In 2009 interviewde Koos de Wilt voor het boek De weg naar succes 18 allochtone vrouwen op hun weg naar succes. Wat zijn hun professionele ervaringen en hun levenservaringen?Hieronder het verhaal van de beleidsmedewerker JihanTouzani, wiens ouders uit Marokko kwamen.

Jihan Touzani, Marokkaanse

 

‘Mensen willen voor alles zichzelf kunnen zijn’

 

Jihan Touzani voelt zich tegelijkertijd Amsterdamse, Marokkaanse, Nederlandse en wereldburger. Maar door 11 september wordt ze gedwongen te kiezen. ‘Onzin’, volgens Jihan: ‘Ik ben het allemaal. Pas als mensen zichzelf kunnen zijn, kun je toenadering verwachten, eerder niet.’

 

‘Veel Marokkaanse meisjes doen het goed op school. Dat heeft onder andere te maken met het feit dat ze minder vrijheid hebben’, aldus Jihan Touzani (28), junior beleidsadviseur bij de gemeente Amsterdam en de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling bij de afdeling onderwijs: ‘Sowieso worden meisjes meer geacht het goede voorbeeld te geven en dus meer hun best doen op school’. Zelf deed ze de lerarenopleiding Spaans en heeft even voor de klas gestaan bij een ROC, maar merkte dat het niet haar passie was. ‘Ik was vooral bezig met het opvoeden van de kinderen en daardoor kwam er niks van het Spaans terecht. Ik ben mij toen gaan afvragen waarom de dingen in het onderwijs niet goed geregeld waren. Zo ben ik uiteindelijk gaan doen wat ik nu doe. Onderwijs vind ik essentieel om de huidige problemen op te lossen en mensen een toekomst te geven. Iedereen moet toegang kunnen krijgen tot goed onderwijs. Het is nu nog steeds zo dat autochtonen beter opgeleid zijn dan allochtonen. Het groeit naar elkaartoe, maar dat gaat heel langzaam. Wat ik met mijn werk willen bereiken is de diverse minderheden een betere opleiding te laten genieten zodat uiteindelijk iedereen daar wijzer van wordt. Ook de Nederlanders.’ 

 

‘We leven in Amsterdam in een multiculturele stad, maar die bestaat voor de meeste mensen alleen in de krant’

 

‘Sinds 11 september, Fortuyn, Hirshi Ali, Scheffer etc.zijn we teruggevallen in de tijd en zijn we weer opnieuw bezig dingen op te bouwen. Distantiering en angst zijn overal aanwezig. Vooral ook hier in Amsterdam. De populisten willen over de rug van de allochtonen carrière maken.Dat vrienden van mij uit Buitenveldert de auto niet durven te parkeren in Osdorp, zegt genoeg. En ook het feit dat je in het uitgaansleven in Centrum, Amsterdam-Zuid en De Pijp geen allochtonen vindt, is een slechte ontwikkeling. Allochtonen in de vriendenkringen van autochtonen zie je nauwelijks. Sowieso worden de woorden ‘allochtoon’ en ‘autochtoon’ alleen in Nederland gehanteerd, in het buitenland niet. Ik zou het mooi vinden als alles meer gemengd zou worden in Amsterdam, juist ook scholen. Maar dat kun je niet afdwingen. We leven in Amsterdam in een multiculturele stad, maar die bestaat voor de meeste mensen alleen in de krant. Ze leven er niet in. Natuurlijk zie ik dat er heel veel gebeurt. Er zijn enorm veel projecten waarbij mensen hun best doen dingen beter te laten verlopen. Maar sinds 11 september en wat daarop volgden, zijn we op veel punten op een achterstand geraakt. Mensen zijn anders gaan denken. Dingen zijn uit balans geraakt. Ik was 22 toen de torens instortte op Manhattan, dus ik heb duidelijk kunnen ervaren hoe het ervoor én erna was. Sinds 11 september ben ik ineens ‘allochtoon’ en ‘islamitisch’ geworden. Althans, zou werd mij steeds meer duidelijk gemaakt. Ik vind dat niet erg, want dat ben ik ook, maar daar werd daarvoor minder op gelet. Sinds die tijd wordt mij, als er iets gebeurt, gevraagd uit te leggen wat die jongens bezielt. Ik weet dat niet, ik ken die jongens niet.’ 

 

‘Ik draag mijn geloof niet op mijn hoofd, maar in mijn hart’

 

‘Ik ben hier in Amsterdam geboren en opgegroeid en het is mijn thuis. Maar ik kom ook heel graag in Marokko. Ik ga elk jaar met heel veel plezier naar Tanger, waar mijn ouders vandaan komen. Ik heb één leven en in dat leven horen mijn familie, mijn werk, mijn vrienden, Marokko, Nederland, Amsterdam en de hele wereld. Die verbinding tussen dat alles is ons Marokkanen afgenomen. Dat generaliseren heeft ons heel erg in de problemen gebracht. De hoofddoek speelt daarin een rol. Maar een hoofddoek kan van alles betekenen en van alles zeggen over de draagster ervan. Een hoofddoek is vooral een traditioneel, cultureel verschijnsel, meer nog dan een religieus. Het is een geuzenteken, maar ook een modeverschijnsel. Modeontwerpers spelen daar dan weer mee. Het heeft met religie te maken, maar veel meer met 11 september en met angst. Ik heb het daar kort geleden met mijn Marokkaanse vrienden over gehad. Toen wij op de middelbare school zaten, droeg bijna niemand een hoofddoek. Nu zie je dat veel meiden het wel en veel meiden ze niet dragen. En ja, met kleding laat je zien waar je bij wilt horen. 11 september heeft ervoor gezorgd dat we in een hokje gestopt werden – die van Marokkaans/islamitisch. Dan zie je dat die meisjes opstandig worden. Zo van: wij zijn wij en jullie zijn jullie. Dat wordt versterkt als veel meiden in je omgeving een hoofddoek dragen. Dan hoor je erbij. Ik draag zelf geen hoofddoek, omdat ik het niet bij mij vind passen. Ik draag mijn geloof niet op mijn hoofd, maar in mijn hart. Maar als anderen dat wel willen uitdragen, dan vind ik dat ze dat vooral moeten doen.’ 

 

‘Pas als je mensen niet dwingt te assimileren kun je

echte toenadering verwachten. Eerder niet.

 

‘Het stereotype beeld is dat Marokkaanse mensen harde werkers zijn, volhouders, goede werknemers die ook niet zoveel zeuren. Ze zijn altijd gewend om hard te werken. Maar dat moet je ook niet te veel generaliseren. Zul je net zien dat je een luie Marokkaan aanneemt als je van dit stereotype beeld uitgaat. Ik zeg altijd: je hebt van alles wat. Er bestaat niet iets typisch Marokkaans. Berbers zijn in eerste instantie Berber en Arabieren in eerste instantie Arabier. Ik ben Arabisch en ik heb veel Arabische- en Berbervrienden. Maar als Berbers onder elkaar spreken dan versta ik daar helemaal niets van. Berbers onder elkaar verstaan elkaar soms ook niet. In het noorden wordt er een heel andere taal gesproken dan in het zuiden. Marokkanen kunnen ook makkelijk switchen omdat ze gewend zijn aan die verschillen. Daar ligt een deel van de oplossing. Je moet de verschillen laten bestaan en beginnen met allochtonen te accepteren hoe ze zijn. Als je dat niet doet, dan krijg je een reactie van: jullie zien ons toch als allochtonen, islamieten en terroristen? Nou, dan gaan we een hoofddoek dragen en afstand nemen. Pas als je mensen niet dwingt te assimileren kun je echte toenadering verwachten. Eerder niet. Dus kappen met het elke dag maar weer stigmatiseren. Belangrijk is dat iedereen mag zijn wie die is en vandaar uit een manier vindt om samen te leven.’ 

 

‘Dankzij de moslims kon de bijbel vertaald worden in Europa en zijn veel filosofische teksten van de oude Grieken overgeleverd’

 

‘Er wordt vaak terecht gezegd dat de islamitische cultuur geen verlichting heeft gekend en dat is inderdaad een probleem. Door het ontbreken ervan gaat de rechtvaardiging van wat mensen doen en denken heel ver terug in de tijd en zijn sommige dingen moeilijk te rijmen met de moderne tijd. Aan de andere kant: tussen 711 en 1492 was er in het tegenwoordige Spanje een islamitische hoogcultuur, compleet met hoogwaardige medische kennis, wetenschap, poëzie en filosofie. Dankzij de moslims kon de bijbel worden vertaald in Europa en zijn veel filosofische teksten van de oude Grieken overgeleverd. Dat nuanceert je gedachte over de achterlijkheid van de islamitische cultuur. Ook de rol van de vrouw kun je nuanceren. Niet alleen heeft Mohammed VI laatste tijd veel gedaan de rol van de vrouw te verbeteren, maar wat weinig Nederlanders doorhebben is dat het meestal de vrouw is die de broek aanheeft in allochtone gezinnen. Zij bepaalt wat er gebeurt, zij is de krachtige partij en laat zich niets op de mouw spelden. Vrouwen staan helemaal niet onder druk en voelen zich veelal tevreden over hun situatie. Daar hebben ze Hirshi Ali helemaal niet voor nodig. Ook in huwelijkskwesties niet. Ik zou me kunnen voorstellen dat ik met een Nederlandse man zou trouwen. Mijn vader en moeder zouden daar ook geen problemen mee hebben. Maar dat vraagt wel veel van je. Je moet sterk in je schoenen staan. Je moet steeds opnieuw dingen uitleggen, vertalen, grapjes uitleggen. Het vraagt ook nogal wat het aan je Marokkaanse én je Nederlandse omgeving uit te leggen. De meeste Marokkaanse meisjes hebben daar geen zin in en kiezen voor een Marokkaanse man. En dat kan ik mij goed voorstellen ook. Ik zou me het in mijn geval alleen kunnen voorstellen op voorwaarde dat de jongen interesse heeft in de Marokkaanse cultuur. Het blijft moeilijk. Want hoe doe je dat als je kinderen krijgt. Ik vind het wel belangrijk dat ze een Arabische naam hebben. Dat is de basis, dat hoort bij mij. Het zou het mooiste zijn als mensen van verschillende groepen met elkaar gaan trouwen en kinderen krijgen. Dan lossen veel problemen zich vanzelf op. Maar zover zijn we nog niet. 

 

 

–––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––

kaft dwns.png
  • Facebook - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle