Kunstenaars die uiteindelijk de kunsten vaarwel zeiden
UIT DE KUNST
Als kind waren ze de besten in de verre omgeving. Zo goed dat ze als kind de meest prestigieuze kunstopleidingen mochten doen. In klassiek gitaar, ballet en beeldende kunst. Ze zouden hun leven wijden aan de kunsten en werden getraind in een ijzeren discipline en in een absolute toewijding. Inmiddels zijn ze uit de kunst. Eén is succesvol advocaat geworden, de ander heeft een classy Bed & Breakfast en de laatste werd succesvol internet ondernemer. Waarom stapten ze uit de kunst? Wat namen ze mee naar het bedrijfsleven en wat lieten ze achter? En hebben ze soms nog wel eens spijt van hun keuzes? Door Koos de Wilt voor Het Financieele Dagblad

![]()
__________________________________________________________________
Alexandre Tardy (37), voormalig danser van Het Nationale Ballet
Nu: Eigenaar B&B La Remise
Nam mee: perfectionisme
‘Ik woonde intern, moest Engels leren, leefde super gedisciplineerd en zag mijn ouders maar een paar dagen per maand. Als kind accepteer je dat, maar het heeft ook een enorme impact.’
‘Ik leef nu mijn eígen droom’
Als kind wilde ik heel graag balletdanser worden, maar eigenlijk leefde ik nóg meer de droom van mijn ouders. Mijn vader, die huisarts was in het zuidoosten van Frankrijk, is een strenge en principiële man die een grote invloed had op mijn leven. Dansen leerde ik als jochie in het lokaal naast de klas waar mijn moeder yogales nam. En ik bleek talent te hebben. Zo veel dat mijn ouders besloten er werk van te maken. Op mijn tiende stuurden zij mij naar de prestigieuze Royal Ballet School in Londen. Ik kwam daar tussen allemaal kinderen die in dezelfde situatie zaten als ik. Als kind accepteer je dat, maar het heeft ook een enorme impact. Ik woonde intern, moest er als Frans jongetje ineens Engels leren, leefde zeer gedisciplineerd en zag mijn ouders maar een paar dagen per maand. Ik voelde een grote verantwoordelijkheid. Ik móest als danser slagen en alles erbuiten moest daarvoor wijken. Ik voelde me vaak heel alleen.
Toen ik achttien was, vertrok ik naar Parijs voor de finishing touch van mijn balletopleiding. Gelukkig was dat niet meer zo intens en woonde ik ook niet meer intern. Voor het eerst van mijn leven voelde ik mij echt vrij. Het waren de gelukkigste jaren van mijn leven. Daarna, op mijn 22ste, werd ik hier in Nederland aangenomen bij het Nationale Ballet. Een geweldig kans om bij zo’n gerenommeerd gezelschap te werken. Ik heb er de mooiste rollen mogen dansen, maar ik ben me er ook altijd van bewust geweest dat het succes op een dag voorbij zou zijn. Bij het Nationale Ballet werkten in die tijd dansers die toen de leeftijd hadden die ik nu heb en ik zag dat ze na hun carrière vaak in het diepe niets vielen. Er bestond geen wereld buiten de dans voor hun. Ik zag het niet zitten om dansleraar of choreograaf te worden na mijn danscarrière. Ik wilde een leven erbuiten. Onafhankelijk zijn. Ik had altijd vrienden naast het ballet en heb ook altijd belangstelling gehad in architectuur en design. Ik had ook al vroeg een eigen huis en een paar studio’s gekocht in Amsterdam die ik verhuurde aan expats. Als een soort back-up ook.
Op mijn 32ste kreeg ik een hernia en brak mijn danscarrière abrupt af. Eigenlijk was dat een bevrijding, een kans om een nieuw leven op te bouwen. Ik hoefde mijn ouders niets uit te leggen en ze hielpen mij ook verder te komen. Omdat ik goed kon rekenen en de discipline mij aansprak, heb ik toen eerst een studie accountancy gedaan. Maar daarin werken bleek vreselijk te zijn, veel te beperkt alleen maar spelen met cijfertjes. Gelukkig had ik mijn appartementen nog. En toen ontdekte ik dat ik met mijn andere passie, architectuur en design, ook iets kon doen. Een eigen bed & breakfast. Vaak zijn deze saai, maar doordat ik geleerd heb tot het uiterste te gaan en door mijn belangstelling voor mooie ruimtes, is die van mij tot in detail perfect. Inmiddels doe ik dit nu twee jaar en vind het fantastisch. Ik geniet enorm van de vrijheid die ik heb en mis de balletwereld in het geheel niet. Ik kan mijn drie kinderen zelf van school halen en tijd vrijmaken voor hun kinderfeestjes. Ik leef nú mijn eigen droom.
Sjoerd Rutten (49), opgeleid als klassiek gitarist
Nu: advocaat/partner Simmons & Simmons
Nam mee: discipline
‘Op het conservatorium heeft iedereen een sterke innerlijke drang om het instrument klein te krijgen. Ik deed rechten vanuit eenzelfde passie en ik begreep ook niet dat andere studenten er niet alles uit haalden.’
‘Discipline heb ik van het conservatorium’
Als jongetje was ik de beste van de muziekschool. Voor je het weet gaan docenten je dan helpen om je op het conservatorium te krijgen. Daar aangekomen, kom je studenten tegen die in een uur studeren konden spelen waar anderen een maand op zouden moeten blokken. In mijn jaar studeerden zo’n tien a vijftien studenten gitaar. Gemiddeld gaat één daarvan recitals geven in de kleine zaal ergens in het land en één in de vijf jaar studeert er iemand af die in de grote concertzalen mag spelen. Ik studeerde af met slechts een acht. Maar ik zag het wel zitten om muziekdocent te worden en andere leuke dingen met muziek te gaan doen. En toen ik studeerde leken er volop banen te zijn. Maar dat droogde snel op zo half jaren tachtig.

Ik woonde in die tijd in een studentenhuis boven een economiestudent die het wel leuk vond naar mijn muziek te luisteren en mij een keer zijn studentenvereniging liet zien. Daar kwamen geen conservatoriumstudenten, die hadden daar geen tijd voor, maar ik vond het wel wat. Ik werd lid en van het een kwam het ander en zo ben ik een keer mee geweest naar een college Rechten. Daar sprak de charismatische en vermaarde professor Jack ter Heide. ‘The meaning of a word is in the use’, zei hij bijvoorbeeld. Ik was meteen verkocht. Fantastisch vond ik het te leren hoe je met taal kon spelen. En je kon er ook nog een baan mee krijgen.
Op het conservatorium leer je discipline en voor het perfecte te gaan. Glenn Gould stopte met concerten geven toen hij merkte dan van de zes noten die hij met eenzelfde intensiteit moest spelen er eentje miniem afweek. Werkelijk niemand hoorde dat, maar hijzelf wel en daarom stopte hij. Die toewijding kenmerkt veel conservatoriumstudenten. Tijdens de rechtenstudie kwam ik ineens heel andere studenten tegen. Veel lijntrekkers, grap ik weleens. Studenten die liever in hun bed bleven liggen dan hun werkstukken te doen. Mijn groepje, een paar oudere studenten die ook al in Delft hadden gestudeerd, was van het soort dat de aanbevolen literatuur ook las. Haha. Op het conservatorium heeft iedereen een sterke innerlijke drang om het instrument klein te krijgen. Ik deed rechten vanuit eenzelfde passie en ik begreep ook niet dat andere studenten er niet alles uit haalden. Je kon gratis studeren met topdocenten en geweldige faciliteiten en studenten deden dat dan niet. Onbegrijpelijk!
Een slagwerker zei mij eens: ‘Het feit dat ik hier ingeschreven sta, geeft legitimiteit aan het feit dat ik de hele dag zit te drummen. Als het niet mijn studie zou zijn, dan zouden mensen met voor idioot verklaren’. Ik herken dat. Ik mis zeker het praten over muziek met mensen die er alles van weten en gepassioneerd zijn. Maar wat ik niet mis is de dagelijkse realiteit van violisten, slagwerkers en blazers die elke keer maar weer moeten proberen ergens bij een orkest te mogen spelen en ergens ver in het land tot laat te moeten optreden. Of wat moeten bijverdienen in het lichtere genre op vage plekken. Ik voel me nu als een vis in het water in de advocatuur en ik heb een hele leuke hobby: piano spelen. Op de piano verwacht niemand wat van me en kan ik mijzelf met recht amateur noemen, liefhebber.
Boris Veldhuijzen van Zanten (40), opgeleid als beeldend kunstenaar
Nu: Serial internet entrepreneur
Nam mee: think different
‘Mensen vragen weleens of ik het niet mis, kunstenaar zijn. Hoezo missen, denk ik dan. Feitelijk ben ik het nog steeds. Je bent kunstenaar omdat je op een bepaalde manier denkt en handelt, niet omdat je schildert of beeldhouwt.’
‘Door kunstonderwijs leer je anders denken’
De middelbare school was geen succes. Doordat ik dyslectisch ben en ook slechte ogen had, duurde het even voordat mijn leraren begrepen dat ik meer in mijn mars had. Ik zat uiteindelijk op mijn zesde school in een klas met kinderen die twee jaar jonger waren dan ik. Mijn ouders waren ten einde raad. Maar gelukkig zag ik op een dag dat er zoiets bestond als een circusschool, een school die je kunt doen in plaats van een gewone middelbare school. Ik was vijftien en jongleerde al en reed op een eenwieler en ik vond het wel een logische stap. Mijn ouders waren opgelucht dat ik eindelijk iets had gevonden.
Circusschool klinkt vrolijk en vrijblijvend, maar het is daar dat ik een ijzeren discipline heb opgedaan. Zoals je dat op elke kunstopleiding opdoet. Hoe hard het was merkte ik al snel. Ik weet nog toen één van mijn beste vrienden met zijn fiets tegen de trein reed en omkwam. Hij was enigst kind en het was werkelijk een drama. Ook voor mij. Mijn moeder belde naar school om te zeggen dat ik niet naar een optreden kon komen vanwege de begrafenis. Het enige wat de directeur van de circusschool zei was: ‘Uw zoon heeft een moeilijk vak gekozen mevrouw, maar the show must go on. Ik verwacht hem zaterdag om negen uur op school.’ En toen legde hij neer. Het was absurd, maar ik ben wel gegaan. Gelukkig heb ik nog wel op een andere manier één op één afscheid kunnen nemen van mijn vriend.
Na de circusschool ben ik naar de kunstacademie gegaan en daarna naar de Rijksacademie, een topopleiding waar duizenden mensen zich voor inschrijven en maar enkelen worden aangenomen. Daar kwam ik erachter dat ik internetondernemer wilde worden. Wat eigenlijk geen zijstap was, vond ik, omdat je precies doet wat je daar geacht wordt te doen: anders denken en doen. De werkelijkheid op een andere, maar toch ook herkenbare manier tonen. Steve Jobs zei daarom ook: Think different. Voortdurend anders denken en handelen. Geen succesvol internetbedrijf is succesvol geworden met het product waarmee ze ooit begonnen zijn. Ook Flickr en Google niet.
Mensen vragen weleens of ik het niet mis, kunstenaar zijn. Hoezo missen, zeg ik dan. Feitelijk ben ik het nog steeds. Je bent kunstenaar omdat je op een bepaalde manier denkt en handelt, niet omdat je schildert of beeldhouwt. Dat maakt kunstenaars ook zo leuke mensen. Een vriend van mij werd opgenomen in een gekkenhuis en toen ik dat hoorde, begreep ik eigenlijk pas goed waarom ik hem zo leuk vond: hij denkt anders en kan niet anders.
In het bedrijfsleven is zakelijk en financieel succes de graadmeter van succes. Maar zo werkt het bij mij toch meestal niet. Geld verdienen is belangrijk, essentieel ook om dingen te laten ontstaan, maar uiteindelijk wil ik liever de cover van de Wired bereiken. Dat is de Oscar in mijn wereld. Steve Jobs zei: ik wil niet de rijkste man zijn van de begraafplaats, maar een deuk maken in het universum. Dat wil ik ook. Ik vind het leuk als ik op een feestje iemand tegenkom die enthousiast vertelt over een of andere grote en invloedrijke blog, The Next Web Blog, en dan vraagt: ‘Ken je dat?’. Ik kan dan kan zeggen: ‘Dat is van mij’.
