De kramp moet uit de arbeidsmarkt

We mogen trots zijn op hoe we het economisch doen in Nederland. Maar als het gaat over onze arbeidsmarkt efficiëntie mag er steviger worden doorgepakt, zo vindt hoogleraar Marktwerking en Mededingingseconomie Barbara Baarsma. Zeker gezien de huidige technologische ontwikkelingen in combinatie met de globalisering is het belangrijk dat de kramp uit de arbeidsmarkt wordt gehaald, vindt Baarsma.

 

Er wordt veel geklaagd in dit land, maar Baarsma doet daar niet aan mee: ‘Wij zijn de vierde meest concurrerende economie ter wereld. Daarbij scoren we goed op het feit dat hier niet de vriendjes van vriendjes de mooie functies krijgen, maar de personen die het meest geschikt zijn. Ook kunnen werkgevers- en werknemersorganisaties hier redelijk goed met elkaar samenwerken, wat goed is voor de economie. Er zijn echter ook verbeterpunten, die liggen op het gebied van arbeidsmarkt efficiëntie. Dat gaat over het aanpassingsvermogen van lonen, de ontslagregels en de prikkels in ons fiscale stelsel om aan het werk te gaan of om meer uren te werken. Daar scoren we onvoldoende op. Dit zijn precies de knoppen waaraan het nieuwe kabinet zit, maar ze hadden wel wat meer kunnen doorpakken.’ 

 

iedereen is nodig

Ondanks gemor uit linkse hoek vindt de hoogleraar het recente regeerakkoord niet per se aantrekkelijk voor werkgevers. Baarsma: ‘Werkgevers krijgen een lastenverzwaring van ongeveer 100 miljoen euro voor hun kiezen terwijl werkenden er 6 miljard op vooruit gaan.’ Baarsma vindt dat werkgevers het makkelijker gemaakt mag worden om mensen aan te nemen. ‘Ik ben een warm voorstander van afschaffing van de vaste arbeidsovereenkomst, arbeidscontracten zouden wat mij betreft een looptijd van hooguit vijf jaar mogen hebben.

Technologie en globalisering zorgen ervoor dat de arbeidsmarkt voortdurend in ontwikkeling is, dat gaat steeds sneller. Vasthouden aan een vaste baan is niet reëel, het is op de arbeidsmarkt van de 21ste eeuw een mythe. We moeten iedereen daarin scherp houden en een kans geven door introductie van een verzekering tegen kennisveroudering. Nu zitten er al veel te veel ontmoedigde mensen op de reservebank. Dat vind ik niet sociaal, integendeel. Bovendien zullen we iedereen straks keihard nodig hebben. In 2040, op het hoogtepunt van de vergrijzing, zijn er nog slechts 2,6 potentieel werkenden op één AOW’er. Dat zijn er nu 3,4 en het cijfer was tijdens de opbouw van de verzorgingsstaat in de jaren ‘60/’70 van de vorige eeuw zelfs meer dan 7.’

het effect van technologie op werk

 

Hoe dramatisch is het eigenlijk, het effect van technologie op werk? Baarsma: ‘De OECD (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) voorspelt dat de komende tien jaar zo’n 10% van de banen meer dan 70% kans heeft geautomatiseerd te worden. Voor 27% van de functies geldt een kans van 50 tot 70%. Dit betekent dat met bijna 40% van de banen iets staat te gebeuren, met de overige 60% niet of nauwelijks. Het is dus maar hoe je het bekijkt.’ Wat is haar advies aan werkgevers? Baarsma: ‘Werkgevers moeten ervoor zorgen dat ze talent blijven prikkelen, dat ze medewerkers bij zich weten te houden met ‘leven lang leren programma’s’, want uiteindelijk is dat wat mensen op de arbeidsmarkt nodig hebben.’ 

 

werkzekerheid in plaats van baanzekerheid

 

Werken is meer dan alleen in je levensonderhoud te kunnen voorzien, volgens Baarsma. ‘Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat de mens gelukkig wordt van werk, dus dat moeten we iedereen zoveel mogelijk gunnen. Het is belangrijk dat mensen gestimuleerd worden om aan de slag te gaan. Daarbij gaat het over investeren in werkzekerheid, en dat is dus iets anders dan baanzekerheid. Het vaste contract is net zo weinig zeggend als het welvaartsvaste pensioen, dat bleek ook niet te garanderen. Mensen worden minder weerbaar gemaakt wanneer je ze dat beeld blijft voorspiegelen. Daarom moeten we de mythe van het vaste contract loslaten en inzetten op menselijk kapitaal. In plaats van te focussen op een vast arbeidscontract kun je als werknemer beter je kennis en vaardigheden op peil houden, zodat je op meerdere plekken inzetbaar bent. Door elke vijf jaar de balans op te maken (ben ik nog productief genoeg? Investeert deze werkgever wel genoeg in mij?), krijgt elke werknemer een prikkel om continu te investeren in zijn kennis en vaardigheden. Doe je dat niet en dreig je na een lang dienstverband in een (verondersteld) vast contract toch werkloos te worden, dan zal je ineens merken dat het guur is op de arbeidsmarkt, omdat je kennis en vaardigheden verouderd blijken te zijn.’ 

Ook in de bancaire wereld ziet Baarsma veel banen verdwijnen en van aard veranderen: ‘Ook hier bij de Rabobank gaan de komende jaren duizenden banen verdwijnen. Dat treft vooral het middelbaar opgeleid deel van het personeel. Juist deze mensen, en daar zitten ook hbo-ers bij, moeten een prikkel krijgen om hun leven lang te blijven leren. Met name dit middensegment gaat de pijn voelen. Dat geldt minder voor lager opgeleide mensen die in de dienstensector werken, zoals kappers, hoveniers en taxichauffeurs, daar neemt het banen aandeel niet zo sterk af. En aan de bovenkant ook niet.’ 

focus op de per van het probleem

 

 

 

Sommige politici zetten in op het minder onzeker maken van flexwerken. Is dat een goed idee? Baarsma: ‘Het is goed dat de onderkant van de flexmarkt beter beschermd wordt, zeker wanneer een flexwerker langdurig tegen een lage beloning wordt ingehuurd en feitelijk functioneert als een werknemer. Het zijn vooral de jongeren die hier de klappen krijgen. Van de werkenden tussen de 25 en 30 jaar heeft slechts iets meer dan de helft een vast contract.’ Baarsma vindt ook dat we reëel moeten zijn. ‘Je moet focussen op de kern van het probleem en dat is de vaste contracten minder duur en risicovol maken voor werkgevers. Daar doet het kabinet wel iets aan, maar het houdt niet over. Neem de versoepeling van ontslaggronden. Dat er meer gronden komen waarop iemand kan worden ontslagen helpt misschien wel, maar daartegenover staat wel een potentiële kostenstijging omdat de rechter een extra vergoeding kan toekennen van maximaal de helft van de transitievergoeding (bovenop de reeds bestaande transitievergoeding). Ontslagbescherming, loondoorbetaling bij ziekte, reintegratie verplichtingen – dit alles heeft ertoe geleid dat er nu een grote flexschil is opgebouwd, waarbij soms de mazen van de wet worden opgezocht. Zoals de creatieve payrollconstructies die door werkgevers worden bedacht om risicovolle contracten te vermijden. Dat moet je natuurlijk monitoren. Maar door alleen payroll aan te pakken, los je de oorzaak van het probleem niet op, namelijk dat vaste contracten te duur en risicovol zijn. Maak het werknemerscontract minder vast en de werkgever zal het vaker aanbieden. Werknemers krijgen prikkels om te investeren in hun menselijk kapitaal – een win-win situatie wat mij betreft. Het nieuwe kabinet zet daar te weinig op in.’ 

Prof. dr. Barbara Baarsma, directeur Kennisontwikkeling bij de Rabobank, hoogleraar Marktwerking en Mededingingseconomie aan de Universiteit van Amsterdam en Kroonlid bij de Sociaal Economische Raad

[2018]

  • Facebook - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle