DE WANDELING 

met fotograaf Vincent Mentzel (73)

 

‘IETS MAKEN DAT NIET GEPOSEERD IS, MAAR ECHT’

 

Op tafel stapels boeken, kranten en tijdschriften en aan alle wanden in de ruime woonkamer en suite - tussen foto’s en schilderijen van zijn vrouw, zijn dochter en hondje Fieb - ontelbare kunstwerken van vaak bevriende kunstenaars, van Marlene Dumas, Klaas Gubbels, Karel Appel tot aan werk van meestervervalser Geert-Jan Jansen. Van een kast grijpt Vincent Mentzel een champagnefles met een lampenkapje erop. Op de fles een krantenbericht met een foto die Mentzel maakte van de naakt dansende videokunstenares en Prix de Rome winnares Ida Lohman. Een cadeautje van de kunstenaar zelf, zoals zoveel aan de muur en de kasten. Mentzel voelt zich thuis onder kunstenaars: ‘Ik zit heel graag bij Klaas in zijn atelier om te kijken hoe hij zit te pielen met zijn penselen. Eigenlijk doen schrijvers, schilders, architecten, journalisten en fotografen precies hetzelfde: observeren om dan iets te maken dat niet geposeerd is, maar echt. Als ik iemand ga portretteren, heb ik de foto gelijk in het begin of als ik een uurtje met iemand heb zitten kletsen. In beide gevallen is het geposeerde eraf.’

 

Schuin voor de deur een beeld van een enorme Harley Davidson, het kunstwerk ‘Eenzaam avontuur’ van Maria Roosen

Aan de gevel van zijn riante huis aan de Heemraadssingel hangt een imposante groen witte vlag van de stad Rotterdam, gekregen van Wim Pijbes. Mentzel hoort bij de Maasstad, maar is er niet geboren. ‘Mijn vader was in de oorlog vrijzinnig protestants dominee in Hoogkarspel, een dorp vlakbij Enkhuizen en ons gezin verhuisde voor de kerk een paar keer naar Naaldwijk, Amsterdam en Dordrecht waar mijn moeder, een ‘die hard’ feministe, nog voor de PvdA in de gemeenteraad zat. Mijn ouders hadden in de jaren vijftig en zestig geen cent te makken, maar kochten wel eens in de zoveel tijd een kunstwerk. Na school ben ik naar de Rotterdamse kunstacademie gegaan omdat ik eigenlijk niet zo goed wist wat ik wilde worden. Mijn vrienden deden er aan beeldhouwen, schilderen of grafisch ontwerpen. Ik vond schilderen leuk, maar daar was ik niet echt goed in en toen ben ik eraf gestuurd.’ 

 

Vrijgevochten

Mentzel doet zijn spijkerjasje aan en stapt vanuit zijn ruime marmeren portaal de lommerrijke Heemraadssingel op, de chique singel die de rauwere Nieuwe Binnenweg doorkruist. Schuin voor de deur een beeld van een enorme Harley Davidson, het kunstwerk ‘Eenzaam avontuur’ van Maria Roosen, een werk ter ere van de Rotterdamse schrijfster Anna Blaman, een vrijgevochten type dat openlijk schreef over haar lesbische verhoudingen. Na de oorlog was zij op haar enorme motorfiets een bijzondere verschijning in de stad. Mentzel maakt aanstalten om op de grote motorfiets te klimmen: ‘Zo stoer als Blaman was mijn leermeester ook, Maria Austria. Via een vriendin wiens vader de bekende acteur Rob de Vries, was, werd ik assistent van haar. Anderhalf jaar lang stapte ik ’s morgens vroeg vanuit Rotterdam op de trein naar de Willemsparkweg in Amsterdam. Maria was dé theaterfotograaf in Nederland vanaf de jaren vijftig, maar was vooral gefascineerd door het leven. In haar huis ontmoette ik schrijvers, dichters en acteurs die zich door haar lieten portretteren. Maria was geen makkelijke en op gegeven moment vond ze het wel genoeg met mij en ben ik bij de Nieuwe Rotterdamsche Courant gaan werken. Dat was nog in de tijd dat er dagelijks hooguit vier foto’s in die krant stonden.’ 

‘Ik weet nog dat Willem-Alexander een keer bij mij thuis was en ik ‘m vroeg of ie bleef eten. Mocht niet van zijn moeder, hij moest zijn huiswerk nog maken.’

 

Over de Nieuwe Binnenweg kuierend, wijst de fotograaf naar een paar vertrouwde stekkies: banketbakkerij J. van Dijk, het corporale restaurant De Pijp, Rotown, ooit van Fons Burger. Mentzel: ‘De gemeente probeert al jaren de straat op te knappen met subsidies. Voor een deel lukt dat, maar je ziet ook dat er wél subsidie in ontvangst wordt genomen, maar de verbouwing jaren op zich laat wachten.’ Op de kruising van de Mathenesserlaan en de Nieuwe Binnenweg, vlakbij zijn voormalige woonhuis van Jules Deelder, naast café Ari, staat midden op de stoep een stalen silhouet van de dichter, naar een foto van Lenny Oosterwijk. Vrienden hebben dit beeld een paar jaar geleden neergezet voor zijn 70ste verjaardag. Inmiddels is de donkere verschijning kleurrijke beschilderd door tandarts/kunstenaar Hans Kleinjan. Mentzel: ‘Als je hier ’s avonds liep, zag je een donker silhouet, alsof Deelder er daadwerkelijk stond. Al heel lang geleden, nog voor hij bekend werd, kwam hij al regelmatig bij mij thuis fotootjes kijken. Was gezellig.’ Even verderop de Binnenweg, boven restaurant Lilith, wijst Mentzel naar een dichtregel van de Deelder in blauw neon: ‘De omgeving van de mens is de medemens’.

 

Fleet Street

Op de Karel Doormanstraat schiet Mentzel naar rechts, de Westblaak over, de Hartmanstraat in naar de Witte de Withstraat. Mentzel: ‘Dit was de Fleet Street van Rotterdam. Hier om de hoek zat de redactie van de Rotterdammer, een Christelijke krant, later het socialistische Vrije Volk en weer later het Rotterdams Dagblad. Aan de overkant zat het Rotterdams Parool en de Tijd de Maasbode. Ik zat bij de NRC, een stukje verderop.’ Mentzel wandelt de statige ingang in van het Nieuw Rotterdams Café.  Boven de chique marmeren trap een panoramafoto van hoe het ooit was toen de NRC er werd gemaakt. ‘In hetzelfde pand zat boven het Algemeen Dagblad en beneden de drukkerij. Ik keek uit op Café de Schouw, de kroeg waar journalisten en fotografen samendromden tot de late uurtjes.’ 

 

Op de terugweg naar huis raakt de fotograaf het beeld aan van het portret dat de indertijd 73-jarige Picasso maakte van de twintigjarige Sylvette, zijn muze. De kunstenaar Carl Nesjar maakte er een beeld van, van gietbeton met zwarte kiezels. Mentzel steekt over naar de Rochussenstraat om te wijzen op de struikelstenen voor het huis waar Abraham Tuschinski en zijn vrouw in 1942 werden opgehaald om uiteindelijk te worden vermoord in Auschwitz. ‘Ik zit in de straatnamencommissie van de gemeente Rotterdam en we hebben er net door dat er een straat naar hem vernoemd wordt in zijn Rotterdam. Wie weet nou dat de bioscoopexploitant geen Amsterdammer was, maar Rotterdammer?’ 

 

Vlak voor zijn huis concludeert de fotograaf: ‘Ik ben altijd nieuwsgierig naar mensen. Als ik ergens een portret ga maken, kom ik nooit binnen met de gedachte van: dat is een vervelende of leuk iemand en die ga ik eens vervelend of leuk neerzetten. Ik wil weten hoe het echt zit. Tegen zo’n jongen als Thierry Baudet bijvoorbeeld voel ik gevoelsmatig afkeer, maar juist daarom zou ik eens in zijn ziel willen kijken. Wat beweegt zo’n keurige studentikoze jongen nou om van die rare praatjes te hebben? Met veel van de mensen die ik regelmatig fotografeerde, heb ik een goede verstandhouding opgebouwd: van Lubbers tot Den Uyl en van kunstenaars tot de koningin. Ooit liet prinses Beatrix me door een van haar mensen uit een groep journalisten plukken. Ze was wel geïnteresseerd in de man die die foto’s maakte in de NRC. Ik heb een aantal malen staatsiefoto’s van haar mogen maken, één gebruikt als beeltenis op de Nederlandse munt en één voor de ‘stippeltjes’ postzegel. Ik weet nog dat Willem-Alexander een keer bij mij thuis was en ik ‘m vroeg of ie bleef eten. Moest ie even aan zijn moeder vragen. Mocht niet, hij moest zijn huiswerk nog maken.’ 

 

  •  
  • Facebook - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle