Uit het managementboek Kunst en het ondernemen van Koos de Wilt

De intuïtie van Joep van Lieshout

Tip van Atelier Van Lieshout

In onze maatschappij en economie zitten we gevangen in onze eigen Excel-sheets. Het zal niet leiden tot de antwoorden die we morgen nodig hebben. Waar het op aan komt is soms durven varen intuïtie om de toekomst aan te kunnen.

De huidige maatschappij en economie zullen de komende jaren drastisch veranderen. Maar op welke manier? Wanneer de toekomst onzeker is en voorspellen onmogelijk lijkt komt  het aan op durf en intuïtie. De kunst van Joep van Lieshout (1963) gaat erover.

 

Utopia

Tom Peters, een van de belangrijkste managementgoeroes van onze tijd schreef ooit: ‘Leaders trust their guts. "Intuition" is one of those good words that has gotten a bad rap. For some reason, intuition has become a "soft" notion. Garbage! Intuition is the new physics. It's an Einsteinian, seven-sense, practical way to make tough decisions. […] The crazier the times are, the more important it is for leaders to develop and to trust their intuition.’ Dromen over de ideale maatschappij en nadenken over hedendaagse maatschappelijke problemen is van alle tijden. Misschien wel de meest beroemde beschrijving van een ideale maatschappij is het ‘Nergensland’ van de jurist, filosoof, staatsman en humanist Thomas More (1478-1535) in zijn boek Utopia. More was de briljante adviseur van de beruchte koning Hendrik VIII en bevriend met onze eigen humanist Erasmus met wie hij zijn verlichte ideeën deelde. More’s boek is een kritiek op de Europese maatschappij van zijn tijd. Het gaat over spanning geboren uit morele strijd, tussen macht en gelijkheid, tussen werk om te overleven en werk om luxe te verwerven, tussen creativiteit, genieten en luiheid, tussen het actuele en het ideale. More verhaalt in zijn boek over zijn bezoek aan het eiland Utopia, waar hij een vredige en ordelijke maatschappij vond. Iedereen spreekt er dezelfde taal en leeft naar dezelfde regels. Alle Utopianen, zowel mannen als vrouwen, werten deels op het land en beoefenden daarnaast het werk van hun keuze. Iedereen werkt slechts zes uur per dag, zodat er tijd overblijft om zich verder te ontwikkelen door te lezen of te studeren. Het eten wordt gelijkmatig verdeeld onder de bewoners en de Utopianen eten tezamen. Goud en zilver wordt niet gebruikt voor sieraden, maar om potten en pannen mee te maken of om broeken mee dicht te gespen. Uiterst functioneel. Gokken is verboden, mode bestaat niet. Er zijn in Utopia geen vooraf vastgestelde straffen, er wordt gestraft naar zwaarte van de misdaad. Alles staat in het teken van het verkrijgen van een beter leven voor iedereen.

More beschrijft een maatschappij met veel voordelen, een ideaalbeeld waarvan we elementen in onze tijd hebben gerealiseerd. Maar anderzijds is de wereld die hij ons voorhoudt naast onmogelijk ook onwenselijk. Zo’n maatschappij leidt, zo weten we uit ervaring, immers vaak tot totalitaire staten, onvrijheid en een saaie leefomgeving.

 

Waar we naartoe gaan

Ook kunstenaars wagen zich aan het creëren van een utopische stad, zoals de Nederlandser Constant Nieuwenhuijs (1920-2005), die vooral bekend is als medeoprichter van de CoBrA-groep. Constant ontwierp de utopische stad New Babylon (1954-1969), een toekomstige plaats waar de mens is bevrijd van lichamelijke arbeid. De mens zal zich daar alleen wijden aan het ontwikkelen van creatieve ideeën. Land is er collectief bezit, arbeid volledig geautomatiseerd en de noodzaak om te werken is vervangen door een nomadische levensstijl van creatief spelen. Met hulp van assistenten maakte Constant schaalmodellen van de meest uiteenlopende materialen: plexiglas, roestvrijstaal, aluminium, ijzerdraad en hout. Het project omvat ook schilderijen, tekeningen, collages, litho's, teksten, lezingen en zelfs films.

Waar het project van Constant hoop ademt, schetst Joep van Lieshout een wereldbeeld dat koeler en rationeler is. De in Rotterdam werkende kunstenaar Joep heeft Utopia niet gelezen - ‘je moet kiezen om kunst te maken óf een boek lezen’ - maar zijn sculpturen, machines, modellen en tekeningen tonen ons eveneens een alternatieve samenleving, een die we ons inmiddels, met aanhoudende economische crisis, goed kunnen voorstellen. Door het opraken van grondstoffen zal zich volgens Van Lieshout een machtsstrijd ontketenen die uiteindelijk zal leiden tot een nieuwe, tribale wereldorde. De mens zal moeten overschakelen over op een simpeler levensstijl waarin zelfvoorzienendheid en waardering voor materialen en rituelen de boventoon voeren. 

In een ander stedenbouwkundig project van Atelier Van Lieshout, ‘SlaveCity’ (2005–2009), wil Van Lieshout onderzoeken hoe wij mensen ons verhouden tot het economisch systeem. De denkbeeldige stad met winkelcentra, bordelen en abattoirs is een gestroomlijnde machine met als enige doel het maximaliseren van winst. Alle 200.000 inwoners zijn feitelijk slaven die leven in  een maatschappij die geheel gebaseerd is op economische berekeningen. Het is een satire op onze 'Excel sheet-maatschappij', zoals Joep van Lieshout dat noemt. Een maatschappij als een soort concentratiekamp, dat steeds hogere efficiency najaagt maar tegelijkertijd in het teken staat van zelfvoorziening, duurzaamheid en vergroening. Net als More’s Utopia laat hij de mens in een rationele maatschappij zien die bij nader inzien toch wel heel onprettig aanvoelt.

 

Het atelier

Het werk van Atelier Van Lieshout gaat over macht, over consumptie en over economie en over de keuzes die we daarin maken en zullen gaan maken. Atelier Van Lieshout (AVL) werd wereldberoemd met het ontwerpen van tafels, stoelen, keuken- en toiletblokken gemaakt in opdracht van vele musea, waaronder het Museum of Modern Art New York. De creaties variëren van beelden tot installaties, van meubilair tot complete architectonische verbouwingen. Net als Constant voor New Babylon werkt Van Lieshout voor zijn projecten niet alleen. In 1995 richtte Joep van Lieshout zijn Atelier Van Lieshout op, een bedrijf van zo’n twintig medewerkers. Enerzijds was dit een conceptuele keuze, omdat het paste bij zijn idee over kunstenaarschap in de jaren tachtig. Van Lieshout reduceerde zijn rol als kunstenaar tot die van een eenvoudige aannemer of timmerman. Een praktische reden om zijn activiteiten onder de naam Atelier Van Lieshout uit te voeren was er ook. Rem Koolhaas – die ook al geïnspireerd was door het werk van Constant – wilde graag van de diensten van Van Lieshout gebruikmaken voor een project, maar de architect mocht van zijn opdrachtgever – die zijn eigen connecties wilde laten inhuren - alleen zaken doen met echte bedrijven. Daar wist Van Lieshout wel raad op. Dezelfde dag schreef hij zich als bedrijf in onder de naam Atelier Van Lieshout.

 

Een bijkomend voordeel van het hebben van een bedrijf met medewerkers was ook dat hij zijn ideeën op grotere schaal kon laten uitvoeren, in technieken waar hij zelf mee onbekend was. Toch is het niet zo dat Van Lieshout zich hierbij ziet als een kunstenaar die in navolging van zeventiende-eeuwse kunstenaarsateliers een grote productie wilden hebben van hun atelier. Een kunstwerk wordt volgens Van Lieshout pas een kunstwerk als er niet alleen in het idee, maar ook in de uitvoering de hand van de kunstenaar te herkennen is. Van Lieshout heeft om die reden vaak overwogen om de naam weer te wijzigen in Joep van Lieshout. Van Lieshout: ‘Veel jonge mensen, die ook aan het grensgebied opereren, vinden het atelieridee wel interessant, maar verzamelaars en de kunstwereld willen gewoon het werk van een sterfelijke, individuele kunstenaar hebben. Die klagen al snel over een te grote oplage en twijfelen over of het werk gemaakt is door een stagiaire.’ Van Lieshout gelooft niet dat goede kunst in groepsverband kan ontstaan. Een van de belangrijke assets van een kunstenaar is zijn intuïtie. In het maken, in het fysiek scheppen van het kunstwerk zitten allemaal keuzemomenten die het werk al of niet interessant maken. Bij het uitbesteden van werk gaat dat verloren. De individuele kunstenaar maakt andere keuzes tijdens het uitvoeren van zijn ideeën dan hij in de conceptfase dacht. Het is een betrokkenheid van de leiding bij veel bedrijven die ook node gemist wordt bij op de werkvloer. Bij de beste bedrijven doen de werknemers niet simpelweg hun kunstje, maar weten ze gesteund door een baas die ook weet wat ze maken. Bij deze excellente bedrijven weten medewerkers ook precies wat ze moeten doen als de wereld om hen heen verandert en hoeven ze niet te wachten op een nieuw decreet.

 

Visie

In vroeger tijden mochten kunstenaars als Rubens en Rafaël meedenken over de maatschappij. Inmiddels hebben veel kunstenaars zich teruggetrokken in hun eigen bastions. Maar er zijn ook kunstenaars die graag meedenken over hoe die maatschappij in de toekomst zal zijn, kan zijn en moeten zijn. Van Lieshout schetst een sinister anti-utopisch project waar rationeel, efficiënt en winstgevend wordt gewerkt, maar waar ethiek, esthetiek, moraal, voedsel, energie, economie, organisatie, bestuur en handel geheel op de kop worden gezet. Bij het project van Atelier Van Lieshout wordt er elke dag zeven uur op kantoor en zeven uur in de landbouw gewerkt voordat mensen zich drie uur mogen ontspannen en zeven uur mogen slapen. De stad is “groen” in die zin dat alles wordt hergebruikt en hulpbronnen van de aarde niet worden verspilt. Ook het lichaam van de mens wordt na zijn dood gerecycled. Van Lieshout ziet een andere maatschappij dan de hoopvolle die Constant zag. Ook Van Lieshout is geïnteresseerd in zaken als economie, consumptie en macht en SlaveCity is er een uitvloeisel van die realistische contouren begint aan te nemen: ‘We zijn hard op weg om zo’n samenleving te worden. Waar vroeger iedereen zijn best deed iets moois te maken, heeft tegenwoordig iedereen Excel op zijn computer zitten. Er worden nog wel producten gemaakt, maar ver van ons af in lage lonenlanden waar mensen onze spullen maken waar ze daar weer niks mee kunnen, als ze al zouden kunnen betalen. Business gaat tegenwoordig niet meer over concrete dingen maken, maar over wat er op de markt verschijnt, waar het wordt geproduceerd, hoe het wordt geproduceerd. Contact met het ding wordt steeds verder uitgekleed. Dat geldt niet alleen in de productie, maar ook hoe je het als consument gebruikt, waarbij in de marketing nog wel sentimentele verwijzingen worden gemaakt naar het oorspronkelijke product, maar waarbij iedereen al lang weet dat die er niet meer is. Ik zet de maatschappij die spiegel voor. Het is deze realiteit die ons midden in het gezicht aanstaart.’

Democratie zal ons daarbij niet helpen, denkt Van Lieshout, want de massa kiest niet wat goed voor ze is, maar op heel andere gronden. Van Lieshout: ‘Als we verstandig zouden zijn dan zouden we ophouden met investeren in fossiele brandstoffen, maar zou je het landschap vullen met windmolens en zou je oordoppen uitdelen. Maar kom daar eens mee aan. Meer planeconomie zou ik rationeler vinden, maar ik ben er tegelijkertijd geen voorstander van. Democratie – aan de andere kant - is verworden tot een soort marketing en als je mensen vraagt wat ze willen, dan vragen ze iets wat ze eigenlijk helemaal niet willen hebben. Of zoals Henry Ford zei: als je mensen vraagt wat ze willen, vragen ze snellere paarden. Een auto zouden ze niet verzinnen. Als ik mensen vraag welk kunstwerk ze willen hebben, dan vragen ze iets wat ik tien jaar geleden gemaakt heb. Een goede kunstenaar is een visionair, zoals ook een goede ondernemer dat is. Als je visie combineert met harde werkers, dan kom je er wel. Maar het probleem is dat mensen – politici, managers en ook kunstenaars - populair willen zijn. Dat maakt veel politici nutteloos, want eigenlijk zitten ze daar niet voor.’ Maar hoe moet het dan…? ‘Ik ben het type van knuppel in het hoenderhok. Mij moet je vragen als je rare ideeën wilt hebben die bruikbaar zijn, maar een tikkeltje extreem. Ik kan vreemde verbanden leggen. Vraag me niet om een fusieplan voor een ziekenhuis. Als kunstenaar laat je je niet leiden door Excel sheets, maar door je intuïtie en als je je intuïtie volgt, voel dingen sneller aan. Dat is een andere rol dan als je alles wat je zegt moet rationaliseren, verklaren en theoretisch moet bewijzen. Maar als je alleen maar bestaande lijnen doortrekt dan kom je niet op nieuwe ideeën. Een kunstenaar doet iets wat hij niet laten kan en een designer maakt iets dat moet verkopen: een succesvol product ontwikkelen op de huidige markt. Een kunstenaar ontwikkelt nieuwe paradigma’s voor de markt van morgen.’
 

Waar we naartoe gaan

Ook kunstenaars wagen zich aan het creëren van een utopische stad, zoals de Nederlandser Constant Nieuwenhuijs (1920-2005), die vooral bekend is als medeoprichter van de CoBrA-groep. Constant ontwierp de utopische stad New Babylon (1954-1969), een toekomstige plaats waar de mens is bevrijd van lichamelijke arbeid. De mens zal zich daar alleen wijden aan het ontwikkelen van creatieve ideeën. Land is er collectief bezit, arbeid volledig geautomatiseerd en de noodzaak om te werken is vervangen door een nomadische levensstijl van creatief spelen. Met hulp van assistenten maakte Constant schaalmodellen van de meest uiteenlopende materialen: plexiglas, roestvrijstaal, aluminium, ijzerdraad en hout. Het project omvat ook schilderijen, tekeningen, collages, litho's, teksten, lezingen en zelfs films.

Waar het project van Constant hoop ademt, schetst Joep van Lieshout een wereldbeeld dat koeler en rationeler is. De in Rotterdam werkende kunstenaar Joep heeft Utopia niet gelezen - ‘je moet kiezen om kunst te maken óf een boek lezen’ - maar zijn sculpturen, machines, modellen en tekeningen tonen ons eveneens een alternatieve samenleving, een die we ons inmiddels, met aanhoudende economische crisis, goed kunnen voorstellen. Door het opraken van grondstoffen zal zich volgens Van Lieshout een machtsstrijd ontketenen die uiteindelijk zal leiden tot een nieuwe, tribale wereldorde. De mens zal moeten overschakelen over op een simpeler levensstijl waarin zelfvoorzienendheid en waardering voor materialen en rituelen de boventoon voeren. 

In een ander stedenbouwkundig project van Atelier Van Lieshout, ‘SlaveCity’ (2005–2009), wil Van Lieshout onderzoeken hoe wij mensen ons verhouden tot het economisch systeem. De denkbeeldige stad met winkelcentra, bordelen en abattoirs is een gestroomlijnde machine met als enige doel het maximaliseren van winst. Alle 200.000 inwoners zijn feitelijk slaven die leven in  een maatschappij die geheel gebaseerd is op economische berekeningen. Het is een satire op onze 'Excel sheet-maatschappij', zoals Joep van Lieshout dat noemt. Een maatschappij als een soort concentratiekamp, dat steeds hogere efficiency najaagt maar tegelijkertijd in het teken staat van zelfvoorziening, duurzaamheid en vergroening. Net als More’s Utopia laat hij de mens in een rationele maatschappij zien die bij nader inzien toch wel heel onprettig aanvoelt.

 

Het atelier

Het werk van Atelier Van Lieshout gaat over macht, over consumptie en over economie en over de keuzes die we daarin maken en zullen gaan maken. Atelier Van Lieshout (AVL) werd wereldberoemd met het ontwerpen van tafels, stoelen, keuken- en toiletblokken gemaakt in opdracht van vele musea, waaronder het Museum of Modern Art New York. De creaties variëren van beelden tot installaties, van meubilair tot complete architectonische verbouwingen. Net als Constant voor New Babylon werkt Van Lieshout voor zijn projecten niet alleen. In 1995 richtte Joep van Lieshout zijn Atelier Van Lieshout op, een bedrijf van zo’n twintig medewerkers. Enerzijds was dit een conceptuele keuze, omdat het paste bij zijn idee over kunstenaarschap in de jaren tachtig. Van Lieshout reduceerde zijn rol als kunstenaar tot die van een eenvoudige aannemer of timmerman. Een praktische reden om zijn activiteiten onder de naam Atelier Van Lieshout uit te voeren was er ook. Rem Koolhaas – die ook al geïnspireerd was door het werk van Constant – wilde graag van de diensten van Van Lieshout gebruikmaken voor een project, maar de architect mocht van zijn opdrachtgever – die zijn eigen connecties wilde laten inhuren - alleen zaken doen met echte bedrijven. Daar wist Van Lieshout wel raad op. Dezelfde dag schreef hij zich als bedrijf in onder de naam Atelier Van Lieshout.

 

Een bijkomend voordeel van het hebben van een bedrijf met medewerkers was ook dat hij zijn ideeën op grotere schaal kon laten uitvoeren, in technieken waar hij zelf mee onbekend was. Toch is het niet zo dat Van Lieshout zich hierbij ziet als een kunstenaar die in navolging van zeventiende-eeuwse kunstenaarsateliers een grote productie wilden hebben van hun atelier. Een kunstwerk wordt volgens Van Lieshout pas een kunstwerk als er niet alleen in het idee, maar ook in de uitvoering de hand van de kunstenaar te herkennen is. Van Lieshout heeft om die reden vaak overwogen om de naam weer te wijzigen in Joep van Lieshout. Van Lieshout: ‘Veel jonge mensen, die ook aan het grensgebied opereren, vinden het atelieridee wel interessant, maar verzamelaars en de kunstwereld willen gewoon het werk van een sterfelijke, individuele kunstenaar hebben. Die klagen al snel over een te grote oplage en twijfelen over of het werk gemaakt is door een stagiaire.’ Van Lieshout gelooft niet dat goede kunst in groepsverband kan ontstaan. Een van de belangrijke assets van een kunstenaar is zijn intuïtie. In het maken, in het fysiek scheppen van het kunstwerk zitten allemaal keuzemomenten die het werk al of niet interessant maken. Bij het uitbesteden van werk gaat dat verloren. De individuele kunstenaar maakt andere keuzes tijdens het uitvoeren van zijn ideeën dan hij in de conceptfase dacht. Het is een betrokkenheid van de leiding bij veel bedrijven die ook node gemist wordt bij op de werkvloer. Bij de beste bedrijven doen de werknemers niet simpelweg hun kunstje, maar weten ze gesteund door een baas die ook weet wat ze maken. Bij deze excellente bedrijven weten medewerkers ook precies wat ze moeten doen als de wereld om hen heen verandert en hoeven ze niet te wachten op een nieuw decreet.

 

Visie

In vroeger tijden mochten kunstenaars als Rubens en Rafaël meedenken over de maatschappij. Inmiddels hebben veel kunstenaars zich teruggetrokken in hun eigen bastions. Maar er zijn ook kunstenaars die graag meedenken over hoe die maatschappij in de toekomst zal zijn, kan zijn en moeten zijn. Van Lieshout schetst een sinister anti-utopisch project waar rationeel, efficiënt en winstgevend wordt gewerkt, maar waar ethiek, esthetiek, moraal, voedsel, energie, economie, organisatie, bestuur en handel geheel op de kop worden gezet. Bij het project van Atelier Van Lieshout wordt er elke dag zeven uur op kantoor en zeven uur in de landbouw gewerkt voordat mensen zich drie uur mogen ontspannen en zeven uur mogen slapen. De stad is “groen” in die zin dat alles wordt hergebruikt en hulpbronnen van de aarde niet worden verspilt. Ook het lichaam van de mens wordt na zijn dood gerecycled. Van Lieshout ziet een andere maatschappij dan de hoopvolle die Constant zag. Ook Van Lieshout is geïnteresseerd in zaken als economie, consumptie en macht en SlaveCity is er een uitvloeisel van die realistische contouren begint aan te nemen: ‘We zijn hard op weg om zo’n samenleving te worden. Waar vroeger iedereen zijn best deed iets moois te maken, heeft tegenwoordig iedereen Excel op zijn computer zitten. Er worden nog wel producten gemaakt, maar ver van ons af in lage lonenlanden waar mensen onze spullen maken waar ze daar weer niks mee kunnen, als ze al zouden kunnen betalen. Business gaat tegenwoordig niet meer over concrete dingen maken, maar over wat er op de markt verschijnt, waar het wordt geproduceerd, hoe het wordt geproduceerd. Contact met het ding wordt steeds verder uitgekleed. Dat geldt niet alleen in de productie, maar ook hoe je het als consument gebruikt, waarbij in de marketing nog wel sentimentele verwijzingen worden gemaakt naar het oorspronkelijke product, maar waarbij iedereen al lang weet dat die er niet meer is. Ik zet de maatschappij die spiegel voor. Het is deze realiteit die ons midden in het gezicht aanstaart.’

Democratie zal ons daarbij niet helpen, denkt Van Lieshout, want de massa kiest niet wat goed voor ze is, maar op heel andere gronden. Van Lieshout: ‘Als we verstandig zouden zijn dan zouden we ophouden met investeren in fossiele brandstoffen, maar zou je het landschap vullen met windmolens en zou je oordoppen uitdelen. Maar kom daar eens mee aan. Meer planeconomie zou ik rationeler vinden, maar ik ben er tegelijkertijd geen voorstander van. Democratie – aan de andere kant - is verworden tot een soort marketing en als je mensen vraagt wat ze willen, dan vragen ze iets wat ze eigenlijk helemaal niet willen hebben. Of zoals Henry Ford zei: als je mensen vraagt wat ze willen, vragen ze snellere paarden. Een auto zouden ze niet verzinnen. Als ik mensen vraag welk kunstwerk ze willen hebben, dan vragen ze iets wat ik tien jaar geleden gemaakt heb. Een goede kunstenaar is een visionair, zoals ook een goede ondernemer dat is. Als je visie combineert met harde werkers, dan kom je er wel. Maar het probleem is dat mensen – politici, managers en ook kunstenaars - populair willen zijn. Dat maakt veel politici nutteloos, want eigenlijk zitten ze daar niet voor.’ Maar hoe moet het dan…? ‘Ik ben het type van knuppel in het hoenderhok. Mij moet je vragen als je rare ideeën wilt hebben die bruikbaar zijn, maar een tikkeltje extreem. Ik kan vreemde verbanden leggen. Vraag me niet om een fusieplan voor een ziekenhuis. Als kunstenaar laat je je niet leiden door Excel sheets, maar door je intuïtie en als je je intuïtie volgt, voel dingen sneller aan. Dat is een andere rol dan als je alles wat je zegt moet rationaliseren, verklaren en theoretisch moet bewijzen. Maar als je alleen maar bestaande lijnen doortrekt dan kom je niet op nieuwe ideeën. Een kunstenaar doet iets wat hij niet laten kan en een designer maakt iets dat moet verkopen: een succesvol product ontwikkelen op de huidige markt. Een kunstenaar ontwikkelt nieuwe paradigma’s voor de markt van morgen.’

 

ZAKENLESSEN UIT DE KUNST • Samen met een aantal deskundigen schreef ik het boek over de zakelijke kant van de grootste kunstenaars uit de kunstgeschiedenis. In dit boek 18 verhalen van grote kunstenaars. Geschreven in opdracht van de Bankgiro Loterij (verschenen mei 2013).

  • Facebook - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle