Theo van Blaricum over perzische tapijten
‘OVER JE GELD LOPEN’
• wie? • wat? • met wie? • films • boeken • bladen • visie • media • contact • who?
Eerder gepubliceerd in Het Financieele Dagblad
Bij Perzische tapijten denken we vooral aan de bonte roodgekleurde kleedjes op de tafels van dorpscafé’s. Zo zijn ze opgeslagen in ons collectieve geheugen, als overblijfselen van het oude, donkere Hollandse interieur. De laatste twintig jaar deed het strakke, lichte interieur zijn intrede en daarmee verdween de vertrouwde Perzische tapijthandelaar uit het gezichtveld. Theo van Blaricum van Van Blaricum en Vis heeft vanuit zijn thuisbasis, het monumentale Utrechtse Singelhuis ‘Rustenburgh’ al lang geleden geanticipeerd op de veranderingen in smaak en vraag. En hij is daarin succesvol gebleken. Van Blaricum: ‘Tapijten, en zeker de nieuw gemaakte, rode, oubollige kleden zijn uit. Die wil niemand meer. Ik richt me sinds 1982, tegen de stroom in, op de oude en antieke kleden die de tand des tijds hebben doorstaan. Mijn klanten zijn internationale verzamelaars en mensen die hun huis hoogwaardig willen decoreren. Een zeer kapitaalintensieve markt, waardoor concurrentie het veld heeft moeten ruimen in Nederland; vooral aan de onderkant van de markt. Wij lopen bijvoorbeeld nu op een tapijt uit het zuiden van Azerbeidzjan, een Heriz, een kleed dat zo’n 75.000 euro opbrengt. Op veilingen in New York of Londen zijn deze tapijten zeer gewild bij verzamelaars en bij interior decorators. Het zijn kunst- en decoratieobjecten die mondiaal verhandelbaar zijn, of je nu in Milaan bent of in München. Op de laatste Pan verkocht ik zelfs een tapijt aan een liefhebber uit Boston.’
‘Mensen kopen pas een goed tapijt als de rest klopt:
de schilderijen, het porselein, het meubilair.’
Net als bij het beroemde antieke Chinees exportporselein werden deze tapijten vooral voor de export gemaakt. Van Blaricum: ‘Door het weer oppakken van de productie ontstond een nieuwe verscheidenheid in kleuren en vormen. De makers werden niet door dogmatische tradities of door fabrieksmatige werkwijzen beperkt in hun creativiteit.’ Binnen vaste vorm- en kleurenthema’s is de variatie en creativiteit enorm. ‘Vandaar dat deze tapijten het nog zo goed doen in onze interieurs’, aldus Van Blaricum. Zijn kleden horen in een interieur van mensen die al mooie schilderijen hebben en goed antiek meubilair: een Hollands landschap, een Louis XV commode, een stuk porselein uit de Kangxi periode. Daar hoort een gelijkwaardig kleed bij. ‘Maar’, zo zegt Van Blaricum, ‘vaak zijn kleden toch een sluitpost. Mensen kopen pas een goed tapijt als de rest klopt: de schilderijen, het porselein, het meubilair. In zekere zin is die huiver wel te begrijpen. Je legt het op de grond en loopt erover. Je loopt dus over je geld. Je hebt oude tapijten voor een paar duizend euro, maar de bijzondere, de gave van Serapi en Bakhshaish, brengen vijftig- tot honderdduizend euro op. Je moet dan wel wat overwinnen om daarover te lopen.’
koosdewilt@planet.nl
