Aysel Erbudak, mede-eigenaar en voorzitter RvB Slotervaartziekenhuis

‘Succes zet toekomst en verleden in een ander perspectief’

download.pngVoor het boek De weg naar succes interviewde Koos de Wilt 18 succesvolle allochtone vrouwen en vier prominente Nederlanders over hun ervaringen met deze vrouwen. Eén van de geïnterviewde is prof. dr. Alexander Rinnooy Kan (voorzitter SER) en een ander is Aysel Erbudak, mede-eigenaar en voorzitter Raad van Bestuur van Slotervaartziekenhuis. Hieronder het interview met haar.

1_2_2_2.jpg

‘Je groeit op in een omgeving waar er van alles van je verwacht wordt. Er zijn sociale regels waaraan je je hebt te houden en als je van het pad afgaat, dan merk je dat je ineens negens meer bij past, dat je nergens terecht kunt. Je kunt dan je lot aanvaarden, klagend en wachtend tot dingen veranderen, of je gaat bewijzen dat de regels niet deugen. Ik ben vrij vroeg in een scheiding terecht gekomen waardoor ik in zo’n situatie kwam. Ik had kleine kinderen en kon nergens op terugvallen. Je kan dan zielig op een flatje gaan wonen en je lot aanvaarden. Maar zo zit ik niet in elkaar. Mijn drive was naar een niveau te stijgen waar de verwachtingspatronen niet meer voor mij zouden gelden. Voor mij betekende dat financieel onafhankelijk worden. Ik heb daar keihard aan gewerkt. Al knokkend bouwde ik daar een andere toekomst omheen. Het bijzondere was dat daarmee niet alleen mijn heden en toekomst in een ander perspectief zijn komen te staan, maar ook mij verleden. Het sociaal isolement waarin ik was gekomen en de geboortegrond waarvan ik kom, ben ik anders gaan zien. Ik heb de ervaringen nodig gehad om hier te komen waar ik nu zit. Ik kan alles aan. Ik heb een barstensvolle agenda, ik maak hier op het ziekenhuis veel uren en heb deze week elke avond diners en andere activiteiten, maar ervaar het niet als belasting.’

Nadia.jpgIMG_2223.jpgIMG_2615.jpg

____________________________________________

Historica Nadia Bouras en ondernemer Jennifer Chan en advocate Famile Arslan

‘Als kind voelde ik al dat ik anders was, ook toen zag ik geen grenzen. Ik had al vroeg een gevoel van: dat kan ik beter. En daar heb ik mij ook altijd naar gedragen. Ik zie een carrière als persoonlijke groei, een persoonlijk pad om bewuster in het leven te staan. Daardoor groei je ook in een positie en niet omdat je denkt in posities. Ik hecht ook niet aan status en belangrijke titels. Het gaat mij om de verantwoordelijkheid, die je wel of niet kunt en durft te nemen. Ik doorzie vrij snel zie wat er moet gebeuren. Ik heb het vermogen in een paar minuten te zien of iets klopt of niet. Dat het een aanfluiting is dat bepaalde mensen op een bepaalde positie zitten. Die eigenschap en het vermogen ernaar te handelen spreekt mensen aan. Ik merk dat mensen, van meisjes zoals ik vijfentwintig jaar geleden tot ondernemers, mij zien als een voorbeeld. Ze zijn benieuwd waar ik de kracht vandaan haal en hoe ik het als alleenstaande moeder redt om carrière te maken. Ik kan eigenlijk niets anders dan aan anderen laten zien dat het gaat om je eigen verantwoordelijkheid nemen. Dat ze hun eigen pad leren moeten leen ontdekken en dat ook bewandelen.’

‘Mijn vader had een stropdas geleend om door de sollicitaties te komen, maar moest het steeds opnieuw proberen. Uiteindelijk is het hem gelukt…’

‘Mijn vader is in Turkije geboren in een ondernemersfamilie. Zijn familie bezat bakkerijen, café-bedrijven en bestond uit boeren. Na een conflict met zijn ouders is hij weggegaan naar Nederland, zonder een cent op zak. Hij vond dat mijn moeder een ander bestaan zou moeten hebben dan de rol die ze zou moeten spelen in de familie. Als hij het geld zou hebben voor twee ossen dan zou hij het wel redden. Om dat geld voor die ossen te verdienen is hij in 1972 naar Nederland vertrokken. Hij had een stropdas geleend om door de sollicitaties te komen, maar moest het steeds opnieuw proberen. Uiteindelijk is het hem gelukt om in de metaalindustrie te werken. In 1979 kwam zijn gezin van vrouw en zes kinderen over. Ik wilde helemaal niet weg uit Turkije en was boos op mijn vader. Het was daar veel levendiger en we er leefden er voortdurend buiten. Hier gebeurde niks en was je altijd maar binnen. Het dorp waar ik vandaan kom, Darmal, in de bergen tegen de Georgische grens, was de stemming anarchistisch. Mensen hadden conflicten met het gezag en vochten er voor een betere wereld. Een jaar nadat we naar Nederland waren vertrokken, vond er ook een staatsgreep plaats in Turkije. In Nederland gebeurde niks. Ik kan mij herinneren dat er zelfs op 1 mei geen kip op straat was. Ik miste mijn anarchistischere omgeving.’

‘Ik kan eigenlijk niets anders dan aan anderen laten zien dat het gaat om je eigen verantwoordelijkheid nemen.’

 

‘Mijn echtscheiding was cruciaal in mijn leven. Ik wilde uit dat leven met een voorgeprogrammeerde toekomst stappen. Het was een keuze voor vrijheid. En het mooie is dat je je in de strijd verder ontwikkelt, dat je andere doelen krijgt. In het begin moet je vechten voor jezelf tegen de rest van de wereld, moet je overleven. Later, als je sterker wordt en je dingen in beweging krijgt, wil je mooiere dingen doen, ook anderen de gelegenheid geven zich te ontwikkelen. Hoe je dat doet? Kiezen voor jezelf. Alleen dan kun je van waarde zijn voor anderen. Doe het op de manier die past bij wie je werkelijk bent. Als ik een spijkerbroek aantrek en kleren aandoe die ik mooi vind, dan is dat geen provoceren. Respect toon je niet met een mantelpakje, maar in het contact met mensen. Ik kijk niet in mijn agenda met wie ik die dag een afspraak heb. Of dat nu een arts is, een verzekeraar of de fotograaf van de Telegraaf. Zo heb ik het steeds gedaan: in de wereld van de callcentra tot en met de wereld van het ziekenhuiswezen, waarbinnen ik nu werk. Ik doe het op mijn eigen manier. Ik heb geen model dat ik steeds toepas bij de bedrijven die ik heb. Ik probeer steeds opnieuw te kijken wat de situatie is, zonder vooraf ingenomen standpunten in te nemen. Ik probeer alle kennis die ik heb opgedaan en alle verhalen die ik in me heb opgenomen op het juiste moment in te zetten. Hier is dat een empathisch besturingsmodel. Ik probeer warmte te creëren in de kille omgeving van een ziekenhuis.’

‘Ik kan mij herinneren dat er zelfs op 1 mei in Nederland geen kip op straat was. Ik miste mijn anarchistischere omgeving.’

‘Ik houd ervan hard te werken, dingen voor elkaar te krijgen. Atatürk zei: ‘werkend metaal roest niet’ en daar kan ik mij goed in vinden. Ik ben altijd in beweging. Ik ben een dromer ook, een utopist, een fantast zo je wilt. Ik durf ergens in te geloven en ernaar te handelen. Ik probeer in alles wat ik doe oprecht te zijn en te luisteren. Maar vertel niet wat de ander graag wil horen. Ik ben zeer voor een harmoniemodel en daar bedoel ik niet mee het Nederlandse polderen. Dat is vaak een opportunistisch spel waarbij iedereen er, in overleg, zoveel mogelijk probeert uit te halen zonder naar de belangen van anderen te kijken. Mijn harmoniemodel is als iets koken voor iemand anders. Het gaat over iets lekkers klaarzetten voor de ander omdat je weet dat de andere dat lekker vindt. Zo bereik je samen veel meer. Juist ook in de sector waar ik nu werk. De zorg zou een sociale sector moeten zijn, maar het is juist een sector waar de patiënt vergeten wordt. Natuurlijk heeft het asociale karakter te maken gehad met oplopende kosten. De sector wordt ook nog steeds nauwelijks gezien als een markt. Er is aanbod genoeg, patiënten komen vanzelf op je af. Er is geen prikkel om het beter te doen. Ik wil me richten op de patiënt als klant. Er staan tijden voor een standaard consult. Maar er zijn natuurlijk helemaal geen standaard situaties. Je moet de tijd nemen die nodig is. Dan maar vollere wachtkamers en anders organiseren.’

‘Ik ben een dromer, een utopist, een fantast, zo je wilt. Ik durf ergens in te geloven en ernaar te handeleni’

 

‘Als je niet aan een standaard profiel voldoet, botst je steeds tegen vooroordelen aan. De kunst is dan door te gaan. Toen ik met mijn compagnon dit ziekenhuis wilde kopen, ging dat ook niet van harte. Een particulier die een ziekenhuis kocht, was onbestaanbaar. Ons aanbod werd dus aanvankelijk meermalen afgewezen. Pas toen het ziekenhuis met de rug tegen de muur stond en een woningcorporatie op het laatste moment was afgehaakt als koper werd ik gebeld. Of ik nog interesse had. Toen was het snel rond en heb ik onder mijn voorwaarden de tien miljoen gestort die nodig was om het faillissement te voorkomen. Daarmee was ik er nog niet, want ik voldeed natuurlijk op geen enkele manier aan het standaard profiel van een ziekenhuisdirecteur, een grijze muis in een grijs pak. Ik was een jonge vrouw met een allochtone achtergrond zonder academisch verleden. Bovendien kleed ik me ook anders dan de standaard directeur en – niet onbelangrijk – had ik nooit gewerkt in de ziekenhuisbranche. Wat ik heb gedaan is zoveel mogelijk bij mezelf te blijven. Ik voer geen oorlog en strijd. Ik reageer ook niet op oorlogshandelingen. Ik doe gewoon wat ik moet doen. Met de mensen in het ziekenhuis en met de pers ben ik in open gesprek gegaan. Ik heb gewoon verteld wie ik was en uiteindelijk ontstond daarvoor sympathie.’

weg.jpg

‘Een ziekenhuis moet een sociale omgeving zijn. Ongeacht leeftijd, religie, afkomst wordt je hier goed geholpen. Maar dat laat onverlet dat een ziekenhuis ook commercieel is. Dat gaat juist goed samen. Ik ben commercieel, maar ik ben niet van de hard sales. Voor mij betekent commercieel: aanbieden waar behoefte aan is. Vaak denkt men dat een ondernemer geen sociale geest kan hebben. Ik ben ervan overtuigd dat veel succesvolle ondernemers vaak juist socialistische trekjes heeft. Om succesvol te zijn, moet je de verantwoordelijkheid willen en kunnen dragen voor de gezinnen van de mensen die bij je werken. Hier in het Slotervaart Ziekenhuis zijn dat er bijna 1500. Daar neem je de verantwoordelijkheid voor. En mag je daarom niet zelf in een groot huis wonen en de zorg voor je kinderen uitbesteden? Daardoor is er juist meer ruimte om mét anderen en vóór anderen te kunnen werken. Misschien hoef ik helemaal niet meer te werken, maar ik vind het leuk om met andere mensen te werken en de verantwoordelijkheid op me te nemen. Ik ben nooit klaar, zie alleen steeds nieuwe mogelijkheden om te bouwen aan mijn creativiteitsmodel en groeimodel. Zodra ik merk dat ik meer van hetzelfde doe, wanneer ik niet meer creëer, ben ik klaar.’

‘Atatürk zei: ‘werkend metaal roest niet’ en daar kan ik mij goed in vinden. Ik ben altijd in beweging.’

‘Ik ben opgevoed in een socialistische traditie. Dat zit in het karakter van de familie. Turks socialisme gaat uit van de gelijkheid van man en vrouw. Het is een liberaler socialisme dan we hier kennen. Het is westers georiënteerd en het neemt het op tegen het dogmatische denken van islamitische politiek, zoals hier christelijke politiek. Ik heb er vertrouwen in dat het in Turkije allemaal goed komt. Als je het maar van binnenuit laat komen. Laat mensen zijn wie ze zijn en dan zullen ze uiteindelijk ook kiezen wat het beste voor hen is. Wilders begrijpt er helemaal niets van. Ik vind hem prut, onkruid. Hij heeft geen idee hoe lief en gastvrij die mensen zijn onder hun fez, onder hun hoofddoek en achter hun boerka. Ik ben zelf aleviet, dus meer op de mens georiënteerd dan op regels. Mijn kinderen zijn zeer kosmopolitisch. De wereld is hun thuis. En dat is het voor mij ook. Ik hoef ze niets te vertellen wat ze moeten doen. Ik wil hun vragen beantwoorden en verhalen vertellen, zoals op mijn dertiende een man in Amersfoort mij verhalen vertelde die mij tot op de dag van vandaag nog inspireren. Zo heeft mijn compagnon, die vijfentwintig jaar ouders is dan ik, mij ook geïnspireerd te zoeken naar verrijking, diepgang van de geest. Ik geloof dat alles mogelijk is en ben me er nooit bewust van dat ik iets groots aan het doen ben. Daarom is het ook gemakkelijk.’

‘Laat mensen zijn wie ze zijn en dan zullen ze uiteindelijk ook kiezen wat het beste voor hen is.’

‘Ook mijn vader heeft een rol gespeeld in mijn ontwikkeling. Tot mijn elfde had ik mijn vader nauwelijks meegemaakt. Het heeft ook lang geduurd voor ik een goede band heb opgebouwd met hem. Pas de laatste jaren gaat het goed. Heel lang was hij in het geheel niet trots op mij. Hij houdt van al zijn kinderen, maar ik dreef het op de spits doordat ik als eerste van zijn kinderen koos voor het goede leven, ik trouwde met een Nederlander een ik was het die later scheidde. Ik trok mij niets aan van de regels van de gemeenschap, maar koos er bewust voor mezelf te zijn en ook de prijs daarvoor te betalen. Ik speelde geen verstoppertje, maar zei altijd wat ik vond en wat ik deed. Misschien lijk ik ook wel op hem. We zijn beiden onbuigzaam en zijn beiden in staat om vanuit beperkingen dingen voor elkaar te krijgen. Mijn vader had er het laatste overhemd voor over om te strijden voor een betere wereld voor zijn kinderen. De moeite van mijn ouders is beloond. Alle kinderen zijn op hun eigen manier geslaagd, het zijn leuke en lieve mensen geworden. Wij zijn hún creatie met voorbeelden om bepaalde dingen wél of níet te doen.’

img024_2.jpgAlexander Rinnooy Kan_2.jpgIMG_2002.jpg

______________________________________________________________

logo_nrc.png ‘Niet alleen het eigen levensverhaal wordt verteld, maar ook de (recente) geschiedenis van het land van herkomst wordt geanalyseerd, inclusief de problemen die daar spelen én de integratieproblematiek in Nederland.’ Lees recensie

estalogo.jpg ‘Een inspirerend boek over allochtone vrouwen die hun weg naar succes zelf hebben uitgestippeld’

logo_mngntbk_nieuw3.gifLuister naar interview op Managementboek.nl met Koos de Wilt