'Veel in mijn werk draait om een soort mysterie en dat is er of is er niet. En dat zie je pas als het gemaakt is.'
KAJ-zomer20-752x1024.png

Michiel van Nieuwkerk, fotograaf, filmmaker, interviewer en kunstenaar

‘Het gaat om het vinden van een nieuwe taal’

 

Net voor Nederland op slot ging Collect binnenkijken bij kunstenaar Michiel van Nieuwkerk op een landgoed in Eesveen, in Overijssel. 

 

Tekst en foto’s van Koos de Wilt voor Collect

 

Wat maakt iets kunst? Dat is iets wat de man achter de tv-serie Hollandse Meesters in de 21ste eeuw fascineert. Inmiddels zijn er 107 korte filmportretten gemaakt van hedendaagse kunstenaars aan het werk. Wat heeft initiatiefnemer, producent en soms regisseur Michiel van Nieuwkerk geleerd van al die Nederlandse collega-kunstenaars over zijn eigen werk als en beeldend kunstenaar? ‘Bij kunst maken gaat het erom dat je een lijn volgt en daar een vorm voor weet te vinden, buiten woorden en met eigen materialen. Jan Dibbets zei het heel simpel: “Kunst gaat over het ontwikkelen van een beeldtaal, zoals wetenschappers theorieën ontwikkelen.” Ger van Elk zei altijd: “Als een beeld drie maanden in mijn hoofd blijft zitten, dan moet ik ermee verder gaan.” Daar kan ik wel wat mee.’

 

‘Bij kunst maken gaat het erom dat je een lijn volgt en daar een vorm voor weet te vinden, buiten woorden en met eigen materialen.’

De fotograaf, filmmaker, interviewer en kunstenaar Michiel van Nieuwkerk (1964) is geboren en getogen Amsterdammer, maar woont sinds iets een half jaar met zijn vrouw Nandine en hun twee tienerjongens op een landgoed in Eesveen, in Overijssel. Een plek van totale rust, een compleet andere wereld dan het hectische Amsterdam waar het stel nog een ander huis heeft. Binnen overal kunst van bevriende kunstenaars als Berend Strik, Michael Raedecker, Paul Kooiker, Ger van Elk en Jeroen Henneman. Zelf heeft Van Nieuwkerk een lange carrière als portretfotograaf. Veel voor Het Parool en Vrij Nederland. Veel kleurenwerk, veel series, waardoor er altijd continuïteit is. Met Michiel Romeyn bijvoorbeeld de beeldcolumn De Brommer en nog steeds Koppen, een wekelijkse fotocolumn in Het Parool, twaalf gezichten gefotografeerd op een bijzondere plek in de stad. Uit al dat fotowerk is bijvoorbeeld de fotogalerij ontstaan in de hal van het Amsterdam Museum en het Inhuldigingsportret van de Koning der Nederlanden, te zien in het Museum Prinsenhof. Van Nieuwkerk: ‘Toen ik op de middelbare school zat, had ik eigenlijk niks met fotografie. Ik was even assistent van een fotograaf en ben toen naar de fotoacademie gegaan in Den Haag. Daar ontdekte ik wat je allemaal kan doen met fotografie. Op de academie zat ik met inmiddels bekende fotografen als de portretfotograaf Koos Breukel, modefotograaf Marc de Groot en journalistieke fotograaf Marcel Molle. Jongens die op geheel andere manier de wereld in beeld brengen.’

 

‘Ik wilde de definitie van een portret oprekken, het portret anoniem maken, iets maken dat het persoonlijke oversteeg. Ik zocht daarbij naar iets tastbaars, iets sculpturaals.’

Hollandse meesters

Door Hollandse Meesters is hij bij veel bij kunstenaars in hun geest gekropen. Die korte films gaven hem inzicht in de werkwijze van de kunstenaars, het materiaalgebruik, ideeën over kunst en kunstenaarschap, in de tijdsgeest en bovenal de persoon. ‘Steeds meer voelde ik dat ik vanaf de journalistiek naar de kunst moest overstappen. Ik wilde de definitie van een portret oprekken, het portret anoniem maken, iets maken dat het persoonlijke oversteeg. Ik zocht daarbij naar iets tastbaars, iets sculpturaals. Zo ben ik met klei in de weer gegaan en met allemaal andere materialen. Dat was een enorme bevrijding. Ik heb er veel over gesproken met kunstenaarsvrienden. Vooral Marc Mulders was vanaf het begin super enthousiast, hij heeft mij voortdurend gestimuleerd. Paul Kooiker was in het begin nogal negatief, maar heeft me daarmee toch in de goede richting geduwd.’ Door zijn kunstenaarsvrienden komt Van Nieuwkerk los van zijn fotografie: ‘Waar fotografie altijd iets afstandelijks heeft, wilde ik meer. Je moest het niet alleen kunnen zien, maar ook voelen en ook ruiken. Iets dat heel dichtbij komt. Daarom begon ik te werken vanuit mijn fotoarchief en met materialen als koffie en klei. Zo is het verder gegaan. Al heel snel kwamen er verzamelaars op af. Jan van de Broek bijvoorbeeld, van de Dirk, de supermarkt.’   

 

‘Waar fotografie altijd iets afstandelijks heeft, wilde ik meer. Je moest het niet alleen kunnen zien, maar ook voelen en ook ruiken. Iets dat heel dichtbij komt.’

Klei en koffie

Van Nieuwkerk wandelt het huis uit, naar de overkapping waarnaast zich ook de studio bevindt. Buiten, op tafel, staat een stel geanonimiseerde borstbeelden waarbij op de plaats waar het hoofd zit een klomp klei is bevestigd. Curious Creatures, noemt Van Nieuwkerk ze. ‘Steeds heb ik de klei in één krachtige beweging met mijn handen een vorm gegeven. Zo wordt het een soort handtekening. Het zijn vaak heel gekke vormen, waarbij ik steeds opnieuw moet beslissen of het goed is geworden of niet. Veel in mijn werk draait om een soort mysterie en dat is er of is er niet. En dat zie je pas als het gemaakt is. Het leuke is dat ik er zelf iets in zie, maar dat de beschouwer er iets heel anders in ontdekt. Dan moet het gezicht er niet te duidelijk inzitten, daardoor creëer je de ruimte die nodig is om het goed te maken.’

 

Nog steeds buiten wijst Van Nieuwkerk naar verweerde en deels verbrande bollen die aan de schuur hangen en laat een grote bal zien waaraan hij nu werkt. ‘Het is een duur soort synthetische klei, met haagzaagsel en parafine. Burned ego’s noem ik ze. Ze zijn allemaal gebaseerd op wat je hier ’s nachts buiten ziet als je naar boven kijkt. Je hebt hier een geweldig sterrenhemel waar ik iets mee moet. De grijze klei verbrand ik steeds en de bol krijg erdoor een heel mysterieuze vorm waar je ook weer een gezicht in kunt zien.’ Alles komt voort uit het andere, heel intuïtief, zo legt de kunstenaar uit. De mentaliteit is hetzelfde, maar het ziet er heel anders uit. Binnen in het atelier hangt aan de muur een fotoportret met steenkooltjes erop. ‘Het is daardoor een abstract werk geworden. Heel poëtisch doordat het fantastische licht ook hier in de ruimte invloed heeft op het werk. Het licht van de foto contrasteert met het matte van de steenkooltjes.’ De andere vormen roepen associaties op bij Van Nieuwkerk: ‘Fotografie en aarde samen werken heel goed, het wordt heel ruig. Ik voetbalde vroeger veel op die trapveldjes en die klei ervan zie ik terug in die beelden. Bij koffie gaat het over de kleur, het zijdezachte, en de geur, alhoewel dat laatste is snel weg. Hier een serie met Ger van Elk waarbij je nog net Ger herkent, maar er overal plakken koffie op liggen. Ger was een goeie vriend van mij, hij overleed een paar jaar geleden. Als je mensen herinnert dan herinner je je flarden, en dat zie je hier. Het heeft iets onbevredigends dat je het gezicht niet ziet.”

 

'Ger was een goeie vriend van mij, hij overleed een paar jaar geleden. Als je mensen herinnert dan herinner je je flarden, en dat zie je hier. Het heeft iets onbevredigends dat je het gezicht niet ziet.”

Ergens anders in het atelier hangt een werk dat er heel anders uitziet, iets dat is opgebouwd uit planeten of hoofden. Toch is het verwant, vindt Van Nieuwkerk: ‘Het is gebaseerd op mijn foto’s. Het gaat over het licht op de studiomuur. In Amsterdam zie ik dat ook aan de muren van de Oude Kerk, daarin voel je de geschiedenis. Ook Vermeer laat dat zien bij zijn portretten van dames in hun interieur, zoals de Melkmeid. Daar is een wand ook niet zomaar een wit, maar zie je gaatjes in de muur waar spijkertjes in hebben gezeten.’ Op de foto’s van muren plakt Van Nieuwkerk weer andere materialen. ‘Wat dan prachtig is hoe het reliëf speelt met het licht. Daarmee is het abstracte fotografie geworden. Ik vind het waanzinnig goed gelukt!’

 

 

Buiten, op tafel, staat een stel geanonimiseerde borstbeelden waarbij op de plaats waar het hoofd zit een klomp klei is bevestigd. Curious Creatures, noemt Van Nieuwkerk ze.

‘Steeds heb ik de klei in één krachtige beweging met mijn handen een vorm gegeven. Zo wordt het een soort handtekening.'

‘Die bollen zijn allemaal gebaseerd op wat je hier ’s nachts buiten ziet als je naar boven kijkt. Je hebt hier een geweldig sterrenhemel waar ik iets mee moet.’

‘Die bollen zijn allemaal gebaseerd op wat je hier ’s nachts buiten ziet als je naar boven kijkt. Je hebt hier een geweldig sterrenhemel waar ik iets mee moet.’

'Het is prachtig hoe het reliëf speelt met het licht. Daarmee is het abstracte fotografie geworden. Ik vind het waanzinnig goed gelukt!’

  • Facebook - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle