De Wandeling

 

Jeroen Henneman (1942), schilder, tekenaar, beeldhouwer en theater- en televisiemaker

 

Staande tekeningen, op de lucht getekend

 

Jeroen Henneman heeft vijf beelden in de openbare ruimte staan in Amsterdam. Een autorit en wandeling langs de kunstwerken. 

 

Tekst en foto’s van Koos de Wilt voor Collect

 

De wandeling begint bij de kunstenaar thuis op de Amsterdamse Vossiusstraat, een chique straat uitkijkend op het smalle stuk van het Vondelpark. Het atelier op de derde verdieping neemt de hele etage in beslag met overal schilderijen, tekeningen en beelden van Henneman zelf. Het is opvallend opgeruimd. Zoon Hawick heeft het atelier gebruikt op voorwaarde dat hij het zou opruimen. Aan de muur een werk van de zoon met geordende plankjes en Yves Klein-achtige blauwe vlakken. Vader is er tevreden over. Elders in het riante huis kunst aan alle muren van collega-kunstenaars. Van Voskuil, Munch, Toon Verhoef, Schoonhoven, Remco Campert, Roy Lichtenstein, Berend Strik, Mangold, Fontana, Michiel van Nieuwkerk. Sol LeWitt, Marinus Boezem, Manzoni, Ad Dekkers, Jan Dibbets, Robert Zandvliet, Man Ray, Donald Judd en ga zo maar door. Hierboven maakt Henneman de tekeningen en schilderijen en op de begane grond de modellen. Veel van zijn werk bevindt zich op het snijvlak van wat hij op de verschillende etages maakt. 

 

‘De Schreeuw is pas ontstaan toen ik er vrede mee had.’

De kunstenaar neemt de interne lift naar beneden naar de timmerwerkplaats op de begane grond. Daar overal modellen in verschillende fases van gereedheid. Een van die modellen is wat hij maakte voor de Rechtbank Rotterdam. ‘Dat is net klaar, het is een enorm, stalen, witpoedergecoat beeld geworden waarbij je door een reeks gaatjes dwars door dossiers heen kijkt. Dat is de rechtspraak.’ Ook hier en daar wat modellen van De Kus, twee lijnen die twee gezichtsprofielen vormen die elkaar kussen. Henneman: ‘Ik was altijd al op zoek naar de symbiose tussen tekening en object. Het begon met De Kus, die ontstond toen ik aan het werk was met een soldeerbout en zilverdraad. Al spelend ontstond iets wat op een kus leek. Ik zag het als een ruimtelijke tekening.’ 

 

Het Wiel

We stappen in Hennemans Jaguar voor de deur op weg naar de westkant van A10, de ringweg rond de stad. Net buiten de rand, in stadsdeel Sloterdijk, is in 1996 het stalen beeld Het Wiel op het dak gezet van het gebouw van de Belastingdienst, een ontwerp van de architect Abe Bonnema. Henneman: ‘Ik deed mee aan de competitie en bedacht me toen ineens dat het beeld niet tegen het gebouw, maar erop moest komen. Ertegenaan vond ik lelijk. Ik heb Bonnema toen gebeld en die vond het gelijk een fantastisch idee. De andere kunstenaars in competitie waren boos dat ik me niet aan de regels zou hebben gehouden. Maar de jury was om. Het is een muntje met een as erdoorheen. De Belastingdienst is de as die het geld laat rollen. Heel simpel eigenlijk.’ Het op het dak zetten was nog een heel gedoe, zo herinnert de kunstenaar zich. ‘Het was technisch heel ingewikkeld, maar gelukkig heb ik een goed team van ingenieurs. Het duurde drie dagen en er is gebruik gemaakt van de grootste hijskraan van Europa.’ Henneman moet zich inhouden op de ring waar tachtig kilometer de max is, maar na een viaduct duikt het beeld ineens op. ‘Elke keer als ik erlangs rijd, word ik blij, het is goed gelukt! Ik had zo gehoopt dat er een enorme kettingbotsing zou ontstaan op het moment dat het geplaatst zou worden. Dat gebeurde niet, helaas.’

 

‘De Kus is een staande tekening, waarin de lucht en de omgeving de beeltenis weergeeft. Het beeld moest dus rondom vrij zijn, maar wel in een bebouwde omgeving. Dat geeft het juiste contrast.’

De Kus, de Doos en de Schakelband

Even verder op de A10 neemt Henneman de afslag naar de Nieuw Zeelandweg waar De Kus ligt opgeslagen. Henneman rijdt het opslagterrein op. Het is even zoeken, maar ergens achteraf op het terrein ligt het. De kunstenaar inspecteert het beeld en wijst naar wat roestplekjes. ‘Dat is niet van het beeld zelf maar van splinters staal van de treinrails in de buurt.’ De Kus stond vanaf 1982 bij het hoofdkantoor van de Koninklijke Bijenkorf Beheer aan de Frankemaheerd in Amsterdam-Zuidoost. ‘In 2004 verkocht de Bijenkorf het gebouw en volgde er een zestal andere eigenaren. De meeste vonden het beeld mooi, totdat ING erin kwam in 2015. Die wilde het niet. Ik begreep dat wel, zei ik in een interview, zo’n meedogenloos bedrijf wil niet zoiets romantisch voor de deur. Dat vonden ze niet leuk bij de bank dat ik dat zei.’ Henneman moest aanzien hoe zijn werk op grove manier werd gedemonteerd en beschadigd. De roestvrijstalen Kus verdween vervolgens in opslag, tot de gemeente met de kunstenaar er een nieuwe plek voor had gevonden. Het kunstwerk bleek gewild bij andere stadsdelen, maar Zuidoost wilde het niet kwijt. Het kan volgens Henneman niet overal worden neergezet. ‘Het is een staande tekening, waarin de lucht en de omgeving de beeltenis weergeeft. Het beeld moest dus rondom vrij zijn, maar wel in een bebouwde omgeving. Dat geeft het juiste contrast.’ Inmiddels is bepaald dat het op het Anton de Komplein in Zuidoost komt te staan, achter het politiebureau. Als het goed is in april van dit jaar.

 

‘De Doos is een conceptueel kunstwerk. Je ziet de achterkant van de doos. Ook als je via de andere kant komt aanrijden, zie je de achterkant van doos. Dat vond ik grappig.’ 

Henneman stapt weer in zijn bolide en geeft gas op weg naar gebouw Gershwin Brothers ergens tussen de Zuidas en het VU-ziekenhuis. Net als het beeld op het dak van het Belastingkantoor is het een werk dat bekeken moet worden vanuit de auto. Henneman vertelt dat tijdens ArtZuid 2017 een versie van De Doos was gekocht door een investeerder. Die wilde het beeld bij hem in de buurt hebben. Later wilde die het daar in een straat bij een nieuw gebouw van hen zetten. ‘Ik stelde toen voor het op het dak te zetten. Dat vonden ze wel een goed idee.’ Net als bij Het Wiel is sprake van een (bijna) tweedimensionale weergave van een driedimensionaal object. ‘Het is een staande tekening, maar de contouren van de doos staan niet op papier, maar in de lucht getekend. De Doos is een conceptueel kunstwerk. Je ziet de achterkant van de doos. Ook als je via de andere kant komt aanrijden, zie je de achterkant van doos. Dat vond ik grappig.’ 

 

Henneman maakt een rondje langs de andere kant van het beeld en rijdt de A10 weer op richting de voormalige Citroen garage bij Olympisch Stadion, het tegenwoordige Move gebouw. Hier zetelt tegenwoordig autobedrijf PON dat het stalen beeld heeft meegenomen dat eerst op het dak stond van het hoofdkantoor in Almere-Buiten. Henneman rijdt naar de Argonautenstraat, een straat met alleen woonhuizen waar je het beste zicht hebt op het beeld. ‘Het mooist is het ’s avonds, als de lichten branden. Overdag zijn de lijnen zwart en ‘s nachts zijn ze wit. De verlichting bestaat uit acrylaat blokken met ingegoten ledverlichting. Het kunstwerk is gebaseerd op een van de merken van PON, Caterpillar, de rups dus. Het verbeeldt door schakels de verschillende divisies van PON, een internationale handels- en serviceorganisatie met de verschillende activiteiten. Het gaat over dingen die rondjes draaien.’ 

 

De Schreeuw

De auto wordt geparkeerd aan het Oosterpak en Henneman wandelt langs het Nationaal monument slavernijverleden (2002) van Erwin de Vries. ‘Een erg goed beeld!’. Even verderop Hans Bayens’ beeld Titaantjes (1971), vlakbij waar Nescio gewoond heeft, ‘Ook een prachtig beeld’. Weer verderop, vlakbij de hoek van Oosterpark en de Linnaeusstraat staat De Schreeuw van Henneman zelf, daar neergezet in 2006. Er ligt een bos bloemen bij voor Theo van Gogh, de cineast en columnist die op 2 november 2004 door Mohammed Bouyeri werd vermoord. Henneman: ‘Ik weet nog dat ik werd wakker gebeld door Gijs van de Westelaken en ben toen meteen naar Column Producties gegaan waar anderen vrienden en bekenden bijeenkwamen. Om de tien minuten kwam de politie ons informeren. Ik dacht toen dat het oorlog was en het helemaal mis zou gaan. Het was een soort 9/11 moment. Ik heb een sterke herinnering aan de avonden en nachten die ik aan het beeld heb gewerkt. Ik was heel droevig en razend. Ik had een gevoel dat ik een jaar lang alleen maar ontwerpen voor dat beeld wilde maken. Ik was er totaal aan verslaafd, een heel raar rouwproces waar ik nog nooit van gehoord had. Het beeld is pas ontstaan toen ik er vrede mee had. Van Gogh was natuurlijk soms ook een monster, die verschrikkelijke dingen schreef in zijn columns. Het leek soms wel alsof hij Gilles de la Tourette had. Theo was een onbevreesd iemand die niet maat kon houden. Zonder angst stapte hij op schorem af als die bijvoorbeeld onze vrouwelijke cameravrouw lastigviel bij het filmen van het televisieprogramma dat we maakten met Max Pam. “Wat zou je moeder daar nu van vinden”, zei hij dan.’

 

‘Ik heb een sterke herinnering aan de avonden en nachten die ik aan De Schreeuw heb gewerkt. Ik was heel droevig en razend.’

Henneman wilde niet meedoen aan een competitie voor het beeld. ‘Het was voor een vriend, dan doe je niet mee aan een competitie. Ik wilde het wel graag maken. Een paar jaar ervoor was ik met Theo in Brussel en we zagen op op de Avenue Franklin Roosevelt het Monument aux aviateurs et aérostiers tombés pendant la guerre, een monument van een Engelse RAF vlieger die door een engel de hemel in wordt getild. Met dat beeld in mijn hoofd ben ik begonnen, maar uiteindelijk werd het alleen een hoofd. Het is een profiel van het gezicht van Theo dat in zes stadia naar de doodskreet gaat die hij moet hebben geslaakt. Dat moet door merg en been zijn gegaan, zo is me verteld. Hij had net zijn zoon Lieuwe naar school gebracht. Een goed beeld is het geworden…’

 

Collect, april , 2020 

Schermafbeelding 2020-04-01 om 08.40.14.
  • Facebook - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle