‘Kunst is belangrijk als tegenkracht, maar ook omdat je je er rijk en stil gelukkig bij kunt voelen.’

‘Als mensen de rest van hun leven alleen van Vanessa houden, is dat hun goed recht, maar dan moeten ze wel de keuzemogelijkheid hebben gehad, in aanraking zijn gebracht met andere kunstuitingen.

Interview: Koos de Wilt voor Passie voor Kunst  (2003)

Het is heel diep verankerd in onze samenleving dat je van een dubbeltje een kwartje moet kunnen worden en dat je mensen maximale kansen op de arbeidsmarkt moet geven. Maar dat doen we alleen op sociaal-economisch gebied, niet op cultureel terrein. Dat vind ik onterecht! Ik ben opgevoed in de traditie van het cultuursocialisme. Mijn ouders hebben zich er nooit voor geschaamd dat ze een elitaire smaak hadden, wel dat zo weinig mensen er toegang toe hadden. De Franse filosoof en socioloog Bourdieu deed onderzoek naar de ontwikkeling van smaak: welke mensen houden bijvoorbeeld van Bach? Dat bleek af te hangen van opleiding. Bach is ingewikkeld en mathematisch, dus zijn minder mensen in staat zijn muziek te waarderen.

 

‘Mijn ouders hebben zich er nooit voor geschaamd dat ze een elitaire smaak hadden, wel dat zo weinig mensen er toegang toe hadden.’

 

De vraag aan de politiek is of ze een beschavingsplicht heeft, zodat mensen hun smaak kunnen ontwikkelen met zoveel mogelijk keuzemogelijkheden. Niet dat ik geloof dat mensen dan massaal Bach-experts worden. Ik denk eerlijk gezegd dat dat niet zo zal zijn. Net als ik zijn veel mensen vaak lui. Maar waar het om gaat is: wat hebben ze aangereikt gekregen.

Als mensen de rest van hun leven alleen van Vanessa houden, is dat hun goed recht, maar dan moeten ze wel de keuzemogelijkheid hebben gehad, in aanraking zijn gebracht met andere kunstuitingen. Ik heb me altijd zeer verwant gevoeld met het denken van mensen als Jacques de Kadt, met cultuursocialisten die de arbeidsklasse mee naar buiten namen en probeerden in aanraking te brengen met een ander leven. In de moderne samenleving is dit paternalisme niet meer goed denkbaar. Het neemt echter niet weg dat een goede overheid culturele verrijking moet stimuleren in het kunstonderwijs, in gratis museumbezoek, door mensen te prikkelen om kunst tot zich te nemen.

 

De efficiencyslagen bij de universiteiten hebben vooral niet-arbeidsmarktgerichte, meer culturele studies ondermijnd. Een gevolg daarvan is de verschraling van het onderwijs en op termijn de samenleving. Misschien plukken we daar op dit moment wel de wrange vruchten van. Democratisering is namelijk iets anders dan nivellering. Als je ziet welke smaak nu regeert in de politiek dan is dat natuurlijk Gerard Joling en consorten. Dat vind ik treurigmakend. Toen in de jaren zeventig linkse politici nadachten over onderwijsvernieuwingen en nieuwe cultuurpolitiek, hadden ze de bedoeling de mensen op een heel klassieke, cultuursocialistische manier te verheffen. Het tegengestelde is gebeurd. Niet de elitaire smaak heeft zich verbreid over een grotere laag van de bevolking, maar de gehele samenleving is in de ban geraakt van platte, consumentistische, commerciële smaak.

‘Net als ik zijn veel mensen vaak lui. Maar waar het om gaat is: wat hebben ze aangereikt gekregen.’

De nivellering van de goede smaak heeft natuurlijk ook te maken met de spreiding van de massamedia. Dat met het rijker worden van de samenleving alles binnen bereik is gekomen. Maar de politiek heeft daar natuurlijk wel grote invloed op. De kabinetten van de jaren tachtig en negentig hebben het consumentisme bevorderd en de ontspannen samenleving en andere vormen van recreatie niet bepaald aantrekkelijk gemaakt. Een van de teleurstellingen van de publieke omroep is dat het deel van de bevolking dat ze traditioneel juist diende te bereiken — de lager opgeleiden — SBS verkiest. Daar ontlenen veel mensen, laag- én hoogopgeleiden, hun wereldbeeld aan, daarop berusten veel opvattingen over politiek en bijvoorbeeld het beeld van buitenlanders.

Ik ben geen tegenstander van commercie. Maar ik vind wel dat je vast kunt stellen dat nergens de commerciële zenders zo’n laag niveau hebben als in Nederland. In Engeland maakt Channel Four kritischer televisie met meer variatie. In de Nederlandse politiek heeft men, zeker in de beginjaren van commerciële televisie, nagelaten regels te stellen, de ontwikkeling van televisie te sturen en in de gewenste richting te duwen.

‘Een van de teleurstellingen van de publieke omroep is dat het deel van de bevolking dat ze traditioneel juist diende te bereiken — de lager opgeleiden — SBS verkiest. Daar ontlenen veel mensen, laag- én hoogopgeleiden, hun wereldbeeld aan, daarop berusten veel opvattingen over politiek en bijvoorbeeld het beeld van buitenlanders.’

Ik ben nu helaas zelf een cultuurconsument. Ik ben van het type dat in de vakantie naar musea gaat. Vreselijk. Ik lees nog wel veel en houd zo nog aansluiting met een andere wereld. Met de monomanie die de politiek kenmerkt bestaat het gevaar dat je anders in een dorre technocratische binnenwereld gaat leven. Kunst is belangrijk als tegenkracht, maar ook omdat je je er rijk en stil gelukkig bij kunt voelen.

 

Kunst vereist altijd enige studie, daarin verschilt ze van vermaak. Ik heb allerlei voornemens — van promoveren tot alle tentoonstellingen bezoeken – en ik vind het jammer dat ik me dat nu vaak ontzeg. Ik ontzeg mezelf daarmee ook rust. Kunst stemt altijd tot nadenken. Een paar jaar geleden speelde het Zuidelijk Toneel Caligula. Dat was zo gruwelijk, zo wreed en in tekst en beeld zo rijk, dat ik daar maanden over heb moeten nadenken. Dat maakt je geest rijker.

Tegenwoordig moet het allemaal simpel zijn, laag-bij-de-gronds, ook in de politiek. We mogen ook niet meer verwijzen en gedichten citeren. Ik begrijp dat de taal die we moeten spreken in de Kamer niet technocratisch moet zijn, maar schraalheid in taal leidt tot schraalheid in denken. Ik merk bij mijn eigen afstand tot kunst een verschraling in mijn hoofd. Dat vind ik jammer. Dat leidt elke zomer weer tot nieuwe voornemens.

Van schilderkunst weet ik helaas te weinig, maar ik houd wel van de grote revolutionaire, negentiende-eeuwse Amerikaanse schilderijen die je in het Metropolitan ziet. De bombastische kunst die vrijheidslust laat zien in de strijd tegen de Engelsen. Malevitsj vind ik ook echt prachtig. Niet om politieke redenen, maar meer omdat je de disciplinering van het systeem heel geleidelijk in zijn werk terugziet en tegelijkertijd weet hij eraan te ontsnappen. Tot op het laatst bleef hij dwars en slimmer dan de totalitaire staat waarin hij leefde.

 

‘Tegenwoordig moet het allemaal simpel zijn, laag-bij-de-gronds, ook in de politiek. We mogen ook niet meer verwijzen en gedichten citeren.’

Het gevecht met vorm zie je ook bij Mondriaan terug, of bij Coetzee in zijn boek Youth. Coetzee wordt steeds kaler in zijn woorden, steeds schrijnender in zijn emotie. Dat is zo desolaat, het menselijke bestaan is van al zijn versiering ontdaan, het is onbehaaglijk kaal geworden… Er zit geen enkele troost, geen behaagzucht meer in dat boek. Ik vind Mondriaan om die reden ook fascinerend. Alles is er afgepeld.

Ik hoef niet getroost te worden door kunst. Ik vind het interessant als kunst tot vragen en begrip leidt. Als het je iets leert over de menselijke ziel, ontdaan van al zijn versiering. Kunst staat haaks op consumentistisch vermaak; dat probeert alleen maar je emoties te raken en niet je intellect. Daarom ergert het me dat ik me op het moment te eenzijdig overlever aan de massacultuur en ’s avonds als ik moe ben naar Ally McBeal kijk in plaats van naar een voorstelling te gaan. Daar word je op den duur ook ongelukkig van, omdat je zoveel mist, omdat je hoofd kleiner wordt.

Boek over wat mensen hebben met kunst

Voor het boek ‘Passie voor kunst’ en het AVRO-televisieprogramma ‘Liefhebbers’ interviewde Koos de Wilt prominente Nederlanders uit de wetenschap, politiek, het bedrijfsleven over de kunst.

CV

Femke Halsema is op 25 april 1966 geboren in Haarlem. Na de HAVO in Enschede deed zij de opleiding Vrije Hogeschool in Driebergen en een tijd Nederlands en geschiedenis aan de Stichting Opleiding Leraren in Utrecht. Daarna studeerde zij algemene sociale wetenschappen aan de Rijksuniversiteit Utrecht (criminologie en rechtssociologie). Zij is sinds 19 mei 1998 lid van de Tweede-Kamerfractie van Groen Links. Zij was lijsttrekker van Groen Links bij de verkiezingen van 2003 en is politiek leider van haar partij. Sinds november 2002 is zij fractievoorzitter. Zij was belast met de leiding van het project Res Publica, een samenwerkingsverband van het ministerie van Binnenlandse Zaken en politiek-cultureel centrum ‘De Balie’ over de grondwet. Vóór haar Kamerlidmaatschap van Groen Links werkte Femke Halsema bij de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA. In de Kamer houdt zij zich onder meer bezig met Justitie, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en Verkeer en Waterstaat. Halsema woont in Amsterdam.

 ‘Als je ziet welke smaak nu regeert in de politiek dan is dat natuurlijk Gerard Joling en consorten. Dat vind ik treurigmakend.’

 

  • Facebook - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle