‘Muziek is als de natuur: complex, maar ook verbluffend eenvoudig’

Componist, dirigent en musicus Reinbert de Leeuw over zijn fascinatie voor de 19de eeuw

‘Mij fascineert de negentiende eeuw, de eeuw van de muziek en van de Romantiek. De zeventiende eeuw was de eeuw van de schilderkunst en de achttiende eeuw die van de Verlichting en van dichters en filosofen. Muziek heeft niet zoveel met dat rationele verlichtingsdenken te maken, maar veel meer met de Romantiek.’

Interview: Koos de Wilt voor Passie voor kunst

Ik kom niet uit een familie van musici of kunstenaars, maar begon met pianoles omdat het bij mijn opvoeding hoorde. Dat was op mijn vijfde en sindsdien hebben al mijn primaire, secundaire en tertiaire behoeftes in het leven met muziek te maken. Daar heb ik nooit aan getwijfeld, dat was gewoon zo. Mensen die geen muziek om zich heen hebben, vind ik ook armoedig. Ik had altijd muziek om mij heen, als kind al. Mijn ouders hadden abonnementen op concertseries, maar konden zelden, omdat ze beiden als psychiater een druk bestaan hadden. Zo kon het gebeuren dat ik als jongetje zo’n drie keer per week in het Concertgebouw kwam om hun plaats in te nemen.

 

‘Mensen die geen muziek om zich heen hebben, vind ik ook armoedig.’

 

Herinneringen van vóór de piano heb ik niet. Toen ik begon te spelen, begon ik ook direct te componeren en over muziek te schrijven. Ik heb daarin niks gepland en me nooit iets voorgenomen. Ik had slechts één ambitie en dat was geen pianoleraar worden. Als er iets nieuws op mijn pad kwam, ging dat ook vaak met een schok van herkenning, in de trant van: ‘Natuurlijk, logisch dat het zo moest lopen!’ Dan hoor of lees ik iets dat ik heel graag wil uitvoeren. Ik had dat bijvoorbeeld met de muziek van de Canadees Claude Vivier, een componist die op 35-jarige leeftijd is vermoord en daardoor slechts een klein, maar adembenemend oeuvre achterliet. Een volstrekt unieke kunstenaar, een eenling.

Als jongetje had ik een heel romantisch beeld van muziek. Ik schreef zelfs een boek over componisten en over hun treurige lot. De componist die dat gevoel helemaal vertegenwoordigde was Chopin, de romantische, virtuoze kunstenaar die leed aan tuberculose en daar uiteindelijk aan stierf. Hij was de componist die onder de tonen van zijn eigen treurmars begraven was, zo schreef ik in mijn boek. Ik componeerde ook mijn eigen treurmarsen en dacht dat ik minstens zo goed was als hij. Maar al snel merkte ik hoe complex zijn taal was en dat ik die nog lang niet kon spreken.

‘Ik componeerde ook mijn eigen treurmarsen en dacht dat ik minstens zo goed was als Chopin. Maar al snel merkte ik hoe complex zijn taal was en dat ik die nog lang niet kon spreken.’

Romantiek

Mij fascineert de negentiende eeuw, de eeuw van de muziek en van de Romantiek. De zeventiende eeuw was de eeuw van de schilderkunst en de achttiende eeuw die van de Verlichting en van dichters en filosofen. Muziek heeft niet zoveel met dat rationele verlichtingsdenken te maken, maar veel meer met de Romantiek. Muziek past bij het duistere beeld van die eeuw. In politieke zin was de Romantiek een minder prettige tijd, maar muzikaal van een ongelooflijke rijkdom. Het ging in die tijd om de grote liefdes, om het mythische en om de grote sentimenten. Nog nooit is er zo geniaal en zo explosief gecomponeerd als in de negentiende eeuw: Schumann, Schubert, Chopin, Liszt, Wagner, Brahms, Bruckner. Genieën volgden elkaar op.

 

Ik ben geobsedeerd door die taal van de Romantiek die zich voortdurend uitbreidde en waarvan uiteindelijk — in het Vorspiel van de Tristan — de grondtoon niet meer oploste. Het verlangen was er wel, maar de oplossing kwam niet meer. Het fundament, het harmoniegevoel werd uitgezogen en verdween uiteindelijk. Brahms schreef in 1860 in een open brief dat het mis ging met de klassieke muziek. Wagner en Liszt waren gevaarlijk en moesten gestopt worden! Na Wagner belandde men ook in een niemandsland en tóch moest men doorgaan. Men kon niet anders. Het kwam in de jaren voor de Eerste Wereldoorlog — tussen 1904 en 1914 — uiteindelijk allemaal samen bij Schönberg. De muziek belandde in het drijfzand en de tonaliteit verdween.

‘Ik ben geobsedeerd door die taal van de Romantiek die zich voortdurend uitbreidde en waarvan uiteindelijk de grondtoon niet meer oploste.’

Schönberg

Als conservatoriumstudent wilde ik alles over Schönberg weten. Natuurlijk merkte ik dat de lat van Schönberg heel hoog lag en dat je ontzettend veel moest doormaken om uit te vinden waar hij het over had. Dat wist Schönberg ook van zichzelf. Toen hij gekeurd werd voor Eerste Wereldoorlog vroeg iemand hem of hij nou die beruchte componist was waar iedereen het over had. Hij bevestigde dat en voegde eraan toe dat één persoon het moest zijn. Niemand anders had zich aangemeld. Het was zijn lot, zijn tragiek.

Schönberg is een reus van ongelooflijke afmeting die symbool staat voor alle cruciale momenten van de twintigste eeuw. Aan het eind van negentiende eeuw leefde hij in Wenen tussen andere reuzen als Wittgenstein, Freud en Kokoschka. Als volledig geassimileerde, christelijk opgevoede jood paste hij helemaal in de traditie van de negentiende eeuw en de wereld van Brahms en Wagner. Maar die wereld ging kapot, die explodeerde zoals de Eerste Wereldoorlog alles vernietigde. Alles lag volledig in puin.

 

Na de oorlog belandde Schönberg in Berlijn. Daar werd hij zich bewust van zijn joods-zijn, allemaal nog vóór de opkomst van Hitler. Met de opera Mozes en Aäron schreef hij een volkomen zionistisch stuk. Ook onderwierp hij zijn muziek aan strenge wetten. Hij ging orde scheppen en kwam uiteindelijk uit bij zijn twaalftoonsysteem. De ongelooflijk intuïtieve muziek van voor de oorlog kreeg ineens een dwingende wetmatigheid. Dat liep volledig parallel met zijn leven. Van zijn muziek van vóór de Eerste Wereldoorlog vind ik ieder stuk geweldig, maar de stukken van na die tijd gaan ook mij soms te ver.

‘Bach gaat boven alles uit. Binnen de gemeenschap van de Lutherse kerk — in plaatsen met beperkte uitstraling zoals Lübeck — begon hij stukken te schrijven die mathematisch op zo’n ongelooflijk knappe manier opgebouwd waren, dat je je afvraagt hoe dat kon. Hoe kon iemand zoiets opschrijven op die plaats en in die tijd? Het is muziek die buiten de tijd staat: hors concours!’

Bach

Bach gaat boven alles uit. Binnen de gemeenschap van de Lutherse kerk — in plaatsen met beperkte uitstraling zoals Lübeck — begon hij stukken te schrijven die mathematisch op zo’n ongelooflijk knappe manier opgebouwd waren, dat je je afvraagt hoe dat kon. Hoe kon iemand zoiets opschrijven op die plaats en in die tijd? Het is muziek die buiten de tijd staat: hors concours! Die Kunst der Fugen en das Wohltemperierte Klavier zijn stukken die in hun geheel in alle details kloppen: mathematisch, maar ook op de manier wat ze met je doen. Bach is het hoogste wat de mensheid kan bereiken.

 

Op 11 september 2001 zou ik met de violist Frank Peter Zimmermann in het Concertgebouw spelen. Na overleg besloten we dat we het geplande programma niet konden spelen. Het enige dat Zimmermann kon bedenken was de muziek die hem door alle moeilijke momenten van zijn leven had getrokken: de Bach solosonates. Iedereen luisterde ademloos naar klanken die boven alles uit gingen.

Die muziek is niet meer een kwestie van smaak. Je kunt daar dan ontzettend veel over zeggen, maar uiteindelijk zegt dat je niet waarom de muziek je raakt. Daar kom je ook nooit achter, je komt nooit daar waar het kippenvel ontstaat. Ik ben zo areligieus als je maar kunt zijn, maar met muziek bereik je soms een ervaring die identiek is aan een religieuze ervaring. Iets dat de werkelijkheid die je kunt begrijpen overstijgt. Iets dat over de rand is en waar je niet bij kunt, behalve dan dat je het kunt ervaren. En dat is de ziel. De taak van de dirigent is zoveel mogelijk op zoek te gaan naar die essentie van de muziek.

 

‘De Bach solosonates zijn niet meer een kwestie van smaak. Je kunt daar dan ontzettend veel over zeggen, maar uiteindelijk zegt dat je niet waarom de muziek je raakt.’

Een mysterie

Muziek is als de natuur: complex, maar ook verbluffend eenvoudig. Mulisch schrijft in de Compositie van de wereld over de paradox van de octaaf. Hoe is het mogelijk dat de c aan het einde van de octaaf overeenkomt met de eerste toon van de octaaf? Hoe is het mogelijk dat iets dat niet hetzelfde toch hetzelfde is? Dat is in strijd met de wetten van de logica, maar ligt toch besloten in de natuur. Die paradox is geweldig en lijkt op de bekende paradox in de stelling van een Kretenzer dat alle Kretenzers leugenaars zijn. Liegt hij nou of spreekt hij de waarheid?

 

Kunst heeft het over die dingen die we niet kunnen benoemen. Daar ligt het terrein van de kunstenaar; die moet het mogelijke met het onmogelijke in harmonie brengen. Het weten en niet-weten moet worden samengebracht. Natuurlijk zijn er boekenkasten volgeschreven over wat de redenen zijn die bepaalde muziek zo mooi maken en andere zo middelmatig. En we moeten ook vooral door blijven gaan om het op te lossen, maar het blijft altijd een mysterie waarom bepaalde melodieën van Schubert zo fantastisch klinken terwijl ze zo verbluffend eenvoudig zijn en volkomen lijken op motieven die je in middelmatige riedeltjes tegenkomt. Iedereen krijgt er kippenvel van en toch kan geen muziekfilosoof of wetenschapper daar iets zinnigs over zeggen. Je kunt ver komen met je ratio en muziek heeft heel veel met wiskunde te maken, maar wat het teweegbrengt is iets heel anders.

‘Van alle kunstvormen is muziek de meest kunstige, omdat muziek alleen maar kunst is. Schopenhauer, Nietzsche, Mulisch schreven er allemaal over.’

Schönberg en Kandinsky

Van alle kunstvormen is muziek de meest kunstige, omdat muziek alleen maar kunst is. Schopenhauer, Nietzsche, Mulisch schreven er allemaal over. Alles wat je raakt, zit immers in de muziek zelf, niet door een afbeelding of in een woord dat een betekenis heeft buiten zichzelf. In de twintigste eeuw ontstond die behoefte ook bij de andere kunstvormen. Joyce zocht naar een manier waarop woorden alleen naar zichzelf verwezen, naar een manier om taal een autonoom ding te laten zijn. Hij wordt dan ook wel de meest muzikale van alle schrijvers genoemd. In de schilderkunst ging de zoektocht ook van het subject naar het object, naar het platte vlak zelf, naar beeld als een autonoom ding. Die eigenschap is inherent aan de muziek.

 

Ik ben auditief ingesteld en merk dat wat ík bij muziek ervaar, meer visueel ingestelde vrienden bij beeldende kunst zien. Dat zie ik dus niet, hoewel ik de verbanden tussen muziek en beeldende kunst wél zie. In de negentiende eeuw heb je dat verband bijvoorbeeld bij Berlioz en Delacroix of bij Debussy en het impressionisme. Nog meer was de muziek echter verbonden met de literatuur. Het was de tijd van de opera en de fascinatie voor dingen die bigger than life zijn.

In de twintigste eeuw werd de verbinding met de beeldende kunst sterker. Zo heeft Strawinsky veel met Picasso te maken en Schönberg met Kandinsky. De eerste twee waren kosmopolitische kunstenaars die de gehele eeuw in zich opslorpten, assimileerden en in hun kunst verbeeldden en ze schrokken er niet voor terug om zonder enige schroom van hun collega’s te pikken. En als iedereen dacht dat ze rechtdoor gingen, gingen ze naar rechts of naar boven. Schönberg en Kandinsky — aan de andere kant — gingen veel meer zelfstandig op zoek naar een nieuwe taal. Ze schreven daarover brieven naar elkaar. Bij Kandinsky resulteerde dat in compleet nieuwe vormen en gebruik van kleuren en bij Schönberg in een compleet nieuwe harmonieleer die verwant was met wat Kandinsky daarover dacht.

CV

Reinbert de Leeuw is op 8 september 1938 geboren in Amsterdam. Hij studeerde piano en muziektheorie aan het Amsterdamse Conservatorium en composi tiestudie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. De Leeuw is oprichter en muzikaal leider van het Schönberg Ensemble en dirigeerde het Koninklijk Concert gebouworkest, het Residentie Orkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest en de orkesten van de Nederlandse Radio. Van hem is een groot aantal opnamen verschenen met werken van Messiaen, Strawinsky, Janacek, Liszt, Gubaidulina, Oestvolskaya, Schönberg, Webern, Vivier, Andriessen en Reich. De Leeuw is diverse malen onderscheiden (Sikkens Award 1991 en het 3-M laureaat 1992) en heeft een eredoctoraat van de Universiteit van Utrecht (1994). De Leeuw heeft geen relatie en geen kinderen.

PASIE VOOR KUNST

Boek over liefhebbers van kunst

Voor het boek ‘Passie voor kunst’ en het AVRO-televisieprogramma ‘Liefhebbers’ interviewde Koos de Wilt prominente Nederlanders uit de wetenschap, politiek, het bedrijfsleven over de kunst.

  • Facebook - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle