We moeten weer risico durven nemen. Waarom maken we niet het beste museum van de wereld? Dat hadden we vanaf het begin moeten zeggen. Wie is daar tegen?

Sandberg kreeg ooit een sollicitant voor een conservatorfunctie. Toen de sollicitant zei dat hij kunsthistoricus was, antwoordde de museumdirecteur: ‘Dat hoeft geen bezwaar te zijn.’ Ik wil ook verder denken dan een kunsthistoricus. Daar werd ik in 2008 ook voor gevraagd. De relatie met het bestaande publiek moest opgebouwd worden en ik moest nieuw publiek aanboren. Om dat te bereiken gaat het om kiezen, fouten durven maken, risico’s aanvaarden. No guts no glory. Maar dan wordt al gauw gezegd: wat vindt het ministerie daarvan? En de Rijksgebouwendienst, voorlichters, woordvoerders? Risicomijdend gedrag. Veelzeggend is dat het hoogste gebouw van Nederland van een verzekeringsmaatschappij is. Alles wordt hier afgedekt. Nergens anders dan in Nederland zijn er zo veel verzekeringen per hoofd van de bevolking. Natuurlijk, een VOC-schip was in de zeventiende eeuw ook niet het eigendom van één eigenaar, maar van allemaal kleine aandeelhouders. Maar in onze tijd is het doorgeschoten. Ook de regelzucht. We moeten weer risico durven nemen. Waarom maken we niet het beste museum van de wereld? Dat hadden we vanaf het begin moeten zeggen. Wie is daar tegen?

 

We moeten weer risico durven nemen. Waarom maken we niet het beste museum van de wereld? Dat hadden we vanaf het begin moeten zeggen. Wie is daar tegen?

Voor ik bij de Kunsthal in Rotterdam ging werken, had ik een eigen bedrijf, een eenmanszaak waarin ik in opdracht tentoonstellingen organiseerde. Van zeventiende-eeuwse kunst in Japan tot design in Milaan. Allemaal vanuit huis met een telefoon, een computer en een fax. Toen ik in 1996 voor de Kunsthal een tentoonstelling over popfotografie had gemaakt, kon ik daar komen werken. Het ging goed als ondernemer, maar ik had gemerkt dat de enige manier om te groeien was iemand aan te nemen die hetzelfde zou doen als ikzelf. Was dat wat ik wilde? Ik was 35, kreeg een gezin en kinderen en de Kunsthal leek me een goede stap. De Kunsthal was er zeker nog niet, maar toenmalig directeur Wim van Krimpen wilde dat mensen verfrist het gebouw verlieten. Met het Haags Gemeentemuseum deed hij dat ook. Dat is een museum geworden met de dynamiek van de Kunsthal, verrijkt met het mooiste gebouw van de wereld en een weergaloze collectie. Als ik dat hier eens voor elkaar zou krijgen…

 

Berckheyde laat Amsterdam zien op de top van zijn roem. De tweede generatie kooplieden lieten hier op de Herengracht hun stadspaleizen bouwen in een beschaafd burgerlijk Hollands classicistische stijl.

De eerste schilderijen die ik hier aan de muren zal hangen, zijn een aantal persoonlijke voorkeuren uit depots en die al op zaal hangen. Ik rangschik ze onder noemer ‘Een dag uit het leven van de Gouden Eeuw’. Een van de werken zal het eerste schilderij zijn dat onder mijn directoraat is aangekocht: 'De bocht van de Herengracht' uit 1671-72 van Gerrit Berckheyde. Het heeft een tijdloze klasse. Het had ook negentiende-eeuws kunnen zijn, of van Pyke Koch. Het is kunst én geschiedenis, precies waar dit museum voor staat. Het laat Amsterdam zien op de top van zijn roem. De tweede generatie kooplieden lieten hier op de Herengracht hun stadspaleizen bouwen in een beschaafd burgerlijk Hollands classicistische stijl. We konden het schilderij kopen van de belegger en verzamelaar Louis Reijtenbagh. Shell had ons een fabuleuze gift gedaan van 1,5 miljoen euro en had als voorwaarde gesteld dat het permanent op zaal moest komen. Maar wat heb je tegenwoordig voor dat bedrag? Dit schilderij was een paar ton duurder en men zei intern: dat gaat dus niet door. Hoezo?, zei ik. Na twee vergaderingen erover heb ik de mensen van Shell gebeld wat ze ervan vonden als ik hun gift aanvulde met geld van de BankGiro Loterij. ‘Geen enkel probleem’, zei men. Let’s keep it simple.

Gerrit Adriaensz. Berckheyde

De bocht van de Herengracht,

1671-1672

Olieverf op paneel

42,6 x 57,5 cm

Rijksmuseum, Amsterdam

Over het schilderij

De enorme bevolkingsgroei vereiste dat Amsterdam in de 17de eeuw moest worden uitgebreid: in fasen werd de grachtengordel aangelegd. Dit is Herengracht in aanbouw, met sommige kavels nog onbebouwd. Vooral dit deel van de gracht werd het domein van de allerrijksten. Sommigen verdienden hun geld met de handel op Azië, in vrijwel alle interieurs pronkten Aziatische luxegoederen.

  • Facebook - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle