d3ad87_a6817b4c536248bd9f6d7ed54169d1b7_mv2_edited.png

Kunsthandelaar Meindert Verhaar stopt bij een kelk met ivoorsnijwerk van acanthusbladeren: 'Je kijkt bij dit soort objecten naar geschiedenis van antiquiteiten. Spullen dus, die in voorgaande eeuwen ook al werden gezien als antiquiteiten en waar mensen voor hebben gevochten. Zo’n beker brengt zomaar miljoen op als het op de markt zou komen.’

DSC05141.JPG

'Pas vanaf rond 1480 worden beelden niet meer ingekleurd. Dat heeft misschien te maken met de opkomende belangstelling voor de oudheid en men toen nog dacht die die beelden niet waren ingekleurd. Het kan ook zijn om financiële redenen dat dat niet werd gedaan. We weten het niet.'

DSC05057.JPG

Verhaar: 'Zonder religieuze context zie je misschien eerder een chagrijnige man die de bus gemist heeft. Maar ook als je ouders in Afghanistan of Marokko zijn geboren zie je hier een kwetsbaar mens.' 

wwwopac-5.jpg

Meindert Verhaar kijkt naar een stenen beeld van een vrouw dat ooit helemaal vol kleur moet zijn geweest. ‘Daar zijn goede studies naar verricht, maar we weten niet welke kleuren precies, of het beeld onderdeel van iets anders was en of het nu Maria is of Maria Magdalena. En over dertig jaar kan dat geheel anders zijn.'
Foto van Ruben de Heer, Catharijneconvent, Utrecht

DSC05072.JPG

Verhaar: 'Zo’n object zie je heel soms wel op de TEFAF en er worden enorme bedragen voor betaald. Maar het leuke is dat heel veel middeleeuwse objecten heel betaalbaar zijn.'

wwwopac-3.jpg

Verhaar: 'Dit ivoren icoon is mooier dan vergelijkbare ivoren die in het Louvre en New York staan. Handel in dit soort objecten is met nieuwe, strengere wetgeving steeds moeilijker. Dat is jammer.'
​Foto van Ruben de Heer, Catharijneconvent, Utrecht

Schermafbeelding 2022-03-10 om 12.23.59.png

Verhaar: 'Het is toch ongelofelijk dat zo’n kelk in zo’n geweldige staat bewaard is gebleven uit de achtste eeuw, de tijd dat Karel de Grote in de middeleeuwen de ideeën en motieven van het Romeinse keizerrijk wilde laten herleven. Dat staat nu hier.'
​Foto van Ruben de Heer, Catharijneconvent, Utrecht

DSC05080.JPG

Meindert Verhaar, kunsthandelaar van kunst uit middeleeuwen en renaissance en bestuurslid van VHOK

Fragmenten uit de middeleeuwen

Hij studeerde ooit af als jurist en archeoloog, maar belandde via Franse plattelandsmeubelen in de kunst van de middeleeuwen. Een zwerftocht met de kunsthandelaar tussen de schatten van het Catherijneconvent in Utrecht op zoek naar de magie van eeuwenoude fragmenten.

 

Tekst & beeld van Koos de Wilt voor COLLECT

 

‘Het begon eigenlijk allemaal al toen ik nog een jaar of zeven was en hier in Utrecht bij een vriendje thuiskwam wiens vader stadsarcheoloog was en wiens huis vol stond met potten en pannen uit de middeleeuwen die aan elkaar gegipst waren. Geweldig vond ik zo’n volgestouwd huis met ouwe spullen’, zegt de Amsterdamse antiekhandelaar Meindert Verhaar. ‘Toen ik al heel klein was, zei iedereen al dat ik antiquair moest worden, maar dat vond ik altijd een rare opmerking. Wie wordt er nou antiquair?’ Toch zat het verzamelen en kopen ervan er al vroeg in. Een paar jaar na het afronden van de studies archeologie en rechten opende hij in 1995 in Amsterdam een algemene antiekwinkel waar hij busladingen Franse plattelandsmeubelen verkocht. ‘Het verdiende heel goed, maar mijn echte belangstelling ging uit naar spullen uit late middeleeuwen en de vroege renaissance, fragmenten van meubelen, metalen objecten, glas, ivoor, email, beelden en stenen sculpturen’, zegt de antiekhandelaar als hij de stille zalen betreedt met unieke kunstschatten van de middeleeuwen van het Catherijneconvent in Utrecht.

 

‘Als antiquair zie ik dat het goed is, maar hoe de oorspronkelijk beschildering was en hoe het gefunctioneerd heeft, daar hebben we vaak geen idee is.’

Met stenen fragmenten was hij al in contact gekomen toen hij in tijdens zijn studie in Rome voor professor Klassieke Archeologie Patrizio Pensabene kratten vol met fragmenten vierde-eeuws Romeins marmer moest gaan uitzoeken. ‘Ik had daar eigenlijk helemaal niet zoveel zin in, maar vond het uiteindelijk geweldig. Toen ik in die maanden door Rome wandelde, zag ik dat in Renaissance kerken, openbare gebouwen en particuliere huizen overal fragmenten uit de Oudheid zaten verwerkt. Daar had ik tot dat moment geen idee van. In een twaalfde-eeuwse constructie zag ik een Romeins Korintisch kapiteel met in acanthusbladeren middeleeuwse figuurtjes. Alles zat door elkaar. Kennelijk was een Romeins kapiteel in die tijd al een grote antiquiteit. Dat voegden ze niet in hun gebouwen toe omdat ze zelf geen mooie kapitelen konden maken, maar omdat het status gaf, de leeftijd gaf glans. Het zat ook dichter bij Christus, zoals dat ook was met relieken. Ook op oude codexen zaten daarom antieke munten en emaillen verwerkt.’

 

‘Jongeren associëren kunst uit de middeleeuwen tegenwoordig vaak met Harry Potter en hun videogames’

Meindert Verhaar gaat naast een levensgroot marmeren beeld staan uit 1510, een treurende Christus, zittend met zijn hand onder zijn arm: ‘Hier in het Catharijneconvent heeft kunst van de middeleeuwen meestal te maken met het katholieke geloof. Zonder deze religieuze context zie je misschien eerder een chagrijnige man die de bus gemist heeft. Maar ook als je ouders in Afghanistan of Marokko zijn geboren zie je hier een kwetsbaar mens. De kwaliteit van het kunstwerk zie je misschien zelfs beter zonder onze historische en religieuze filters. Zo’n blik is misschien relevanter nu veel van onze historische verhalen herschreven worden. Dat zie je nu met ons koloniaal verleden. Dat betekent dus ook dat de objecten die erbij horen een andere context krijgen.’ 

 

Geen idee

In de donkere zalen schitteren de zilveren en bronzen voorwerpen uit de vitrines die vele eeuwen geleden zijn vervaardigd door meestal onbekende kunstenaars en vaak omringd zijn met raadsels. ‘Rond 1500 gaan in Noordwest-Europa de late middeleeuwen over in de vroege renaissance en ontstaan die wonderlijke overgangsmotieven waar gotiek en renaissance samenkomen. Die onzekerheid, dat labyrint van deze oude objecten spreken me enorm aan. Er is nog zoveel te ontdekken dat we niet weten.’ Verhaar kijkt naar een stenen beeld van een vrouw dat ooit helemaal vol kleur moet zijn geweest. ‘Daar zijn goede studies naar verricht, maar we weten niet welke kleuren precies, of het beeld onderdeel van iets anders was en of het nu Maria is of Maria Magdalena. En over dertig jaar kan dat geheel anders zijn. Je bent helemaal nooit klaar. Als antiquair zie ik dat het goed is, maar hoe de oorspronkelijk beschildering was en hoe het gefunctioneerd heeft, daar hebben we vaak geen idee is. Bijzonder is dat de kunstenaar wiens naam we soms nog kennen degene is die het houten of stenen beeld inkleurde, terwijl juist die kleuren de tijd niet hebben overleefd. Pas vanaf rond 1480 worden beelden niet meer ingekleurd. Dat heeft misschien te maken met de opkomende belangstelling voor de oudheid en men toen nog dacht die die beelden niet waren ingekleurd. Het kan ook zijn om financiële redenen dat dat niet werd gedaan. We weten het niet. Het is allemaal schaars en het is dus ook heel moeilijk om precies te bepalen wat het is, daar zit een groot onzekerheidsmarge in. Overleg is daarom nodig, maar er zijn niet heel veel mensen die hierin doen. Ik mis Constant Vecht enorm, hij was net als vader en grootvader van de firma Kunstzalen A. Vecht in de Amsterdamse Spiegelstraat een groot kenner. Ik kwam hem vaak tegen bij de Albert Heijn en dan kletsten we eindeloos.’

 

Harry Potter 

‘De belangstelling voor de middeleeuwen is minder in de Noordelijke Nederlanden dan in Frankrijk, België, Duisland en Engeland’, zegt Verhaar. ‘Onze focus ligt vaak meer op de zeventiende eeuw, en dat is terecht natuurlijk. Maar oude kunstcollecties uit de negentiende eeuw van Amerikaanse tycoons en onze eigen have