‘Flexwerken gaat nooit meer weg’

Voorzitter van de Koninklijke Vereniging MKB-Nederland Michaël van Straalen over wat ondernemers te wachten staat
 

Om naast zijn studie Nederlands wat geld bij te verdienen, ging hij ondernemen. En dat ging hem beter af dan zijn studie. Zo goed dat hij al snel het ene na het andere bedrijf van de grond wist te tillen. Ondertussen deed hij ervaring op als bestuurder. Sinds vorig jaar is hij voorzitter geworden van de vereniging van ondernemers. Als geen ander weet hij wat ondernemers dwarszit. Tijd om daar wat aan te gaan doen. Koos de Wilt voor Randstad Werk

Als middelbare scholier was Michaël van Straalen goed in bètavakken, maar vooral ook verzot op literatuur, met name Vestdijk. Op advies van zijn leraar Nederlands ging hij Nederlandse Taal- en Letterkunde studeren. Maar de vakken Poëzie verklaren en Middel Nederlands waren niet voor hem gemaakt. Hij onderbrak zijn studie om in militaire dienst te gaan en werd daar inkoper voorraden bij het militair hospitaal. Al handelend is het ondernemersbloed gaan stromen. Na zijn diensttijd pakte hij zijn studie op, maar al snel vroeg zijn vader hem of hij misschien ook niet wat kon bijverdienen. Er moest brood op de plak komen. Hij startte een technisch adviesbureau, het enige wat hij kon doen zonder vakdiploma. En dat ging hem buitengewoon goed af. Voor het eerste kapitaal kreeg hij van zijn ouders de vijfduizend gulden mee die zij hadden gespaard met de Zilvervloot. Hij richtte diverse bedrijven op in de metaal en kunststoffen, nam er een paar over en verkocht ze weer.

Na zijn diensttijd pakte hij zijn studie op, maar al snel vroeg zijn vader hem of hij misschien ook niet wat kon bijverdienen. Er moest brood op de plak komen.

Eind 2013 werd hij benoemd tot voorzitter van de Koninklijke Vereniging MKB-Nederland. Moet je in deze functie niet vooral een dossiertijger zijn? Van Staalen: “Zeker, je moet precies weten hoe het zit. Maar je moet ook de pijn kennen van het ondernemerschap en de slapeloze nachten die daarbij horen. Ik ben in de jaren tachtig, in een moeilijke tijd, begonnen als ondernemer. Ik betaalde 12,5 procent rente op een lening en hypotheek en, o ja, ik moest ook aflossen. Maar het plezierige van die crisis was dat het aanvoelde als iets tijdelijks. Het probleem zat toen met name op de arbeidsmarkt. Ik durfde wel schulden op mijn hals te halen, omdat ik de zon achter de horizon zag. In 2009 zou ik dat niet aangedurfd hebben en ook in 2010 en 2011 niet. Ik heb ook geen econoom gehoord die de deze crisis heeft voorspeld. De crises buitelden over elkaar heen: de bankencrisis, de Eurocrisis, de krediet crisis… We zijn er nu een beetje bovenop aan het komen. Bovendien hebben we met VNO-NCW, LTO Nederland en de vakbeweging het afgelopen jaar serieuze meters gemaakt. Soms mét en soms buiten de politiek om vormgegeven. Het Topsectorenbeleid, het Sociaal akkoord, het Woonakkoord, het Zorgakkoord, het Energieakkoord en het Techniek Pact. Als ondernemer in de metaal weet ik dat wij alleen van diensten en handel de schoorsteen niet kunnen laten roken in Nederland. Gelukkig vonden Rutte I en Rutte II dat ook. Prima, echt prima, want de problematiek van industrie in Nederland is groot. Kijk alleen naar de instroom. Jongeren kiezen niet automatisch voor techniek. Terwijl er goede banen zijn. Met nieuwe beleidsmaatregelen kunnen we nu veel meer tempo maken op dit soort dossiers.”

De onbetrouwbaarheid van de politiek


Er is veel gebeurd, maar bedrijven en burgers klagen nog steeds. Van Straalen: “Toen de crisis intrad hadden burgers eerst nog niet door dat die er was, dat kwam pas later. Nu is dat omgedraaid. We komen er een beetje uit, maar nu merkt niet iedereen het nog. Er is altijd een vertragende werking. Maar waar de bedrijven en burgers vooral afkeer van hebben gekregen is de onbetrouwbaarheid van de politiek. Lastenverlichting aankondigen, maar niet doen. Als je tegenover BTW-verhoging geen beloofde lastenverlaging zet, dan zul je als overheid niet meer inkomsten hebben, maar juist minder. Doordat er geen koopkrachtstijging is bij bedrijven en burgers, krijg je dat als overheid dubbel terug. Dat is gebeurd. Iets anders: driehonderd miljoen voor de infrastructuur was gereserveerd, maar die gaat niet door. Hoe betrouwbaar ben je dan als politiek?”

Wat kunnen ondernemers de komende tijd nog meer verwachten? Van Straalen: “Er komen een paar dingen op de ondernemer af die niet leuk zijn. Naast lastenverhoging nemen ook de risico’s voor de ondernemer toe. Zeker in internationaal perspectief zijn onze collectieve lasten erg hoog, waardoor arbeid duur is. Als de productiviteit eenzelfde tred zou hebben, dan zou dat niet zo’n probleem zijn. Arbeid is duurder geworden in verhouding tot de productiviteit. Het reële arbeidsinkomen is tegelijkertijd gedaald. Dat zijn ingrediënten van de huidige economie waar we maar heel moeilijk iets van kunnen brouwen. Wat we nu moeten doen is de groeiremmers weghalen. Die zitten op de lasten en de risico’s voor ondernemers. Een gemiddeld bedrijf in Nederland bestaat maar uit zes mensen en de werkgevers worden verplicht twee jaar lang bij ziekte door te betalen. De inkomensafhankelijke premie, de vervanging voor de oude ziekenfonds, is ook zoiets. Daarvan is indertijd afgesproken dat het bedrijfsleven vijftig procent voor zijn rekening neemt. Die kosten rijzen de pan uit doordat de zorg almaar duurder wordt. Dat is een angstaanjagend beeld voor de ondernemer. Een andere groeiremmer, de beperking van de beschikbaarheid van krediet, is ook een probleem. Vooral de kleine kredieten. Jarenlang hebben de banken ontkend dat hier problemen waren. Borrelpraat werd het genoemd. Banken zeggen nu ook: de onderkant van de kredietverlening is slecht, wij kunnen daar maar moeilijk geld verdienen. Daarvoor is Quredits in het leven geroepen, dat juist die kleinere kredieten verstrekt.’


‘Ook werknemers hebben steeds meer behoefte aan flexibiliteit. Ze willen – en kunnen - niet meer veertig jaar lang hetzelfde doen. Ze willen een nieuwe balans tussen werk en vrije tijd en in hun werk.’

De grote akkoorden zijn gesloten. Wat nu? “Nederland is een open economie, we moeten het hebben van de export, van handel. Als de economie internationaal aantrekt dan profiteren we daar in versterkte mate van. De overheid zou die export veel meer moeten faciliteren. Daarnaast moet ook de binnenlandse markt aantrekken. Er is een bekende trits: eerst moet de export omhoog, daarna nemen investeringen toe en daarna gaan de bestedingen omhoog. Deze crisis heeft er zo diep ingehakt en er is zo weinig vlees, laat staan vet, op de botten dat er maar moeilijk investeringen op gang komen. Zeker als de banken zo terughoudend zijn. Het enige medicijn is lastenverlichting. Ook bij de burgers moet er meer te besteden zijn.”

Wat wilt u persoonlijk realiseren in uw functie als voorzitter van MKB Nederland? “Ik wil dat MKB ondernemers kunnen groeien en een goed inkomen kunnen verdienen. Betere kredieten voor startende ondernemers. Acces to market makkelijker maken. Daar kunnen wij bij helpen. Ook wil ik kijken hoe we de lasten kunnen verminderen met belastingverlaging over de volle breedte. Niet verschuiven, aan de ene kant iets bereiken en de andere kant afpikken. Ook wil ik me inzetten voor de maakindustrie in Nederland. In de politiek is die lange tijd veronachtzaamd. We dachten dat alles in China gemaakt zou worden. Gelukkig is er heel veel gebleven in Nederland. Chinezen komen niet voor niets naar Nederland. Het gaat immers niet alleen om lage lonen, maar ook om kwaliteit, innovatie en productiviteit. En daar zijn we heel goed in tot op de dag van vandaag. Wij hebben hier nog steeds een voorsprong en door slim beleid kunnen we die voorsprong uitbouwen.”


Ook werknemers willen flexibiliteit


Wat gaat er gebeuren op het gebied van arbeid? Van Straalen: “De nieuwe tijd zal heel anders worden dan die van voor de crisis. Goede ondernemers zullen nog meer inzien dat het kapitaal van hun ondernemingen in hun mensen zit. Ik zie nog meer samenwerking ontstaan tussen ondernemer en medewerkers. Daarnaast zal er veel meer ruimte moeten komen voor flexibiliteit. Ondernemers hebben flexibiliteit nodig om weer een niveau te pakken waarbij ze hun economische realiteit kunnen overzien. Daarna zal er weer stabiliteit ontstaan tussen flex en vast. Daar ben ik van overtuigd. De rol van uitzenders vind ik hierbij heel belangrijk, tijdens de crisis, maar zeker ook erna. Flex blijft en gaat nooit meer weg. Ook werknemers hebben steeds meer behoefte aan flexibiliteit. Ze willen – en kunnen - niet meer veertig jaar lang hetzelfde doen. Ze willen een nieuwe balans tussen werk en vrije tijd en in hun werk. Uitzenders zijn hier de belangrijkste speler. Wij van MKB Nederland zullen ons inzetten om uitzenders daar meer ruimte voor te krijgen zodat werkgevers én werknemers er de voordelen van kunnen ondervinden.”

 

VERHALEN  OVER WERK Voor Randstad schrijf ik verhalen over ondernemers, over werknemers, over de crisis en hoe eruit te komen, over ontwikkelingen op de jongerenmarkt en op die van de ouderen. Verhalen van echte mensen en hun werk.

  • Facebook - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle