‘Alle waar naar zijn geld’

 

Emiel Aardewerk over zilver

'In die tijd had je je rijkdom gewoon op tafel staan'

Koos de Wilt voor Collect

KAJ-cover-maart19-761x1024.png

De waarde van een object werd bepaald door de hoeveelheid zilver die erin zat, dat is niet meer zo.  Wanneer krijgt een kunstobject waarde en waarom? En waar zie je dat dan aan? Een gesprek met Emiel Aardewerk, specialist in zeventiende- en achttiende-eeuws Nederlands zilver over een zilveren visschep. 

Met de allerhoogste kwaliteit zit je altijd goed. Als het goed gaat in de economie, dan wordt de topkwaliteit als eerste verkocht en daarna de rest. Als het slecht gaat in de economie dan wordt alleen maar topkwaliteit verkocht, de rest niet. Wij richten ons alleen op de allerhoogste kwaliteit, dat is bovendien het allerleukste om te verzamelen. Bij zilver gaat het dan over de zeldzaamheid en de leeftijd in combinatie met de schoonheid, de ontwerpkunst van de zilversmid dus, en de conditie van het stuk. In de tijd dat het gemaakt is, ging het bij zilver vooral over de nominale waarde, het stuk was dus ongeveer zoveel waard als het woog. In sommige gevallen wordt de waarde tegenwoordig ook bepaald door de zilversmid die het heeft gemaakt.

 

Zilveren en ook porseleinen voorwerpen kwamen op in de tijd op dat in Frankrijk château Vaux le Vicomte, Versailles en Fontainebleau werden gebouwd. De vormen van die architectuur waren vernieuwend en mooi en die invloed zag je terug in de gebruiksvoorwerpen. Zo werd bijvoorbeeld de vorm van een tuinvaas in het klein uitgevoerd voor een mosterdpot op tafel. In Nederland zijn we pas in het begin van de achttiende eeuw de tafel gaan dekken met vorken, lepels en messen, in navolging van wat er aan het hof van Lodewijk XIV gebeurde. De Zonnekoning deed dat voor het eerst om indruk te maken op zijn gasten. Dat gebruik is terechtgekomen in Nederland bij de adel en welgestelden. Van het nieuwe bestek was de visschep het meest rijk gedecoreerde onderdeel. Vis werd heel veel gegeten in die tijd, de zeeën zaten in die tijd voller dan nu. Verschillende technieken die de zilversmid beheerste, zie je terug in zo’n stuk.  

‘Als je in die tijd geld overhad, dan liet je er mooie zilveren voorwerpen van maken zoals deze visschep.'

 

Deze visschep is gemaakt in de Lodewijk XVe stijl, de rococostijl. De rocailles, de schelpmotieven, zijn heel krachtig uitgewerkt en dat is typisch voor de beroemde Leidse zilversmid Hendrik Fortman (1715-1807). Op de achterkant zie je zijn meesterteken, de gehalte aanduiding, het stadskeur en een keurteken van de keurmeester. Die vier keuren geven aan dat het gehalte van het zilver is gecontroleerd, het belangrijkste eigenlijk waar het over ging. Toen in 1795 Napoleon in Nederland kwam, moest iedereen die zilver had dat inleveren. Je kon dan drie dingen doen: je kon het inleveren, verstoppen of erover afrekenen in klinkende munt. In dat geval kreeg je een stempeltje als bewijs dat je er belasting over had betaald. Deze visschep heeft dat niet en is dus waarschijnlijk verstopt voor de Franse bezetter. 

'In Nederland zijn we pas in het begin van de achttiende eeuw de tafel gaan dekken met vorken, lepels en messen, in navolging van wat er aan het hof van Lodewijk XIV gebeurde.'

De zeventiende eeuw wordt in Nederland de Gouden Eeuw genoemd, de achttiende eeuw is de Zilveren Eeuw. We kunnen ons geen voorstelling van maken hoeveel geld er toen was en hoe vol de huizen stonden met zilveren voorwerpen, met geld dus dat was verdiend in de zeventiende eeuw. Als je in die tijd geld overhad, en mensen hadden in die tijd geen bankbiljetten, dan liet je van je zilver mooie objecten maken. Elke keer als er een nieuwe mode zich aandiende, werden deze zonder probleem weer door een zilversmid omgesmolten naar de volgende nieuwe stijl, van Lodewijk XIV, naar XV en XVI. En als je weer geld nodig had, dan ging je naar de zilversmid en die maakte er dan weer munten van. In de tussentijd had je je rijkdom gewoon op tafel staan, in prachtige zilveren voorwerpen. Je klanten en personeel konden dan in een oogopslag zien hoe kredietwaardig je was. 

'Elke keer als er een nieuwe mode zich aandiende, werden deze zonder probleem weer door een zilversmid omgesmolten naar de volgende nieuwe stijl, van Lodewijk XIV, naar XV en XVI. En als je weer geld nodig had, dan ging je naar de zilversmid en die maakte er dan weer munten van.' 

In die achttiende eeuw werden er allemaal nieuwe dingen gemaakt: terrines, koffiekannen, theepotten, bestek en dus ook visscheppen. Ongeveer tien procent van de waarde van een voorwerp was arbeidsloon, de rest zat in de nominale waarde van het zilver. Een portret van Rembrandt in de zeventiende eeuw kostte 500 gulden, dat was heel veel geld, dat stond gelijk aan ongeveer vijf kilo zilver. Als je dat schilderij nu vergelijkt met zilveren objecten dan is een zilveren topstuk dat toen vijfhonderd gulden kostte een paar ton in Euro’s waard en hetzelfde schilderij is vele miljoenen waard. Toen was zilver juist veel meer waard dan de meeste schilderijen en ook meer dan het Chinees porselein enhet Delfts aardewerk. De visschep weegt 300 gram en kostte destijds dus dertig gulden. Nu is de prijs negenduizend euro. Het is natuurlijk een aanzienlijk bedrag, maar het is voor veel meer mensen bereikbaar dan die Rembrandt waar ik het net over had. Dit is een van de mooiste visscheppen die er te vinden is. En het leuke is, de visschep kun je ook gewoon gebruiken, bijvoorbeeld bij een bijzonder etentje thuis.

 

Aardewerk Antiquair 

Jan van Nassaustraat 76 

2596 BV Den Haag 

  • Facebook - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle