Van corporate dienstverband naar biologisch ondernemen

BETER ETEN

Ze waren de talenten van de grote multinationals Unilever, Douwe Egberts en Ericsson. Mooie bedrijven, waar je veel kunt leren en groeien. Bedrijven ook met gouden arbeidsvoorwaarden. Toch vertrokken deze mannen bij hun werkgever en begonnen voor zichzelf. Van een corporate dienstverband naar biologisch ondernemen. Waarom? Harm Jan van Dijk, Ron Langeveld en Drees Peter van den Bosch vertellen hun verhaal.  

 

Koos de wilt voor Het Financieele Dagblad

img431.jpg

img428.jpg

img427.jpg
img429.jpg

img433.jpg______________________________________________________________________

 

 

‘Elk moment is er 360 graden aan mogelijkheden voor je’

 

Harm Jan van Dijk (38)

Vroeger: logistiek manager en marketeer bij Douwe Egberts

Nu: eigenaar van overdekte marktplaats Landmarkt

 

img429_21.jpg

Na het Erasmiaans gymnasium in Rotterdam dreigde ik mee te gaan met vriendjes die gezellig in Groningen of Utrecht gingen studeren. Tot mijn vader ingreep. Hij was hoogleraar biochemie en bemoeide zich nauwelijks met de opvoeding, behalve die keer dat hij mij een lijst liet zien van alle studies in Nederland; zonder de stad erbij. Bij de top tien die ik aankruiste, zaten er negen in Wageningen. En dat werd het dus, Milieuhygiëne in Wageningen. Een gouden zet voor mij. Het was begin jaren negentig, de eerste milieupiek was op zijn top. Ik wilde iets doen voor mijn omgeving, maar wilde ook iets opbouwen. Mijn commerciële vriendjes maakten toen grappen als: even leren hoe het moet en dan een schip met afval in Afrika dumpen. Maar ik had ook vrienden die heel idealistisch bezig waren met een betere wereld. Ik zit daar tussenin.

 

img429.jpg

Na mijn studie ben ik de levensmiddelenindustrie ingegaan. Of je nu in een bak met stront roert of in een bak met kaas, wat erin gebeurt is qua proces min of meer hetzelfde. Ik ben stage gaan lopen bij Mars in Veghel. Een ongelofelijk mooi bedrijf, de grootste chocoladefabriek van de wereld. De ene keer liepen er Marsen en de andere keer Snickers over de band. Wat ik deed was groepen mensen motiveren en zorgen dat de processen strakker liepen. Daarna ben ik bij Douwe Egberts gaan werken. Ik had gekozen voor dit bedrijf, omdat de werknemers centraal stonden. Maar dat veranderde stukje bij beetje. Aandeelhouders werden belangrijker en alles werd steeds meer op de korte termijn gericht, heel Amerikaans en extreem prestatiegericht. Ik merkte dat de nieuwe lichting studenten niet automatisch meer bij een multinational als Douwe Egberts wilden werken. Het ging ze niet alleen meer over hoe geil een merk is, maar ook hoe het bedrijf in de wereld staat. En dat herkende ik wel.

 

‘Koffie moet overal vandaan kunnen komen. Men wilde geen afhankelijkheid van een plantage en zelfs niet van een land. Het ging om de goede prijs van de koffie en hoe dat in een smaakprofiel paste.’

 

In mijn laatste baan bij Douwe Egberts heb ik onderzocht of het mogelijk was een directe koppeling te maken tussen een bepaalde plantage en een specifiek product in Nederland. Maar dat paste niet in de structuren van de multinational. Koffie moet overal vandaan kunnen komen. Men wilde geen afhankelijkheid van een plantage en zelfs niet van een land. Het ging om de goede prijs van de koffie en hoe dat in een smaakprofiel paste. Toen bleek dat mijn plan niet ging werken, heb ik op een maandagochtend mijn baas een mail gestuurd om te melden dat ik weg ging. Ik was toen 32 en had geen idee wat verder. Ik had het ook niet aan mijn vriendin verteld, anders had ik logisch moeten uitleggen waarom ik weg ging. Veel mensen in de corporate wereld lopen met dit gevoel rond. Je zit in een gouden kooi. Je hebt je huis, je leaseauto etcetera en je verdient ook buitengewoon goed bij die gasten. Maar ik ben iemand die zijn hart volgt. Elk moment is er 360 graden aan mogelijkheden voor je. Je kiest zelf hoe je in het leven staat. Van huis uit heb ik geleerd vertrouwen in jezelf te hebben. In de familie hadden we filosofen en er werd aan de eettafel ook altijd fors gepraat. Iets geks kon altijd wel.

 

‘Er gebeurt altijd wel wat bij jou’, zegt mijn vriendin ook altijd. Of dat nu catamaranzeilen is of deze business, ik leef heel intensief. Met die mentaliteit ben ik dit bedrijf begonnen. En er zitten maar twee knoppen aan: ‘aan’ en ‘uit’. Of het werkt of het werkt niet. Hele risicovol dus. Ik ben dit begonnen vanuit een droom. Het leukste is je medewerkers bij je droom te betrekken. Ik zit daarbij niet elke dag aan de kleine knopjes, maar weet wel welke kant we op moeten. Ik kan dat overbrengen en mensen enthousiastmeren. De droom is goed en lekker eten voor grote groepen mensen beschikbaar maken. Ik geloof dat producten het lekkerst zijn als je ze direct bij de producent haalt. Verser, dus lekkerder en met meer aandacht geteeld. Onze lokale groenteboer bedekt elke bloemkool met de schutbladeren zodat ie zo wit mogelijk blijft en zijn smaak behoudt. Eigenlijk hoeft hij dat niet te doen, want zijn bloemkolen belanden op dezelfde hoop als die van zijn buurman die dat niet doet. Ik begrijp die buurman wel vanuit mijn corporate achtergrond. Boeren moeten heel veel geld investeren en mega-efficiënt werken om hun investeringen eruit te krijgen. Het is een hard bestaan en het heeft soms weinig met echt boer zijn te maken. In mijn formule kan hij weer boer zijn.

 

‘Wijnbouw is topsport’

 

Ron Langeveld (39)

Vroeger: software bouwer bij Ericsson

Nu: wijnbouwer wijngaard Dassemus

 

 

img433_2.jpg

Toen mijn ouders dertien jaar geleden hier naar het platteland verhuisde, begon ik met vijftig druivenplanten in hun achtertuin om mijn eerste flessen wijn te maken. Gewoon voor de lol. Een paar jaar later kochten mijn ouders drie hectare grond erbij en ben ik verder gegaan. Stapje voor stapje is het geworden wat het nu is. Deze wijngaard is geboren door een samenloop van omstandigheden. Niet een levenslange droom die in vervulling is gegaan. Banken stappen niet zo snel in zo’n nieuwe business. Bij een nieuwe varkensstal weten ze precies hoe het werkt, maar van Nederlandse wijnbouw hebben ze geen idee. Het is ook moeilijk plannen in deze business. Ik weet ook niet waar ik over tien jaar wil staan. Dat kun je gewoon niet weten. Ik probeer het elk jaar iets beter te doen en stukje bij beetje uit te breiden. Twee jaar geleden hadden we geen idee dat we een champagne zouden gaan maken en nu is die klaar.

 

‘Het leven hier op de wijngaard lijkt op toen ik met topsport bezig was. Je bent het hele jaar aan het trainen om de druiven goed te laten groeien. Je werkt naar een moment toe, de oogst en de wijn.’

 

img433.jpg

Dit werk is niet een logische keuze. Ik heb theoretische wiskunde in Leiden gestudeerd. Ik vond het een hele leuke studie met veel aparte types waartussen ik me goed thuis voelde. Mensen die de diepte ingaan en willen weten hoe iets echt zit. Je kunt na zo’n studie promoveren, maar de hele dag in zo’n kamertje zitten met een computer en een schoolbord vol formules sprak me niet zo aan. Na mijn studie ben ik bij Ericsson terecht gekomen, gedetacheerd door Origin. Werken in de software was heel aanlokkelijk als je net bent afgestudeerd. Je krijgt gelijk een auto, een laptop en in het begin vond ik het ook leuk werk. Je maakt echt iets. Maar op gegeven moment weet je niet meer weet waaraan je werkt. Je bent een klein onderdeeltje in een groot geheel. Het was een vervreemdende tijd ook, ik kwam samen met één andere techneut te werken onder vier managers die alvast op de groei waren aangenomen. Wij waren bezig met UMTS en het leek toen dat we dat de volgende dag konden uitrollen. Het moest snel, snel allemaal. Maar ook hier bleek dat dingen moesten rijpen. Nu pas zie je UTMS op de markt. Dingen hebben hun tijd nodig. Dat zie je ook in de wijnbouw. Doordat er de laatste tien jaar nieuwe druivensoorten zijn ontwikkeld is het pas sinds kort mogelijk om zo noordelijk een kwalitatief goede wijn te maken van druiven die goed resistent zijn. Dat is uiteindelijk een uitvloeisel van de Duitse biobeweging uit de jaren zeventig en tachtig.

 

Ik ken die lange trajecten uit de topsport. Al tijdens mijn studie zat ik in de Nederlandse selectie kanoën en deed mee aan Europese kampioenschappen. Ook toen ik bij Ericsson werkte, trainde ik drie dagen in de week en deed mijn wedstrijden. Na vier jaar werken, ben ik weggegaan om mijn niveau van sporten nog meer op het hoogste niveau te brengen. Daar lag mijn passie. Financieel was dat toen nog niet zo’n probleem, want als jonge sporter heb je niet veel nodig. Ik heb drie jaar lang full-time getraind en mijn wedstrijden gedaan met als doel de Olympische Spelen. Dat laatste is niet gelukt, helaas, maar ik heb wel een paar jaar heel intensief van de sport genoten. Na mijn sportcarrière heb nog wel gekeken wat ik verder wilde en ben zo bij wat bedrijven gaan kijken. Maar als bedrijven als Ericsson en Origin, die heel goed zijn in hun omgang met hun mensen, al niet bevallen, wat dan?

 

Ik wilde het hoogst haalbare bereiken in de kanosport en nu wil ik dat in het wijn maken. Ik doe alles zelf, naast het werk op het land en in de wijnkelder, doe ik ook de verkoop en marketing. Het is niet altijd even makkelijk. Mijn vriendin heeft een gewone baan en zij betaalt feitelijk al vijf jaar lang de hypotheek, het eten en gas en elektra. Ze werkt bij Raad voor de Rechtspraak in Den Haag en Brussel. We hebben een huis in Breda en door de week is ze veel in Den Haag en Brussel. In het weekend slapen we dan hier tussen de druiventrossen in een pipowagen. Het is voor haar soms ook heel vreemd om die werelden met elkaar te verbinden. Maar dit ben ik. Het leven hier op de wijngaard lijkt op toen ik met topsport bezig was. Je bent het hele jaar aan het trainen om de druiven goed te laten groeien. Je werkt naar een moment toe, de oogst en de wijn. En je moet geduld hebben. Net als in de sport is het soms ook behoorlijk monotoon. ‘s Avonds aan tafel heb ik soms alleen te melden dat ik weer twee rijen heb gesnoeid. Erg vind ik dat niet, het is soms bijna meditatief.

 

 

‘STA IK TOCH WEER TUSSEN DE BOEREN’

 

Drees Peter van de Bosch (37)

Vroeger: Sales manager Unilever

Nu: mede-eigenaar Willem&Drees

 

img427_2.jpg

Mijn vader was eerst sceptisch toen ik hem vertelde dat ik mijn baan bij Unilever zou opzeggen. Het is een mooi internationaal bedrijf met prachtige carrièremogelijkheden, vond hij. En ik begreep wel. Als je overweegt weg te gaan bij zo’n organisatie, maak je je grote zorgen over wat je allemaal zult missen: je leaseauto, je pensioen, je automatische verzekeringen, je vaste salaris etc. Maar het moment dat je eruit bent gestapt, is dat het geen item meer. Of eerder: je denkt er niet meer over na. De dingen die je belangrijk vond, blijken dan ineens helemaal niet zo belangrijk meer te zijn. Het zijn ook schijnzekerheden. Ik had een kleine tien jaar bij Unilever gewerkt en vond het een superleuk bedrijf met leuke mensen, maar ik vroeg me ook af of ik op mijn zeventigste terug wilde kijken op een carrière waarbij mijn belangrijkste prestatie zou zijn dat Nederlanders twee keer zoveel Magnums zijn gaan eten.

 

‘Ons eten komt werkelijk overal uit de wereld vandaan, behalve uit de buurt. Dat is toch eigenlijk te gek voor woorden, dacht ik toen.’

 

img428.jpgimg427.jpg

Mijn ouders hadden een melkveebedrijf. Ik ben dus opgegroeid tussen de boeren, maar ik zag mezelf niet werken als boer. Ik ging wel studeren in Wageningen tussen andere studenten met een agrarische achtergrond, maar wilde vooral iets bijdragen aan een betere wereld over vijftig jaar. Na mijn studie begon ik bij Unilever. Dat is zeker een bedrijf dat zeker z’n verantwoordelijkheid neemt, maar ik moest ook vaak fronsen als ik ’s avonds op tv een Bertolli reclame zag van een Italiaans dorp waar op ambachtelijke manier saus gemaakt wordt. Het contrast met de werkelijkheid kon niet groter. Feitelijk is er één fabriek in Azië waar alle pastasaus voor heel Europa wordt gemaakt. De band tussen consument en de producent is compleet weg. Bij mij viel het kwartje echt toen ik een boer sprak die zijn appels aan het plukken was en vertelde dat hij ze aan de straatstenen niet kwijtraakte. Een half uur later was ik bij een supermarkt in de buurt waar geen Nederlandse appel te koop was. Dat is toch eigenlijk te gek voor woorden, dacht ik toen. Ons eten komt werkelijk overal uit de wereld vandaan, behalve uit de buurt. Het is als met veel dingen in de moderne wereld. Die lijken logisch, maar blijken, als je er even over nadenkt, helemaal niet zo te zijn. Zoals een huis kopen dat je helemaal niet afbetaalt bijvoorbeeld. Ik begrijp wel hoe dat zit met de hypotheekrenteaftrek, maar het blijft apart. Het is ook raar dat je als teler je producten niet aan plaatselijke winkels mag verkopen. Dat heeft natuurlijk te maken met subsidies, maar raar blijft het. Mensen willen de logica weer terug. Dat je de appels uit de buurt gewoon in de in supermarkt in de buurt kunt kopen.

 

Natuurlijk moet er een stroom zijn voor massaconsumptie, maar als de hele voedselketen in één hand komt, kan dat niet goed zijn. Supermarktketens willen wel anders, maar kunnen het vaak niet. Wij wel. Wij doen eigenlijk het omgekeerde wat supermarktketens doen. Wij kiezen een fruitboer uit die bijvoorbeeld mooie Cox appels teelt, we kopen zijn appels in de oogsttijd op en verkopen ze direct aan winkels, cateringbedrijven en een supermarkt in de buurt. Als de oogsttijd van Cox voorbij is, zoeken we naar appels die later rijpen. Zo doen we dat ook met andere groente en fruit. Consumenten vinden het allemaal leuk om iets uit de buurt te eten, appels die ze hebben zien groeien terwijl ze op de fiets naar hun werk gaan. Maar dat moet niet te ingewikkeld zijn. Die appels moet je gewoon in de supermarkt kunnen kopen. Daar wordt zo’n tachtig procent van alle groente verkocht. Wij brengen onze producten daar naartoe.  

 

Ik doe dit bedrijf samen met mijn zakenpartner Willem, met wie ik bij Unilever jarenlang heb gewerkt.  Hij wilde altijd al ondernemer worden. Eerst leren hoe het moet en dan zelf doen. Ik had niet perse het idee om ondernemer te worden, maar op gegeven moment ben je er klaar voor. Ik wilde niet meer de hele dag bezig zijn met anderen overtuigen. Ik wilde mijn eigen keuzes maken en het dan ook gewoon zelf doen. Vanmorgen bijvoorbeeld heb ik hier aardbeien staan stikkeren en heb wat staan praten met de chauffeurs. Daarna heb ik even, met de benen op tafel, met Willem over onze strategie gesproken. Gelukkig blijkt onze tijd bij Unilever welbesteed. Ongemerkt hebben we er veel geleerd: goede businesscases plannen, merken bouwen en bijvoorbeeld leiding geven vanuit vertrouwen. Allemaal kennis en ervaring die ik dagelijks kan gebruiken en die heel welkom is in deze business. En nu sta ik toch weer tussen de boeren, net als vroeger.