'Ik ben geen fotograaf'

Kunstenaar Ulay over Polaroid foto’s en zijn kunst

De meeste kunstliefhebbers kennen de Duitse kunstenaar Ulay (Solingen, 1943) van de performances die hij in de jaren zeventig en tachtig maakte met de Servische kunstenaar Marina Abramovic. Maar in zijn Polaroids toont hij zich misschien wel als de ultieme kunstenaar. Vanaf januari 2016 is er bij het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam een tentoonstelling met zijn Polaroids uit de Rabo collectie. Voor Wijzer sprak Koos de Wilt met de inmiddels 72-jarige kunstenaar.’ Door Koos de Wilt voor Wijzer van Rabobank

Waarom koos u ooit voor Polaroids als uw medium?

‘In 1969 kreeg ik voor het eerst een Polaroid camera in handen, een kleine camera. Dat was in die tijd nieuw en magisch. Als je toen een foto nam, hypnotiseerde dat mensen. Normaal gesproken komt de fotograaf iets halen en laat geen spoor achter. Ik gaf altijd de eerste Polaroid aan degene die ik fotografeerde en had direct een soort geefrelatie met zo iemand. Ik die tijd woonde en werkte ik al in Amsterdam en kwam zo in contact met mensen met het Europese hoofdkantoor dat in Amsterdam was gevestigd. Ik liet ze mijn Polaroids zien en die vonden ze ongelofelijk. Ze vroegen mij of ik als consultant in Amsterdam, Londen, Parijs, Rome en New York portretten van de stad wilde maken. Een jaar lang vloog en verbleef ik in die steden, en kreeg steeds het nieuwste film- en cameramateriaal mee. Ook kunstenaars als Warhol, Rauschenberg, Lucas Samaras en Chuck Close, toen nog niet de namen die het later zouden worden, kregen dat materiaal en daarmee creëerde het bedrijf een geweldige collectie van Polaroid foto’s. Tot op de dag van vandaag werk ik met de camera’s en de mensen van het bedrijf. Ik heb weinig met digitale fotografie. Mensen maken dagelijks miljarden foto’s die nauwelijks beklijven. Het devalueert zichzelf voortdurend. Voor mij zijn de grote formaten Polaroids de Rolls Royce van de fotografie. Ze zijn technisch subliem in de waarheidsgetrouwe reproductie en representatie.’

 

Regelmatig vertelt u de wereld dat u eigenlijk geen fotograaf bent…

‘Als je naar mijn oeuvre van vele duizenden foto’s kijkt, ben ik eigenlijk ook geen standaard fotograaf. Fotografen proberen elkaar en zichzelf te overtreffen met plaatjes die superlatieven zijn van esthetische, morele en soms sensationele beelden. Ik ben niet bezig met het beheersen van het licht op van een set, maar probeer gewoon vast te leggen wat er is. Dat maakt me anders. ’

 

Wat hebben uw Polaroids te maken met de performances?

‘Het lichaam is het ultieme medium. In de kunst is het lichaam het medium par exellence. Fotografie is mijn tweede huid. Ook in communicatie is het persoonlijke contact van persoon tot persoon het meest wezenlijk. Sociale media zijn daarom ook helemaal niet sociaal. Van 1970 tot 1975 gebruikte ik de kleine Polaroidcamera op tripot waarmee in honderden zelfportretten maakte. Ik gebruikte Polaroids in mijn zoektocht naar identiteit. Deze zoektocht heeft met mijn persoonlijke geschiedenis te maken. Als baby onderging ik in Duitse schuilkelders de Engelse bombardementen. Ik ben verwekt in de tijd dat mijn vader net was teruggekomen als soldaat in de Slag om Stalingrad. Hij stierf getraumatiseerd op mijn veertiende, en mijn moeder een jaar erna nadat ze in de bossen was gevlucht en geen contact meer had met de buitenwereld. Ik was 15 toen ik wees werd en moest het in mijn eentje rooien. Ik wilde weten wie ik was en richtte de camera op mezelf waarbij ik acteerde als travestiet, als dakloze, als dronkaard en ik deed piercings, tatoeages en transplantaties. ‘Performatieve fotografie’ noemde ik dat. Maar ik ontdekte op den duur dat ik met de Polaroids die ervan maakte aan het oppervlak bleef. Op een foto kun je duizenden keren je identiteit veranderen. Het bracht me nergens.’

 

Toch bent u later weer teruggekeerd naar fotografie…

‘Later ben ik met grote Polaroid camera’s gaan werken. Daar kun je levensgrote portretten mee maken en die zijn sterk gerelateerd aan performances, aangezien die ook life size zijn. De filmcriticus André Bazin liet mij in zijn essay The Ontological of the Photographic Image inzien wat de waarde is van levensgrote beelden. Ik ging daarmee experimenteren. Kunstenaars als Man Ray maakten al fotograms, dat wil zeggen een afdruk van een voorwerp dat in de donkere kamer direct op lichtgevoelig materiaal is gelegd en vervolgens belicht. Vaak gebeurde dat op klein formaat. Ik maakte levensgrote fotograms. Ik belichtte mensen en maakte negatieve silhouetten van ontbrekende personen. Ik experimenteerde verder en ben zo ik in Boston terecht gekomen waar ik ín een grote Polaroid camera van drie bij vier meter ben gekropen om met een infrarood lantaarn op de negatieven te werken. In zo’n camera konden twee personen in zwarte pakken werken, en die camera kon in 19 seconden portretten van 2,40 bij 1,12 in full colour maken. Het ultieme in fotografie vind ik die Polagrams nog steeds.’

