Voorheen was waar nu Kesselskramer zit de Kapel van de Voorzienigheid, tussen 1881 en 1882 gebouwd, en onderdeel van wat ook een internaat was, een klooster, een hostiebakkerij en een weeshuis.

Kessels eigen werkplek bevindt zich op een verhoging, uitkijkend over het kerkinterieur, achter een duikplank (zonder zwembad eronder).

In Almost Every Picture. Inmiddels al zestien boekjes met privéfoto’s van gewone mensen die hij overal in de wereld op rommelmarkten vindt en waarvan hij publicaties maakt.

Kessels stopt bij de beelden van volkszangers op de Elandsgracht, ook wel het Johnny Jordaanplein genoemd. Kessels: ‘Ik hou van beelden in de stad, vooral de aparte.’

Kessels wandelt naar het Antiekcentrum Amsterdam, het grootste antiekcentrum van Nederland met ruim 1750 m2 antiek, kunst, curiosa en verzamelobjecten.

Kessels loopt voor een koffie naar Hotel Pulitzer. Ook een klant van Kesselkramer naast Hans Brinker Budget Hotel, ”The Worst Hotel In The World”. 

Wandeling met reclamemaker, kunstenaar en verzamelaar Erik Kessels

‘Reclame is kunst door een smal paadje’

 

Oprichter van het Amsterdamse reclamebureau KesselsKramer Erik Kessels (1966) werd kortgeleden verkozen tot VEA Legend, de vakprijs voor reclamemensen die veel hebben betekend voor het reclamevak. Naast communicatie is hij altijd actief geweest met kunst, met publicaties over fotografie en met verzamelen. Een wandeling met hem door de Amsterdamse Jordaan.

 

Koos Wilt voor Collect.

 

De wandeling begint binnen, op zijn reclamebureau, in een voormalig kerkgebouw aan de Amsterdamse Lauriergracht. Voorheen was het hier de Kapel van de Voorzienigheid, tussen 1881 en 1882 gebouwd, en onderdeel van wat ook een internaat was, een klooster, een hostiebakkerij en een weeshuis. Sinds 1997 worden hier campagnes gemaakt voor merken als Nike, Levi's, Diesel, citizenM, Ben, Bol.com en Van Lanschot. Kessels eigen werkplek bevindt zich op een verhoging, uitkijkend over het kerkinterieur, achter een duikplank (zonder zwembad eronder). Hij vertelt over een nieuw project waarbij hij 2500 klokken ophangt in een torentje van Capital C, het nieuwe centrum voor de creatieve industrie in de voormalige Diamantbeurs in Amsterdam. Het is een typisch project van Erik Kessels. Zoals ook de vijftien boekjes met de titel In Almost Every Picture. Privéfoto’s van gewone mensen die hij overal in de wereld op rommelmarkten vindt en waarvan hij publicaties maakt. Bijvoorbeeld foto’s van iemand die alle vorige vriendinnen van haar partner heeft weggekrast. Kessels: ‘Een nieuw boekje gaat over een koppel uit Nijmegen waarbij het stel is gefotografeerd tijdens het voorspel. Steeds zegenen ze verschillende nieuwe meubels in. Dat wordt nummer 16.’

 

Boekie Woekie

Kessels loopt de trap af langs de receptie de Lauriergracht op, de gracht waar de Multatuli’s fictieve koffiehandelaar Batavus Droopstoppel en fotograaf en kunstenaar George Hendrik Breitner woonden. Aan de overkant, op de Berenstraat, een van de hippe negen straatjes, wandelt de reclameman langs de hippe boekhandel Mendo naar Boekie Woekie binnen, een boekhandel waar kunstenaars hun eigen publicaties naartoe brengen. Ook Kessels heeft er zijn boeken liggen. ‘Een winkel die een volgende huurverhoging niet zal overleven’, zegt Kessels. ‘Een volgende huurder zal tien keer de huidige huur moeten gaan betalen.’ Hij groet Jan Voss, een van de oprichters van de winkel en een de eerste participanten van de New York Art Book Fair. Volgens Kessels hebben winkels als deze, als de winkeliers het zouden willen, zeker toekomst: ‘Mensen hebben weer behoefte aan fysieke producten die ze daadwerkelijk kunnen aanraken en waar iets bijzonders gedaan is met papier en vormgeving. Een winkel als deze is ook compromisloos. Ze zouden veel groter kunnen zijn, maar ze blijven zoals ze zijn, willen zich niet conformeren met wat zij noemen de corrupte kunstwereld.’ Samen met Jan Voss heeft Kessels een keer een boekje gemaakt waarbij hij foto’s achter elkaar zette van hoe het boek Teenage Lust van Larry Clark op Ebay wordt aangeboden, met allemaal plakkertjes over de genetalia van het vrijende stel. Kessels laat een ander recent, boekje van hem zien genaamd Shit. Een boekje met gevonden foto’s van poepende Duitse soldaten in de Tweede Wereldoorlog.

 

Johnny Jordaanplein

Kessels loopt naar buiten, de Prinsengracht over, richting de Elandsgracht waar hij voorbijgaat aan de Hazenstraat, de straat waar zich de afgelopen decennia belangrijke hedendaagse kunstgaleries hebben gevestigd. Hij zet een stevige tred in naar de overkant, naar het Antiekcentrum Amsterdam, het grootste antiekcentrum van Nederland met ruim 1750 m2 antiek, kunst, curiosa en verzamelobjecten. Een plek waarvan je je kunt afvragen of het nog toekomst heeft. Kessels: ‘Als ik hier ben, ben ik vaak de jongste in het hele gebouw. De standhouders hebben het al lang opgegeven om er bij hun stands te blijven. Je kunt dan een belletje drukken en dan komt er iemand van de organisatie die vertelt wat het ding kost wat je misschien wilt kopen.’

 

Kessels stopt bij de beelden van volkszangers op de Elandsgracht, ook wel het Johnny Jordaanplein genoemd. Kessels: ‘Ik hou van beelden in de stad, vooral de aparte. Bijvoorbeeld ook de beelden die door een anonieme kunstenaar, een tandarts zo is bekend, op een dag zijn neergezet op verschillende plekken in de stad. Een beeld van een rennende violist op het Tweede Marnixplantsoen van een man Man met Vioolkist en het Zagertje dat, verborgen tussen de boomtakken, zo’n dertig jaar lang bezig was om een tak in het Leidsebosje af te zagen. Bij het Westerpark staan een paar beelden van een wandelaars van de beeldhouwer Peter Erftemeyer. Het lijken echte wandelaars. Ik heb eens gehoord dat een ervan er voor taxichauffeurs uitziet alsof het een taxi probeert aan te houden. Geweldig vind ik dat.’

 

Prinsengracht

Kessels loopt de brug over naar Koffiehuis op de Prinsengracht. ‘Een heerlijke plek om je dag te beginnen voor een kop koffie.’ Het is de plek waar Ischa Meijer vroeger altijd zat en waar creatievelingen zich nog steeds prettig voelen op de gracht waar de toerist de boel verder lijkt te hebben overgenomen. Ook het Koffiehuis is dicht en Kessels loopt voor een koffie naar Hotel Pulitzer. Ook een klant van Kesselkramer naast Hans Brinker Budget Hotel, ”The Worst Hotel In The World”. Voor het luxueuze hotel maakt het bureau een artistieke huisstijl. In de luxueuze lounge vertelt Kessels wat de verschillen zijn tussen kunst maken en reclame? ‘De manier van kijken is hetzelfde, maar het paadje bij reclame is smaller. Maar soms kun je er in reclame er ook door uitspringen door het op een eigenzinnige manier in te vullen.’ Kunst heeft andere podia volgens Kessels: ‘Ik heb de laatste twintig jaar wel tweehonderd tentoonstellingen gemaakt voor allerlei musea in heel de wereld, zoals vorige jaar het MoMa. Maar ik ben nog nooit echt door een galerie benaderd. Soms schaft een museum dan iets aan.’ Kessels is een kunstenaar op zijn eigen voorwaarden ‘Ik verbaas me altijd dat kunstenaars zo afhankelijk zijn van galeries. Het zijn de galeries die de contracten hebben en die vaak bepalen wat de kunstenaar maakt. Alleen aan de bovenkant in New York zie je dat het anders werkt. Daar kunnen sommige topnamen zelf bepalen wat ze willen. Door bijvoorbeeld de zalen alleen met een geur te vullen, iets dat je niet kunt verkopen dus, maar dat wel wat doet aan het merk van de kunstenaar en de galerie.’

 

Bertien van Manen

Als reclameman maakt Kessels veel gebruik van de ideeën van kunstenaars. ‘Ik begon daar in de jaren negentig al mee met bijvoorbeeld het werk van de fotograaf Simon Larbalestier. Die maakte de lp-hoezen van de band de Pixies. Vroeger was er een bak met reclamefotografen en eentje met kunstfotografen. Dat zie je nu veel minder. Tegenwoordig zijn de budgetten in reclame meer versnipperd waardoor reclamefotografen niet alleen meer kunnen bestaan van commercieel werk. Anderzijds vinden kunstenaars het wel leuk om een paar commerciële opdrachten te doen die hen aanstaan. We werken bijvoorbeeld met de fotograaf Annegien van Doorn. Die had een aparte map voor vrij werk en werk in opdracht. Ik zei toen dat dat ze alles moest doen zoals haar vrije werk. Ik heb ik haar een opdracht gegeven waar ze een jaar aan kon werken. Ik werk ook met Jan Dirk van der Burg, de fotograaf des Vaderlands. Die heeft commercieel werk, heeft publicaties, heeft een galerie, heeft theatershows. Ik weet nog dat ik ooit Bertien van Manen belde voor een opdracht. Ze was al wat ouder en haar werk was aangekocht door musea als het MOMA, maar ze had nog nooit commercieel werk gedaan. Voor een jaarverslag voor een ziektekostenverzekeraar hebben we haar toen twee weken met die man in een vakantiehuisje in Frankrijk laten wonen. Die twee vonden elkaar niet echt leuk, maar het leverde wel weer een leuke spanning op. En dat past heel goed bij waar een zorgverzekeraar voor staat. Het gaat immers over de kwetsbaarheid van een persoon en de breekbaarheid van het leven. Daar gaat kunst over, maar ook goeie communicatie.'

  • Facebook - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle