Wat hebben mensen te zoeken in het Spiegelkwartier?
jubileumboek spiegelkwartier


_________________________________________________________________
Het Spiegelkwartier is al sinds lange tijd het centrum van de Amsterdamse en misschien wel landelijke kunsthandel. Het boek ‘Spiegelen’ bestaat uit interviews met mensen met wie de galeristen van de Spiegelkwartier dagelijks geconfronteerd worden. Ondernemers, journalisten, kunstenaars, medici, discotheekhouders, die allemaal een ding gemeen hebben: kunst. Hieronder het verhaal van Joost en Mirjam Duivenvoorden.
‘In de 17e eeuw werd de wereld ontsloten door middel van de zeevaart. Dat had een duidelijke invloed op Nederland, vooral omdat er allerlei voorwerpen mee terug werden genomen uit de overzeese gebieden. En er was veel geld, waardoor de mensen zich met kunst en schoonheid konden omringen. Het moderne transportmiddel is de luchtvaart, en daarop richt zich het Ritman familiebedrijf Helios.
Het middel waarmee in déze tijd de wereld wordt ontsloten, is tegelijk de bron voor de Ritman Kunstcollectie en voor de Bibliotheca Philosophica Hermetica, beide door mij opgezet. Het bedrijf, enkele woonhuizen en de bibliotheek zijn ondergebracht in een aaneengeschakeld complex van grachtenpanden in de Jordaan. De kunstcollectie is over verschillende panden verspreid. Wij leven met de kunstvoorwerpen om ons heen. In de bibliotheek zijn de beginlijnen van onze cultuur terug te vinden, de kunstcollectie spiegelt de symbiose van culturele en geestelijke lijnen uit Europa die in Amsterdam samenkwamen in de bloeiperiode van de zeventiende eeuw. De collectie is een eerbetoon aan de Noord-Nederlandse samenleving, die in die bloeiperiode niet Nederlands was maar Europees. Schilders, beeldhouwers en ambachtslieden uit de Nederlanden, Italië, Duitsland en Frankrijk ontmoetten elkaar in Amsterdam. Dat heeft ertoe geleid dat alle kunsten op dat moment in Amsterdam tot volle ontplooiing kwamen. De kunst was ambachtelijk, de kunstenaars waren meesters in het beheersen van de materie.
De Ritman Kunstcollectie is begonnen bij mij, maar mijn ouders zochten altijd al de antiquairswereld op en mijn vader was kunstschilder. Mijn grootvader heeft aandacht en zorg in de familie gebracht. Hij was tafeldienaar bij prins Hendrik in het paleis op de Dam. Een van de leukste anekdotes die ik altijd vertel is dat mijn grootvader voor zijn kleinkinderen op dezelfde manier dekte als voor zijn belangrijkste bezoekers. Ons als zijn kleinkinderen bracht hij al de etiquette van zorg bij. Aandacht en zorg hebben ons bedrijf, dat gericht is op maaltijdverzorging, groot gemaakt. De huidige generatie, mijn kinderen, is met precies dezelfde voortgang bezig in de luchtvaart als waar ik mee bezig ben geweest. L’histoire se repète. In 2007 vieren we met de geboortedag van mijn vader het honderdjarig bestaan van de familie Ritman. De liefde voor de kunst bloeit in onze familie al honderd jaar.’
Mirjam Duivenvoorden
‘Al heel jong is ons, zeven kinderen, het gevoel voor schoonheid bijgebracht. Dat kon al heel eenvoudig gericht zijn op een boek. Mijn vader is een rascollectioneur, het zit in alle vezels van zijn bloed. Het begint ermee dat je iets ziet, herkent, en er ook een bepaalde betekenis van ziet. Als je dat collectioneursbloed hebt, ga je vervolgens een lijn zichtbaar maken. Die lijn wordt op een gegeven moment een heel veld. Dat veld hebben wij als kinderen ook in ons opgenomen en we zijn er in meegegroeid. Elk kind heeft zijn eigen affiniteit, maar het is een veld dat zo rijk is dat je er uitgebreid uit kan putten. Het is ook een veld waarbinnen we veel met elkaar delen. En dan is er natuurlijk de vraag hoe we de dingen voortzetten in de tijd. Blijft het een persoonlijk initiatief, of zijn wij in staat om dat met elkaar over te nemen en door de tijd heen verder te dragen? Ik doe dat op mijn manier: ik heb een sterke relatie met de kunstcollectie, waarvan ik de conservator ben. Een ander van ons doet hetzelfde voor de bibliotheek, en weer anderen binnen het bedrijf.’
Joost Ritman
‘De kunstcollectie bestaat uit vijftien verzamelgebieden. Die verzamelgebieden hebben we ook allemaal behouden. Bij de verkoop van een deel van de collectie in de 90-er jaren is ons interieur, onze leefomgeving, altijd intact gebleven. Enkele vertrekken zijn in stijl ingericht, zodat de kunstvoorwerpen in een zeventiende-eeuwse context staan. Alles had in die tijd een samenhang, elke vorm moest iets uitdrukken, een wereld van absolute harmonie werd geschapen. Kijk alleen al naar de geometrie van majolica tegels. Door een zeventiende-eeuws interieur weer bij elkaar te brengen, hoop ik tot die zuivere essentie te komen, waarin men toen dacht dat het gevoel en het innerlijk tot uitdrukking konden worden gebracht. Bij mij zijn heel veel dingen ‘thuis’ gekomen.
Voor mij zit er een referentiekader in de kracht van Nederland. Men heeft het wel eens over het Hollandse fenomeen. Wat hier in de zeventiende eeuw is ontstaan staat eigenlijk model voor de moderne vorm van parlementaire democratie: Willem III werd door het Engelse parlement gekozen tot koning van Engeland. Dan is er ‘the new world’, het ontsluiten van de wereld door de Verenigde Oostindische Compagnie. Er is hier in Nederland iets gebeurd van wereldformaat. Begrippen als geloofsvrijheid, godsdienstvrijheid, gewetensvrijheid; daar moet je voor durven strijden en desnoods sterven.’
Mirjam Duivenvoorden
‘Omdat er hier geloofsvrijheid was in ieder opzicht, vloeide alles wat vluchten moest of geen plaats had, samen in Amsterdam. Zo werd er een concentratie van kracht en schoonheid gecreëerd. En dat vind je terug in onze bibliotheek: wat in geen enkel ander land kon worden gedrukt, werd uitgebracht in Amsterdam.’ JOOST RITMAN ‘In de voetsporen van Amsterdammers die het Concertgebouw, het Rijksmuseum en het Centraal Station hebben gebouwd, heb ik mij in Amsterdam ingezet voor restauratie van belangrijke historische gebouwen en de verwerving van onvervangbare schilderijen, zoals de ‘Johannes Wtenbogaert’ van Rembrandt. Zo heb ik bijvoorbeeld ook, toen ik mijn glascollectie moest verkopen, het vroegste gegraveerde Nederlandse glas eruit genomen en aan het Rijksmuseum geschonken. Het gaat mij niet zozeer om het bezitten, maar om het delen van dingen die je met elkaar hebt. De collectioneur is een rentmeester met een belangrijke taak: het behoeden van en communiceren met en over kunstvoorwerpen. Dat mensen bij jou kunnen aankomen, en waarnemen. Ik heb het gevoel dat één van de redenen van mijn aanwezigheid is dat ik pleit voor waarneming. Ik denk dat het geheim van leven het waarnemen is van het leven zelf. Op verschillende momenten, in verschillende uitdrukkingsvormen.
Voor het opbouwen van een collectie heb je een karavaan met ontdekkingsreizigers nodig. Je moet de harten van mensen veroveren, zeker als je zoals ik vaak juist die stukken wil hebben die handelaren eigenlijk niet willen verkopen. De collectioneur spiegelt de handelaar en andersom: beide willen iets moois verwerven. Zowel het verliezen als het verwerven van kunstvoorwerpen gaat gepaard met pijn. Maar de eeuwigheid heeft de tijd. Wij zijn heel kortstondig, als mensen. Wij zijn bezoekers. Het gaat er dan ook niet om dat je als verzamelaar een eindstation bent, maar een heel betrouwbaar tussenstation.’
Interview: Merel van Tilburg
_____________________
Terug naar de homepage
