Jacques Schraven, ex-voorzitter VNO-NCW

wie? who?met wie?wat?film blad boekinternetinsteek contact

‘BEHOEFTE AAN RUIMTE BINDT KUNSTENAARS MET ONDERNEMERS’

ruisdael‘Er zijn veel overeenkomsten tussen ondernemers en kunstenaars. Een ondernemer moet net als een kunstenaar initiatiefrijk zijn en een drive uit zichzelf hebben. Hij handelt zonder dat iemand hem iets opgedragen heeft.'

Eerder gepubliceerd in Het Financieele Dagblad

In de Nederlandse polder ziet men het VNO-NCW vaak als sociale partner en als werkgever, maar eigenlijk is het een ondernemersorganisatie. Dat daar vaak werknemers bij betrokken zijn is waar, maar het essentiële is het ondernemen. En dat kan mét of zónder personeel. Een ZZP’er – een zelfstandige zonder personeel -- bijvoorbeeld heeft geen personeel nodig of wil geen personeel, maar is wel een ondernemer. Als hij iets niet kan, dan besteedt hij het uit. Ik zou graag een ondernemer willen zijn, maar heb me in het verleden meer ontwikkeld als manager. Nu ben ik geen van beide, maar meer bestuurder. Wel probeer ik zoveel mogelijk in de gedachten en de mentaliteit van de ondernemer te kruipen. Een ondernemer lijkt in zekere zin op een kunstenaar -- bijvoorbeeld in de wonderlijke ontwikkelingen die ze beiden kunnen doormaken. In het bedrijfsleven zie je dat mensen ergens beginnen en heel ergens anders eindigen. Soms door omstandigheden, maar vaker doordat ze zelf hun belangstelling verlegden. Dat zit in die mensen en dat moet er op een of andere manier uit. Grote kunstenaars zijn ook voortdurend bezig met nieuwe ideeën. Niet altijd bewust, dat gebeurt gewoon automatisch en uit nieuwsgierigheid en creativiteit.

'Een ondernemer moet ook kunnen luisteren, de tijdgeest
kunnen aanvoelen en zijn geest niet voor iets sluiten'

Een ondernemer moet ook kunnen luisteren, de tijdgeest kunnen aanvoelen en zijn geest niet voor iets sluiten. Ook daarin lijkt hij op een kunstenaar. Alleen is de marktoriëntatie anders. Weinig kunstenaars hebben sjoege van de markt. Als ondernemer moet je beginnen met de markt, terwijl kunst een product is waarbij er vaak gedacht wordt vanuit de aanbodkant. Ik ken maar weinig sectoren die zich zo weinig zorgen lijken te maken over de vraagkant. In de zeventiende eeuw was dat anders. Kunstenaars werkten toen aan de lopende band in opdracht en waren veel marktgerichter. Ik vraag me wel eens af wie behoefte heeft aan sommige stukken vrije expressie. Aan de andere kant: als Van Gogh zich dat had afgevraagd was-ie er direct mee opgehouden. Maar ik sluit het niet uit dat de kunstenaar niet wat meer vraag-georiënteerd kan zijn. Mensen die werken bij researchafdelingen bij universiteiten hebben iets vergelijkbaars. Die vinden dat hun research niet maatschappelijk relevant hoeft te zijn. Totale vrijheid zou zelfs beter zijn en zou leiden tot meer innovaties en uitvindingen. Dat geloof ik niet. Zij zouden zich net als kunstenaars meer moeten bekommeren om wat mensen nu raakt. In de zeventiende eeuw was men zich daar verschrikkelijk goed van bewust. Dat betekent niet dat men zich moet richten op de massamarkt of alleen maar in opdracht moet werken. In dat geval ben je nauwelijks nog een kunstenaar.

Ondernemers, kunstenaars en wetenschappers

Het ondernemende, dat mensen op zoek zijn naar nieuwe wegen, spreekt me ook aan in de kunst. Als je ziet waar Mondriaan mee begonnen is, hoe hij is geëindigd en hoe hij van het een op het ander is gekomen… Dat is niet alleen iets van moderne kunst. In kleinere stapjes zie je dat ook in de zeventiende-eeuwse kunst. Ik ben zeer gesteld op de picturale kunst uit die tijd en dan vooral de landschappen van de Haarlemse school, zoals die van Jacob en Salomon Ruisdael en Meindert Hobbema, maar ook op de zeegezichten van vader en zoon Van der Velde en Rudolf Bakhuizen. Prachtig om te zien hoe zij zich ontwikkelden in andere kleuren en nieuwe beelden. Juist die langzame veranderingen vind ik boeiend. Later, in het begin van de industrialisatie, krijg je de snelle ontwikkelaars als Van Gogh en de Franse schilders. Die verstilling in de landschapschilderkunst van de zeventiende eeuw vind ik heel bijzonder. Die kunst was voor een groot deel luchtschilderkunst. Het gaat om de prachtige luchten boven een lage horizon met wolken waar soms niet eens blauw in te zien is. Thuis hebben we zo’n schilderij dat helemaal gaat leven als er buitenlicht op valt. Als ik naar die landschappen kijk, krijg ik een beetje heimwee naar een omgeving die we nooit hebben gekend: zo weids, zo ruimtelijk. Zo was het eens, zo is het niet meer. Juist in deze tijd waar we hebben moeten leren denken op de vierkante centimeter, krijg je soms een verlangen naar die tijd.

Klassiek en volks

Ik ben een groot liefhebber van klassieke muziek, maar ook van jazz en volksmuziek. Ik luister graag naar muziekinstrumenten die zangerig zijn, zoals cello en blaasinstrumenten als de fluit, de hobo, de klarinet en de hoorn en in jazz de saxofoon. Het meest spreekt me de kamermuziek aan, zoals de cellosonates van Bach of het pianokwintet van Dvorak. Mozart heeft schitterende kamermuziek gemaakt met cello’s en viola’s, zoals KV 515 en 516. Dat is muziek waarin Mozart opnieuw begon te experimenteren. Ik vraag me wel eens af waar Mozart uiteindelijk beland zou zijn als hij langer had geleefd. Waarschijnlijk zouden we hem heel anders herinnerd hebben. Dat vind ik een fascinerende gedachte! Mijn belangstelling voor volksmuziek is dertig jaar geleden begonnen toen ik voor Shell in Zuid-Amerika werkte. Ik heb daar kennisgemaakt met Venezolaanse harpmuziek van bijvoorbeeld Torrealba, maar ook met Colombiaanse en Mexicaanse muziek. Toen ik Shell-Argentinië ging leiden wilde ik die belangstelling voor volksmuziek voortzetten, maar bemerkte dat daar in Buenos Aires geen belangstelling voor was. Anders dan in Venezuela werd in Argentinië Europese muziek gemaakt. Ook de tango komt van oorsprong immers uit Parijs. Er was wel volksmuziek in het noorden en westen van het land, maar daar interesseerde men zich in de hoofdstad nauwelijks voor. Iedereen ging er naar de opera. Buenos Aires had een prachtig operagebouw uit de goede tijd: de Colon. Wij gingen elke maand naar de nieuwe voorstelling, altijd in gala. Dat was in de jaren tachtig, maar de mensen kleedden zich heel mooi, zoals in de jaren vijftig. In die tijd ben ik operaliefhebber geworden.

Ik zit in het bestuur van Prinses Christina Concours, een competitie in Den Haag waarbij de meest begaafde jonge musici met elkaar strijden. Dat competitieve element, het meedoen op een sportieve manier waarbij er maar één kan winnen, sluit naar mijn idee goed aan bij waar het bedrijfsleven zich mee bezighoudt. Maar dan valt het me tegen welke moeite het kost om daar in het bedrijfsleven sponsors voor te vinden. Er wordt wel veel gesponsord, maar dan alleen de top, zoals de grote musea en de series van het Concertgebouw. Ik vind het ook teleurstellend dat er weinig kunst te vinden is binnen Nederlandse kantoren, ook bij Shell. Ik ben bang dat dat iets Nederlands is. Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Als je kijkt naar het gebouw van de FMO (Financieringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden) aan de Koningskade in Den Haag, dan zie je dat gebouwen ook smaak kunnen hebben, origineel kunnen zijn, ook van binnen. Ik weet zeker dat dat positief werkt voor de mensen die er werken. Ik krijg er in ieder geval het gevoel bij ‘hier zou ik graag willen werken’. Ik vermoed dat wij Hollanders te veel kostenfreaks zijn als het gaat om de binnenkant van kantoren, behalve als het de directievleugel betreft. Ik geloof dat als mensen zich prettig voelen op hun werk, ze dan minder geneigd zijn om weg te blijven. Maar efficiency speelt vaak de eerste viool. Mijn ervaring is dat er in Amerikaanse en Engelse kantoren meer aandacht is voor kunst. Maar ik geloof dat er ook hier in Nederland een kentering aan het ontstaan is. Vaak is het een top-down effect van een bestuursvoorzitter of een kantoordirecteur, die er zelf lol in heeft en anderen stimuleert.

Magritte, Matisse en Mondriaan

Moderne kunst moet esprit hebben en spanning. Ze mag magisch zijn, een beetje absurdistisch. Ze moet een vertekening geven van de werkelijkheid op een manier dat het intrigeert. Ik vind dat kunst ook humor moet hebben. Dat heeft bijvoorbeeld Magritte wél en Dalí níet. Het werk van Dalí is ook absurdistisch, maar ik houd niet van de morose levenshouding die eruit spreekt. Ik heb geen favoriete kunst. Naast zeventiende-eeuwse landschapschilderkunst houd ik van magisch realistische schilders als Pijke Koch, maar ook van Matisse of van Duitse expressionisten als Kirchner en een zuiderling als Jan Sluijters. Mondriaan vind ik ook een fascinerend iemand. Het evenwicht in vorm en kleur vind ik spannend. Als hij in Nederland was gebleven was zijn betekenis, denk ik, minder geweest. Maar juist doordat hij zich in Londen en New York verder ontwikkelde en uiteindelijk uitkwam bij zijn Victory Boogie Woogie werd hij van wereldformaat. Andy Warhol heeft ook iets verrassends. Ik zie hem in de lijn van Magritte en Mondriaan. Hij maakt gekke dingen met esprit.

CV

Jacques H. Schraven werd op 8 februari 1942 in Tilburg geboren. Na de militaire dienst studeerde hij van 1963-1968 Nederlands Recht aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. In 1968 trad hij in dienst bij de bedrijfsjuridische afdeling van de Koninklijke Shell Groep in Den Haag. Na juridische en commerciële functies in Nederland, Curaçao, Venezuela en het Verenigd Koninkrijk ging hij in 1982 naar Buenos Aires als directievoorzitter van de Shell-maatschappijen in Argentinië. Aansluitend was hij een directeur van het Corporate Centre binnen de centrale kantoren van de Groep in Londen en Den Haag, verantwoordelijk voor juridische zaken en intellectueel eigendom. Vanaf 1 juli 1997 was hij president-directeur van Shell Nederland B.V. Op 5 november 1999 werd hij voorzitter van de Vereniging VNO-NCW. Hij werd tevens lid en plaatsvervangend voorzitter van de Sociaal-Economische Raad, voorzitter van de Stichting van de Arbeid en lid van de Bankraad. Ook is hij vice-voorzitter van UNICE, de Europese werkgeversorganisatie. Naast enkele commissariaten van ondernemingen bekleedt hij bestuurlijke functies bij o.m. het Mauritshuis, het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam, het Prinses Christina Concours, het Rotterdams Philharmonisch Orkest, het Instituut Clingendael en de Carnegie Stichting. Schraven is gehuwd en heeft een dochter en twee zoons. Zijn hobby’s zijn klassieke muziek en jazz, beeldende kunst, zeilen en golf.

___________________________________________________________________________________

Hieronder een aantal van de interviews uit het boek ‘Passie voor kunst’ en elders gepubliceerde interviews:

H.J.A. Hofland, journalist
Matthijs van Nieuwkerk, journalist en televisiemaker
Femke Halsema, politica
Anthony Burgmans, voorzitter raad van bestuur Unilever
Dick Scheringa, ondernemer en museumdirecteur
Masha Trebukova, kunstenares
Kees van Twist, museumdirecteur
Sjaar van Heugten & Andreas Bluhm (van Gogh Museum)
Henk Helmantel, kunstenaar
Aaron Betsky, architectuurdeskundige
Herman Krikhaar, ex-kunsthandelaar/kunstenaar
Ruut Veenhoven, geluksprofessor
Maya Bergmans, directeur Promenade Hotel
Rob van Vuure, tijdschriftenmaker
Gerrit Jan Wolffensperger, ex-voorzitter RvB NOS
Karel Vuursteen, ex-voorzitter RvB Heineken
Jeltje van Nieuwenhoven, politica
Joost van Heijningen Nanninga, headhunter
Cees van Lede, ex-voorzitter RvB Akzo Nobel
Jan des Bouvrie, ontwerper
Lodewijk Sillevis-Smitt, advocaat
Jop Ubbens, algemeen directeur Christie’s
Harry Starren, management-deskundige
Marion Bloem, kunstenares en schrijfster
Ronald de Leeuw, hoofddirecteur Rijksmuseum
Cees Dam, architect
Thom C. de Graaf, burgemeester
Anton Zijderveld, hoogleraar sociologie
Ans Markus, beeldend kunstenares
Erik Kessels, reclameman
Frans Weisz, regisseur
Jacques Schraven
, ex-voorzitter VNO-NCW
Jan Michiel Hessels, bestuurder
Otto van der Gablentz, ex-ambassadeur
Paul Schnabel, directeur CPB
Reinbert de Leeuw, dirigent, pianist en componist
Vincent Mentzel, fotograaf NRC Handelsblad
Winnie Sorgdrager, voorzitter raad voor cultuur

_____________________

Terug naar de homepage