In de reeks Passie voor kunst van Koos de Wilt

‘Alles wat ik doe heeft met passie te maken’

Ondernemer Dirk scheringa over kunst

In 1990 heb ik mijn eerste tekening van Willink aangeschaft. Daarvoor had ik niks met kunst, ook niet van huis uit. Ik zat in een commissie van de Juniorkamer waar ook kunstverzamelaar Vincent Vlasblom in zat die ons meenam naar een veiling. ‘Tjonge, jonge, dat is het,’ dacht ik toen ik Willink zag. 
Koos de Wilt voor Passie voor Kunst (2003)

Dat is de geboorte geweest van de verzameling. Op die veiling werden een schilderij en een tekening van Willink aangeboden. Het schilderij vond ik toen te duur, dat was geloof ik 40.000 gulden en de tekening was vierduizend gulden. Ik dacht toen: ‘Nou, die tekening moet kunnen, dat andere wordt te gek.’ Tot ik een jaar later op de KunstRai het schilderij Indische Dame zag hangen. Dat vond ik zo mooi, zo fijn geschilderd, met die netkousen aan. Dat heb ik toen meteen gekocht. En dat kostte een paar ton. Dat was heftig, maar ik vond het zo mooi.

'Ik heb het gevoel dat mensen die iets met kunst hebben warmere mensen zijn.'

Wat heel bescheiden is begonnen, is steeds heviger geworden en op een gegeven moment hingen de keuken en slaapkamer vol. Toen heb ik een schoolgebouw in Spanbroek gekocht, heb het opgeknapt en er mijn schilderijen in opgehangen. In Amerika is dat heel gewoon, maar in Nederland doet men dat niet zo gauw. Je hebt hier alleen het echtpaar Kröller-Müller dat zoiets gedaan heeft. Voor mij is het normaal. Ik ben als arbeidersjongen geboren en ben eraan gewend dat als je tien cent verdient aan een klant dat je dan twee centen teruggeeft aan de samenleving. Dat doe ik door middel van sport, schaatsen, voetballen en kunst. Dat is ook een stukje marketing, maar vooral een gevoel dat je met zoveel mogelijk mensen wilt delen. We geven scholen gratis toegang tot het museum en geven de kinderen dan ook nog limonade. Allemaal om kunst wat laagdrempeliger te maken en iedereen daarvan mee te laten genieten.

 

'Ik ben als arbeidersjongen geboren en ben eraan gewend dat als je tien cent verdient aan een klant dat je dan twee centen teruggeeft aan de samenleving.' 

Rembrandt? Niks aan

Ik heb wel vijftig favoriete schilderijen, allemaal figuratief, want met abstracte kunst heb ik helemaal niks. Daar snap ik niks van en vind ik ook eigenlijk geen kunst. Dat zou ik zelf ook kunnen. Andere mensen mogen het mooi vinden hoor. Ik respecteer ieders mening en iedereen mag tot op zekere hoogte zichzelf zijn, maar ik vind het gewoon lelijk. Rembrandt vind ik ook niks aan. Waar ik wel van houd, is de tijd tussen 1920 en 1940, het interbellum. De Zilveren Bruiloft uit 1924 van Willink bijvoorbeeld, een soort overgangsschilderij. Dat vind ik mooi. Daarna ga je langzaam naar de fijne schilderijen: Indische Dame en Dubbelvrouwenportret van Schuhmacher. Die zijn heel fijn geschilderd, maar wel met een magische toets.

Op een gegeven moment gaat je smaak zich verbreden en heb ik er ook andere schilders bijgehaald, zoals Jan Mankes, Co Westerik, Dick Pieters en Barend Blankert. Ik houd van het perfecte van dat fijne schilderen. Het magische zorgt voor dat stukje spanning. Bij magisch realisten gaat het erover dat onwerkelijk is wat er gebeurd is of gebeurd had kunnen zijn. Misschien ontwikkelt mijn smaak zich nog verder. Ik weet het niet hoe dat gaat. Max Ernst begrijp ik nog niet. Misschien over vijf jaar wel. Dat is een kwestie van veel kijken en mijn smaak ontwikkelen.

 

'Met abstracte kunst heb ik helemaal niks. Daar snap ik niks van en vind ik ook eigenlijk geen kunst. Dat zou ik zelf ook kunnen. Andere mensen mogen het mooi vinden hoor.' 

 

Europees museum van het jaar

Ik doe aan kunst en aan sport, maar kunst is anders dan een voetbalwedstrijd. Het is duurzamer. Je kunt er dus heel lang en heel vaak van genieten en het heeft een fantastische geestelijke rijkdom en kwaliteit. Een prachtig doelpunt is meer directe emotie. Het klinkt misschien een beetje apart, maar ik heb het gevoel dat mensen die iets met kunst hebben warmere mensen zijn. Ik geloof dat de creatieve, warmere, gevoelsmatige kant meer ontwikkeld is bij kunstmensen. Ik praat veel met ze en dat geeft altijd een warmere sfeer, hartelijk. Dat komt ook door het onderwerp. Het is geen brood en heeft niets met concurrentie te maken of met elkaar de loef afsteken. Vaak zijn het ook wat andere mensen dan iemand die alleen maar veel geld wil verdienen of stratenmaker is. Die hebben misschien wat andere interesses.

Ik houd zelf ook van veel verschillende dingen, maar alles wat ik doe, doe ik met passie, met een extra inzet. Sommige mensen hebben dat met één ding, ik met meerdere dingen. Dat is nou eenmaal zo. Als ik iets doe, dan wil ik het goed doen, wil ik het mooi maken. Of het nou een Elfstedentocht is, het opzetten van een nieuw bedrijf is of het opnieuw neerzetten van een organisatie als AZ, daar een nieuw stadion voor bouwen en er een mooie club van maken. Bij het museum is het ook niet alleen schilderijen kopen, maar ook een mooi gebouw neerzetten en zorgen dat het staat. Dat heeft erin geresulteerd dat we enkele jaar terug zijn genomineerd als Europees museum van het jaar.

 

Goede keuzes, tien oplossingen

Mijn ene grootvader was voorzitter van de landarbeidersbond en raadsman voor de rijke herenboeren in Groningen. Mijn andere grootvader was marskramer en kon goed verkopen. Mijn vader was kaasmaker en mijn moeder huisvrouw. Ik denk dat ik de talenten van mijn beide grootvaders heb, maar waar ik nou die passie vandaan heb? Ik heb in 25 jaar een topbedrijf opgebouwd en dat wil ik goed doen, netjes en fel. Ik ga er bovenop zitten en dan wordt het als vanzelf een echt succesverhaal. Ik zie dat ook graag in andere mensen, zoals bij Emily Ansenk die hier directeur is van het museum. Die is nog jong, maar ook heel fel en gepassioneerd. Dat vind ik mooi. Ik probeer zoveel mogelijk mensen om mij heen te verzamelen die dat ook hebben, die de drive hebben om iets meer te doen. Niet iedereen kan dat hebben. Gelukkig heb ik dat wel meegekregen. Dat hangt ook van je fysieke gesteldheid af, van je interesses en wat je in je genen hebt. Waar anderen afhaken ga ik nog twee keer door. Op de politieschool waar ik op zat was dat al zo. Bij judo had ik voor techniek een zes en voor inzet een tien.

'Als iemand naar me toe komt met een probleem dan bedenk ik zo tien oplossingen. Dat zit in de genen, daar hoef ik niet mijn best voor te doen.' 

Anderen zeggen ook van mij dat ik heel veel dingen tegelijk kan. Ik heb een soort helikopterview, zodat ik alles kan zien. Dat gaat automatisch en met plezier en ik zie ook alles als hobby. Of dat nou voetballen is, schaatsen of de vijftig bedrijven die ik heb. Daarom heb ik ook geen stress. Het is heerlijk om goede mensen aan te nemen, ze te coachen en mijn visie te geven. Want strategie daar ben ik goed in. Ik heb ook van mensen gehoord dat ik tien jaar vooruit kan kijken. Dat hebben niet veel mensen. De keuzes die ik maak zijn meestal goed. Het is de combinatie van heel veel dingen die maken dat ik de juiste koers uitzet. Dat gaat ook automatisch. Als iemand naar me toe komt met een probleem dan bedenk ik zo tien oplossingen. Dat zit in de genen, daar hoef ik niet mijn best voor te doen. En als je dan ook nog je best doet, dan krijg je topresultaten.

 

Zo functioneert het

Ik ben echt een generalist en vind eigenlijk alles wel leuk. Ik kan overal van genieten. Dat heeft -- denk ik -- te maken met een soort emotionele rijpheid en daarmee kun je groeien. Ik ben nu ook veel wijzer dan toen ik twintig was. Toen zat ik nog op vijf procent van waar ik nu op zit. Door de jaren heen, door vallen en opstaan, word je gelouterd. Je beheerst de materie steeds meer en je weet steeds beter wat je wilt. Ik delegeer tachtig procent, maar wil wel altijd dat de eindbeslissing teruggekoppeld wordt, ook de financiële beslissing. Zo functioneert het. Bij ieder onderdeel wil ik het beste krijgen. Voor het museum, het voetbal, het schaatsen en voor mijn bedrijven.

Wat al die mensen bindt, is de passie en de manier van ondernemen. Overal is een open stijl, iedereen noemt elkaar bij de voornaam en er zijn directe, korte lijnen. Dus geen onnodige lagen ertussen. We zijn allemaal prettig tegendraads, we doen het net even anders als anderen. Hoewel: voor mij is het normaal zoals ik het doe. Ik vind ook eigenlijk dat iedereen dat zo zou moeten doen. Gewoon zeggen hoe het zit, geen poppenkast spelen, maar heel pragmatisch, praktisch en oplossingsgericht handelen. Respect hebben voor anderen, maar problemen wel oplossen.

'Als je in Amerika iets gepresteerd hebt, wordt er een standbeeld voor je opgericht. Hier krijg je een artikel over je heen dat je een uitslover bent.' 

In Nederland speelt jaloezie soms wel een rol. Als ik een goed idee heb en ik vertel dat in Amerika en er zitten honderd man in de zaal, dan gaan ze met z’n allen kijken hoe ze het idee beter kunnen maken. In Nederland gaan die honderd man kijken hoe ze het idee kunnen afkraken. Een Nederlander denkt vaak: ‘Waarom heeft hij het wel en ik niet?’ en niet: ‘Goh, ik ga ook mijn best doen, dan krijg ik het ook.’ Beetje apart hè. Dat is een beetje het calvinisme, de combinatie van koopmannen en dominees. Dat was vroeger al: aan de Amsterdamse grachten werden huizen gebouwd die aan de voorkant smal waren en aan de achterkant breed. In Amerika mag je laten zien dat je je best gedaan hebt. Als je in Amerika iets gepresteerd hebt, wordt er een standbeeld voor je opgericht. Hier krijg je een artikel over je heen dat je een uitslover bent. Dat vind ik een beetje onbegrijpelijk en ook jammer. Iemand die zijn nek uitsteekt moet je juist stimuleren. Je hebt niks aan zestien miljoen grijze muizen. Ik heb hier in Noord-Holland voor 500 miljoen gulden aan bouwopdrachten in de pijplijn zitten en als je dan ziet hoe traag dat verloopt. Allemaal procedures voor een nieuw museum, een nieuw stadion en een aantal kantoren. Die procedures duren en duren maar en kosten miljoenen aan vertraging en aan werkgelegenheid. Dan vraag ik me af: ‘Doen we het nou goed?’ Het is een allemaal een beetje doorgeschoten de laatste twintig jaar. Dat vind ik wel jammer.

 

Ik vertrouw iedereen

Ik heb me een paar jaar geleden laten testen. Toen bleek dat ik in veel dingen goed ben. Ik ben heel commercieel, kan heel goed rekenen en kan goed met mensen om gaan. En de combinatie dat je goed kunt rekenen en commercieel bent, komt niet vaak voor. Commerciële mensen zijn vaak een beetje slordig. Bij mij is daar een goede link. Omdat ik alles goed georganiseerd heb, krijg ik ook geen stress. Ik heb 1600 fantastische medewerkers, misschien wel 2000 met alle voetballers en schaatsers meegerekend, en heb overal goede mensen zitten. Ik weet precies wat ze allemaal doen. Die rapporteren elke week aan mij, dus ik weet wat hun zorgen zijn en wat de goede dingen. Ik hanteer daarvoor een simpele regel: ik vertrouw in principe iedereen tot ze bewezen hebben dat ze niet te vertrouwen zijn. Ik vertrouw erop dat mensen loyaal zijn en ik ben ook loyaal naar hen toe. Anders kun je ook niet werken. En mensen mogen daarbij fouten maken. Iemand die hard werkt, maakt fouten. Iemand die niet werkt, maakt geen fouten.

'Ik hanteer daarvoor een simpele regel: ik vertrouw in principe iedereen tot ze bewezen hebben dat ze niet te vertrouwen zijn.' 

Ik heb een aantal goede dingen geleerd in Amerika zoals ‘keep it simple’ en ‘think big, be practical’. Zo hebben we ook 1,2 miljoen fietsen verzekerd. Alle contracten moeten simpel, alle werkprocessen moeten simpel, alle computersystemen simpel. Daar hebben we onze trainingen en opleidingen ook op ingericht. Ik spreek mensen van de grootste bedrijven van de wereld en ik krijg vaak terug dat wij het uniek doen. Mensen proberen ons ook na te doen. Voor mij is het allemaal niet zo ingewikkeld. Het lijkt me ook zo simpel om al die wachtlijsten in de ziekenhuizen op te lossen. Dat zou ik er parttime bij kunnen doen.

CV

Dirk Scheringa is op 21 september 1950 geboren in Grijpskerk. Hij deed van 1963 tot 1966 de Mulo en behaalde daarnaast zijn middenstandsdiploma, het diploma Politieschool A en gedeeltelijk B, het Financieringsdiploma, Diploma Assurantie B, het diploma Makelaardij Onroerend Goed en hij deed een jaar rechten. Hij was achtereenvolgens leerling handzetter, assistent-accountant en was werkzaam bij de rijkspolitie. In 1975 startte hij Buro Frisia. Uiteindelijk werd hij voorzitter Raad van Bestuur van de DSB Groep NV in Wognum. Daarnaast is hij voorzitter van de voetbalclub AZ, lid van de Rotary Hoorn en al jarenlang actief in de regionale politiek voor de CDA. Hij is getrouwd en heeft kinderen.

PASSIE VOOR KUNST

31 PROMINENTE NEDERLANDERS OVER HUN KUNSTSMAAK

Voor het boek ‘Passie voor kunst’ en het AVRO-televisieprogramma ‘Liefhebbers’ interviewde Koos de Wilt prominente Nederlanders uit de wetenschap, politiek, het bedrijfsleven over de kunst.

  • Facebook - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle