Prof. dr Hans Galjaard. Hoogleraar Humane Genetica

‘MIJ INTERESSEERT HET SOCIALE’

Hans Galjaard.jpg5837137.jpg7735-the-parable-of-the-blind-leading-th-pieter-the-elder-bruegel.jpg_________________________________________________________

Door mijn werk heb ik samen met mijn vrouw ontzettend veel kunnen reizen. Zij heeft Frans gestudeerd en is uitermate geïnteresseerd in kunst. Zij was het die mij in eerste instantie altijd meesleepte naar musea. Zo ben ik wel twintig keer in Florence geweest om mee te gaan naar de Santa Croce-kerk waar dat kruis hangt dat mijn vrouw het absolute einde vindt. Samen hebben we ontzettend veel gezien. Gelukkig vergeet ik heel veel. Mijn vrouw zegt altijd: ‘Jij kan aan een museum beginnen dat je al een paar keer gezien hebt. Het helpt allemaal niks, want voor jou is het allemaal nieuw’. Om die reden heb ik op een gegeven moment maar een videoapparaat gekocht. Dan kan ik alles vasthouden.

wie? who?met wie?wat?film blad boekinternetinsteek contact

Interview: Koos de Wilt, gepubliceerd in ‘Passie voor kunst’ (2003)

Kunst zit niet in de genen. De moderne mens is ongeveer 150.000 jaar oud. Als je dan kijkt wat er van deze mensen is gevonden behalve dan de resten zelf, dan zijn dat dingen om vuur te maken, dingen om op jacht te gaan en om zich te verdedigen.De kunst komt pas heel laat in de ontwikkeling en dat begrijp ik ook wel: als het oorlog is, moet je knokken en eerst in je primaire levensbehoefte voorzien en dat is niet de CD van de Mattheüs Passion. Die wil je nog wel ruilen voor eten. Ik geloof wel dat de behoefte aan mystiek is aangeboren en uiteindelijk kom je dan terecht bij religie en kunst. Maar de behoefte aan kunst zelf is niet genetisch bepaald. Dat is er niet vanzelf, maar moet je leren. Mijn moeder speelde wel viool, maar ik ben niet echt kunstzinnig opgevoed. Een vader van een schoolvriend gaf thuis concerten en cursussen hoe je naar schilderijen kon kijken. Mensen als hij heb je nodig om je als je jong bent te stimuleren. Je moet kinderen zoveel mogelijk de gelegenheid geven om ermee kennis te maken. Je moet iemand die dertig of veertig is en al helemaal is gevormd, niet zeggen dat ie naar het Concertgebouw moet gaan.

‘De schoonheidsbeleving die je bij kunst kan hebben zit ook in de wetenschap’

Voor mij ligt wetenschap heel dicht bij kunst. De schoonheidsbeleving die je bij kunst kan hebben zit ook in de wetenschap. Ik ben hoogleraar celbiologie en genetica en hoe vaak het mij niet is overkomen dat ik - als ik dan naar een cel of naar een model van een molecuul keek - ik het gevoel had dat ik naar een prachtig schilderij keek. Dat ik mij afvroeg hoe het nou werkte bij dat eiwitmolecuul en dat ik zag hoe alles samenviel met alles en dat - als er ietsje mis ging - het geheel dan als een kaartenhuis in elkaar stortte. Ik ben niet gelovig in de zin dat ik kerkelijk ben en dat ik alles vertaal naar in ‘door God geschapen’, maar als ik mij al die processen in de cel probeer voor te stellen dan denk ik: Mijn hemel hoe is het mogelijk! Wetenschap kun je - net als kunst - niet sturen. Wetenschap heeft geen ander doel dan het leren kennen van de werkelijkheid en je nieuwsgierigheid bevredigen als individuele onderzoeker. Het is niet zo dat je wetenschap kunt sturen in een maatschappelijke richting. Natuurlijk is het gewenst dat we Alzheimer oplossen, maar dat kun je niet afdwingen door de wetenschap daarop te richten. Er komt vaak een doorbraak op een heel ander gebied dan het gebied waar je het zou plannen. Het is niet uitgesloten dat de doorbraak op het gebied van het begrip hoe mensen geestelijk achteruit gaan vanuit de fysische chemie komt en niet uit de medische wereld. Mijn vakgebied bijvoorbeeld - dat gaat over DNA - is ook niet uit de biologie of geneeskunde voort gekomen, maar uit de fysica. Dat kun je niet sturen.

‘De behoefte aan mystiek is aangeboren en
uiteindelijk kom je dan terecht bij religie en kunst’

Het heerlijke van kunst is dat je absoluut weg bent van de dingen waar je mee bezig bent voor je vak, of in maatschappelijk opzicht even ontsnapt aan die eeuwige druk. Het genieten van kunst is vrij van competitie, van dat beoordelen en elkaar afslachten. Ik begrijp wel dat het bij het maken van de kunst niet anders is en dat het daar natuurlijk ook oorlog kan zijn. En die competitie wordt steeds erger. Ik ben onder leiding van goede leermeesters - en dat is het geheim van succes - al op mijn 32ste hoogleraar geworden en vond publiceren in een willekeurig medisch tijdschrift al mooi. Nu worden mijn jonge medewerkers al lelijk aangekeken als ze niet in Nature of Science publiceren. De eisen die worden gesteld aan jonge mensen worden steeds hoger. Daarom hebben ze ook vaak geen verbreding meer. Vanwege de competitie en complexiteit moeten ze steeds kleiner en kleiner denken. De 150 mensen waarmee ik werkte zijn allemaal bezig met hun eigen gen of eiwit. Die zijn niet geïnteresseerd in de inbedding van hun werk in het totale sociale bestel, laat staan in de betekenis van kunst. Ik begrijp dat wel: die superspecialisatie moet, het kan niet anders, dat geldt voor economen, juristen, voor medici en voor kunstenaars. Je kan ook moeilijk meer over een aantal disciplines heen praten. Het gevaar van superspecialisatie is dat het niet meer uit te leggen is aan het publiek en aan de geldgever wat we nou met hun belastingcenten aan het doen zijn. En het wantrouwen dat dan ontstaat, wordt nog eens versterkt door zaken als mond- en klauwzeer. Waar de overheid op grond van commerciële en politieke belangen adviezen van de wetenschap in de wind slaat. Met alle droevige gevolgen van dien.

Ik hou zeker niet van alle kunst. Ik weet bijna niets van moderne muziek en moderne kunst en ook religieuze voorstellingen zeggen me niet veel: al die mensen rond het kruis. Ondanks dat er nu veel deskundigen zijn die zeggen dat de Middeleeuwen geen verloren tijd was, geloof ik tóch dat het wél zo is. Mijn voorkeur gaat eerder uit naar Nederlandse en Vlaamse schilders uit de zestiende en zeventiende eeuw. Ik ga heel graag in het Rijksmuseum de oude meesters bekijken. Mijn vrouw ziet dan of het mooi geschilderd is, ik kijk naar de voorstelling en probeer me het leven achter het werk voor te stellen, bijvoorbeeld bij die mensen op een kermis op een schilderij van Pieter Breugel. Dat is mijn sociale belangstelling. Dat heb ik ook in mijn werk. Als er uit onze afdeling of ergens anders een wetenschappelijke of technologische vernieuwing komt, denk ik al snel aan de consequenties voor patiënten of voor de maatschappij. Ik zie het vertalen van wetenschap naar wat het voor mensen betekent als een belangrijke taak. Juist ook als je bezig bent met zeer gespecialiseerde dingen, dan vind ik het leuk om het brede verband te zoeken. In mijn vak word ik gezien als een generalist, maar dat is in de huidige wereld natuurlijk heel relatief. Ik vind het interessant na te denken over geschiedenis en sociale structuren. Het lijkt wel dat naarmate mensen genetisch dichter bij elkaar staan, ze elkaar zien als grotere vijanden. Waarom is dat nou zo?

H. Galjaard (1935) deed zijn artsexamen en promotie (cum laude) in 1962 aan de Rijksuniversiteit te Leiden. Na training en research in de radiobiologie in Harwell (Engeland) en het Medisch Biologisch Laboratorium RVO/TNO te Rijswijk, werd hij in 1965 lid van de voorbereidingscommissie o.l.v. Prof. Dr. A. Querido voor een nieuwe medische faculteit in Rotterdam. In 1966 werd hij daar lector in de Celbiologie en in 1968 hoogleraar en afdelingshoofd. Deze positie heeft hij tot 1993 bekleed, met als voornaamste thema’s van wetenschappelijk onderzoek de opheldering van de moleculaire en celbiologische oorzaken van lysosomale stapelingsziekten en neurodegeneratieve ziekten. Daarnaast werd veel aandacht besteed aan de ontwikkeling en toepassing van nieuwe (micro) methoden voor prenatale diagnostiek van erfelijke stofwisselingsziekten. In 1980 werd een nieuwe afdeling Klinische Genetica van het academisch ziekenhuis opgericht, waarvan Prof. Galjaard afdelingshoofd werd. Deze afdeling heeft thans circa 180 medewerkers en verricht jaarlijks voor circa 12.000 patiënten prenataal en postnataal chromosoomonderzoek, biochemische diagnostiek en DNA analyse, geeft erfelijkheidsvoorlichting en onderzoekt de psychosociale aspecten van voorspellend erfelijkheidsonderzoek. In totaal zijn meer dan 100 artsen en onderzoekers uit circa 40 landen langere perioden werkzaam geweest in de afdeling Klinische Genetica. Galjaard heeft vele honderden publicaties en gaf circa 800 voordrachten in 50 landen; hij was consultant voor de UNFPA en de WHO en werd in 1998 benoemd tot lid van de International Bioethics Committee van UNESCO. Hij is lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en van de Academia Europeae en ontving meer dan twintig eerbewijzen in een dozijn landen. Naast zijn wetenschappelijk werk heeft Galjaard veel advieswerk verricht en droeg hij bij aan vele radio- en televisieprogramma’s over uiteenlopende wetenschappelijke en maatschappelijke onderwerpen. Naast bijdragen aan circa 100 wetenschappelijke boeken, schreef hij enkele monografieën waarvan “Het leven van de Nederlander” (1981) en “Alle mensen zijn ongelijk” (1994) het bekendst zijn bij het algemene publiek.

___________________________________________________________________________________

Hieronder een aantal van de interviews van het boek en enkele elders gepubliceerde interviews over persoonlijke kunstbeleving en persoonlijke drijfveren:
H.J.A. Hofland, journalist
Matthijs van Nieuwkerk, journalist en televisiemaker
Femke Halsema, politica
Anthony Burgmans, voorzitter raad van bestuur Unilever
Dick Scheringa, ondernemer en museumdirecteur
Masha Trebukova, kunstenares
Kees van Twist, museumdirecteur
Sjaar van Heugten & Andreas Bluhm (van Gogh Museum)
Henk Helmantel, kunstenaar
Aaron Betsky, architectuurdeskundige
Herman Krikhaar, ex-kunsthandelaar/kunstenaar
Ruut Veenhoven, geluksprofessor
Tineke Bahlmann, organisatie-adviseur
Maya Bergmans, directeur Promenade Hotel
Heleen Pott, filosoof
Hans Galjaard, wetenschapper
Rob van Vuure, tijdschriftenmaker
Gerrit Jan Wolffensperger, ex-voorzitter RvB NOS
Karel Vuursteen, ex-voorzitter RvB Heineken
Jeltje van Nieuwenhoven, politica
Joost van Heijningen Nanninga, headhunter
Cees van Lede, ex-voorzitter RvB Akzo Nobel
Robert Noortman, kunsthandelaar
Jan des Bouvrie, ontwerper
Jop Ubbens, algemeen directeur Christie’s
Harry Starren, management-deskundige
Marion Bloem, kunstenares en schrijfster
Ronald de Leeuw, hoofddirecteur Rijksmuseum
Cees Dam, architect
Thom C. de Graaf, burgemeester
Anton Zijderveld, hoogleraar sociologie
Ans Markus, beeldend kunstenares
Erik Kessels, reclameman
Frans Weisz, regisseur
Jacques Schraven
, ex-voorzitter VNO-NCW
Jan Michiel Hessels, bestuurder
Otto van der Gablentz, ex-ambassadeur
Paul Schnabel, directeur CPB
Reinbert de Leeuw, dirigent, pianist en componist
Vincent Mentzel, fotograaf NRC Handelsblad
Winnie Sorgdrager, voorzitter raad voor cultuur

_____________________

Terug naar de homepage