BERT TEUNISSEN, FOTOGRAAF  

‘A SUNDAY AFTERNOON FEELING’

 

Met name in de VS en overal in Europa is veel aandacht gehad voor het project ‘Domestic Landscapes’. Kennelijk wordt het overal herkend. Toen ik exposeerde in New York, was het eerste wat men zei: ‘Hé, Vermeer’. In eerste instantie vond ik dat een te gemakkelijke associatie. Pas toen ik naar de Frick Collection ben gegaan en daar een paar Vermeers en Rembrandts had gezien, zag ik eigenlijk pas echt goed waar ik zelf mee bezig ben. Ik ontdekte dat schilders als Vermeer en Pieter de Hooch, maar ook negentiende-eeuwse schilders als Jozef Israels, op eenzelfde manier gebruik maakten van het licht als ik doe in mijn fotografie. 

Licht is in principe niks, maar het is het licht dat op objecten valt die de sfeer maakt.

 

Het project ‘Domestic Landscapes’ is min of meer toevallig ontstaan. De eerste foto maakte ik toen ik door een gehucht fietste in Castelnau, ergens in het zuidwesten van Frankrijk. Toen ik een jaar later voor een advertentie voor jenever in Nederland fotografeerde,  in het dorp waarin ik geboren ben, kwam ik erachter dat het licht daar hetzelfde was als ik eerder gefotografeerd had in Frankrijk. Ik werd erdoor gegrepen. Inmiddels heb ik op veel plaatsen in Europa gefotografeerd. 

Wat je op de foto’s ziet, zijn steeds interieurs die, door de architecturale standaardisatie die je overal in de wereld ziet, gedoemd zijn te verdwijnen. Ideeën over het leven en hoe het geleefd moet worden, veranderen stukje bij beetje, zonder dat we het door hebben. De manier waarop Europeanen vele honderden jaren geleefd hebben, lost op en komt nooit meer terug. Voor de reizen ben ik steeds twee tot drie weken van huis en rij ik samen met een tolk duizenden kilometers door afgelegen gebieden. We zitten dan dagenlang in de auto op zoek naar de huizen. Iedereen vraagt zich bij het zien van de foto’s af waar het is. Bij tentoonstellingen, maar ook in het boek, geef ik dat niet zomaar weg; het is in eerste instantie niet relevant. Men blijft het vragen, maar het gaat daar niet om. Je moet kijken naar wat je op de foto ziet. De beelden roepen bij iedereen eigen associaties op. Een curator, maar ook een toevallige bezoeker, maakt zijn eigen verhaal. Die eigen associaties maken het werk interessant. 

De rode draad in mijn werk is steeds het specifieke daglicht, dat, meestal vanaf één kant binnenvallend, die sfeer creeert die wij kennen uit de werken van de oude Nederlandse meesters.

 

Licht is in principe niks, maar het is het licht dat op objecten valt die de sfeer maakt. De rode draad in mijn werk is steeds het specifieke daglicht, dat, meestal vanaf één kant binnenvallend, die sfeer creeert die wij kennen uit de werken van de oude Nederlandse meesters. Dat licht heeft feitelijk niets met een bepaald tijdstip van de dag te maken of met de camera die ik gebruik. Het heeft alles met architectuur te maken. Het is een licht dat we in onze doorzonwoningen, waar licht van alle kanten binnenkomt, niet meer kennen. In de tijd dat er nog geen elektriciteit was, werd de grootte en de plaats van de ramen geheel afgestemd op hoe en wanneer het daglicht binnenkomt. Dit bepaalde tevens hoe de ruimte gebruikt diende worden; de indeling van de ruimte werd hierdoor gedicteerd. Dat geeft die typische sfeer.

 

Ik ben ook geboren en opgegroeid in een huis met die atmosfeer. Op mijn achtste hebben mij ouders dat huis afgebroken om er een jaar later een modern huis voor in de plaats te zetten. Ik realiseerde mij toen opeens dat ik die sfeer, die spulletjes die ik er zag, kwijt was en nooit meer terug zou zien. De ruimtes van ons oude huis zijn in mijn geheugen gegraveerd, maar zijn feitelijk voor altijd verdwenen. In mijn fotografie ben ik daar nog steeds naar op zoek naar die ruimtes met een tijdloze sfeer. 

  • Facebook - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle