‘Ik probeer vanuit engagement

bruggen te slaan’

Politica Sadet Karabulut in het managementboek De weg naar succes

Voor het boek De weg naar succes interviewde Koos de Wilt 18 allochtone vrouwen op hun weg naar succes. Daarnaast had hij gesprekken met vier prominente Nederlanders over hun ervaringen met deze vrouwen. Wat zijn hun professionele en levenservaringen?

Tekst: Koos de Wilt | Fotografie: Rachel Corner

Ik ben 33 jaar geleden in Nederland geboren. Mijn ouders komen uit het Koerdisch deel van Turkije. Mijn vader is begin jaren zeventig als gastarbeider naar Nederland gekomen nadat hij eerst een tijdje in Oostenrijk had gewerkt. Een paar jaar later zijn mijn moeder en zus (de rest kwam weer later) naar Nederland gekomen en is het gezin in Dordrecht gaan wonen. Mijn moeder was zwanger van mij toen zij hier kwam. Hun vijfde kind is dus in Nederland geboren. Voor mij was het nooit een optie dat ik terug zou gaan. Voor mijn vader misschien wel, maar hij werkte hier, zijn kinderen groeiden hier op, volgden opleidingen en voelden zich hier thuis. Ik ben gewoon Nederlandse. Dit is mijn thuis. Het was niet een uitgesproken geëngageerd gezin waar ik uit kom. Koerden zijn staan bekend als koppige mensen, maar het zou een cliché beeld zijn om alle Koerden als koppig te bestempelen. Bij ons thuis werd wel over politieke en maatschappelijke problemen gesproken, maar ze waren echter niet echt politiek actief, alhoewel mijn vader wel een tijdje lid is geweest van de ondernemingsraad van Philips. Dat was in die tijd wel uniek.

 

Mijn ouders zijn Koerden en alevieten en dus altijd behorend tot minderheden. Dat levert een zeker geëngageerdheid op.

 

Ik heb tijdens mijn middelbare schooltijd ervaren wat het is om actief te zijn. Ik weet nog goed hoe ik voor het eerst met een megafoon een menigte toesprak. Dat voelde goed aan. In mijn studententijd werd ik actief binnen de studentenvakbond. Voordat ik de politiek inging, was ik ambtenaar bij de gemeente Amsterdam, eerst als coördinator drugsbeleid Bijlmer, later als beleidsmedewerker in het voortgezet speciaal onderwijs. In die functies adviseerde ik bestuurders. Daarnaast had ik zelf bestuursfuncties bij verenigingen. Sinds ik in 2001 in Amsterdam ben gaan wonen, ben ik actief geworden in vredesplatforms tegen de oorlog in Afghanistan. Daar kwam ik SP’ers tegen en daar maakte ik kennis met het gedachtegoed van de partij. Het was eindelijk een partij die bij mij paste. Het inhoudelijke en het activistische sprak me zeer aan. Daarna is het allemaal heel snel gegaan. Ik kwam in de Amsterdamse gemeenteraad waar ik bijvoorbeeld de manier waarop Amsterdam huisbezoeken bij uitkeringsgerechtigden werden uitgevoerd aan de kaak stelde. Het was zeer leerzaam en heel mooi om te mogen werken in zo’n mooie stad. Toen ik een paar maanden in de raad zat, viel het kabinet en werd ik gevraagd of ik verkiesbaar wilde zijn voor de verkiezingen voor de Tweede Kamer. Dat was een enorme eer voor mij. Het was 2006 en ik was toen 31 jaar. En dat is heel goed gegaan. Ik stond op plaats 14 op de lijst van de SP en kreeg uiteindelijk 17.333 voorkeursstemmen; voldoende om desnoods zelfstandig verkozen in de Tweede Kamer te komen.

Ik was eigenlijk niet eens zo bezig met een carrière in de politiek, maar doordat ik binnen verenigingen, en vakbonden al actief was, had ik wel het gevoel dat ik er klaar voor was. Het was een ander podium om je idealen waar te maken. In de fractie ben ik woordvoerder sociale zaken, met name inkomensbeleid en armoedebeleid en ik ben woordvoerder emancipatie en integratie. Allemaal gebieden die me op het lijf geschreven zijn. Ik leer elke dag heel veel en ik ben ook heel leergierig. Binnen de SP kan ik mijn energie en ideeën over hoe je de wereld beter kunt maken helemaal kwijt. De SP is een heel goed georganiseerde partij waar heel veel gedreven en loyale mensen rondlopen. Die gaan voor de inhoud en zijn niet zo met elkaar en met zichzelf bezig. In die cultuur voel ik mij thuis. Ik voel geen hiërarchische belemmeringen en hoef niet alles af te stemmen en voor te leggen. Integendeel: in de Kamer is het vaak gewoon gaan, gaan, gaan. Dan is er geeneens tijd om alles af te stemmen. Natuurlijk zitten er ook grote ego’s bij de SP. Ze zijn niet op hun mondje gevallen en hebben een sterke drive. En die drive heb je ook nodig om wat te bereiken

Mijn ouders zijn Koerden en alevieten en dus altijd behorend tot minderheden. Dat levert een zeker geëngageerdheid op. Misschien heb ik daar wat van meegekregen. Socialisme is wel het ideaal van waaruit ik handel en politiek bedrijf. Voor mij gaat het erom dat iedereen gelijke kansen krijgt, dat er eerlijk gedeeld wordt en dat mensen menswaardig behandeld worden. Ik vecht eigenlijk voor een mooiere en betere wereld. Het gaat daarbij om drie kernbegrippen: solidariteit – tussen ziek en gezond, oud en jong en migranten en niet-migranten – de menselijke waardigheid en de gelijkwaardigheid. Daar kan ik hele praktische politiek mee bedrijven, zonder in dogmatische theorieën te verzanden. Zeker nu de hele publieke sector is uitverkocht: het openbaar vervoer, de zorg, onderwijs, noem maar op. Daar is een enorme verschraling in opgetreden door het neoliberale beleid dat in de afgelopen jaren is gevoerd. De gevolgen daarvan zijn enorm, met dank aan de Paarse en Balkenende kabinetten. De armoede in Nederland is natuurlijk niet te vergelijken met de armoede in Afrika of in Turkije, maar volgens Nederlandse begrippen vind ik armoede onacceptabel. Wij zijn een ontzettend rijk land en de winsten groeien ieder jaar weer terwijl we hier bijna anderhalf miljoen armen hebben, waaronder bijna een half miljoen kinderen. Als je kijkt naar de inkomstenontwikkelingen aan de top van het bedrijfsleven dan zie je salarissen en bonussen die totaal onverklaarbaar zijn en die niets anders zijn dan graaien. Daar wil ik graag wat aan doen. Vooral ook door alternatieve plannen te ontwikkelen, door te laten zien hoe het ook kan. Vorig jaar hebben we een plan ontwikkeld om de topinkomens ook echt aan te pakken.

'Mensen hebben vaak een heel ander beeld van hoe een SP’er eruit zou behoren te zien en hoe ik eruit zie. Ik kleed me graag vrouwelijk en voel me daar goed bij.'

Je moet voortdurend alert zijn om wat je belangrijk vind op de agenda te zetten. In te spelen op wat er gebeurt in de maatschappij en de media. Ik ben overtuigd dat het ook echt anders kan ook al zeggen mijn politieke tegenstanders voortdurend dat mijn plannen onhaalbaar zijn en niet realistisch. Ik haal mijn energie bij de vele mensen die ik in het land spreek en die de pijn en gevolgen ervaren van de huidige politiek. Voor die mensen wil ik opkomen en ik wil ook dat ze dat ervaren. Ik zie een ontwikkeling de laatste jaren onder migranten dat ze bewuster en actiever meedoen aan het maatschappelijke en politieke debat. Ze brengen steeds meer hun stem uit. Het is mijn taak mensen te laten inzien dat hun stem ook effect heeft in de besluitvorming. Dat heeft ook te maken met communicatie. Je moet je boodschap goed overbrengen en ik vind dat we dat bij de SP heel goed doen. Waar het natuurlijk steeds om gaat is dat het inhoudelijke verhaal en dat je dingen ook echt voor elkaar krijgt. Pas daarna gaat het er om hoe je dat communiceert. En dat die communicatie aankomt, blijkt bijvoorbeeld aan de vele geëngageerde jongeren die we aan ons weten te binden via ROOD, onze jongerenorganisatie.

Mensen hebben vaak een heel ander beeld van hoe een SP’er eruit zou behoren te zien en hoe ik eruit zie. Ik kleed me graag vrouwelijk en voel me daar goed bij. Ik vind het ook leuk om niet aan een stereotype beeld te voldoen. Ik houd er ook niet van als mensen zich opsluiten in hun hokje. Na het vwo studeerde ik bestuurskunde in Rotterdam en koos ervoor om actief te worden voor de studentenvakbond. Op de middelbare school had ik bijna alleen maar Nederlandse vrienden. Ik ben eerder op zoek naar dingen die mensen verbindt dan wat mensen scheidt. Bij de studentenvakbond kwam ik mensen met allerlei achtergronden tegen. Na mijn studententijd ben ik veel actiever geworden in het verenigingsleven en is de kring van contacten zich gaan uitbreiden. Voordat ik lid werd van de SP was ik bijvoorbeeld bestuurslid van een Turkse arbeidersvereniging DIDF.

Ik heb mijzelf nooit arm gevoeld of genoemd. Mijn ouders waren gewoon arbeiders en natuurlijk hadden die het niet heel breed. Hoe ze het voor elkaar kregen weet ik niet, maar ze zorgden er wel voor dat wij kinderen niets tekort kwamen. Mijn ouders, maar ook mijn broer en zussen, hebben mij altijd gestimuleerd om te gaan studeren. Daardoor heb ik de kans gekregen mij te ontwikkelen en andere mensen te leren kennen. Mensen met kinderen op een witte school hebben vaak geen idee hoe groot de verschillen zijn met kinderen op een zwarte school. Niet alleen qua taal, maar ook qua doen en laten. Ik zag vroeger in sommige klassen heel veel kinderen in dezelfde klas die de Nederlandse taal slecht beheersten en zelfs in de klas Turks spraken met elkaar. Daardoor is er bij veel van die jongeren een taalachterstand ontstaan die niet meer in te halen valt. Dat moeten we niet willen in Nederland.

'Het hele integratievraagstuk lijkt een soort religiedebat te worden, wat het eigenlijk helemaal niet is. Ik word er schijt- en schijtziek van.'

Vaak worden de discussies dan teruggebracht tot het geloof. De islam zou een achterlijke godsdienst zijn waardoor mensen in achterstand blijven. Onzin natuurlijk! Ik ben niet uitgesproken gelovig opgevoed. Eigenlijk zoals heel veel Nederlanders Christelijk zijn opgevoed, zo ben ik islamitisch opgevoed. Door de polarisatie in de discussie zijn veel allochtonen binnen de eigen groep gevlucht. Ineens zag je veel meer meiden een hoofddoek dragen terwijl ze dat ervoor niet deden. En niet omdat zij ineens zo overtuigd moslima waren geworden, maar eerder als reactie. Of omdat het gewoon mode is geworden. Het hele integratievraagstuk lijkt een soort religiedebat te worden, wat het eigenlijk helemaal niet is. Ik word er schijt- en schijtziek van. Ik begrijp niet dat sommige politici migranten met een islamitische achtergrond aanspreken op de daden van een paar idioten. Het is absurd dat een grote, zeer diverse groep mensen, met geheel verschillende achtergronden zich als groep zou moeten verantwoorden. Door mensen voortdurend op hun religieuze en culturele achtergrond aan te spreken, zorg je ervoor dat mensen in een hoek worden gestopt en zich ook gaan gedragen. Ook Turken willen een goede toekomst voor hun kinderen, een goede baan en een goed leven. Er is veel meer dan wat Nederlanders bindt met migranten dan ze scheidt.

 

Iedereen is er in de jaren zeventig vanuit gegaan dat gastarbeiders ook ‘gastarbeiders’ zouden zijn en dus uiteindelijk terug zouden gaan naar het land waar ze vandaan kwamen. Dat gold voor de regeringen in Turkije en Nederland en dat gold voor de mensen die het betrof. Toen in de jaren tachtig duidelijk werd dat deze mensen niet terug zouden gaan, hebben we als samenleving nagelaten te investeren, met name in de taal en opleidingen, waardoor mensen zich verder zouden kunnen ontwikkelen. Toen het minder ging en de banen niet meer voor het oplagen lagen, zijn veel mensen werkeloos geworden en in de WAO beland. Dat hadden we kunnen voorkomen. Dat is niet wat de mensen hebben gewild. Als je de generatie van mijn ouders de mogelijkheid zou hebben geboden zich verder te ontwikkelen, dan zouden ze dat met beide handen hebben aangenomen. Pas sinds de jaren negentig zijn we gaan nadenken over taal en inburgering. Alle sociaal kwetsbare groepen, waaronder veel migranten, waren toen al bij elkaar gezet waardoor niet-migranten zich in die wijken bedreigd zijn gaan voelen. Hen als zwarte pieten aanwijzen zoals Wilders doet is een versimpeling van de werkelijkheid. De oorzaak ligt natuurlijk heel ergens anders. De echte problemen is de groeiende segregatie in de wijken en het onderwijs waar jarenlang voor is weggekeken. Mijn moeder had graag de taal beter leren spreken. Mijn vader heeft op eigen kracht Nederlands geleerd. Hij kan zich redden bij de dokter of met formulieren en vrienden. Maar velen van zijn generatie kunnen dat niet. De problemen die daaruit voortvloeiden zijn van generatie op generatie overgegaan. Aan deze vicieuze cirkel moet nu toch echt een einde komen. Daar probeer ik tegen te vechten.

NRC Handelsblad over De weg naar succes

'De weg naar succes is moeizaam. Een lijdensweg soms. Maar wel de moeite waard. Dit is niet de boodschap van een somber zelfhulpboek, maar de rode draad van een bundel portretten van carrièrevrouwen met verschillende culturele achtergronden.’

Luister hier naar een interview met Koos over het boek

Lees hier de interviews over allochtone vrouwen op weg naar succes met Alexander Rinnooy Kan, Tineke Bahlmann, Heleen Mees en Harry Starren

  • Facebook - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle