‘Mijn vader is opgegroeid in het voormalige Nederlands-Indië. Hij was een bijzondere ondernemer en van hem heb ik mijn kosmopolitische blik en mijn neiging met de plaatselijke bevolking op te trekken. Toen ik in Slowakije landendirecteur was voor Heineken, ging ik op het platteland wonen, vlak bij de mouterij en brouwerij, ver van de hoofdstad. Door tussen de mensen te zijn, ervaar je waar je het verschil kunt maken.’

‘Dat ervoer ik al tijdens mijn eerste baan voor Heineken in Congo. Ik deed er marktonderzoek en ben intensief met de lokale bevolking opgetrokken. Daar zag ik dat onderwijs de sleutel is voor de toekomst. In die tijd is mijn relatie met Unicef ontstaan. Tien jaar geleden − ik zat inmiddels in de raad van bestuur van Heineken en had de middelen − heb ik binnen Unicef een persoonlijk fonds opgericht, om weeskinderen in Tanzania onderwijs te geven. Ik vind dat ik minstens vijf procent van mijn geld én tijd moet geven aan een betere wereld. Ik praat in de pers liever niet zo over dit soort projecten, voor je het weet komt het anders over dan ik het bedoel. Maar soms kan het iets in gang zetten.’

‘In Kinsjasa zag ik hoe onderwijs de sleutel is voor de toekomst voor deze kinderen. Zonder onderwijs, geen toekomst.’

‘Vier jaar geleden, precies op het moment dat ik van het Britse supermarktconcern Morrisons overstapte naar Marks & Spencer, was er die verschrikkelijke aardbeving op Haïti. Wekenlang was het grote nieuws dat het geld en de goederen die ingezameld waren niet op de juiste plek konden komen. Dat voelde heel onbehaaglijk voor mij, omdat ik me mijn hele werkzame leven heb beziggehouden met logistiek. Ik weet nog dat ik hetzelfde uur dat ik de contracten had ondertekend met Unicef belde. Het leven zat me mee en dat moest ik delen.’

‘De volgende ochtend zat ik al op het kantoor van Unicef Londen: of ik er iets voor voelde om naar Kopenhagen te gaan, waar alles werd gecoördineerd voor Haïti. Weer een dag later zat ik in mijn spijkerbroek en overhemd in Denemarken en was ik één van de acht mensen in het Unicef-emergency team voor Haïti. Ineens gaf ik geen leiding meer aan 130 duizend medewerkers, maar was ik één van de crisisteamleden. Ik ging met een ander teamlid over educatie en het was onze taak was om een miljoen kinderen zo snel mogelijk te voorzien van schoolborden, krijt, papier en pennen.’

‘Al snel had ik van Chinese suppliers van Unicef gehoord dat het drie tot vier maanden zou duren voordat de schoolspullen op de juiste plek konden komen. Van onderwijspsychologen had ik inmiddels begrepen dat dat precies de tijd is dat kinderen ontwortelen als ze niet naar school kunnen. Ik moest dus iets radicaals doen. Ik heb toen een plan opgezet om alle voorraden in de wereld in kaart te brengen en ben alle grote afnemers en leveranciers gaan bellen. Door mijn persoonlijke contacten kwam ik direct bij Terry Leahy, de baas van Tesco, en via via kwam ik in contact met baron Bic, de man achter de Bic-pennen. In no time wisten we waar de pennen van de wereld waren. Ik ben toen vier weken achter leveranciers gaan aanjagen en weet nog dat ik een maand later op tv zag dat de eerste goederen al na anderhalve maand op de juiste plek waren beland.’

We willen allemaal graag iets betekenen voor de maatschappij. Maar wat moet je dan doen? Soep scheppen? Collecteren? Topmanager Marc Bolland, advocaat Lokke Moerel en chirurg Adriaan de Blécourt pakken het anders aan: ze zetten hun specifieke expertise in om de wereld een iets aangenamere plek te maken. Hieronder hun verhalen. Tekst van Koos de Wilt & foto’s van Tessa Posthuma de Boer voor FD Persoonlijk

Marc Bolland, ceo van Marks & Spencer, ‘Most admired business leader in the UK’ in 2011

Helpt bij rampen

  • Facebook - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle