Binnen kijken bij beeldhouwer en ontwerper Joep van Lieshout

 

‘Ik knuppel liever zeehondjes dood dan dat ik meeloop met de waan van de dag’ 

 

De Brabander van oorsprong Joep van Lieshout (Ravenstein, 1963) belandde op zijn zestiende in Rotterdam en bleef er. Al meer dan twintig jaar voorziet de beeldhouwer en ontwerper vanuit het Vierhavengebied de wereld van spraakmakende kunst. 

 

Het Atelier Van Lieshout is het tegendeel van wat je je voorstelt bij een verstild kunstenaarsatelier. In de enorme open ruimte van een voormalige fabriek staan vorkheftrucks en werkbanken en zijn timmerlieden en lassers geconcentreerd aan het werk met hout, metaal, polyester, schuim en papier-maché. Ooit begon Joep van Lieshout hier in de enorme loods om een bom te leggen onder het romantische idee dat de individuele, geniale kunstenaar in zijn eentje kunst hoort te maken in zijn eenzame atelier. Zo is de naam van Atelier Van Lieshout ook ontstaan en nog steeds is het een plek vol bedrijvigheid met tientallen beelden in verschillende fase van gereedheid. Nog steeds is het druk. Er staan overal in de wereld tentoonstellingen en projecten op de rol, van Den Bosch tot in New York. In het midden van de ruimte wordt gewerkt aan een enorm timmerwerk dat uiteindelijk moet gaan over Van Lieshouts fascinatie met tijd en klokken. Een stukje verderop staan maquettes van een megakunstcentrum in de buurt en in een andere hoek polyester beelden van enorme worsten en ratachtige wezens. 

 

Rafelig

De Keileweg in Rotterdam is niet meer de industriële kade waar een grote farmaceut een vestiging had en waar even verderop meel aan land kwam. Het is ook niet meer de roestige plek waar, langs de tochtige straten, goedkope liefde kon worden gehuurd. Hier is een nieuw Rotterdam opgestaan achter de Lee Towers (voorheen Europoint en daarvoor de Ogem-torens): strak vormgegeven wegen, het strakke atelier van designer Daan Roosegaarde en een vestiging van de Praxis. Een constante in de buurt is Joep van Lieshout. In 1980 strandde hij in Rotterdam en werd er op zijn zestiende aangenomen op de kunstacademie in Rotterdam. Vanaf het begin voelde hij zich thuis in de rafelige, rauwe delen van de stad, waar hij uitging in de havenkroegen op Katendrecht, tussen de schippers en de Caribische dames. In de jaren tachtig kraakte hij er met een groepje bevriende kunstenaars zijn plek op een laatste stukje vrij gebied aan de Nieuwe Maas, het Vierhavengebied. Als het aan de kunstenaar ligt, blijft het nog wel een beetje rafelig. ‘Voor je het weet worden startende kunstenaars en hun bedrijvigheid de stad uit gejaagd. Om dat in dit gebied te voorkomen, hebben we met de stichting de panden aangekocht. We werken aan een project van 60 duizend vierkante meter waar kunstenaarsateliers, een tentoonstellingsruimte, een museum, appartementen, een hotel en restaurants moeten samenkomen. Wij zijn druk bezig om dat voor elkaar te krijgen.’

 

‘Als ik ergens mensen hoor praten over jonge kunstenaars, denk ik nog steeds dat het over mij gaat.'

Provoceren

Niet ver van het atelier, in hartje Rotterdam, op de kruising van de Coolsingel en de Blaak, rijden dagelijks tienduizenden mensen langs ‘Cascade’, een acht meter hoog donkergroen polyester sculptuur van een stapel olievaten waaruit een stroperige massa van menselijke figuren kronkelt. De olievaten roepen associaties op met de Rotterdamse haven en nabijgelegen banken die in de crisis van 2010, toen het beeld werd neergezet, wankelden. Kunst van AVL (Atelier Van Lieshout) gaat over de plek van een menselijk individu in het grote geheel. Hoe zit het met onze autonomie in een wereld van macht en overregulering? Het gaat over leven, liefde, voortplanting, seks en de dood. De beelden van AVL zijn overal in de wereld te zien, van Tilburg en Dordrecht tot in Venetië en New York. Dit jaar is op de NDSM-werf in Amsterdam-Noord de kunstinstallatie Ferrotopiate zien, het sluitstuk van een zeven jaar durend project New Tribal Labyrinth. Een beeld ervan is de Domestikator,een huizenhoog beeld voorzien van kamers van een geabstraheerd mens dat geslachtsgemeenschap lijkt te hebben met een dier. Zijn beelden gaan een confrontatie aan met de wereld om ons heen, ze schuren en provoceren. Je zou, aan de andere kant, ook vooral het speelse en absurdistische van zijn werk kunnen zien. Een kwajongen die op zijn 55ste nog steeds als een aanstormende kunstenaar bezig is met taboes en politieke correctheid. Voor de kunstenaar zelf is er niet veel veranderd: ‘Als ik ergens mensen hoor praten over jonge kunstenaars, denk ik nog steeds dat het over mij gaat. Ik voel me altijd op de plek waar het nog moet beginnen. Ik ben nog steeds een kunstenaar die een nieuw avontuur aangaat en grenzen opzoekt.’ 

 

‘Ik denk ons systeem in het absurde door, zoals ook het systeem zelf tot in het absurde doordendert.’

Naar de kloten

In 2017 was het de bedoeling dat de Domestikatorin de Tuilerieën kwamen te staan, de tuinen rondom het Louvre. Maar dat ging het wereldbefaamde museum te ver, waardoor het voor het prominente Parijse hedendaagse kunstmuseum Centre Pompidou kwam te staan. Ook goed, volgens Van Lieshout die ervan uitgaat dat door de ophef een honderden miljoenenmensen het beeld in het echt en via media hebben gezien. De kunstenaar neemt plaats in een spreekkamer boven de grote werkhal. Uit de zakken van zijn spijkerjasje haalt bij beitels, messen en ander gereedschap en legt ze met een klap op tafel. ‘De Domestikatorgaat helemaal niet over seks, maar over domesticatie, over de manier waarop de mens met de wereld omgaat en deze onderwerpt. Het gaat over vrijheid versus onderdrukking, vernietiging versus schepping.’ Hij pakt een stift en begint wat te tekenen, zoals we soms allemaal wat krassen als we iemand spreken aan de telefoon. Van Lieshout maakt een kunstwerkje en ondertussen praat hij: ‘Mijn werk is een confrontatie met de wereld waarin we leven. Ik wil zichtbaar maken waar het echt over gaat. Iedereen heeft tegenwoordig de mond vol over cradle to cradleen circulariteit terwijl er alleen maar veel meer wordt geproduceerd zodat de wereld nog eerder naar de kloten gaat. Ik knuppel, bij wijze van spreken, liever zeehondjes dood dan dat ik meeloop met de waan van de dag.’ In zijn werk stelt hij zich een samenleving voor als Slave City, een anti-utopie waarin hij de lichamen van 200.000 slaven zo efficiënt mogelijk worden gebruikt en gerecycled. Provocerend, maar zijn verontrustende beelden komen tegelijkertijd op ongemakkelijke manier verdacht bekend voor. Van Lieshout zelf wil geen moreel oordeel vellen. ‘Ik denk ons systeem in het absurde door, zoals ook het systeem zelf tot in het absurde doordendert.’

  • Facebook - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle