‘De wereld komt hier in New York naar jou toe’

Nanne Dekking, Wildenstein Gallery New York

De exacte grootte van de kunstcollectie van Wildenstein Gallery die hier aan de Upper East Side ligt opgeslagen is geheim en de waarde zou boven de tien miljard dollar ligt. Maar niemand weet het. In 2001 kwam kunsthistoricus Nanne Dekking hier in de top van deze rijkste een meest invloedrijke kunsthandel van de wereld. Dekking laat zijn gast plaatsnemen in gemakkelijke rode pluche stoelen in een ruime kamer waar de afgelopen tachtig jaar topwerken uit de kunstgeschiedenis werden getoond aan de klanten. Werken van Rafael, Velázquez, Rembrandt, Renoir, Van Gogh, noem maar op. Dekking zet een zeegezicht van Monet neer en vertelt kort en bondig over het werk. Meer tijd hebben de tegenwoordige kopers meestal niet. Chique families, getooid met legendarische namen als Rothschild, Rockefeller en Getty, waren klant, maar ook mensen die in onze tijd geschiedenis schrijven, wippen hier regelmatig binnen. Namen worden niet genoemd, maar je zou kunnen denken aan een oprichter van een computersoftwareproducent in Redmond of een zangeres in haar mid fifites maar die al dertig jaar meedraait aan de top. Ze hebben er allemaal gezeten in deze rode zetels. De gemeenschappelijk deler zijn de hele diepe zakken. Is de crisis dan niet voelbaar hier? ‘Ja en nee’, zegt de kunsthandelaar. ‘De aanloop naar de crisis in 2008 was zwaar, onzekerheid is nooit goed, maar de Yves Saint Laurent veiling in Parijs in februari 2009 was het keerpunt. Een relatief grote groep superrijken begon kunst te kopen in het absolute topsegment. 2010 en 2011 waren voor ons en topjaren, maar alleen in dat ene segment. Minder deals maar hele grote deals.’

‘De gemeenschappelijk deler bij de klanten van Wildenstein is dat het mensen zijn met hele diepe zakken.’

In 1995 kreeg Dekkings levensgezel, neerlandicus en journalist Frank Ligtvoet, een baan als cultureel attaché op het Nederlands consulaat in New York. Als één van twee in een wereldstad als deze een baan zou krijgen aangeboden, zou de ander meekomen, hadden de mannen afgesproken. Dekking: ‘Hier aangekomen zette ik een eigen bureautje op en richtte me op onderzoek naar prijsbepaling en de herkomst van kunst, nu heel gebruikelijk, maar in die tijd nog tamelijk bijzonder. De mensen waar ik mee te maken kreeg, waren niet zozeer geïnteresseerd in mijn kunsthistorische kennis, maar zochten eerder naar juridische zekerheid. Als ik hun zou aanraden iets te kopen, dan was ik aansprakelijk als er claims op bleken te liggen. Na een tijdje kreeg ik ook een klant die mijn hulp inriep in de gaten te houden wanneer er bijzonder impressionistisch werk op de markt kwam. En dan kom je al snel bij Wildenstein terecht, de familie die de werken indertijd in Parijs van de schilders zelf kocht. Deze klant heeft vervolgens een paar jaar heel veel gekocht bij Wildenstein, en daardoor raakten ze hier geïnteresseerd in mij.’

‘Ik ken haast geen prettiger low key familie dan Guy Wildenstein en zijn vrouw en kinderen.’

‘Ik kan mij het eerste bezoek aan de familie Wildenstein in Parijs nog goed herinneren’, lacht Dekking. ‘Ik kwam aan bij een enorm stadspaleis in een zijstraat van de Rue St-Honoré. Er stond een soort lakei bij de deur die mij ontving en bovenaan de trap stonden de oude Daniel Wildenstein, zijn zoon Alec, met een grote donkere zonnebril op, en zijn andere zoon, Guy. Alsof je bij de koningin van Engeland op bezoek was. Het gesprek verliep stroef en ging in het geheel niet over een baan. Een mislukt bezoek, dacht ik.’ Maar toen ik wegliep kwam Guy achter me aan en zei: ‘Félicitations, welkom bij de familie.’ Ik was vicepresident geworden van het kunsthuis met Guy als mijn baas.’ Sinds de inmiddels overleden ex-vrouw van Alec vanaf eind jaren negentig haar onvrede over het huwelijk is gaan spuwen in de media is het kunsthuis regelmatig zwaar onder vuur komen te liggen. In een kluis zou gestolen kunst zijn gevonden, een oude Wildenstein zou met de Nazi’s hebben gehandeld en de familie zou er ook nog eens een batterij aan vage vennootschappen op belastingparadijzen op nahouden. ‘Zo lang ik hier werk zijn er ‘rumors’’, zucht Dekking. ‘We hebben het hier over een familie imperium, kunstcollecties in vijf generaties verworven. Met de roddels die over de familie verschijnen, houd ik me sowieso niet bezig, die zijn vergelijkbaar en net zo betrouwbaar als wat er in de Nederlandse bladen over de Oranjes verschijnt. Ik ken haast geen prettiger low key familie dan Guy Wildenstein en zijn vrouw en kinderen. Christie’s, Sotheby’s en iedere grote dealer heeft voortdurend te maken met provenance issues, dat is onvermijdelijk. Ik volg de aantijgingen niet meer en vertrouw op wat ik hier van binnenuit kan beoordelen.’

‘Het fijne is dat New Yorkers niet zo cynisch zijn. Niet alles wordt direct met een grap of een botte opmerking belachelijk gemaakt.’

Dekking is geworteld in de stad waar hij samen met zijn vriend twee kinderen uit Philadelphia heeft geadopteerd van wie de moeder de kinderen niet kon opvoeden. Joshua en Rosa, twee zwarte kinderen met twee blanke pappa’s met steeds meer gekleurde vrienden in het chique Brooklyn Heights. Hoe valt dat? ‘Nergens anders dan in New York is dat mogelijk. En gelukkig hebben wij en onze kinderen een hele goede relatie met de moeder. Het fijne is dat New Yorkers niet zo cynisch zijn. Niet alles wordt direct met een grap of een botte opmerking belachelijk gemaakt.’ Dekking moet hard werken, zoals iedereen in New York. ‘Ik vind het elke keer weer verschrikkelijk mijn kinderen achter te laten op weg naar JFK, maar het is geen straf de volgende ochtend door Parijs, Florence of Londen te lopen op weg een afspraak met restauratoren, conservatoren van de grote musea en academici. New York is ook een geweldige stad om te mogen werken. De hele jaar komt hier langs. Je hoeft nergens naartoe te gaan, de mensen komen wel naar jou toe. Het hier allemaal echt internationaal, je wordt ook direct opgenomen als New Yorker.’ Maar is het toch geen tijd om weer eens te vertrekken na zestien jaar? ‘Dat is de moeilijkste vraag die je mij kunt stellen. Het is helaas algemeen bekend dat ik voor het Rijksmuseum ben gepolst en ik moet zeggen dat ik nooit voor een moeilijker keuze heb gestaan. Het ging natuurlijk niet alleen om mij. Samen met Frank hebben we heel wat avonden all pros en cons, vooral ook voor de kinderen, afgewogen. Dat telefoontje om mee te delen dat ik van de korte shortlist afwilde, zal ik niet snel vergeten. Het was de juiste beslissing, maar het deed me echt pijn.’

Drie Nederlanders aan de top van de New Yorkse kunsthandel. De vicepresident van de grootste en rijkste kunsthandel van de wereld, een partner van één van de meest succesvolle hedendaagse kunstgaleries van de wereld en een veilingmeester bij een van de meest succesvolle veilinghuizen van de wereld. Waarom gingen ze naar het New York? Wat doen ze en hoe is het daar als Nederlander tussen Amerikanen? En komen ze nog eens terug? Hieronder het verhaal van Nanne Dekking.

 

Koos de Wilt voor Het Financieele Dagblad & foto’s van René Clement.

 

Nanne Dekking
Wat: vice president van Gallery Wildenstein

  • Facebook - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle