Jennifer ‘Pui Kwan’ Chan, Chinese achtergrond

‘Met Chinees respect tonen, krijg je meer voor elkaar. Ook in Nederland’

 

De weg naar succes.jpgVoor zijn boek De weg naar succes interviewde Koos de Wilt 18 allochtone vrouwen op hun weg naar succes. Daarnaast gesprekken met vier prominente Nederlanders over hun ervaringen met deze vrouwen. Wat zijn hun professionele en levenservaringen? Hieronder een voorbeeld van een van de interviews in het boek. 

Tekst: Koos de Wilt | Fotografie: Rachel Corner

IMG_2223.jpg‘Ik ben geboren in Hong Kong en kwam in Nederland toen ik bijna negen was. Op mijn tweede was mijn vader al naar Nederland vertrokken en op mijn vijfde volgde mijn moeder mijn vader. Ik ben toen met mijn zusje bij mijn grootouders gaan wonen. Mijn vader was vertrokken omdat midden jaren zestig er de nasleep was van de Culturele Revolutie in China en Hong Kong zich in een economische malaise bevond. Het heeft er zelfs op geleken dat de Rode Brigades de Britse kroonkolonie Hong Kong zou binnenvallen. Veel Hong Kong Chinezen zijn toen vertrokken - naar Amerika, Engeland, Frankrijk en ook naar Nederland. In Hong Kong was mijn vader drukker en in Nederland is hij eerst gaan werken bij een familielid die hier al woonde. Als snel begon hij voor zichzelf. Het eerste restaurant opende hij in Heereveen, een eenvoudige afhaalchinees. Later opende mijn vader een groter restaurant in Appelscha. Als kind heb ik altijd meegeholpen in het restaurant. Omdat Nederlanders een heel ander beeld hebben bij kinderen die werken, heb ik aanvankelijk alleen in de keuken gewerkt. Toen ik een jaar of twaalf was ben ik ook achter de afhaalbalie en het restaurant gaan weken. Werken in het restaurant was een gegeven. Je dacht er niet bij na. Iedereen werkte. Waar ik vandaan kwam, werkte mijn generatie in de zomervakantie ook mee als seizoensarbeider op het land waar we bloemen plukten. Dat was allemaal heel normaal.’

logo_mngntbk_nieuw3.gifLuister naar interview met Koos de Wilt

162682.png‘De weg naar succes is moeizaam. Een lijdensweg soms. Maar wel de moeite waard. Dit is niet de boodschap van een somber zelfhulpboek, maar de rode draad van een bundel portretten van carrièrevrouwen met verschillende culturele achtergronden.’ Lees recensie

‘Mijn vader is een Chinees restaurant begonnen omdat het de enige mogelijkheid was. De eerste generatie Chinezen spraken de taal slecht en was niet goed opgeleid. Het restaurantwezen kun je makkelijk leren en er was toen al veel vraag naar Indisch eten. Er waren veel Indonesische Nederlanders naar Nederland gekomen waardoor de vraag naar Indonesisch eten heel groot was. Dat gat in de markt kon niet alleen opgevuld worden door Indonesiërs. Zakelijk ingestelde Chinezen zijn hier ook op gedoken. Chinese restaurants heten daarom ook veelal Chinees Indische Restaurants. Of je nu in Appelscha bent of in Maastricht, Chinese restaurants zijn vaak heel vergelijkbaar. Dat heeft deels te maken met de vraag en deels is het ook het gebrek aan creativiteit bij Chinezen. In China leren mensen de meester te kopiëren. Het ultieme doel is te leren wat de baas kan. Het gaat dus niet om iets anders maken, niet om creativiteit, maar om perfectie. Daarom zijn chinezen ook vaak goede ingenieurs en accountants. Ze kunnen heel precies en accuraat dingen uitvoeren.’

 

‘Mijn vader is een Chinees restaurant begonnen omdat het de enige mogelijkheid was.’

 

‘Ik heb VWO gedaan in Oosterwolde en na de middelbare school ben ik gaan studeren in Rotterdam. Mijn vader wilde eigenlijk niet dat ik ging studeren want hij wilde met mij een nog groter restaurant opzetten in Duitsland. Hij spreekt geen woord Duits en ik had allerlei talen in mijn studiepakket. Maar dat wilde ik perse niet en ging dus ver van huis in Rotterdam aan de HES Bank- en Verzekeringswezen gaan studeren na de eerste jaar Economie aan de Erasmus universiteit. Ik wist al vanaf de vierde klas middelbare school dat ik in de bankenwereld wilde werken. Dat was mede omdat het internationaal is en ik daarbij gebruik kon maken van mijn multiculturele achtergrond. Het bankwezen is bij uitstek een internationale bedrijfstak. Bovendien was ik heel goed met cijfers. Diep in mijn hart wilde ik terug naar Hong Kong, al was het maar voor een aantal jaar. Het was mij al tijdens mijn studie in Rotterdam duidelijk dat het zakelijke centrum van de wereld de komende decennia zou verschuiven naar het Verre Oosten. In de jaren tachtig was vooral Japan in de belangstelling, maar wij kregen toen al veel informatie door dat er ook in China heel veel te gebeuren stond. En dat heeft mij kansen geboden.’

IMG_2615.jpgSadet.jpgNadia.jpg

____________________________________________________________

Lees ook de interviews met: Tweede Kamerlid Sadet Karabulut, Historica Nadia Bouras en Advocate Famile Arslan

‘Tijdens mijn studententijd waren er nauwelijks Chinese meisjes die studeerden. Ik kon ze in Rotterdam bijna op een hand tellen. Dat kwam omdat hun Nederlands niet goed genoeg ontwikkeld was. De meesten waren rond hun tiende naar Nederland gekomen en hadden daardoor een taalachterstand opgelopen. De eerste generatie Chinezen in Nederland hadden zelf ook nauwelijks opleiding genoten. Mijn ouders vonden het al geweldig dat ik de middelbare school had gedaan. Mijn moeder kan zelf amper schrijven en maar een beetje lezen. Rond mijn twaalfde ben ik een beetje gaan nadenken wat ik met mijn leven wilde. Ik wist het toen nog niet goed, maar een ding wist ik zeker: ik wilde niet de rest van mijn leven in een restaurant slijten. Dat was mijn drive. Ik vond het niet inspirerend en het is keihard werken, vaak ook nog voor weinig geld. Er zit namelijk zo weinig marges op het eten. Ik verwacht dat er de komende jaren wel dat er fine dining concepten zullen opkomen in het Chinese restaurantwezen waardoor de marges hoger worden. Ik vind het leuk om daarover mee te denken binnen de netwerken die ik heb.’

‘Toen ik een jaar of twaalf was ben ik ook achter de afhaalbalie en het restaurant gaan weken. Werken in het restaurant was een gegeven. Je dacht er niet bij na. Iedereen werkte.’

‘In mijn studententijd heb ik een hele leuke tijd gehad. Ik heb ook heel veel geleerd. Ik deed heel veel in de Rotterdamse Chinese gemeenschap. Ik ben bij de Chinese kerk als vrijwilliger dingen gaan organiseren, ik heb Chinese vrouwen en oude van dagen geholpen om op te komen voor hun rechten en heb mensen geholpen met de taal. In die tijd was dat allemaal nog nauwelijks georganiseerd, waardoor er ook bij de overheid niet duidelijk was hoe de Chinese gemeenschap in elkaar stak. Ik heb veel nagedacht over het feit dat ik in twee culturen ben opgegroeid, maar ik heb het nooit als een probleem ervaren. Integendeel: in vond het een privilege. Ik droeg dat ook altijd uit in mijn wekelijkse rubriek in een Chinese krant in Nederland. Ik heb het beste uit de twee werelden proberen te grijpen. De vrijheden, de eigenwijsheid, het initiatiefvolle en het rebelse van de Nederlanders en aan de andere kant het respect dat je hebt voor ouderen, de trots, het harde werken en de gehoorzaamheid naar de ouders dat Chinezen hebben.’

‘In China leren mensen de meester te kopiëren. Het ultieme doel is te leren wat de baas kan. Het gaat dus niet om iets anders maken, niet om creativiteit, maar om perfectie.’

‘Ik heb al die eigenschappen mij eigen gemaakt en ik pas ze ook toe. Het gaat erom dat je op het juiste moment in de juiste dosering daarvan gebruik maakt: dus niet te brutaal in een traditionele Chinese omgeving en niet te nederig in een Nederlandse. In zakelijke omgeving moet je bij Chinezen niet het onderste uit de kan halen of met je vuist om tafel slaan. Daarmee toon je geen respect. En bottom line herkennen alle mensen zich daarin. Iedereen vindt het fijn met respect behandeld te worden. En dat kunnen Chinezen. Chinese vrouwen mogen ook vrouw blijven. Nederlandse vrouwen gedragen zich vaak heel mannelijk in een zakelijke omgeving. Ik durf niet te stellen dat het beter is voor de economie als vrouwen zich meer vrouwelijk zouden gedragen, maar het is in ieder geval beter voor de vrouwen zelf. Ik heb ook gemerkt dat je meer voor elkaar krijgt als je vrouw blijft. Nederlandse vrouwen voelen zich daar vaak te geëmancipeerd voor.’

‘Tijdens mijn studententijd waren er nauwelijks Chinese meisjes die studeerden. Ik kon ze in Rotterdam bijna op een hand tellen. Dat kwam omdat hun Nederlands niet goed genoeg ontwikkeld was.’

‘Ik ben begonnen in het bankwezen via een stage bij wat toen nog ABN was. In die tijd was het nog absoluut niet gebruikelijk buitenlandse stage te lopen. Maar de manager van de bank in Hong Kong vond het kennelijk wel initiatiefrijk dat ik zomaar zelf belde om een stage te krijgen. Ik werd helemaal verliefd op Hong Kong en wilde niets liever dan blijven. Niet alleen sociaal is het leuk, maar ook de carrièremogelijkheden waren geweldig. ABN zat in die tijd in een fusie met de AMRO waardoor er vele mensen uit moesten en daarom ben ik gaan werken bij Rabobank. En ik ben nooit meer teruggekomen naar Nederland. Ik heb nu alleen een appartement in Rotterdam dat ook gebruikt wordt door collega’s die naar Nederland moeten reizen. In 2002 ben ik daarmee gestart. Eerst met een medewerker, nu met dertig mensen in Hong Kong, vijf in Shanghai, 2,5 in Nederland en één in België. Wij adviseren in eerste instantie bedrijven uit de Benelux die, al dan niet via Hong Kong, zaken willen doen in China. Dat kan zijn voor inkopen van producten, het verplaatsen van productiecapaciteit of het inzetten van China als verkoopmarkt. De laatste paar jaar zijn we actief met expansie van Chinese bedrijven in Europa. Wat ik meeneem is de kennis van de taal, de contacten, de cultuur en kennis van zaken op financieel en fiscaal gebied.’

‘Mijn basis is Hong Kong. Ik woon er met mijn man en kinderen, een van zeven en een van veertien maanden. Mijn man is een Hong Kong Chinees die alleen in Nederland is om de grootouders van zijn kinderen te zien. Wij zijn een zogenaamd bankstel. Ik heb hem bij de Rabobank in Hong Kong leren kennen. Hij kent Nederland ook goed, want hij heeft anderhalf jaar op het hoofdkantoor van de Rabobank gewerkt. We zijn het gewend om in verschillende werelden te leven. Ik voel me ook soms echt een kameleon en daar voel ik me heel goed bij. In de Chinese gemeenschap ben ik Chinees en in de Nederlandse omgeving ben ik Nederlands. Dit is voor mij een typisch Nederlands gesprek. Als je mij met een groepje Chinese zakenrelaties zou zien praten, zou je mij niet herkennen. Dan zou ik minder gebaren, minder informeel zijn en niet je en jijen. Ik ben dan formeler. Bij een cocktailparty waar zowel Chinezen en Nederlanders aanwezig zijn is het wel eens grappig, als je dan steeds maar weer moet omschakelen. Ik voel me daar prima bij. Het is een second nature geworden.’

‘Vanuit mijn Nederlandse en Hong Kong achtergrond is China ook voor mij een vreemd land. Doordat de Britten zo’n honderd jaar aanwezig zijn geweest in Hong Kong is dat overal aan te merken. Dat merken Chinezen ook. Hong Kong is sophisticated, materialistisch en westers. Ik heb ook een meer zuidelijk accent als ik Mandarijn spreek. Daarnaast zijn mensen in Beijing vaak wat groter en wat grover dan mensen uit Hong Kong. Meisjes uit het zuiden hebben vaak ook een wat donkerder huidstint. Mensen die uit de buurt van Tibet komen hebben zelfs westerse features wat je ziet aan de hogere neusbrug. Hong Kong blijft een centrale positie spelen in het zakelijke spel tussen de westerse en oosterse wereld. Het is nog steeds een soort zelfstandig deel van China en veel internationale bedrijven zien het nog steeds als een springplank tot de rest van China. Hong Kong heeft daarmee een hele bevoorrechte positie in de wereld.’

‘Er is wel nog wel een groot verschil tussen Chinese staatsbedrijven, of gedeeltelijke staatsbedrijven, en particuliere bedrijven. Je voelt daar de communistische cultuur – het is er veel hiërarchischer, trager, bureaucratischer. Veel Chinese bedrijven zijn in familiehanden, zelfs in een zo’n ontwikkelde economie als die van Hong Kong. Je hebt een paar families die behoren tot de rijkste van de wereld. Ik werk anders, ik werk juist niet met broertjes en zusjes. Maar het is zo inherent aan de Chinese cultuur dat je werkt binnen familieverbanden dat het nog wel een paar generaties duurt voordat Chinezen professioneel management inhuren om hun bedrijven te leiden. Op dit moment zie je dat staatsbedrijven worden toebedeeld aan private partijen. Misschien dat in deze omstandigheid een professioneel management zal worden ingezet in plaats van allemaal familieleden. Naast de nadruk op familieverbanden is ook kenmerkend dat Chinezen gaan voor uiterlijk vertoon. En dat is niet alleen iets van een eerste of tweede generatie migranten. Ze zijn heel trots en laten graag zien als het hen goed gaat. In Hong Kong zijn mensen meer sophisticated dan in China waar het er meer nouveau riche uitziet. Onder het communisme gaat het niet alleen maar? om Gucci tassen of Dior jasjes, maar om macht, om hoge posities. Ik heb het Nederlandse calvinisme in mij zodat ik daar meer los kan staan. Ik kan daar makkelijker op inspelen met mijn Friese nuchterheid. Mijn relativering komt me heel goed van pas als ik zaken doe met Chinezen.


Interview: Koos de Wilt - Fotografie: Rachel Corner

img024_2.jpgAlexander Rinnooy Kan_2.jpgIMG_2040.jpg

______________________________________________________________

162682.png

‘Niet alleen het eigen levensverhaal wordt verteld, maar ook de (recente) geschiedenis van het land van herkomst wordt geanalyseerd, inclusief de problemen die daar spelen én de integratieproblematiek in Nederland.’ Lees recensie 

estalogo.jpg‘Een inspirerend boek over allochtone vrouwen die hun weg naar succes zelf hebben uitgestippeld’

logo_mngntbk_nieuw3.gifLuister naar interview op Managementboek.nl met Koos de Wilt