Schermafbeelding 2019-06-28 om 22.35.00.
Schermafbeelding 2019-06-28 om 23.11.22.
cover_U4759F5A44.png
Schermafbeelding 2019-06-28 om 22.35.33.
Schermafbeelding 2019-06-28 om 23.03.10.
Schermafbeelding 2019-06-28 om 23.02.45.

Hoe de Nederlanders omgaan met water uit zee, de rivieren en uit de lucht

 

WATERWIJS

 

Nederlanders toveren met water. Al eeuwen lang. En dat zal voorlopig niet ophouden. Ze creëerden niet alleen hun land, ze inspireren de rest van de wereld. Het verhaal van hoe water steeds minder de vijand is, maar steeds meer een bondgenoot.

Het Nederlandse landschap van bovenaf gezien is uniek. Als het vliegtuig vanuit Duitsland de landing naar luchthaven Schiphol inzet en je door het wolkendek zakt, zie je door de kleine raampjes de hand van de ingenieur met visioenen over hoe mensen moeten leven en werken. De uitspraak ‘God schiep de wereld, maar de Nederlanders creëerden hun eigen land’ kun je hier in de Nederlandse provincie Flevoland heel letterlijk nemen. Honderd jaar geleden was hier immers nog de Zuiderzee, die zich door de eeuwen heen regelmatig van een zeer woeste kant toonde. Nu is er een vredig kabbelend meer ontstaan met daarin een uitgestrekt land met landbouwgrond, bedrijfsterreinen en strakke steden, allemaal keurig bedacht op de tekentafel. Een zelfgemaakt land van de voormalige drooggemaakte zeebodem.

 

Als je via het zuiden, vanuit België dus, het Nederlandse luchtruim binnenvliegt, openbaart zich een ander landschap dat ook door de eeuwen heen met mensenhanden is gecreëerd. Eerst zie je de spectaculaire Deltawerken in de provincie Zeeland, die het land al meer dan vijftig jaar droog houden, en daarna een landschap dat eruit ziet als een schilderij van Piet Mondriaan, maar dan in de kleuren groen, blauw met hier en daar een toefje oranje van de daken. Met daardoorheen donkere lijnen van kaarsrechte sloten. Het is het Groene Hart, het groene gebied tussen de steden Rotterdam, Den Haag, Leiden, Haarlem, Amsterdam en Utrecht. Het is de verbeelding van het “poldermodel” waar Bill Clinton en Tony Blair in de jaren negentig met bewonderring naar keken als model van succesvol samenwerken.

 

In de toekomst kan het er vanuit de lucht gezien nog spectaculairder uitzien, als het aan de bedenker van de Polderdaken ligt, Friso Klapwijk: ‘Regenwater kan onze gebouwen koelen, het voedt planten, het kan het grondwater aanvullen en het kan zelfs dienen als drinkwater. En het is gratis,’ vertelt de ondernemer die spectaculaire plannen heeft met de platte, grijze daken van de stad: ‘Wat als je je dak niet meer ziet als een nutteloos stukje grijs, maar als groendak, daktuin of dakpark? We worden steeds vaker geconfronteerd met hevige neerslag, extreme hitte en langdurige droogte. Wij laten het water nu nog via onze riolen wegstromen en noemen dat nog afvalwater, terwijl het eigenlijk een bron van leven is. Ik heb eens uitgerekend dat je een derde van de bevolking van de stad Amsterdam zou kunnen voeden met de moestuintjes op de vierkante meters die al beschikbaar zijn. Op het dak van Restaurant Vermeer, een toprestaurant tegenover het Centraal Station, maakt de chef een groot deel van het jaar al de gerechten met de producten van zijn eigen dak. Dat smaakt naar meer.’

 

Eenmaal geland op de luchthaven Schiphol en met de taxi op de snelweg op weg naar Amsterdam, kun je op een viaduct de tekst lezen dat het land waar je rijdt 3,8 meter beneden het Normaal Amsterdams Peil (NAP) ligt. Als een volwassen kerel dus op de schouders van een ander zou staan, dan zou die nog kopje onder staan in de Noordzee. Tenminste, als er hier geen dijken zouden zijn en de Nederlanders niet op een nieuwe, nog slimmere manier met de waterhuishouding zouden omgaan.

 

Poldermodel

Het denken in water zit ‘m in alles. Er is een Nederlandse manier van denken, werken en besturen die net even anders is dan je waar dan ook in de wereld tegenkomt, volgens de dijkgraaf van het Waterschap Amstel Gooi en Vecht Dr. Gerhard van den Top, een soort burgermeester voor de waterhuishouding voor het gebied rondom Amsterdam: ‘In dit land kunnen we ons niet individueel beschermen tegen het water en daarom móeten we wel samenwerken. We moeten ook samen de middelen bij elkaar brengen en samen bepalen wat we met dat geld willen gaan doen. Dat gesteggel begon al in de vroege middeleeuwen toen tijdens de steeds maar terugkerende overstromingen, zoals de Allerheiligenvloed in het jaar 1170, duizenden mensen omkwamen en de Zuiderzee ontstond. De Nederlanders zijn de eerste dijkjes gaan aanleggen op kosten van alle betrokken. We zijn ons gezamenlijk gaan beschermen op de plekken waar handel en zee- en rivierschepen elkaar troffen. En we zijn daar gaan handelen. Dat handelen en onderhandelen zijn samen de basis geworden van hoe wij hier denken. Waarbij de natuur ons steeds weer bij de les hield. “Geef ons heden ons dagelijks brood[1] en af en toe een watersnood”, is een bekende variant op het gebed Onze Vader dat ons waarschuwt vooral niet in te dutten.’

 

Polderlandschap

Met uitzondering van de duinen bestaat heel West-Nederland uit polders en boezems. Het polderland is niet bevochten op de zee, maar is oorspronkelijk veenland dat ooit enkele meters boven zeeniveau lag. Met het ontginnen werd bedijking van het veenland op den duur een bittere noodzaak. Dit vooral ook omdat achter de dijken de bodemdaling door inklinking doorging. De opgetreden bodemdaling is er de oorzaak van dat de bodem van West-Nederland nu enkele meters beneden zeeniveau ligt. Veen werd gebruikt om turf te maken, dat als brandstof werd gebruikt om ons warm te houden in de gure wintermaanden. Op grote schaal gebeurde dat vanaf de zeventiende eeuw. In de zogenaamde verveningen ontstonden meren als de Loosdrechtse Plassen en Vinkeveense Plassen. In de rijke Gouden Eeuw gingen kooplieden de meren als deze als investeringsprojecten vervolgens weer droogleggen en verschenen de wereldbekende molens in het Hollandse landschap.

 

De dagelijkse aandacht voor de waterhuishouding heeft de Nederlanders veel gebracht, zo legt dijkgraaf Van den Top uit: ‘Ik heb als wateringenieur op veel verschillende plaatsen in de wereld gewerkt en heb gezien dat in landen waar de overheid het niet voor elkaar krijgt om publieke diensten te regelen, zoals het waterbeheer, iedereen de sigaar is. Een kleine elite zit dan in een mooi huis, met een dure auto voor de deur maar heeft geen fatsoenlijke weg om op te rijden. Iedereen moet alles individueel regelen: elektriciteit, scholen en veiligheid tegen de elementen zoals water. Zorgen voor de waterhuishouding is het vloertje onder onze samenleving, pas daarna heeft het zin zaken als gezondheidzorg, onderwijs, defensie en huisvesting te regelen’, zo legt de dijkgraaf uit.