Personen die het leven van topmanagers en ondernemers richting gaven
van Boris Velthuijzen van Zanten, internet entrepreneur
‘ ‘s Middags was ik bezig de stront uit de wc te schrapen en ’s avonds deed ik mijn kunstlessen.’
discipline Op school ging het niet. Ze dachten dat ik niet zo slim was, maar feitelijk had ik slechte ogen en was ik dyslectisch, wat toen nog een vrij onbekend fenomeen was. Ik kon dus op twee manier niet lezen. Ik was vijftien toen ik zes scholen had afgelopen voor ik uiteindelijk naar de circusschool ging. Mijn ouders waren zielsgelukkig dat ik eindelijk iets gevonden had waar ik voor ging. Ik wilde gelijk al naar de kunstacademie, maar dat kon pas als je achttien was. Op mijn zeventiende was ik volleerd jongleur en ben ik bij de Open Ateliers naar binnen gelopen, een soort creatief instituut in Rotterdam waar mensen avondcursussen doen. Ik kwam te spreken met de directeur Michael Willems die ik vertelde dat ik ze allemaal wel wilde doen, alle veertig cursussen. Ik had natuurlijk geen geld, maar hij stelde voor dat als ik twee ochtenden voor hem zou werken ik er twee per dag en eentje ’s avonds kon doen. Maar dan moest ik wel de WC’s schoonmaken, vloeren dweilen, stofzuigen en de gangen schilderen. Hij was heel streng, het moest echt goed zijn en dan liep hij met de vingers langs de randen. ‘s Middags was ik dan bezig de stront uit de wc te schrapen en ’s avonds deed ik mijn lessen. Maar dat motiveerde heel sterk. Ik had elke les verdiend door hard werken. Fotografie, tekenen, lithografie, etsen, schilderen, alle klassieke technieken. Ik heb er anderhalf jaar alles geleerd toen ik naar de kunstacademie kon.
‘Het is mijn kunstacademie, de leraren zijn er voor mij, het gebouw is er voor mij. Ik pakte dat heel letterlijk op.’
míjn academie Zonder middelbare school diploma werd ik toch bij alle drie de kunstacademies aangenomen waar ik me had ingeschreven. Ik ben uiteindelijk naar Enschede gegaan. De verste van huis. De eerste dag sprak directeur Sipke Huismans een welkomstwoord. Iedere academie heeft een reputatie, zei hij, en die wordt gemaakt door de studenten. Dus realiseer jullie: het is jullie kunstacademie, de leraren zijn er voor jullie, het gebouw is er voor jullie. Iedereen hoorde dat beleefd aan, maar ik pakte dat heel letterlijk op. En daar heb ik bijna misbruik van gemaakt. Ik gaf zelfs illegale nachtfeesten op school waarna we na afloop de boel weer opruimden zodat niemand het de volgende dag zou merken. Ook bij de computers die pas voor het tweede jaar waren, zei ik: het is mijn academie, dus ik wil ze nú gebruiken. Soms botste dat, maar Huismans moest er uiteindelijk wel om grinniken en kocht zelfs, om het financieel mogelijk te maken, tien exemplaren van een boek dat ik wilde gaan maken. Toen ik mijn eindexamenwerk had ingeleverd, zei de leraar dat het cum laude werk was. Kan dat dan, vroeg ik hem toen. Niet dus. Ik werd zelfs door Huismans gebeld dat cum laude niet bestond op school. Te laat, zei ik. Toen heb ik een stempel laten maken en dat aan de docent gegeven en er een handtekening bij laten zetten. Bij de administratie zeiden ze: hé, cum laude, dat kom je niet vaak tegen…
‘De alternatieve wereld die je als kunstenaar schept, werd door het internet overbodig.’
ruimte voor aanrommelen Na mijn eindexamen heb ik, net als vijfduizend anderen, toelatingsexamen gedaan bij de Rijksacademie en ben ik er als één van de vijftien aangenomen. Misschien wel mede omdat ik cum laude was afgestudeerd. Maar toen ontdekte ik internet. De alternatieve wereld die je als kunstenaar schept, werd door het internet overbodig. Ik wist nog niet welke rol er voor mij was op het net, maar wilde mijn talent als kunstenaar gebruiken om entrepreneur te zijn op internet. Maar daarvoor was ik natuurlijk niet aangenomen op de die prestigieuze post graduate opleiding, dacht ik. Ik ben toen naar directeur Jan Willem Schrofer gegaan om hem te vertellen dat ik me een soort oplichter voelde dat ik daar was. Maar hij zei: dat begrijp ik, maar hou de sleutel van je atelier maar. Je mag komen en gaan wanneer je maar wilt. Mijn metamorfose werd daardoor mogelijk gemaakt. En dat was heel moedig van hem, want veel leraren vonden het maar niks. Ik deed ook niks zichtbaars. Bij de open dagen heb ik mijn kamer ingericht en mensen gezegd dat ze gratis internetadvies bij mij konden krijgen. Mijn les is dat je soms een experiment aan moet gaan om ergens te komen. Mensen studeren iets en gaan maar zelden doen wat ze geleerd hebben. Zelfs de meeste rechtenstudenten worden geen advocaat of rechter. Geen enkel succesvol internetbedrijf is succesvol geworden met het product waarmee ze begonnen zijn. Zelfs Flickr en Google niet. Schrofer zag potentie in mij en vond dat dat ruimte moest krijgen.
Boris Veldhuijzen van Zanten (Delft, 8 augustus 1971) is één van Nederlands eerste internetondernemers. Hij is serial entrepreneur, oprichter van vele veelal aan internet gerelateerde websites. Samen met zijn twee vennoten, Hans-Poul Veldhuyzen van Zanten en Eric Visser, verkocht hij in 1999 het door hem in 1997 opgerichte V3.com (bekend van de redirectdomeinen come.to, surf.to en welcome.to). In 2003 verkocht hij Hubhop (Wireless Hotspot Provider) aan KPN (later bekend als KPN Hotspots). Hij startte een aantal ondernemingen waaronder TwitterCounter.com (Grootste statistieken service voor Twitter), The Next Web Blog (Een van de grootste blogs ter wereld. #12 in de top 200 miljoen) en Spread.us (een zeer innovatieve social sharing service). Hij nam het initiatief voor de Web 2.0-conferentie The Next Web. Van mei 2005 tot februari 2008 was hij voorzitter van IPAN (Interactive Professionals Associatie Nederland). Veldhuijzen van Zanten is de zoon van Marjolijn van den Assem, beeldend kunstenaar, en Victor Veldhuijzen van Zanten, architect.
