Mr Lodewijk Sillevis Smitt, advocaat in ruste

‘OPENSTAAN VOOR HET NIET-RATIONELE’

5837137.jpgruisdael2-749.jpg15.jpg__________________________________________________________

Interview: Koos de Wilt

Het fijne van het werk van een advocaat is het vinden van het recht in de gegeven situatie. Dat is enerzijds rationeel en aan de andere kant heel intuïtief. Ik heb het beroep van jurist vaak vergeleken met dat van een dokter. De patiënt komt bij je en heeft klachten. En die klachten kunnen van alles betekenen en daar ga je dan naar op zoek. Het is soms heel complex om de goede diagnose te stellen en de juiste oplossing te vinden. Een heel creatief proces en niet alleen van puur verstand. Kennis en ervaring brengen je waar je iets kunt vinden, maar intuïtie waarom het zo is als je op een bepaald moment denkt dat het ligt.

 

In het begin ben je heel onzeker en denk je dat je het hebt gevonden. Je bent bang dat los te laten. Als je iets met moeite gevonden hebt, is het altijd moeilijk om dat los te laten. Ik herinner me nog heel goed dat ik in mijn jonge jaren heb geleerd om voortdurend vraagtekens te zetten achter hoe je denkt dat iets is. En dat heb ik mijn hele leven proberen vol te houden. Dat maakt de goede uitoefening van het vak creatief en heel moeilijk. Het beroep van advocaat, zoals ik het heb leren kennen, is enorm veranderd. Ik heb vaak moeite met de advocatuur die zich uitsluitend bezighoudt met grote overnames en financieringstransacties en dergelijke. Ik ben me bewust dat dat onderdeel erg belangrijk is geworden. Vroeger was het een onderdeel van de praktijk, nu is er de nadruk op komen te liggen. Ik vind het eerlijk gezegd niet echt advocatuurlijk werk, maar meer notarieel werk. De notarissen hebben het zich natuurlijk ook wel een beetje uit handen laten nemen. Zij zitten met het probleem dat een notaris voor beide partijen moet optreden. Dat is een wezenlijk andere positie dan die van de advocaat die alleen naar het belang van zijn cliënt mag kijken.

 

‘Ik heb vaak moeite met de advocatuur die zich uitsluitend bezighoudt met grote overnames en financieringstransacties en dergelijke’

 

Echt advocatuurlijk werk vind ik nog steeds als de advocaat onafhankelijk is. Een advocaat moet zich voortdurend afvragen: “Wil ik dit wel doen en sta ik hier wel achter?” Op een gegeven moment moet hij of zij kunnen zeggen: “Hier doe ik niet aan mee, ook al kan ik er heel veel geld mee verdienen”. Die vraag wordt weinig meer gesteld. Vroeger wel! In mijn jonge jaren waren er strafpleiters die een slechte naam hadden bij de rechter. De goede strafpleiters voelden hun eigen verantwoordelijkheid als lid van de samenleving en lieten zich met bepaalde zaken niet in. Eigenlijk hoort een advocaat te doen wat er in de advocateneed staat: “Ik zal geen zaak aanraden of verdedigen die ik in gemoede niet geloof rechtvaardig te zijn”. Maar dat lijken vaak lege woorden te zijn geworden. Dat geldt ook voor de commerciële praktijk. Als je zegt: “Ik word zakenman-jurist en ik wil alleen maar veel geld verdienen”, handel daar dan ook naar en wordt zakenman en geen advocaat. Als je advocaat wordt, moet je kunnen zeggen: “Ik ben onafhankelijk, ik wil ook niet afhankelijk zijn”.

 

‘Dan zie je dat het geleidelijk aan steeds meer gaat om ‘de interessante zaak’ of zaken waar je status aan kunt ontlenen. Zó is het mij ook vergaan. Het gaat dan niet meer om de persoon die je bijstaat’

 

Door het groter worden van veel kantoren is het persoonlijk contact verloren gegaan. De afstand tot de cliënt is groter, afstandelijker en zakelijker geworden. Men blijft een zaak behandelen ook al gaat het om een zaak van iemand die een wezenlijk andere opvatting heeft, waar je je maar moeilijk mee kan verenigen. Dan zie je dat het geleidelijk aan steeds meer gaat om ‘de interessante zaak’ of zaken waar je status aan kunt ontlenen. Zó is het mij ook vergaan. Het gaat dan niet meer om de persoon die je bijstaat. Dat is heel wonderlijk en dan zie je dat de diepere overtuigingen steeds meer op de achtergrond komen te staan. Wat je ook ziet is dat tijdschrijven, dat wil in feite zeggen: declarabele uren produceren, wordt gebruikt om elkaar te beoordelen. Dat is niet goed. Daarom zie je ook dat veel jongeren afhaken. Het heeft, denk ik, te maken met een breder maatschappelijk proces over de wijze van omgaan met wat tegenwoordig veelal waarden en normen wordt genoemd. In wezen gaat het daarbij om diepe gevoelservaringen of het ontbreken daarvan.

 

Wat mij bijvoorbeeld ongelofelijk stoort is het gemak waarmee in reclamespots tere, zuivere menselijke gevoelservaringen “in scène” worden gezet om een kijker te bewegen een commerciële transactie aan te gaan. Ik kan daar moeilijk tegen! Ik ben daar heel intensief mee bezig geweest en heb daar veel over nagedacht. Ik geloof niet dat dat te maken heeft met het feit dat ik ouder word, want toen ik jong was had ik deze pijn ook al. De tijden veranderen wel, maar de fundamentele problemen en vragen van het leven blijven dezelfde. De makers van dit soort reclamespots leggen een verband tussen het beleven van de in scène gezette gevoelservaring en het vervullen of wekken van materiële verlangens. Zij zien over het hoofd dat dit verband van nature niet bestaat, in wezen tegennatuurlijk is. Door de reclamespot wordt de uitgebeelde of ten gehore gebrachte gevoelservaring als het ware gedegradeerd. Dat is in wezen gebrek aan eerbied voor wat teer en zuiver is. Misschien moet je wel concluderen dat de makers van deze spots deze gevoelservaringen zelf nooit hebben beleefd. Als dat zo was geweest, zouden zij er niet zó mee omgaan.

 

‘Door de reclamespot wordt de uitgebeelde of ten gehore gebrachte gevoelservaring als het ware gedegradeerd’

 

Misschien heeft mijn belangstelling voor kunst daar ook mee te maken. Er zijn voor mij dan twee dingen. Ten eerste meen ik dat kunst uit het innerlijke komt. Iemand ervaart iets, voelt iets en wil daar een vorm aan geven. Het tweede is dat echte kunstenaars daar ook voor leven, zelfs als ze daar maar een boterham met nauwelijks beleg mee verdienen. Dat realiseren zij zich en toch doen zij het. Dat vind ik eigenlijk het meest bewonderenswaardig. Wat mij altijd heeft beziggehouden en wat ik altijd als onrechtvaardig beleefde, is dat veel grote kunstenaars in armoede zijn gestorven, terwijl later tientallen miljoenen voor hun werken worden betaald. Dat begreep ik nooit. Ik ben executeur-testamentair geweest van een vooraanstaande zakenman, die ook een rol in het openbare leven heeft gespeeld. Hij had een heel mooie schilderijencollectie die na zijn overlijden werd geveild bij een groot veilinghuis in Londen. Aldus kreeg ik een bescheiden indruk van de internationale kunsthandel en van degenen die daarmee direct of indirect te maken hebben. Het is verbazingwekkend te ervaren hoe soms werken van grote meesters uit het verleden worden “afgewezen” om vervolgens hun weg te vinden naar een onbekende koper ergens in de wereld. Zo kunnen meesterwerken uit het zicht verdwijnen. Wanneer zij daarin terugkeren, weet niemand. Dat kan tientallen jaren duren. Soms eeuwen, zoals de ervaring leert.

 

Als ik iets zou kopen dan zouden het portretten zijn of stillevens. Ik ben ook dol op zeegezichten en landschappen. De wolken van Ruisdael vind ik fascinerend. Het is de herkenning. Mijn inmiddels overleden vrouw en ik hebben een bescheiden vakantiewoning gekocht op Goeree waar we samen vaak de wolken hebben bewonderd die zo bekend zijn van de schilderijen van de zeventiende eeuwse Hollandse meesters. Daar kijk je dan naar in het besef dat het vierhonderd jaar geleden ook zo is geweest. Dat relativeert enorm en verbindt ons met mensen die er lang voor ons zijn geweest. Schilderijen met wintergezichten vind ik ook prachtig, met dat ijs en die schaatsers. Als ik dat zie, denk ik altijd: wat zou ik graag als toerist Nederland zien zoals het toen was, met die kleine herbergen met rook uit de schoorstenen; waar je dan een rumoerige, rokerige gelagkamer binnenkomt waar mensen uit tinnen kannen bier zitten te drinken. Dat is pure nostalgie! Als je gaat schaatsen, kom je die plekjes nog steeds tegen. Dat herken je dan en dat geeft een warm gevoel.

 

‘Ik heb ontdekt te kunnen tekenen en zo op een andere manier leren communiceren over wat ik dacht en voelde’

 

Ik heb een tijd lang niet gewerkt omdat ik zwaar depressief was geworden. Dat is een aandoening die me is overkomen en die velen kan overkomen en waar je niets aan kunt doen, dat het je overkomt. In die tijd heb ik ontdekt te kunnen tekenen en zo op een andere manier leren communiceren over wat ik dacht en voelde. Voor een jurist kan dat heel bevrijdend zijn, omdat je in ons werk gewend bent om de werkelijkheid in woorden te vangen. Woorden schieten veelal te kort. Er bestaat een werkelijkheid, die niet in woorden is weer te geven. In het begin kon ik natuurlijk helemaal niet tekenen, maar op den duur kon ik steeds beter uitdrukken wat ik voelde. Wat ik tekende lijkt misschien het meest op de zoektochten van Mondriaan naar de ideale vormen. Ik heb dat tekenen als enorm genezend ervaren. Ik ben zeker een jaar lang intensief blijven tekenen nadat ik uit de kliniek kwam. Gaandeweg kreeg ik het weer zo druk dat ik er niet meer aan toe kwam. Alleen bij bijzondere gelegenheden heb ik het nog gedaan, bijvoorbeeld voor ons huwelijk met mijn vrouw die ik had leren kennen in de kliniek. We zijn in bescheiden kring getrouwd en hebben daarna aan dierbaren en bekenden een kaart gestuurd die ik had getekend. Door de manier waarop je dat doet, leg je iets van jezelf neer en dat is warm.

 

CV

Mr Johan Lodewijk Willem Sillevis Smitt is op 18 november 1932 geboren te Haarlem. Hij deed het gymnasium Alpha en daarna het kandidaatsexamen Theologie aan de Gemeente Universiteit Amsterdam. Daarna studeerde hij cum laude af voor zijn studie Nederlands Recht aan dezelfde universiteit. In 1961 begon hij als advocaat en procureur te Den Haag en in 1980 werd hij Rechtsgeleerd raadsman van H.K.H. Prinses Juliana en Z.K.H. Prins Bernhard. In 1982 werd hij Lid Raad van Bestuur Internationaal Juridisch Instituut te ’s-Gravenhage en in 1984 voorzitter van het Nederlands Arbitrage Instituut (lid sinds 1977). In 1985 werd hij directeur Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen en in 1989 voorzitter Raad van Commissarissen van de Onderlinge Levensverzekeringsmaatschappij ‘ ’s-Gravenhage U.A.’ (lid RvC sinds 1986) en in 1989 voorzitter Raad van Commissarissen N.V. Verzekeringsmaatschappij ‘Neerlandia van 1880′ (lid RvC sinds 1986). Andere feiten en data zijn dat hij tussen 1972 en 1992 Rechter-plaatsvervanger was van de Rechtbank ’s-Gravenhage, tussen 1975 en 1980 Rechtsgeleerd adviseur van het Koninklijk Huis, van 1978 tot 1986 Lid Staatscommissie Burgerlijke Rechtsvordering en aansluitend tot 1995 Lid Ministeriële Adviescommissie Burgerlijk Procesrecht. Verder was hij van 1990 tot 2002 Secretaris van het Bestuur van de Stichting Instituut voor Patiëntgebonden Psychiatrisch Onderzoek IPPO. Hij is van 1968 tot 1992 gehuwd geweest met Mr A.K. Tellegen, uit welk huwelijk een dochter en een zoon zijn geboren. In 1994 is hij getrouwd met Martien Stegerhoek van wie hij sinds april 2001 weduwnaar is.

 

Enkele andere interviews uit de serie ‘Passie voor kunst’:

unilever.span.jpgjan-des-bouvrie.jpgDSC_6216.sized.jpg__________________________________________________________

AL7_3005_SCHNABEL_480126b.jpgwinniesorgdrager.jpgimg3.jpg__________________________________________________________

Terug naar de homepage