Koos de Wilt voor Randstad

‘Je moet beide snappen, de papieren én de digitale krant.’

Philippe Remarque, hoofdredacteur Volkskrant

 

In Amerika testen ze met sportverslaggeving door robots. Die zullen nog niet het werk van de journalist overnemen. Philippe Remarque, hoofdredacteur van de Volkskrant, ziet het dagblad in de jaren veranderen. Je moet het traditionele product blijven verbeteren en ook meedoen met de digitale uitdagingen. Ook het werk van de journalist is anders. Die komt niet meer zo snel in dienst en moet meer kunnen.
 
‘De krant werd vroeger heel anders gelezen, je begon links bovenin en eindigde rechts onderaan de pagina’, aldus Remarque. ‘De kop was vaag poëtisch en kaders en tussenkoppen, om de lezer onderweg wat houvast te geven, waren er al helemaal niet. Ook fotografie was er nauwelijks, laat staan kleurenfoto’s. Sommige kranten waren een soort uitgeprinte versie van Nu.nl. Tegenwoordig heeft iedereen het nieuws gratis in zijn broekzak. Het is als kraanwater geworden, van prima kwaliteit, maar als uitgever kun je er geen barst mee verdienen. Wij verkopen gebottelde drankjes waar we geld voor vragen. Dat doen we door meerwaarde te bieden, inhoudelijk en qua presentatie. Daarnaast is de krant met behoud van intelligentie laagdrempeliger geworden omdat de lezer van nu vele prikkels heeft en verleid moet worden. De nieuwe journalist moet daarbij gevoel ontwikkelen voor beeld, zelfs bewegend beeld. Dat mag niet ten koste gaan van de inhoud. Diezelfde journalist moet in zijn artikelen ook een tweede laag en een analyse kunnen leggen.’

 

weg met de journalistieke taboes

 

‘Een voorbeeld van de nieuwe aanpak is het V-katern over cultuur, media en modern leven, daar nemen we het lichte serieus. ‘Ik heb mijn vrouw Sylvia (Witteman, red.) als graadmeter als het gaat om het vinden van de juiste toon. Zij is columniste van de krant, maar was nooit geïnteresseerd in de klassieke politieke en economische verslaggeving. Sterker, ze heeft een allergie voor die officiële journalistentoon. Zij was degene die de stukjes spotte die wél leuk waren geschreven, die bevonden zich toen vooral aan de randen van de krant. Ook aan het begin van de krant mag het nu best meer over mensen gaan. Sylvia heeft mij als schrijvend journalist van dat soort taboes afgebracht. Mijn eigen boek over Berlijn heb ik gewoon in de ik-vorm geschreven. Dat was niet gebruikelijk in de journalistiek, maar het maakt het boek stukken leuker. Hetzelfde geldt voor Volkskrant Magazine, dat is pas gaan lopen toen mijn voorganger er een dame met wilde blonde haren uit de wereld van de glossy’s voor vroeg. Daar werd door onze journalisten met argwaan naar gekeken. Zij is vanuit een ijkpersoon gaan denken, heeft nagedacht over wat en hoe de consument wil lezen. En ze heeft er een intelligent vrouwenblad van gemaakt.’

de krant als baken in een zee van informatie

 

Digitaal heeft de toekomst, weet ook Remarque, maar dat wil niet zeggen dat je gelijk het oude overboord moet kieperen: ‘Ook al is de papieren krant over twintig jaar misschien verdwenen, de komende decennia blijft het voor velen een superieure manier om de krant te lezen en valt er nog flink geld mee te verdienen. Wanneer de opbrengsten naar beneden gaan, moeten uitgevers de kosten bijsturen door bijvoorbeeld redacties samen te voegen en de bezorging beter te organiseren. Toen de digitalisering net zijn intrede had gedaan, heerste hier het gevoel dat we op een soort Titanic zaten, waar we zo snel mogelijk vanaf moesten. In die tijd werden er bij PCM miljoenen verbrand en ondertussen namen een paar jongens op zolder de markt over. Zij bedachten Nu.nl, waarmee nieuws en internet die op een slimme manier bij elkaar werden gebracht.’
 
De Belgische eigenaar, die in Nederland ook het AD, Trouw en een paar regionale dagbladen in handen heeft, bewees eerst in het thuisland dat de ouderwetse krant nog prima kan renderen. Remarque: ‘De Persgroep is een familiebedrijf dat naar de lange termijn kijkt, daardoor hebben we geen last van beursnoteringen en speculanten die de papieren krant allang hebben afgeschreven. Christian van Thillo is niet op de eerste internettrein gesprongen, hij heeft rustig afgewacht. In Vlaanderen had hij de drukkerij van zijn vader overgenomen waar ook een ingedut sufferdje werd uitgegeven. Daar heeft hij wat journalisten van het Belang van Limburg en Humo bijgehaald en gezamenlijk hebben ze van Het Laatste Nieuws de grootste krant van Vlaanderen gemaakt, vergelijkbaar met wat hier de Telegraaf is. Van Thillo heeft ingezet op inhoud en creëerde daarmee een band met de lezer die hij succesvol wist te verzilveren. Hetzelfde heeft het Belgische Mediahuis gedaan met De Standaard. Dat was een stoffige, rechts liberale krant waarmee Peter Vandermeersch (de huidige hoofdredacteur van het NRC) een vergelijkbare doorbraak teweeg heeft gebracht. Die krant is marktleider geworden in het kwaliteitssegment.’
 
Volgens Remarque is er nog genoeg te doen in de traditionele wereld: ‘Toen ik hier in 2010 hoofdredacteur werd, was mijn opdracht simpelweg een betere krant te maken: kwalitatievere journalistiek in een meer aansprekende verpakking. Daaroverheen kwam een agressieve marketingcampagne. Dat is heel goed gelukt, we doen het in termen van oplage beter dan de meeste van onze concurrenten. Ik heb een advertentiepagina van The Guardian op mijn deur hangen met de tekst: a beacon of light in an ocean of information. In de kakofonie van het internet hebben we met onze merknaam en onze selectie juist een belangrijke functie. Mensen willen curatie bij zoveel nieuws, ze willen door een intelligent iemand snel bijgepraat worden over wat er nu echt aan de hand is.’
De drie landelijke dagbladen lijken het nog wel even uit te zingen. Een nijpender probleem is volgens Remarque dat het binnen het bestaande business model nauwelijks meer mogelijk is de lokale politiek te verslaan. ‘Dat zie je op een dramatische manier gebeuren in Amerika, daar worden mensen niet meer op de hoogte gehouden over wat er in hun omgeving wordt besloten. Dat komt ook hiernaartoe. Ik kan me voorstellen dat het subsidiegeld dat nu naar de publieke omroep gaat wordt verschoven naar de gemeenten, zodat  regionale redacties de plaatselijke politiek kunnen blijven verslaan.’

de journalist zelf wordt steeds belangrijker

 

Remarque leert veel van wat er in de digitale wereld gebeurt: ‘De Correspondent heeft nu drie miljoen omzet tegenover de honderd miljoen die wij doen. Zij weten jongeren aan te trekken die op zoek zijn naar wat meer diepgang dan hetgeen ze oppakken van Nu.nl en de Wereld draait door. Maar eigenlijk doen ze precies wat wij en ook NRC al jaren doen, dus dat kunnen we onszelf verwijten.

Wij kunnen het digitale leesgedrag goed volgen, we kijken niet alleen naar het aantal clicks, maar ook naar de leesminuten. Zo weten we dat de persoon van de journalist steeds belangrijker wordt. Vroeger ging het alleen om het gezag van de krant, bij de artikelen van The Economist staan nog steeds geen namen, tegenwoordig moet als journalist meer over jezelf vertellen en via sociale media zelf je lezers trekken. Dat zijn lezers zo gewend dankzij Instagram en Facebook, daar draait het om de afzender van de boodschap.’
 
Welke andere media zijn een voorbeeld voor de hoofdredacteur? We kijken naar VOX en AJ+ op het internet en ook naar The New York Times en The Washington Post. Deze kranten hebben hun aantal betalende abonnees enorm uitgebreid, zij het tegen een klein prijsje. Jeff Bezos, eigenaar van The Washington Post, kan het zich permitteren om zijn marktaandeel rustig op te bouwen en onmisbaar te worden in het leven van mensen, zodat hij dit later te gelde kan maken. Zo deed hij dat ook met Amazon. Dat soort denken zit niet in de genen van een uitgever.’ In die genen zit daarentegen wel de advertentiemarkt, aldus Remarque: ‘Nog steeds komt vijftien procent van onze inkomsten van adverteerders, maar dat was een paar jaar geleden nog vijftig procent. Veel adverteerders zijn weggekaapt door partijen als Facebook en Google. Dat gaan we nooit meer allemaal terughalen. Misschien groeien we toe naar een advertentieloze krant, alhoewel ik de meeste advertenties wel iets vind toevoegen. In ieder geval is het geen speerpunt meer. Gelukkig hebben we dit met extra inkomsten op de lezersmarkt en het delen van kosten volledig weten te compenseren.’

meer gelijkheid tussen mensen in vaste dienst en zzp-ers

 

Binnen de journalistiek liggen de vaste banen niet meer voor het oprapen. ‘De gemiddelde opbrengst per lezer daalt, dat betekent dat we onze kosten omlaag moeten brengen, ook van het personeelsbestand. Tien jaar geleden zijn we van 230 naar 180 fte’s gegaan en heeft een verschuiving plaatsgevonden van vast naar flex. Door het werken met freelancers konden we bovendien een rijker product maken. Hier zijn nog stappen te zetten. Er zijn freelancers die bij ons meer geld verdienen dan mensen met een dienstverband. Toch willen ook jongeren graag een vast contract. Plezierig is natuurlijk zo’n vaste stroom geld. Als je ziek wordt of even wat minder productief bent, merk je het niet in je portemonnee zoals freelancers, en bovendien heb je automatische pensioenopbouw.’ Hoe fijn ook, het wordt volgens Remarque steeds minder. ‘In het hoofdredactioneel commentaar pleiten we voor meer gelijkheid tussen zzp’ers en mensen in vaste dienst. Dus meer zekerheid voor zzp’ers en minder voor degenen met een vast contract.’ Remarque erkent dat dit lastig is. ‘De vakbonden en de sterke cao zijn soms knellend als je wilt vernieuwen. We proberen dingen uit, zo hebben we nu een vrijwillige vertrekregeling geïntroduceerd. ’

  • Facebook - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle