gegeven. Ook zijn afbeeldingen zijn onderscheidend: landschappen, exterieurs van bungalows en interieurs waarbij mensen ontbreken. Toch voel je de aanwezigheid van mensen. Raedeckers werk is in de internationale kunstwereld meer dan aanwezig. Hij had recent solotentoonstellingen bij Hauser & Wirth in Londen in samenwerking met zijn galerie The Approach en in februari dit jaar werd bij Sotheby’s in Londen zijn ‘Tronies (No. X) ‘geveild voor 41.901 euro (inclusief premium). In november 2007 werden de werken ‘Getaway’ (1997) en ‘Incomplete’ (2002) bij Philips de Pury in New York, inclusief premium, geveild voor respectievelijk 115.292 en 98.919 euro. In februari 2007 werd het schilderij ‘Frisson’ (1997) bij Christie’s Londen geveild voor 271.653 dollar en ‘Perspectie’ (1998) ging in oktober 2006 onder de hamer voor 215.094 dollar inclusief premium. Volgens Willem Baars, publicist en kunsthandelaar, is het van belang waar je bent en wie je werk draagt: ‘Doordat Saatchi hem heeft opgepikt stond Raedecker gelijk in de belangstelling. Hij kwam samen op met de jonge Duitse schilders van de Neue Leipziger Schule en kan ook in die stroming gezien worden. Hij vertegenwoordigt een soort modeachtige nieuwe esthetiek die in zijn fushion-achtige aanpak verrassend is. De kwaliteit bij Raedecker varieert. Soms is het clichématig. Hij heeft al een zekere mate van body of work, zoals je dat in het Engels zo mooi zegt.’ Arno Verkade, Head of the Modern and Contemporary Art Department en Senior Associate director van Christie’s Amsterdam: ‘Marlene Dumas, Rineke Dijkstra en Michael Raedecker zijn natuurlijk alledrie gewoon erg goede kunstenaars, maar daar red je het alleen niet mee. Ze hebben een zeer persoonlijk handschrift, een herkenbare eigen stijl – of ‘hun ding’, zoals je dat tegenwoordig zegt. Ze hebben daarbij een sterk track record, hebben een geschiedenis van tentoonstellingen, musea, aankopen, collecties. En heel belangrijk ook: ze hebben ‘powerhouse galleries’ achter zich in New York, Londen, Antwerpen en Zwitserland. Ten slotte: kunstpausen en trendsetters kopen het werk, zoals de collecties van Rubell en Saatchi.’
naar boven
FOLKERT DE JONG (1972)
Inmiddels wereldberoemd door zijn beelden van schuimplaat en vloeibaar isolatieschuim. Angstaanjagende figuren zijn het waaruit een fascinatie spreekt voor de donkere, gewelddadige kant van het bestaan. De sculpturen zijn ongemakkelijk, unheimisch, maar ook humoristisch. Nog niet zo lang geleden werd hij nog vertegenwoordigd door de Amsterdamse Upstream Gallery, inmiddels zit hij bij James Cohan Gallery in New York en Shanghai. De Jongs werk is onder andere opgenomen in de beroemde Rubell Family Collection collectie in Miami en in 2008 had hij tentoonstellingen in Shanghai, Mebourne, Rome en New York. Het vertrek bij Upstream liep niet gemakkelijk. Gaat dit niet te snel allemaal? Willem Baars: ‘Folkert is een jonge kunstenaar die pas sinds kort internationale naam heeft gemaakt. Ik vind dat hij interessante dingen maakt, een mooie gekte is het. Hij speelt op een hele intelligente manier met zijn materiaal. Maar de vraag is of hij doorzet.’ Ook volgens Hans den Hartog Jager, kunstcriticus van NRC Handelsblad, is het afwachten: ‘Het is hier in Nederland heel moeilijk om te beoordelen hoe Nederlanders het doen in het buitenland. Je leest dan over een solo bij een buitenlands galerie, maar vind maar eens uit hoe goed de galerie is. Het blijft dan ook vaak steken op galerietentoonstelling en er zijn maar weinig Nederlandse kunstenaars die structureel in het museale circuit meedraaien. Ik ben benieuwd wat hij gaat doen in de toekomst.’
naar boven
REZI VAN LANKVELD (1973)
Diana Stigter bracht het werk van de in Almelo en in Amsterdam wonende kunstenares in Nederland. Inmiddels is ze ook al een paar jaar opgenomen in de stal van de prestigieuze Approach Gallery in Londen en Friedrich Petzel Gallery in New York. Bekend is ze van de bijna abstracte zwart-witte klodders verf, de mysterieuze wazige vlekken die doen denken aan een soort geestesverschijningen. Je moet goed kijken, maar dan ontstaan langzamerhand de contouren in je hoofd van personen, of eerder misschien nog: portretten van verschillende gevoelstoestanden. Geen vrolijke kleuren zijn het, maar wel met een diepzinnige sfeer en geschilderd met een ambachtelijke vaardigheid die uitnodigt om verder te kijken. Willem Baars volgt haar ontwikkelingen met belangstelling: ‘Ik vind dat ze een interessante manier van kijken heeft en interessante manier van denken over verf. Er zit wat mij betreft veel verwachting in. Maar dat moet je wel kunnen waarmaken. Het moet niet een maniertje worden en dat gevaar zit erin.’ Hetzelfde wordt gezegd over de schilderijen van Maaike Schoorel die bekend is geworden van de voorstellingen die met een minimale zichtbaarheid zijn geschilderd. Hans den Hartog Jager: ‘Net als Maaike Schoorel zit Rezi bij een hele goede galerie en kun je wat dat betreft wel wat verwachten. Allebei zijn ze aangeschaft door Saatchi ook. Dat belooft wel wat.’
naar boven
ERIK VAN LIESHOUT (1968)
De in Berlijn wonende Rotterdammer Erik van Lieshout was in 2003 geselecteerd voor Nederlandse inzending Biënnale Venetië 2003 en draait dus al een tijdje mee. Zijn werk was te zien tijdens de laatste Biënnale van Venetië in de groepstentoonstelling We are the world. Van Lieshout is begonnen als schilder en tekenaar, maar is zich steeds meer gaan richten op installaties. Hij houdt zich bezig met thema’s als de stedelijke problematiek, multiculturele samenleving, homoseks, relaties en gebruikt daarbij een flinke dosis humor. Heftigheid, absurde humor zijn kenmerkend voor zijn teken- en schilderstijl, maar ook voor zijn video´s en installaties. Stedelijke subculturen vormen de bron van het werk van Van Lieshout. Hij wordt inmiddels op de internationale beurzen vertegenwoordigd door prestigieuze galerieën als die van Bob van Orsouw in Zürich en Galerie Krinzinger in Wenen. Zijn werk is overal in de wereld te vinden, van Genève, Londen tot in Dubai. Naast aanwezigheid op de internationale beurzen, is zijn werk ook goed vertegenwoordigd in de museale wereld. Zijn solotentoonstelling bij het Museum Boijmans Van Beuningen reisde van het Kunsthaus Zürich naar de Städtische Galerie im Lenbachhaus in München. Hans den Hartog Jager: ‘Misschien is Erik van Lieshout wel degene die het het beste doet internatonaal. Hij is een van de weinige Nederlandse kunstenaar die echt meedoet in het museale circuit. Zelfs in de Tate heeft hij werk gedaan. Dat kun je van weinig andere kunstenaars zeggen.’
naar boven
AERNOUT MIK (1962)
De in Amsterdam wonende en werkende Groninger Aernout Mik draait ook al een tijdje mee. In 1997 vertegenwoordigde hij Nederland al tijdens de Biënnale van Venetië. Miks werk kenmerkt zich als een mix van ongemakkelijke absurditeit en geheimzinnig realisme. In zijn werk brengt hij video, architectuur, live-performance, fotografie en sculptuur samen. Zijn eerste solotentoonstelling had hij al in 2000 in het Van Abbe. In de tussentijd won hij allerlei belangrijke prijzen zoals de Dr A.H. Heineken Prize for Art, Amsterdam, de Kunstpreis Hannover en de Sandbergprijs. In 2007 nam hij voor Nederland wederom deel aan de Biënnale van Venetië. Hans den Hartog Jager: ‘Ik vond dat hij het niet helemaal redde in het Nederlandse paviljoen tijdens de Biënnale van Venetië, maar zijn beste werken zijn heel intelligent. Zijn film ‘Raw Footage’ van en paar jaar terug vind ik bijvoorbeeld heel sterk. Mik is een voorbeeld van iemand die ook in het museale circuit doordringt. In mei 2009 staat hij zelfs in het MoMA. Dat is indrukwekkend.’ Ook Willem Baars noemt de alternatieve weg van Van Lieshout: ‘Het is iemand die niet via het commerciële circuit, maar via het institutionele circuit zijn weg omhoog gebaand heeft. Dat duurt langer, maar het heeft uiteindelijk misschien wel meer fundament. Kunstenaars als Rezi van Lankveld en Maaike Schoorl, die het goed doen in het commerciële circuit moeten het nog maar bewijzen. Saatchi heeft werk van haar gekocht, maar als ik wat geschilderd had, had ie van mij ook wel wat gekocht.‘
naar boven
MARCEL VAN EEDEN (1965)
De in Den Haag geboren kunstenaar Marcel van Eeden leeft en werkt in Berlijn en zijn geboortestad. Zijn inmiddels wereldberoemde zwart-witte en donkerbruin-witte tekeningen zijn geïnspireerd op wat hij in vindt in oude kranten, tijdschriften, geschiedenisboeken en gevonden fotoalbums die hij weer gevonden heeft in antiquariaten, archieven en bibliotheken. Steeds tekent hij situaties van voor zijn eigen Inmiddels schildert hij ook, zie zijn tentoonstelling in Galerie Zink in Berlijn kort geleden. Zijn werk bevindt zich in bekende Nederlandse museale en bedrijfscollecties, zoals het Stedelijk en de MoMA en ABN AMRO en AKZO collecties. In Amsterdam is werk van hem te koop bij Wetering galerie en wordt hij in Zürich vertegenwoordig door Gallery Bob van Orsouw die ook andere bekende Nederlandse kunstenaars vertegenwoordigt als Hannah van Bart, Eric van Lieshout en Atelier van Lieshout. Dit jaar had Van Eeden solo’s in het Spaanse Burgos, in Berlijn, Rome, Heidelberg, Parijs en Los Angeles. Hans den Hartog Jager: ‘Net als Erik van Lieshout heeft Marcel internationale tentoonstellingen in musea. Ik vind zijn werk heel goed. Zijn werk is intelligent en complex. Hij heeft een prachtig concept. Hij probeert de tijd waarin hij zelf nog niet bestond op te slurpen en om te zetten in specifieke, krachtige beelden waarbij je een mooie balans ziet tussen nostalgie en verleden aan de ene kant en een dwingende actualiteit aan de andere kant. Hij speelt daar ook goed mee.’
naar boven
FOTOGRAFIE
RINEKE DIJKSTRA (1959)
Odessa, Ukraine, August 4, 1993, 36.7 x 29.2 cm., Editie: 1/15, 1993
Rineke Dijkstra wordt wel gezien als een vervolg op het werk van de Duitse fotograaf Thomas Ruff van begin jaren tachtig. Eind jaren tachtig, begin jaren negentig werkte Dijkstra zelf zeven jaar als freelance-fotografe voor tijdschriften als Quote, Elle, Avenue en Elegance. In plaats van portretten van personen ging ze abstractere en meer universelere foto’s maken. Precies wat je ziet bij de moegestreden stierenvechters, Israëlische soldaten, Franse legionairs en de pubermeisjes op het strand. Was haar werk in 1997 nog betaalbaar bij Paul Andriesse, inmiddels wordt het verkocht door Marian Goodman Gallery in New York en Parijs, bij Max Hetzler in Berlijn en Jan Mot in Brussel. Dijkstra’s werk is inmiddels bij de wereldtop gaan horen en bevindt zich in de collecties van de Guggenheim en van de MoMA. Het werk van Dijkstra toerde van 2004 tot 2006 van vijf belangrijke Europese musea en ze zal in 2011 een nieuwe touring show hebben in de VS, te beginnen in de San Francisco Museum of Modern Art tot aan het Guggenheim Museum in New York. Haar video ‘The Buzz Club’ was recent te zien in Tate Modern in London en nu in Essen. Daarnaast is zijn haar foto’s regelmatig terug te vinden op de belangrijke hedendaagse kunstveilingen in New York en Londen. In november 2003 werd bij Philips, de Pury & Luxembourg in New York de foto ‘Odessa’ (1993) geveild voor 185.500 dollar (inclusief premium) en in 2002 werd een afdruk van de foto ‘Hilton Head Island, S.C. USA, June 24, 1992’ bij Christie’s in een set van zes foto’s geveild voor 405.500 dollar. In deze serie richt Dijkstra zich op het moment dat een pose zich vormt of juist wordt losgelaten. Aarzeling en onzekerheid zijn zichtbaar in houding en oogopslag en verwijzen naar de existentiële eenzaamheid van pubers. Hans den Hartog Jager: ‘Ik houd niet van al haar werk, maar haar strandfoto’s bijvoorbeeld vind ik geweldig. Bij Dijkstra moet je hard werken om de bodem eruit te halen, zonder dat het in je gezicht geduwd wordt. Er wordt enige intelligente van je verwacht als toeschouwer. Het mooiste van haar werk is dat ze toeschouwer dwingend aanzet tot kijken, tot zoeken en conclusies trekken, zonder dat je het gevoel hebt dat zij weet waar je naartoe moet.’
naar boven
DESIREE DOLRON (1967)
Xteriors VII . Diasec Colour Print on Endura Paper 125 x 170 cm
Desirée Dolron is bekend van reisrapportages, maar inmiddels nog veel meer van haar foto’s die doen denken aan het werk van Vermeer, Manet en Vlaamse primitieven. De meningen over het werk van de Haarlemse fotografe zijn verdeeld, maar dat ze succes heeft staat als een paal boven water. Het Guggenheim in New York en het Victor & Albert in Londen kochten onlangs werk van haar. Daarnaast is haar werk vertegenwoordigd in belangrijke kunstcollecties, onder andere het Museum Het Domein in Sittard, de Rabobank Kunstcollectie en het Gemeentemuseum in Den Haag. Annabelle Birnie, Hoofd ING Art Management, is enthousiast over haar werk: ‘Internationaal en bij klanten hoor ik steeds vaker over haar. Ik denk dat ze haar succes te danken heeft aan de kwaliteit van het werk en dat het publiek dat ook herkent. Al tien jaar geleden deden fotografen als Rineke Dijkstra en Inez van Lamsweerde al mee op belangrijke internationale podia. Daardoor is er meer openheid gekomen voor Nederlandse fotografie, waaronder die van Desirée. Dát en de kwaliteit, de verrassende insteek en de ambachtelijke vaardigheid van haar werk, maar ook dat van Olaf en Van Empel maakt hen succesvol. Ik zie de invloed van hun fotografie terug in niet alleen het werk van kunstfotografen, maar ook in kranten en tijdschriftfotografie.’ Willem Baars is wat gematigder: ‘Het werk van Dolron heeft een zekere mate van body of work. Het appelleert aan de gestileerde esthetiek die op dit moment heel populair is en ook refereert naar de naar binnen gerichte vrouwen van Vermeer en de precisie van de Vlaamse primitieven. Daarom slaat het werk waarschijnlijk ook internationaal zo goed aan. Het is de esthetiek van de nouveau riche, het is mooi mooi. Ik vind het te oppervlakkig. Ik mis de zweetdruppels en de stroefheid van verf.’ Hans den Hartog Jager vindt ook zoiets: ‘Ik vind dat Dolron heel zwaar leunt op de schilderstraditie en daardoor vind ik het een beetje anekdotisch en kitsch. Net als het werk van Olaf en Van Empel is het lekker en goed te consumeren, en dat vervult een functie, maar het is niet waar ik van hou. Het is technisch en compositorisch slim werk, maar wat je van kunst verwacht is dat er een meerkatergheid aan zit, dat het complexer is. Dat je op het verkeerde been wordt gezet en er langer bij moet nadenken ook.’
naar boven
RUUD VAN EMPEL (1958)
World #16 (2006)
De status van Ruud van Empel als internationaal kunstenaar gaat over de hele wereld. Zijn werk assembleert hij op de computer uit honderden foto’s. De voorstellingen zijn vaak jonge kinderen geplaatst in een landschap en voorzien van heldere kleuren en rijke detaillering. Van Empels werk balanceert op de grens tussen beeldende kunst en fotografie en wordt daarom ook beeldende fotografie genoemd. Inmiddels bevindt zijn werk zich in belangrijke nationale en internationale museale collecties. Martin Rogge van Flatland Gallery vertelt dat ook de Franse staat zojuist een groot werk van Van Empel in zijn collectie heeft opgenomen. Rogge: ‘Het is ongelofelijk bevredigend om te zien dat een Nederlandse kunstenaar zo gewaardeerd wordt. Zijn werk heeft twee kanten; het is onschuldig en sensueel, maar het heeft ook een duistere kant. Het heeft iets hyperrealistisch en is tegelijkertijd vervreemdend. Van Empel speelt ook op een haast provocerende wijze met de onbevangen idylle van de jeugd. Dat maakt het allemaal interessant.’ In mei dit jaar werd World #16 (2006) bij Philips in New York geveild voor 33.210 euro en een maand eerder bij Christie’s New York voor 17.317 euro (inclusief premium). Judith van Ingen, specialist Post War & Contemporary Art bij Christie’s Amsterdam: ‘Je hebt kunstenaars in de primaire markt (de galeries), en kunstenaars die ook op de veilingen doorgedrongen zijn. Michael Raedecker, Rineke Dijkstra en natuurlijk Marlene Dumas horen inmiddels in de laatste categorie. Maar op de veilingmarkt is nu ook werk te koop fotografen zoals Ruud van Empel, Anton Corbijn, Erwin Olaf en Desirée Dolron. De ‘Hollandse school’ geniet internationale faam: Christie’s Londense Photographs Sale in november 2008 wijdde zelfs een speciale sectie aan genoemde fotografen.’
naar boven
ERWIN OLAF (1959)
Martin Rogge van Flatland Gallery werkt sinds 1988 samen met Erwin Olaf aan zijn carrière. In de jaren tachtig en negentig gaat zijn werk vooral over het thema sociale acceptatie waarin hij kiest om te provoceren: oude vrouwen als pin-up, kinderen met Downsyndroom, dikke mensen in vreemde ensceneringen, mensen die van het schoonheidsideaal afwijken. Sinds een aantal jaar is zijn werk soberder, zoals zijn series ‘Rain’ (2004) en ‘Hope’ (2005). Met die series gingen in New York de deuren wagenwijd open. In ’Grief’ (2007) zie je de ingehouden emotie van rijke vrouwen. De gestileerde perfectie blijft, maar het is meer sereen. ‘Fall’ (2008) is koeler, je ziet modellen met hun ogen half opengeslagen, in het niets staren. Ze hebben een emotieloze blik in de ogen, waarmee ze toch emotie suggereren. Ook maakt hij grote stillevens van planten in vazen in jaren zestig kleuren. Rogge: ‘Wat overheerst en vrijwel onzichtbaar is, is zijn perfecte manipulatie van het licht. Vele verzamelaars zijn getroffen door de geënsceneerde sereniteit en impliciete zeggingskracht in zijn nieuwe werken. Erwin Olaf is Vermeer. ‘ Internationaal heeft Olaf inmiddels een sterke naam opgebouwd. In New York wordt Erwin Olaf vertegenwoordigd door de Gallery Hasted Hunt en ook op een veiling in april dit jaar bij Philips in New York brachten de foto’s ‘The Hallway’ (2005) en de ‘Royal Blood’ 14.303 en 17.448 euro op (inclusief premium). Niet iedereen is onverdeeld enthousiast over het werk van Olaf. Willem Baars: ‘Fotografie is niet helemaal mijn medium. De fotografie uit de Becher-school, daar kan ik nog wel wat meer, maar persoonlijk houd ik niet zo van de geënsceneerde fotografie zoals die van Erwin Olaf en Ruud van Empel. Ik vind dat al snel heel geknutseld. Het worden heel snel plaatjes en wordt snel anekdotisch. Het mist een oog. De enige die er echt mee wegkomt, is Cindy Sherman.’
-


• nu mee bezig • telefoon: 06543 747 92