 

U bent niet dol op de kunstmarkt…

‘Ik ben een onorthodox kunstenaar. De meeste kunstenaars maken hun werk, hangen het in een lijst en maken tentoonstellingen. Ik ben daar nooit geïnteresseerd in geweest. Ik houd mijn werk ook het liefst voor mezelf. Ook wilde ik niets te maken hebben met de zogenaamde kunstmarkt. Een markt die tegenwoordig enorm groot en machtig is. Dat is een Amerikaans concept. Amerikanen maakten van kunst een commodity. Voor mij heeft kunst met ethiek en esthetiek te maken. Esthetics without ethics equals cosmetics, zei ik al in de jaren tachtig en daar sta ik nog steeds achter. Heel mijn leven ben ik flexibel geweest. Als ik meer geld heb, geef ik meer uit, als ik minder heb, besteed ik minder. Ik heb een nederig leven. Ik heb geen enkel onroerend goed en leef als een nomade. Zonder vast inkomen heb ik ook nooit een hypotheek kunnen krijgen en ik heb ook nooit gespaard om een huis in cash te kopen. Ik leef van de hand in de mond. Dat ik mij nooit verbonden heb met de kunstmarkt heeft mijn enorme tevredenheid gegeven. Nog steeds. Er is geen geld in de wereld die mij van is dit principe, van deze filosofie kan afhouden.’

 

Wie is ulay?

Jarenlang dreven Frank Uwe Laysiepen, beter bekend als Ulay, en Marina Abramovich (1946), performances tot het uiterste door pijn en uitputting, zoals de performance op de Biënnale in Venetië van 1976 waarbij zij naakt en eindeloos tegen elkaar botsten tot ze het niet meer uithielden. In hun laatste gezamenlijke performance in 1988 liepen ze over de Chinese Muur, waarbij ze elk aan één kant begonnen om elkaar na drie maanden halverwege te treffen. Toen werd het stil tussen de twee, en is Ulay vooral veel gaan fotograferen. Tot de twee elkaar na 22 jaar weer zagen bij de tentoonstelling 'Marina Abramovic: The Artist is Present’  in het MoMA. Tijdens de tentoonstelling zat Abramovic in het atrium in stilte op een stoel en kreeg bezoekers voor zich. Op de eerste dag schoof Ulay aan. Tientallen miljoenen mensen bekeken het emotionele Youtube-filmpje daarvan.

‘BEWAREN VOOR MEZELF’

‘De Polaroids die ik zelf in mijn bezit heb, zijn allemaal in uitstekende staat. Ik heb conserveren geleerd van Charlie Chaplin. Zijn celluloid films uit de jaren twintig en dertig zijn nog in extreem goede staat. Hij deed alles om zijn werk goed te kunnen bewaren in dozen waar vocht, stof en temperatuur geen kwaad konden. Zelf reis ik voortdurend, maar ik zorg er wel voor dat mijn Polaroids, mijn negatieven en dia’s op een vaste plek goed bewaard worden. Dat is een paradox. Ik doe dat voor mezelf.’

DE WERELD ALS ATELIER

‘Ik heb nooit een atelier gehad, zoals een traditioneel kunstenaar dat heeft. Een plaats waar je je kunt terugtrekken en kunt contempleren over je werk. Vanaf het moment dat ik mezelf kunstenaar ben gaan vinden, werkte ik al gelijk met nieuwe media, dus fotografie, video of performance waar ik geen studio voor nodig had. In de afgelopen 45 heb ik het nooit gemist. Mijn studio is de wereld en mijn werk vindt plaats in de sociale context, een openbare ruimte of institutie. Behalve als ik mijn grote Polaroids afdruk. Dan huur ik zo’n ruimte, maar die ruimtes zijn te duur om uitgebreid te contempleren.’

​TENTOONSTELLING ULAY - POLAROIDS

23 januari – 27 maart 2016 Nederlands Fotomuseum Rotterdam

 

Voormalig hoofd Kunstzaken Marieke van Schijndel heeft al in de jaren negentig werk van Ulay aangekocht voor de verzameling. Kwalitatief hoogstaand werk volgens Ulay zelf, werk waar hij ‘met een traan in zijn ogen

DE WERELD ALS ATELIER

‘Ik heb nooit een atelier gehad, zoals een traditioneel kunstenaar dat heeft. Een plaats waar je je kunt terugtrekken en kunt contempleren over je werk. Vanaf het moment dat ik mezelf kunstenaar ben gaan vinden, werkte ik al gelijk met nieuwe media, dus fotografie, video of performance waar ik geen studio voor nodig had. In de afgelopen 45 heb ik het nooit gemist. Mijn studio is de wereld en mijn werk vindt plaats in de sociale context, een openbare ruimte of institutie. Behalve als ik mijn grote Polaroids afdruk. Dan huur ik zo’n ruimte, maar die ruimtes zijn te duur om uitgebreid te contempleren.’

  • Facebook - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle