In plaats van soep scheppen

Helpen door te doen waar je goed in bent

Snel helpen bij ramp

Geen hazenlippen meer

Red de neushoorns

We willen allemaal graag iets betekenen voor de maatschappij. Maar wat moet je dan doen? Soep scheppen? Collecteren? Topmanager Marc Bolland, advocaat Lokke Moerel en chirurg Adriaan de Blécourt pakken het anders aan: ze zetten hun specifieke expertise in om de wereld een iets aangenamere plek te maken. Hieronder hun verhalen. Tekst van Koos de Wilt & foto’s van Tessa Posthuma de Boer voor FD Persoonlijk

Marc Bolland, ceo van Marks & Spencer

Helpt bij rampen

 

‘Mijn vader is opgegroeid in het voormalige Nederlands-Indië. Hij was een bijzondere ondernemer en van hem heb ik mijn kosmopolitische blik en mijn neiging met de plaatselijke bevolking op te trekken. Toen ik in Slowakije landendirecteur was voor Heineken, ging ik op het platteland wonen, vlak bij de mouterij en brouwerij, ver van de hoofdstad. Door tussen de mensen te zijn, ervaar je waar je het verschil kunt maken.’

‘Dat ervoer ik al tijdens mijn eerste baan voor Heineken in Congo. Ik deed er marktonderzoek en ben intensief met de lokale bevolking opgetrokken. Daar zag ik dat onderwijs de sleutel is voor de toekomst. In die tijd is mijn relatie met Unicef ontstaan. Tien jaar geleden − ik zat inmiddels in de raad van bestuur van Heineken en had de middelen − heb ik binnen Unicef een persoonlijk fonds opgericht, om weeskinderen in Tanzania onderwijs te geven. Ik vind dat ik minstens vijf procent van mijn geld én tijd moet geven aan een betere wereld. Ik praat in de pers liever niet zo over dit soort projecten, voor je het weet komt het anders over dan ik het bedoel. Maar soms kan het iets in gang zetten.’

‘In Kinsjasa zag ik hoe onderwijs de sleutel is voor de toekomst voor deze kinderen. Zonder onderwijs, geen toekomst.’

‘Vier jaar geleden, precies op het moment dat ik van het Britse supermarktconcern Morrisons overstapte naar Marks & Spencer, was er die verschrikkelijke aardbeving op Haïti. Wekenlang was het grote nieuws dat het geld en de goederen die ingezameld waren niet op de juiste plek konden komen. Dat voelde heel onbehaaglijk voor mij, omdat ik me mijn hele werkzame leven heb beziggehouden met logistiek. Ik weet nog dat ik hetzelfde uur dat ik de contracten had ondertekend met Unicef belde. Het leven zat me mee en dat moest ik delen.’

‘De volgende ochtend zat ik al op het kantoor van Unicef Londen: of ik er iets voor voelde om naar Kopenhagen te gaan, waar alles werd gecoördineerd voor Haïti. Weer een dag later zat ik in mijn spijkerbroek en overhemd in Denemarken en was ik één van de acht mensen in het Unicef-emergency team voor Haïti. Ineens gaf ik geen leiding meer aan 130 duizend medewerkers, maar was ik één van de crisisteamleden. Ik ging met een ander teamlid over educatie en het was onze taak was om een miljoen kinderen zo snel mogelijk te voorzien van schoolborden, krijt, papier en pennen.’

‘Al snel had ik van Chinese suppliers van Unicef gehoord dat het drie tot vier maanden zou duren voordat de schoolspullen op de juiste plek konden komen. Van onderwijspsychologen had ik inmiddels begrepen dat dat precies de tijd is dat kinderen ontwortelen als ze niet naar school kunnen. Ik moest dus iets radicaals doen. Ik heb toen een plan opgezet om alle voorraden in de wereld in kaart te brengen en ben alle grote afnemers en leveranciers gaan bellen. Door mijn persoonlijke contacten kwam ik direct bij Terry Leahy, de baas van Tesco, en via via kwam ik in contact met baron Bic, de man achter de Bic-pennen. In no time wisten we waar de pennen van de wereld waren. Ik ben toen vier weken achter leveranciers gaan aanjagen en weet nog dat ik een maand later op tv zag dat de eerste goederen al na anderhalve maand op de juiste plek waren beland.’

Drs. Adriaan de Blécourt, plastisch chirurg

Corrigeert gespleten lippen en behandelt brandwonden

 

‘Ik wilde eigenlijk al lang in de tropen werken, maar toen ik voor de keuze stond, kwam ik mijn vrouw tegen. Zij was net begonnen in de advocatuur en zag het niet zitten om met mij naar de hooglanden van Oeganda te gaan. Begrijpelijk. Bovendien kende ik artsen die in de tropen hadden gewerkt en na verloop van tijd terugkwamen om zich alsnog te specialiseren. Op die manier konden ze veel meer bijdragen, zeiden ze. Zo is het bij mij ook gegaan. Twintig jaar geleden, tijdens mijn specialisatie, ben ik de man die Interplast had opgezet gaan bellen. Interplast is een organisatie die kinderen in de Derde Wereld opereert. Na veel touwtrekken mocht ik mee als assistentje. Ik voelde me heel gelukkig.’

‘Ik heb een zeer gevarieerde praktijk. Het ene moment komt er een vrouw bij me langs met huidkanker die zonder vragen in de stoel gaat zitten. Het volgende moment heb ik een dame die voor een kleine cosmetische behandeling komt en precies wil weten hoe het eruit gaat zien. En dan is er Afrika. Een paar weken per jaar ga ik daarheen om gespleten lippen en vergroeiingen na verbrandingen te opereren. Met de patiënten daar kun je überhaupt niet praten, maar ze zijn wel dolblij en dankbaar met alles wat je doet. Die mix is heel leuk, maar de overgang is soms moeilijk. Je opereert een kind met ernstige brandwonden en een paar dagen later krijg je iemand op bezoek die wil praten over het weghalen van een rimpel.’

‘Door in de rimboe te opereren leer je ook hoe veel je kunt doen met heel weinig middelen, met alleen je vaardigheden.’

‘In Afrika moet je omgaan met de meest erbarmelijke omstandigheden. Kinderen met een handicap worden daar veel meer gestigmatiseerd dan bij ons. Als je daar met een gespleten lip bent geboren, komt het voor dat je met een kudde geiten de bergen wordt in gestuurd en af en toe mag thuiskomen. Op een trip opereren wij in één klap zo’n honderd patiënten, van wie driekwart kinderen. Soms loopt een patiënt dagenlang om bij het ziekenhuis te komen. Zo’n iemand ziet in de spiegel voor het eerst zijn gezicht en schrikt zich kapot. Maar na de operatie is zijn leven compleet veranderd.’

‘Ik ben geen Albert Schweitzer, maar het mooie van mijn beroep is dat ik in Afrika mijn steentje kan bijdragen. De bedoeling is dat wij daar alles opzetten en dat de mensen het dan zelf gaan doen. Dat is min of meer geregeld in Oeganda. Nu zijn we aan de slag in Rwanda en Burundi, maar daar is het nog een lange weg. Je wordt daar overweldigd door de massa’s mensen die doodgaan aan ziektes die soms voor een paar kwartjes voorkomen of verholpen kunnen worden. In Afrika heb je ook vaak het gevoel dat wanneer jij weggaat zij ook weer gaan liggen.’

‘Ik kan de wereld niet veranderen, maar ik kan wel voorkomen dat dat jochie met die dubbele lipspleet de bergen in gestuurd wordt en nooit meer terugkomt. Ik kan hem met een simpele ingreep een beter leven geven.’


 

Advocaat prof. mr Lokke Moerel, partner bij De Brauw Blackstone Westbroek

Zet internationaal strafhof 2.0 op tegen stroperij en illegale handel in beschermde dieren

 

‘Bij ons thuis zat het nemen van verantwoordelijkheid er altijd al diep in. Mijn vader was notaris en daarnaast voorzitter van allerlei plaatselijke organisaties, en mijn moeder was maatschappelijk werkster. Toen ik in Leiden studeerde, was ik naast mijn lidmaatschap van Minerva ook actief bij de Rechtswinkel. Dat was toen een heel linkse club en de andere medewerkers vonden het maar gek dat iemand van het corps bij hen werkte. Maar ik voelde me er senang bij.’

‘Als je in het oerwoud oog in oog staat met een mensaap, krijgt je ineens een spiegel voorgehouden. Mensapen staan zo dicht bij ons. We kunnen veel van apen leren. Bijvoorbeeld hoe mannetjesapen zich heel lang blijven voegen naar de alfa-aap, tót ze een aanval op zijn leiderschap doen. Dan gaat alles los. Interessant, want vrouwtjesapen dagen continu uit, maar doen zelden een aanval op het leiderschap.’ ‘Ik ben betrokken bij een initiatief voor de bescherming van het Odzala Park in Kongo, waar veel mensapen leven. Mensapen zijn “flagship species”, dieren die icoon zijn voor een bepaald leefgebied. Als je hen beschermt, bescherm je alle dieren in dat gebied. Hetzelfde geldt voor tijgers, olifanten en neushoorns.’

‘Als je in het oerwoud oog in oog staat met een mensaap, dan maakt dat een enorme indruk op je. Je krijgt ineens een spiegel voorgehouden.’

‘De flagship species staan op de Cites-lijst, een lijst van wereldwijd beschermde diersoorten. Handel daarin is verboden, maar toch worden deze dieren massaal afgeslacht door internationaal werkende criminele bendes die de hoorns en het ivoor voor grof geld verkopen. Dit komt onder andere door de toegenomen welvaart in Azië, waar de producten worden verkocht als statussymbool of als middel tegen impotentie. Onzin natuurlijk, maar het is ondoenlijk om in die landen tijdig een cultuurverandering te bewerkstelligen. Vorig jaar stond er op een autobeurs in Azië nog een auto die helemaal was ingelegd met ivoor. Dat kán gewoon niet. Intussen zie je de aantallen olifanten en neushoorns, die eerst door natuurbescherming weer toenamen, snel teruglopen.’

‘De reguliere aanpak van stroperij en illegale handel volstaat niet meer. Er valt heel veel geld mee te verdienen en de kans om gepakt en veroordeeld te worden is op veel plekken nihil. Dan zul je met een internationale aanpak moeten komen, waarbij de overheden van die landen ter verantwoording kunnen worden geroepen. Het WNF en Peace Parks Foundation hebben net ruim 14 miljoen euro gekregen van het Droomfonds van de Postcode Loterij om de stroperij aan te pakken. Een van de manieren is door een International Wildlife Justice Commission (WJC) op te richten, die zal worden gesteund door een aantal grote ngo’s op dit terrein, zoals het Wereld Natuur Fonds.’

‘Met een aantal experts heb ik gewerkt aan een soort internationaal strafhof 2.0. De bedoeling is dat de WJC met lokale organisaties bewijs gaat verzamelen om zo de internationale handelsketen en de sleutelfiguren daarin in kaart te brengen. De WJC kan dan lokale opsporingsambtenaren voorzien van bewijsmateriaal en ondersteunen om deze sleutelfiguren te vervolgen. Wordt hieraan geen gevolg gegeven, dan zal de WJC de centrale overheid hierop aanspreken. Als dat ook niet lukt, wordt de zaak voor het internationale publieke accountability-tribunaal gebracht. “Sunlight is said to be the best of disinfectants”, zei de beroemde jurist Louis Brandeis ooit. Landen vinden het uiteraard niet leuk bekend te staan als een boevenstaat. Dit zou een keerpunt in de strijd tegen stroperij kunnen betekenen.’

  • Facebook - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle