Max Moszkowicz (1955), advocaat

“Voor mij mag het wel wat ingetogener”

 

Feitelijk bestond slechts een vijfde deel van mijn vaders praktijk uit strafzaken, de rest was civiel. Net zoals nu eigenlijk. Maar moord en doodslag spreken nu eenmaal meer tot de verbeelding dan bijvoorbeeld huur- of arbeidzaken. Al in de jaren zeventig kreeg onze vader door een aantal spectaculaire strafzaken veel publiciteit en maakte daar dan gedoseerd en functioneel gebruik van. Dat hoorden wij dan ook en ook over die zaken discussieerden wij dan met alle broers aan de eettafel. Toch ben ik geen strafpleiter geworden. Strafrecht paste niet zo bij mij. Tijdens mijn studie in Utrecht heb ik ook weinig meegekregen van het materiële strafrecht. Het ging er vrijwel alleen over de Baader Meinhofgroep, de Rote Armee Fraktion en dergelijke. De meeste docenten waren van die linkse pseudo-intellectuelen en daar had ik al snel genoeg van. Bovenal geeft de civiele praktijk mij veel meer intellectuele voldoening dan het strafrecht. Het is diverser en intellectueel uitdagender dan de strafpraktijk waar het toch vaak beperkt blijft tot moord, doodslag, verkrachting en drugs.

 

'Toen kwam er een totaal bezopen corpsbal op mij af en schreeuwde waarom ik geen bier dronk. “Omdat ik melk lekkerder vind”, zei ik.'

Vroeger bij ons thuis bestond er eigenlijk geen andere wereld dan die van het recht. Ik ben dan ook rechten gaan studeren. Met mijn twee oudere broers David en Robbie gingen we naar Utrecht, Bram is paar jaar later naar Amsterdam gegaan om daar rechten te doen. Met David woonde ik een tijdlang in hetzelfde studentenhuis en wij waren beiden lid van het corps. Achteraf gezien had ik eigenlijk wat meer van het studentenleven moeten genieten, maar was toch vooral veel aan het studeren. Ik weet nog dat een van de weinige keren dat ik naar de sociëteit ging, er een totaal bezopen corpsbal op mij afkwam en mij toeschreeuwde waarom ik geen bier dronk. “Omdat ik melk lekkerder vind”, zei ik toen onderkoeld. Die vent ging toen helemaal uit zijn dak. Hij pakte mij bij mijn kraag om mij een lel te verkopen, maar David kwam op tijd tussenbeiden en heeft hem een lesje geleerd. Dat zegt wel iets over hoe close wij zijn en nog steeds een familiebedrijf zijn. David, Bram en ik vormen de maatschap. Bram in Amsterdam en David en ik in Maastricht, alhoewel we ook vaak in Amsterdam zijn voor zaken. Samen met de broers een borreltje drinken en over koetjes en kalfjes praten, zit niet in onze genen. Ook buiten kantoor wordt er meestal over zaken gesproken. Dat is een van de redenen waarom we ook vrijwel geen contact meer hebben met broer Robbie, die geen advocaat meer is. Maar er ook gewoon teveel gebeurd.

 

Cliënten komen bewust op de naam Moszkowicz af. De publiciteit die Bram krijgt, straalt af op het kantoor. Dat heeft positieve, maar ook negatieve kanten. Ik had net een cliënt op bezoek, die bekend acteur is, en die vertelde dat je in zijn vak zorgvuldig om moet gaan met publiciteit om te voorkomen dat je niet pedant en aanmatigend wordt. Daar moet je je van bewust zijn als bekende Nederlander. Dat vind ik een wijze les. Als Bram weer eens iets stevigs in de pers heeft gezegd, dan levert dat soms vervelende mails op. Het komt ook voor dat, met al die publiciteit rondom RTL Boulevard en zijn boek, cliënten gaan twijfelen of Bram nog wel tijd heeft voor de advocatuur. Onterecht natuurlijk, ik schrijf ook voor de Telegraaf en heb voldoende tijd voor mijn cliënten.

 

'Als Bram weer eens iets stevigs in de pers heeft gezegd, dan levert dat soms vervelende mails op.'

In mijn stijl van werken lijk ik op mijn vader: ingetogen, niet schreeuwerig, onderkoeld, weloverwogen, maar ook strijdvaardig, met een scherpe tong en hard waar nodig. Je zegt hetzelfde, bereikt hetzelfde, maar zonder negatieve neveneffecten. Ik denk dat mijn vader over Bram zou zeggen dat hij wat minder fel en wat minder in de publiciteit zou moeten zijn. Bram is fel en recht voor zijn raap. Mijn vader kon dingen ook bikkelhard zeggen, maar dan via de weg van ironie en understatements. Bram kan wat uitbundiger zijn en dat is zijn stijl. Hij rijdt ook in een Aston Martin, ik in een Jaguar. Bram is ook meer een moederskindje, terwijl ik meer een vaderskindje ben. Toen ik werd geboren, waren er een paar namen mogelijk, maar ik leek zo op mijn vader dat ze mij toen maar Max hebben genoemd, Max junior. Ik schijn ook veel op de vader van mijn vader te lijken, althans dat vindt mijn vader die een portret van hem heeft hangen in zijn werkkamer in Maastricht. Mijn vader was ook heel close met zijn vader. Hij was de enige van zijn gezin die terugkwam uit Auschwitz. Als mijn vader mij ziet, moet hij aan zijn vader denken. Mijn vader en ik zijn twee handen op een buik. Nog steeds, ook al gaat het niet zo goed met hem sinds hij een paar jaar geleden een lichte herseninfarct heeft gekregen.

 

'Bram kan wat uitbundiger zijn en dat is zijn stijl. Hij rijdt ook in een Aston Martin, ik in een Jaguar.' 

Bram staat bekend als een levensgenieter. Net als mijn vader vind ik het moeilijk om echt van het leven te genieten. Wij zijn als Maastrichtenaren ook nooit van die carnavalsgangers geweest. Wij doen beiden ons best wat meer te genieten, maar slagen er niet goed in. Dat houdt ook verband met mijn karakter. Ik ben erg rationeel ingesteld en denk veel over dingen na, soms teveel. Misschien dat ook de oorlog nog parten speelt. Bram gaat naar Auschwitz en kan dat loslaten, ik ga er niet naartoe, maar draag het wel elke dag met mij mee. Misschien staan we iets anders in het leven. Ik ga uit van het slechtste in de mens. In die zin verbaast het mij dan ook niet wat er allemaal gebeurd is tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het zou ook zo opnieuw kunnen gebeuren. En het zal ook opnieuw gebeuren. Dit klinkt pessimistisch, maar is tegelijkertijd ook realistisch.

2012

  • Facebook - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle