Een gesprek over de essentie van innoveren...

Paul Iske, hoogleraar Open Innovation & Business Venturing aan de School of Business and Economics van de Universiteit Maastricht

 

‘Anders is niet altijd beter, maar beter is wel altijd anders.’

 

Interview: Koos de Wilt 

 

Als ik denk dat ik ergens verstand van heb, dan ben ik soms eigenwijs en eigenwijsheid is ook een vorm van domheid. Ik stoor me niet zozeer aan domme mensen, maar wel aan georganiseerde domheid en dat kom je heel veel tegen. Veel dingen zijn systematisch dom, binnen bedrijven en in dienstverlening. Ik heb het gevoel dat ik vaker dan anderen geconfronteerd voel met georganiseerde domheid. Ik ben een kritische consument, een kritische medewerker, maar probeer het altijd los te koppelen van het systeem. Ik heb waardering voor iedereen die met beleving zijn werk doet. Als een buschauffeur mij gewoon goedemorgen zegt en servicegericht is in zijn bus dan vind ik dat prachtig. Hij bezorgt mij een betere dag en heeft volgens mij zelf ook meer lol in zijn werk. Ik heb een oom die meubelmaker is geweest en als je ziet hoe rustig en met liefde hij werkt, dan ontroert mij dat.

 

‘Ik stoor me niet zozeer aan domme mensen, maar wel aan georganiseerde domheid’

Mijn vader heeft meer dan veertig jaar heel trouw en met veel toewijding voor eenzelfde kleine metaalbewerkerfabriek gewerkt. Aan het eind van zijn leven was hij daar heel tevreden over, ondanks het feit dat het bedrijf een jaar na zijn vertrek op de fles ging. Hij werkte voor zijn idealen en zijn idealen waren wij. Hij was trouw aan zijn omgeving, aan zijn vrouw, zijn kinderen, zijn werk en aan zijn plantjes in de tuin. Hij heeft ons geleerd hoeveel trouw waard is, dat je ergens voor moet gaan, toegewijd moet zijn. Net als velen heb ik mij verbaasd over wat er allemaal gebeurde in de financiële wereld, ik had De Prooi kunnen schrijven.

Van mij mogen mensen veel geld verdienen, maar er moet wel een vorm van waardecreatie tegenover staan. Dat was in de hele maatschappij ontkoppeld, niet alleen in de financiële industrie. Dat heeft allemaal te maken met geïnstitutionaliseerde domheid gecombineerd met hebberigheid. En die zit in iedereen. Net voor de crisis hoorde ik op de tennisclub mensen zeggen dat ze op de beurs net zo veel verdiend hadden als op hun werk. Dat ging nergens meer over. Het moet toch ergens vandaan komen? In Nederland hebben tegenwoordig veel mensen het idee dat ze allemaal rechten hebben zonder dat ze daar iets tegenover hoeven zetten. Maar zo werkt dat niet. Dat heb ik geleerd van mijn vader.

Natuurkunde

Ik heb in mijn leven met veel mensen gewerkt voor wie studeren vanzelfsprekend was. Binnen mijn familie was ik de eerste die een titel haalde. Toen wij gingen studeren en meer geld nodig hadden is mijn vader in plaats van acht uur per dag negen uur gaan werken in de fabriek om mijn broer en mij te kunnen laten studeren. Het heeft mij geleerd dat in ons deel van de wereld iedereen iets kan bereiken op kennisgebied. Ik was eigenlijk goed in alle vakken op school, maar vond natuurkunde het mooiste vak wat er is. Theoretische fysica leert je werkelijk conceptueel denken. Einstein zei dat je alles zo eenvoudig mogelijk moet maken, maar ook niet eenvoudiger dan dat. Dat is precies wat theoretische fysica doet en ook wat ik het mooiste vind. Daar aangekomen is het natuurkunde op zijn mooist. Nietzsche begreep dat: blijf toch niet op vlakke bodem, maar stijg er ook niet te ver boven uit, want van een plaats ter halve hoogte ziet de wereld er het mooiste uit. Dat is wat natuurkunde doet en dat maakt het ook zo mooi.

‘Nietzsche zei: van een plaats ter halve hoogte ziet de wereld er het mooiste uit.’

 

Ik ben gepromoveerd als theoretisch fysicus en had daarin door kunnen gaan, maar ik heb er voor gekozen om me in veel verschillende disciplines te verdiepen en daarna verbindingen proberen aan te brengen. Ik ben daarmee een expert geworden in concepten zien en daartussen verbindingen leggen. Je moet daarbij wel oppassen dat dat niet tot vervlakking leidt en dat je van alles een beetje doet. Ik heb geleerd één ding echt goed te kunnen en te zien hoe moeilijk het is om ergens heel goed in te worden. In zekere zin ben ik een soort topsporter die iets anders is gaan doen. Sporters hebben ook geleerd om ergens voor te gaan en nemen dat dan mee in de rest van hun leven en carrière.

Serendipititeit

Na mijn studie ben ik gedurende acht jaar bij Shell gaan werken. Mijn taak was kennis van buiten naar binnen te halen. Er werkten in die tijd driehonderdduizend mensen bij Shell, maar ook nog eens vijf miljard erbuiten, het idee was dat er daarbuiten misschien ook iets verzonnen werd dat interessant was voor Shell. Later ben ik mij gaan bezighouden met strategische vragen als of er leven is na de olie. Als laatste heb ik samen met een collega, als eersten ter wereld, een crowd sourcing systeem gemaakt waarmee je via het intranet van Shell kon nazien waar kennis zat binnen Shell. Dat was in 1996 en de tijd ver vooruit. Shell was er blij mee, de wereld buiten Shell ook, dachten wij, en toen zijn we samen een bedrijf gestart. Maar we zijn er toen al snel achter gekomen dat we bij Shell ver vooruit liepen en te vroeg waren voor de rest van de wereld. Een briljante mislukking, kun je wel zeggen. Dat was een belangrijke les in innovatiemanagement: te vroeg is niet op tijd. We werden voor allerlei dingen gevraagd, zoals het bouwen van websites, dat ik helemaal niet wilde doen en vervolgens ben ik door ABN Amro gevraagd om daar hoofd kennismanagement te worden. Dat wilde ik niet full time doen, ik ben geen bankier, dus heb ik ernaast advieswerk gedaan rond intellectueel kapitaal, samenwerking, creativiteit en innovatie.

 

‘Dat was een belangrijke les in innovatiemanagement: te vroeg is niet op tijd.’

Weer wat later ben ik hoogleraar Open Innovation & Business Venturing geworden aan de Universiteit Maastricht. Centrale vraag is steeds: hoe kun je op basis van kennis die aanwezig is bij verschillende partijen komen tot fundamentele vernieuwing? Je zet daarbij mensen bij elkaar met de vraag: wat zouden wij nu samen kunnen doen? Dat is voor managers een raar proces want je weet niet goed wat eruit komt en wanneer. Dé waarde van kennis bestaat ook niet. Natuurlijk heeft kennis waarde, maar het hangt ervan af wat je ermee doet. Ik combineer kennis binnen een omgeving  met andere kennis en daarmee kom je op plekken waar anderen niet komen. Mijn belangrijkste proces is serendipity. Het vermogen om toevalligs iets belangrijks te ontdekken. (Serendipititeit is wat de oogheelkundige Pek van Andel het zoeken naar een naald in een hooiberg noemt en er dan uitrollen met een mooie boerenmeid). Dat proces vind ik interessant. Dialogues House biedt een omgeving die als doel heeft serendipiteit te bevorderen.

Diversiteit

Managers staan vaak voor de tegenstrijdige taak enerzijds het bedrijf te managen en anderzijds de het bedrijf te vernieuwen. Veel organisaties lopen vast in patronen. Dat geldt niet alleen voor grote organisaties, maar ook voor kleine organisaties, zoals veel familiebedrijven, die dingen doen zoals ze dat altijd hebben gedaan. Anderzijds zijn er wel degelijk grotere organisaties, soms hele grote zoals Apple en Google, waar innovatie een primair bedrijfsproces is. Je kunt innovatie, ondernemerschap en creativiteit niet stimuleren, want het zit er al in. Dat zie je als je mensen thuis en in clubverband allerlei initiatieven ziet ontplooien. De vraag is dus eerder: welke barrières zijn er binnen de organisaties en hoe krijg je die weg?

 

‘Google maakt ook veel gebruik van diversiteit, niet omdat dat zo netjes is, maar puur vanuit business oogpunt.’

Het doel van het Instituut voor Briljante Mislukkingen, dat ik heb opgericht, is tweeledig. Ten eerste is het mensen duidelijk maken dat als je in een complexe wereld wilt innoveren dat je er bewust van moeten zijn dat je niet zeker kunt zijn dat je altijd je doelen bereikt zoals je die voor ogen had. Veel mensen en bedrijven laten die ruimte niet open. Er is veel angst. Dat geldt ook in niet-commerciële organisaties, zoals in de ontwikkelingssamenwerking bijvoorbeeld. Donateurs, de media, de politiek en Wilders staan klaar om de pogingen dood te slaan en mislukkingen te veroordelen. Je ziet het ook in de medische wereld, waar mensen niet meer durven te handelen. Edison heeft eens gezegd: ik heb minimaal honderd manieren ontdekt waarop je geen lamp kunt maken. Dat was essentieel om de manier te vinden dat het wel kon.

Een ander voordeel van mislukkingen is vaak dat er allerlei vondsten worden gedaan waar je wel wat aan hebt. Zoals Viagra bijvoorbeeld een mislukking was om hartkwaal te genezen en 3M stickertjes eigenlijk gemaakt zijn van een slechte lijm. Ook weer voorbeelden van serendipiteit! Wat de wetenschap op dit moment laat zien is dat de echte doorbraken vaak zitten op de snijvlakken tussen disciplines. Als je dus mensen uit verschillende vakgebieden bij elkaar zet, dan zie je dat daar innovaties ontstaan in een tempo die echt ongelofelijk is. Mensen van verschillende culturele achtergronden of verschillende disciplines, die elkaars wereld soms nauwelijks kennen, maar die samen iets ongelofelijks tot stand kunnen brengen. Deze combinaties probeer ik ook bij de bank te faciliteren, maar ook voor mezelf door niet alleen voor de bank te werken.

Anders

Anders is overigens niet altijd beter, maar beter is wel altijd anders. De complexiteit van de wereld brengt met zich mee dat op heel veel gebieden de veranderingen significant zijn. Het zijn niet meer kwantitatieve veranderingen, waar sprake is van meer of minder, maar kwalitatieve veranderingen, waar dingen echt anders zullen zijn. In de statistische fysica noem je dat faseovergangen, waarbij systemen van een bepaalde toestand in een compleet andere toestand terecht komen. Bijvoorbeeld van vast naar vloeibaar (smelten). In de maatschappij zie je nu vrij veel faseovergangen plaatsvinden. In het onderwijs gaat het compleet anders worden als je ziet hoe kinderen nu anders leren. De kinderen zijn wel klaar voor de school, maar de school is niet meer klaar voor de kinderen.

Je ziet het ook in de gezondheidszorg en de bankensector. De grootste veranderingen zie steeds op de plekken waar dingen bij elkaar komen. En dan gaat het om constructieve diversiteit. Dat is dus niet een kwestie van tolerantie, maar een kwestie van actief gebruik maken van het feit dat mensen verschillend zijn. Als je dat inziet, hoef je ook niet meer te komen met die idiote quota van percentages van vrouwen en allochtonen die in bepaalde posities moeten komen. In de gaming-industrie wordt veel gebruik gemaakt van veel verschillende culturele achtergronden. Google maakt ook veel gebruik van diversiteit, niet omdat dat zo netjes is, maar puur vanuit business oogpunt. Iedereen brengt vanuit zijn of haar specifieke achtergrond iets aparts mee. Ik maak bij de bank bijvoorbeeld graag gebruik van de pool van oudere medewerkers. Die combineren langdurige kennis van de bank, een andere kijk op mensen, met een wat minder opportunistisch insteek en ze kunnen wat meer relativeren. 

Complexe wereld

We mogen wel vaststellen dat het feit dat we hier rondlopen en dat er een heelal is, niet triviaal is. Maar zoals Wittgenstein zei: waarover je niet kunt spreken, moet je zwijgen. Veel religies spreken over dingen waarover ze niet kunnen spreken. De wetenschap beschrijft wat ze kan beschrijven en daarbinnen wordt geprobeerd het zo goed mogelijk te doen en nieuwe dingen te ontdekken, maar ik kan me best goed voorstellen dat er een deel van de werkelijkheid met de huidige wetenschap of misschien wel nooit beschreven kan worden. Dat betekent niet dat het er niet is, maar alleen dat het niet beschreven kan worden. Er gebeuren dingen die we niet begrijpen en dat accepteer ik. Andere mensen uit andere disciplines en andere culturen weten, denken en zien dingen die ik niet weet, niet zie en niet kan denken. Als je daar contact mee weet te maken, dan kun je er ook gebruik van maken.

Als je op dit moment twintig uur per dag leest, kun je ongeveer de helft van de boeken lezen die nu in Nederland uitkomen. Laat staan dat je de boeken kunt lezen die al geschreven zijn. Je moet dus op een andere manier in het leven staan. Je kunt niet meer alles weten, maar dat betekent niet dat je er geen gebruik van kan maken. Feitelijk doen we dat al de hele dag. We leven met technologie waarvan we geen idee meer hebben hoe het gemaakt is. Ik vind het eng worden als mensen niet meer snappen dat ze het niet meer snappen, dat noem ik het zelfmoordkwadrant. Als ik naar een televisie kijk dan heb ik nog enig benul hoe het gemaakt is, de complexiteit ervan. Heel veel mensen realiseren zich dat niet meer en worden dus in feite geleefd. Ik vind het ook eng als mensen niet begrijpen dat er andere culturen zijn. Dat er ook wijsheid in andere cultuur kan zitten. Bijna alle oorlogen komen voort uit onbegrip. Als een gemiddelde Amerikaan een week door Iran zou lopen en visa versa dan kom je een heel stuk verder. Het positieve van internet dat er een deel van de a-symmetrie in kennis wegvalt en dat biedt mooie perspectieven. Kennis leidt tot meer begrip en minder oorlog.

CV prof. Paul Iske

Paul is hoogleraar Open Innovation & Business Venturing aan de School of Business and Economics van de Universiteit Maastricht. Hij houdt zich hier vooral bezig met diensteninnovatie en sociale innovatie. Als Chief Dialogues Officer bij ABN AMRO legt hij verbindingen om daarmee mogelijkheden voor innovatieve en duurzame waardecreatie te creëren. In deze functie is hij tevens directeur van Dialogues Incubator en directeur van het Dialogues House, ABN AMRO’s faciliteit voor open, radicale en duurzame innovatie en ondernemerschap. Paul is oprichter van het Instituut voor Briljante Mislukkingen, met als doel begrip te kweken voor de complexiteit van innovatie en ondernemen. Zijn lijfspreuk: “If we knew what we are doing, we wouldn’t call it innovation!”

  • Facebook - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle