kaft scheepvaart.png

Diederick Wildeman, conservator zeevaartkunde & bibliotheek collecties over de relatie Nederlanders en Japanners  

‘Nederlanders stonden open naar de wereld’  

Tussen 1641 en 1854 communiceerde de wereld met Japan via een smalle brug tussen de stad Nagasaki en het kunstmatig eilandje Deshima, waarop de VOC een handelspost had gevestigd. Hoe zagen de Japanners die Nederlanders en via hen de rest van de wereld? En hoe keken die Nederlanders eigenlijk naar de Japanners? Een gesprek hierover met conservator van het Scheepvaartmuseum Diederick Wildeman, specialist op het gebied van Nederlandse ontdekkingsreizen in de zeventiende eeuw.  

Interview: Koos de Wilt voor het Scheepvaartmuseum

Nederland was ook in de zeventiende eeuw niet groot, hoe konden Nederlanders eigenlijk zo’n grote macht opbouwen in Azië? 

‘De kracht van het kleine Nederland was dat ze als maritieme macht open stonden naar de wereld. Ze schrokken niet van mensen die zich anders gedroegen, zoals de verschillende volkeren die ze in Azië tegenkwamen. Al heel snel wisten Nederlanders zich aan te passen aan lokale omstandigheden, zeker waar de macht van de VOC niet heel groot was. Ze moesten daarbij steeds inspelen op lokale gebruiken en gewoontes en op bestaande machtsstructuren. Aan boord waren daarom altijd mensen aanwezig die verschillende talen spraken, zoals bijvoorbeeld het Pasar-Maleis, lange tijd een lingua franca in een groot deel van Zuidoost-Azië. Japan was bepaald niet open naar de wereld. Om daar handel te drijven moest men zich nog meer aanpassen.’  

Waarom was Japan zo gesloten naar de wereld? 

‘In de zestiende eeuw werd Japan bestierd door een shogun wiens positie voortdurend onder vuur lag. Begin zeventiende eeuw kwam er meer rust in het eilandenrijk, toen één machthebber de overhand kreeg. De ontwikkeling van het centraal gezag onder een shogun en de keizer ging gelijk op met het geleidelijk afsluiten van het land voor vreemde invloeden. Ze wilden af van de burgeroorlogen en af van verschillende geloven die eisten dat er andere leiders worden gediend.’  


‘Ieder Japans kind weet dat Deshima honderden jaren Japans venster op de wereld was.’ 

Naast de Chinese mochten alleen Nederlandse schepen nog handeldrijven in het land. Waarom wilde Japan het contact met de wereld laten verlopen via de Nederlanders? 

‘De Portugezen probeerden in de zestiende eeuw de Japanners tot het christendom te bekeren. Aanvankelijk vonden de machthebbers dat niet zo’n probleem, maar het werd vervelend toen bleek dat ze daarmee ook de paus als autoriteit erbij kregen. Dat wilden de lokale leiders niet en daarom werden de christenen steeds meer vervolgd en werden de Portugezen niet meer toegelaten op het eiland. De Nederlanders deden de belofte dat ze geen Japanners zouden kerstenen, ze pasten zich aan. Bovendien hadden de Nederlanders allemaal interessante producten in de aanbieding, zoals bijzondere textielen en specerijen. Daarvoor had de VOC al een handelspost, de factorij in Hirado, die werd gesloten en verplaatst naar Deshima.’  


‘Alle boeken uit de zeventiende eeuw met illustraties erin van Europese expansie in Azië zijn van Nederlandse hand.’ 

En toen ontstond dus Deshima, het kunstmatige eiland aan de kust van Nagasaki…? 

‘Het eilandje was er al in de tijd van de Portugezen, maar nu werd het overgenomen door de Nederlanders. Het stelde niet veel voor. Het was niet meer dan waaiervormig eiland ter grootte van de Dam in Amsterdam met een hoofdstraat, wat zijstraten, wat moestuintjes en een grote Nederlandse vlag. Daarop verbleven een paar tientallen Nederlanders. In de baai van Nagasaki werden de producten van de Nederlanders binnengebracht, zoals textiel, en gingen er schepen uit met Japans koper en zilver, dat door de Nederlanders in Azië werd verhandeld. Tot midden van de zeventiende eeuw was dit een buitengewoon winstgevende exercitie voor de VOC.’  

Hoe waren de contacten tussen de Japanners en de Nederlanders op het eiland? 

‘De Japanse bevolking zag geen Nederlanders, die bleven op het eilandje Deshima. Behalve één keer per jaar, dan trokken ze in een stoet van honderden kilometers naar Edo (het huidige Tokio), een afstand van honderden kilometers, om eer te bewijzen aan de shogun. En dat was aapjes kijken voor de Japanners. Contacten waren er verder niet. Ook niet bij het leren van de Nederlandse taal, de taal waarin Japan kennis over de wereld vergaarde. Het was de Nederlanders verboden om Japans te leren. In Nagasaki werden wel een paar Japanners opgeleid om Nederlands te leren. Dat gebeurde alleen met boeken en dus niet door Nederlandse leraren. Aan het begin van de achttiende eeuw gingen de Japanners vragen om meer boeken. Over de geschiedenis van de wereld bijvoorbeeld, maar ook aardrijkskundige beschrijvingen en kaarten en medische en technische boeken. Die Nederlandse boeken vertaalden ze vervolgens zelf in het Japans. Ook leerden ze zich in die tijd westerse etstechnieken aan en tekenen op een Europese manier.’ 

‘Wel vonden de Nederlanders die volkeren iets minder hoogstaand omdat ze niet christelijk. Zaken als huidskleur en ras waren veel minder belangrijk dan geloof en taal.’ 

Leerden de Nederlanders meer van de Japanners of de Japanners meer van de Nederlanders? 

‘Nederlanders leerden natuurlijk van alles over de cultuur en de kunst, maar in de loop van de achttiende en met name in de negentiende eeuw was technische kennis enorm belangrijk voor de Japanners en leerden de Japanners meer van Europa dan omgekeerd. Japanners waren enorm bang dat ze gekoloniseerd zouden worden door een van de Europese machten, daarom wilden ze wel van alles leren van Europese kennis en techniek, maar dat gebeurde dus alleen via Nederlandse teksten.’ 

Hoe zagen de Nederlanders de Japanners?  

‘In de zeventiende en achttiende eeuw zagen de Nederlanders China en Japan als hoogontwikkeld en beschaafd; als min of meer gelijkwaardig, maar anders dan Europa. Wel vonden ze die volkeren iets minder hoogstaand omdat ze niet christelijk waren. Zaken als huidskleur en ras waren veel minder belangrijk dan geloof en taal. Als je een goed christen was, dan werd je gewaardeerd, kleur was minder van belang. Pas toen in Europa de Industriële Revolutie in de loop van de negentiende eeuw op gang kwam en er een kenniskloof ontstond werden Japan en China gezien als  minderwaardig .’  

Wat kenden de Nederlanders van Japan? 

‘Reisbeschrijvingen waren heel populair in Nederland, vooral die met illustraties. Dat is sterk gekoppeld aan de visuele cultuur in Nederland, waar het maken van prenten en schilderijen heel sterk ontwikkeld was. Bijna alle boeken uit de zeventiende eeuw met illustraties erin van Europese expansie in Azië zijn van Nederlandse hand. Engelsen, Spanjaarden, Fransen en Duisters deden dat niet of nauwelijks. Daardoor wist men in Nederland redelijk goed hoe het er in Azië uitzag. Maar niet alleen Japan vond men interessant. Met name de elite was geïnteresseerd in alle informatie van overzee. Dat was politiek en economisch interessant. De interesse in kaarten en globes had hiermee te maken. Amsterdam werd voor heel Europa het informatiecentrum. Heel Europa keek naar Amsterdam om contacten te leggen met Japan, Ceylon, India en Japan. In de negentiende eeuw was de interesse voor Japan niet alleen meer iets van de elite, het werd breed gedeeld toen het zogenaamde Japonisme opkwam. In die tijd gingen er veel producten naar Nederland, zoals porselein, thee, Japanse prenten en kimono’s en de stoffen waarmee die kimono’s waren gemaakt . Japan had een grote invloed op de kunst, zoals blijkt uit het werk van Vincent van Gogh.’

Is er nu nog iets terug te vinden van het oude Deshima in het huidige Nagasaki? 

‘In de vorige eeuw is de haven van Nagasaki uitgebreid, waardoor het eilandje Deshima is opgeslokt door de stad. Inmiddels is het kanaal tussen Nagasaki en Deshima weer uitgegraven en zijn de Japanners de oude nederzetting gaan reconstrueren. Er is nu een soort openluchtmuseum van gemaakt. Ze zijn de huizen gaan herbouwen naar voorbeeld van wat er in de achttiende eeuw gestaan heeft. Ieder Japans kind weet dat dit eiland voor honderden jaren Japans het venster op de wereld was. Door Deshima was er contact met het Westen en dat heeft een vliegwiel in beweging gezet waardoor de modernisering van vandaag mogelijk is geworden. Iedere Japanner weet dat. In Nederland zijn we daar nauwelijks van bewust. Japanners kennen jonkheer Philipp Franz Balthasar von Siebold (1796 – -1866), een van de westerlingen die buiten Deshima mocht komen en lessen in Nederlands en westerse medicijnen gaf. Von Siebold heeft ook een enorme collectie Japanse kunst meegenomen naar het westen. Te veel volgens de Japanners, waardoor hij er uiteindelijk in 1830 uit gegooid werd en naar Leiden vertrokken.’ 

  • Facebook - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle