‘Carrière gaat bij mij alleen 

over persoonlijke groei’

Aysel Erbudak, mede-eigenaar en voorzitter Raad van Bestuur van Slotervaart Ziekenhuis

In 2009 interviewde Koos de Wilt voor het boek De weg naar succes 18 allochtone vrouwen op hun weg naar succes. Daarnaast had hij gesprekken met vier prominente Nederlanders over hun ervaringen met deze vrouwen. Wat zijn hun professionele en levenservaringen? Hieronder het verhaal van Aysel Erbudak.

Tekst: Koos de Wilt | Fotografie: Rachel Corner

‘Je groeit op in een omgeving waar er van alles van je verwacht wordt. Er zijn sociale regels waaraan je je hebt te houden en als je van het pad afgaat, dan merk je dat je ineens nergens meer bij past, dat je nergens terecht kunt. Je kunt dan je lot aanvaarden, klagend en wachtend tot dingen veranderen, of je gaat bewijzen dat de regels niet deugen. Ik ben vrij vroeg in een scheiding terecht gekomen waardoor ik in zo’n situatie kwam. Ik had kleine kinderen en kon nergens op terugvallen. Je kan dan zielig op een flatje gaan wonen en je lot aanvaarden. Maar zo zit ik niet in elkaar. Mijn drive was naar een niveau te stijgen waar de verwachtingspatronen niet meer voor mij zouden gelden. Voor mij betekende dat financieel onafhankelijk worden. Ik heb daar keihard aan gewerkt. Al knokkend bouwde ik daar een andere toekomst omheen. Het bijzondere was dat daarmee niet alleen mijn heden en toekomst in een ander perspectief zijn komen te staan, maar ook mij verleden. Het sociaal isolement waarin ik was gekomen en de geboortegrond waarvan ik kom, ben ik anders gaan zien. Ik heb de ervaringen nodig gehad om hier te komen waar ik nu zit. Ik kan alles aan. Ik heb een barstensvolle agenda, ik maak hier op het ziekenhuis veel uren en heb deze week elke avond diners en andere activiteiten, maar ervaar het niet als belasting.’

 

'Mijn drive was naar een niveau te stijgen waar de verwachtingspatronen niet meer voor mij zouden gelden. Voor mij betekende dat financieel onafhankelijk worden.'

‘Als kind voelde ik al dat ik anders was, ook toen zag ik geen grenzen. Ik had al vroeg een gevoel van: dat kan ik beter. En daar heb ik mij ook altijd naar gedragen. Ik zie een carrière als persoonlijke groei, een persoonlijk pad om bewuster in het leven te staan. Daardoor groei je ook in een positie en niet omdat je denkt in posities. Ik hecht ook niet aan status en belangrijke titels. Het gaat mij om de verantwoordelijkheid, die je wel of niet kunt en durft te nemen. Ik doorzie vrij snel wat er moet gebeuren. Ik heb het vermogen in een paar minuten te zien of iets klopt of niet. Dat het een aanfluiting is dat bepaalde mensen op een bepaalde positie zitten. Die eigenschap en het vermogen ernaar te handelen spreekt mensen aan. Ik merk dat mensen, van meisjes zoals ik vijfentwintig jaar geleden tot ondernemers, mij zien als een voorbeeld. Ze zijn benieuwd waar ik de kracht vandaan haal en hoe ik het als alleenstaande moeder redt om carrière te maken. Ik kan eigenlijk niets anders dan aan anderen laten zien dat het gaat om je eigen verantwoordelijkheid nemen. Dat ze hun eigen pad leren moeten leen ontdekken en dat ook bewandelen.’

 

'Om dat geld voor die ossen te verdienen is hij in 1972 naar Nederland vertrokken. Hij had een stropdas geleend om door de sollicitaties te komen, maar moest het steeds opnieuw proberen.' 

‘Mijn vader is in Turkije geboren in een ondernemersfamilie. Zijn familie bezat bakkerijen, café-bedrijven en bestond uit boeren. Na een conflict met zijn ouders is hij weggegaan naar Nederland, zonder een cent op zak. Hij vond dat mijn moeder een ander bestaan zou moeten hebben dan de rol die ze zou moeten spelen in de familie. Als hij het geld zou hebben voor twee ossen dan zou hij het wel redden. Om dat geld voor die ossen te verdienen is hij in 1972 naar Nederland vertrokken. Hij had een stropdas geleend om door de sollicitaties te komen, maar moest het steeds opnieuw proberen. Uiteindelijk is het hem gelukt om in de metaalindustrie te werken. In 1979 kwam zijn gezin van vrouw en zes kinderen over. Ik wilde helemaal niet weg uit Turkije en was boos op mijn vader. Het was daar veel levendiger en we er leefden er voortdurend buiten. Hier gebeurde niks en was je altijd maar binnen. Het dorp waar ik vandaan kom, Darmal, in de bergen tegen de Georgische grens, was de stemming anarchistisch. Mensen hadden conflicten met het gezag en vochten er voor een betere wereld. Een jaar nadat we naar Nederland waren vertrokken, vond er ook een staatsgreep plaats in Turkije. In Nederland gebeurde niks. Ik kan mij herinneren dat er zelfs op 1 mei geen kip op straat was. Ik miste mijn anarchistischere omgeving.’

 

'Kiezen voor jezelf. Alleen dan kun je van waarde zijn voor anderen. Doe het op de manier die past bij wie je werkelijk bent.' 

‘Mijn echtscheiding was cruciaal in mijn leven. Ik wilde uit dat leven met een voorgeprogrammeerde toekomst stappen. Het was een keuze voor vrijheid. En het mooie is dat je je in de strijd verder ontwikkelt, dat je andere doelen krijgt. In het begin moet je vechten voor jezelf tegen de rest van de wereld, moet je overleven. Later, als je sterker wordt en je dingen in beweging krijgt, wil je mooiere dingen doen, ook anderen de gelegenheid geven zich te ontwikkelen. Hoe je dat doet? Kiezen voor jezelf. Alleen dan kun je van waarde zijn voor anderen. Doe het op de manier die past bij wie je werkelijk bent. Als ik een spijkerbroek aantrek en kleren aandoe die ik mooi vind, dan is dat geen provoceren. Respect toon je niet met een mantelpakje, maar in het contact met mensen. Ik kijk niet in mijn agenda met wie ik die dag een afspraak heb. Of dat nu een arts is, een verzekeraar of de fotograaf van de Telegraaf. Zo heb ik het steeds gedaan: in de wereld van de callcentra tot en met de wereld van het ziekenhuiswezen, waarbinnen ik nu werk. Ik doe het op mijn eigen manier. Ik heb geen model dat ik steeds toepas bij de bedrijven die ik heb. Ik probeer steeds opnieuw te kijken wat de situatie is, zonder vooraf ingenomen standpunten in te nemen. Ik probeer alle kennis die ik heb opgedaan en alle verhalen die ik in me heb opgenomen op het juiste moment in te zetten. Hier is dat een empathisch besturingsmodel. Ik probeer warmte te creëren in de kille omgeving van een ziekenhuis.’

 

‘Ik houd ervan hard te werken, dingen voor elkaar te krijgen. Atatürk zei: ‘werkend metaal roest niet’ en daar kan ik mij goed in vinden.' 

‘Ik houd ervan hard te werken, dingen voor elkaar te krijgen. Atatürk zei: ‘werkend metaal roest niet’ en daar kan ik mij goed in vinden. Ik ben altijd in beweging. Als je zelf hard werkt, krijg je niet alleen dingen voor elkaar, maar inspireer je ook anderen weer. En die inspireren mij dan weer. Het geeft arbeidsvreugde en het creëert loyaliteit tussen mensen. Onder het motto ‘samen uit samen thuis’ ontstaat er zo een Amerikaans big family gevoel. Ik ben een ook dromer, een utopist, een fantast zo je wilt. Ik durf ergens in te geloven en er naar te handelen. Ik probeer in alles wat ik doe oprecht te zijn en te luisteren. Maar vertel niet wat de ander graag wil horen. Ik ben zeer voor een harmoniemodel en daar bedoel ik niet mee het Nederlandse polderen. Dat is vaak een opportunistisch spel waarbij iedereen er, in overleg, zoveel mogelijk probeert uit te halen zonder naar de belangen van anderen te kijken. Mijn harmoniemodel is als iets koken voor iemand anders. Het gaat over iets lekkers klaarzetten voor de ander omdat je weet dat de andere dat lekker vindt. Zo bereik je samen veel meer. Juist ook in de sector waar ik nu werk. De zorg zou een sociale sector moeten zijn, maar het is juist een sector waar de patiënt vergeten wordt. Natuurlijk heeft het asociale karakter te maken gehad met oplopende kosten. De sector wordt ook nog steeds nauwelijks gezien als een markt. Er is aanbod genoeg, patiënten komen vanzelf op je af. Er is geen prikkel om het beter te doen. Ik wil me richten op de patiënt als klant. Er staan tijden voor een standaard consult. Maar er zijn natuurlijk helemaal geen standaard situaties. Je moet de tijd nemen die nodig is. Dan maar vollere wachtkamers en anders organiseren.’

 

‘Als je niet aan een standaard profiel voldoet, botst je steeds tegen vooroordelen aan. De kunst is dan door te gaan. Toen ik dit ziekenhuis wilde kopen, ging dat ook niet van harte. Een particulier die een ziekenhuis kocht, was onbestaanbaar. Ons aanbod werd dus aanvankelijk meermalen afgewezen. Pas toen het ziekenhuis met de rug tegen de muur stond en een woningcorporatie op het laatste moment was afgehaakt als koper werd ik gebeld. Of ik nog interesse had. Toen was het snel rond en heb ik onder mijn voorwaarden de tien miljoen gestort die nodig was om het faillissement te voorkomen. Daarmee was ik er nog niet, want ik voldeed natuurlijk op geen enkele manier aan het standaard profiel van een ziekenhuisdirecteur, een grijze muis in een grijs pak. Ik was een jonge vrouw met een allochtone achtergrond zonder academisch verleden. Bovendien kleed ik me ook anders dan de standaard directeur en – niet onbelangrijk – had ik nooit gewerkt in de ziekenhuisbranche. Wat ik heb gedaan is zoveel mogelijk bij mezelf te blijven. Ik voer geen oorlog en strijd. Ik reageer ook niet op oorlogshandelingen. Ik doe gewoon wat ik moet doen. Met de mensen in het ziekenhuis en met de pers ben ik in open gesprek gegaan. Ik heb gewoon verteld wie ik was en uiteindelijk ontstond daarvoor sympathie.’

‘Een ziekenhuis moet een sociale omgeving zijn. Ongeacht leeftijd, religie, afkomst wordt je hier goed geholpen. Maar dat laat onverlet dat een ziekenhuis ook commercieel is.' 

‘Een ziekenhuis moet een sociale omgeving zijn. Ongeacht leeftijd, religie, afkomst wordt je hier goed geholpen. Maar dat laat onverlet dat een ziekenhuis ook commercieel is. Dat gaat juist goed samen. Ik ben commercieel, maar ik ben niet van de hard sales. Voor mij betekent commercieel: aanbieden waar behoefte aan is. Vaak denkt men dat een ondernemer geen sociale geest kan hebben. Ik ben ervan overtuigd dat veel succesvolle ondernemers vaak juist socialistische trekjes heeft. Om succesvol te zijn, moet je de verantwoordelijkheid willen en kunnen dragen voor de gezinnen van de mensen die bij je werken. Hier in het Slotervaart Ziekenhuis zijn dat er bijna 1500. Daar neem je de verantwoordelijkheid voor. En mag je daarom niet zelf in een groot huis wonen en de zorg voor je kinderen uitbesteden? Daardoor is er juist meer ruimte om mét anderen en vóór anderen te kunnen werken. Misschien hoef ik helemaal niet meer te werken, maar ik vind het leuk om met andere mensen te werken en de verantwoordelijkheid op me te nemen. Ik ben nooit klaar, zie alleen steeds nieuwe mogelijkheden om te bouwen aan mijn creativiteitsmodel en groeimodel. Zodra ik merk dat ik meer van hetzelfde doe, wanneer ik niet meer creëer, ben ik klaar.’

'Ik ben zelf aleviet, dus meer op de mens georiënteerd dan op regels.' 

‘Ik ben opgevoed in een socialistische traditie. Dat zit in het karakter van de familie. Turks socialisme gaat uit van de gelijkheid van man en vrouw. Het is een liberaler socialisme dan we hier kennen. Het is westers georiënteerd en het neemt het op tegen het dogmatische denken van islamitische politiek, zoals hier christelijke politiek. Ik heb er vertrouwen in dat het in Turkije allemaal goed komt. Als je het maar van binnenuit laat komen. Laat mensen zijn wie ze zijn en dan zullen ze uiteindelijk ook kiezen wat het beste voor hen is. Wilders begrijpt er helemaal niets van. Ik vind hem prut, onkruid. Hij heeft geen idee hoe lief en gastvrij die mensen zijn onder hun fez, onder hun hoofddoek en achter hun boerka. Ik ben zelf aleviet, dus meer op de mens georiënteerd dan op regels. Mijn kinderen zijn zeer kosmopolitisch. De wereld is hun thuis. En dat is het voor mij ook. Ik hoef ze niets te vertellen wat ze moeten doen. Ik wil hun vragen beantwoorden en verhalen vertellen. In mijn leven zijn vele mensen geweest die mij hebben geïnspireerd in mijn zoektocht naar verrijking en diepgang van de geest. Hun wijsheid neem ik mee in de dingen die ik doe. Ik geloof dat alles mogelijk is en ben me er nooit bewust van dat ik iets groots aan het doen ben. Daarom is het ook gemakkelijk.’   

NRC Handelsblad over De weg naar succes

'De weg naar succes is moeizaam. Een lijdensweg soms. Maar wel de moeite waard. Dit is niet de boodschap van een somber zelfhulpboek, maar de rode draad van een bundel portretten van carrièrevrouwen met verschillende culturele achtergronden.’

Luister hier naar een interview met Koos over het boek

  • Facebook - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle