Maartje 7.JPG
DSC04905.JPG
Maartje 9.jpeg
FOMO-work-in-progress.jpeg
Maartje 3.JPG
Maartje 2.JPG
DSC04914.JPG
Maartje 5.JPG

'De sculpturen ‘Peaceful use of in between space’ heeft als vertrekpunt die satellieten en hoe wij stukje bij beetje bezig zijn het heelal te bezetten met het gevaar dat we er uiteindelijk oorlog over gaan voeren.'

Maartje 6.JPG
cover_UMYVJQRM2.png
Schermafbeelding 2022-03-03 om 12.43.00.png

Binnenkijken bij kunstenaar Maartje Folkeringa

‘Je moet gewoon beginnen en meegaan met associaties’

 

De kunstenaar doet alles behalve schilderen. Vaak gelijktijdig. Het liefst laat ze het ook allemaal tegelijk zien. Ook in haar atelier in een oude munitieopslag.

 

Dat Maartje Folkeringa (1978) kunstenaar zou worden lag bepaald niet voor de hand. Ze komt uit een familie uit een dorpje in Brabant waarvan de rest van de familie in zaken zit en met een vader in de kippenhandel. ‘Ik wist heel lang alleen maar wat ik niet wilde worden’, zo vertelt de kunstenaar als ze thee zet en op een krukje bij de haard gaat zitten. ‘Ik was altijd wel dingen aan het maken en was blij als we naar een museum gingen, maar verder was ik helemaal niet bezig met wat ik moest worden. Uiteindelijk was er de decaan voor wie het duidelijk was: die moet kunstenaar worden. Ik heb toen even op de HKU in Utrecht gezeten, ben daar weg gegaan, heb een tijdje in de kraakbeweging gezeten en ben uiteindelijk naar de Rietveld gegaan. Daar voelde ik mij helemaal op mijn plek, voor het eerst. Ik was er altijd in de werkplaatsen bezig en genoot vooral van de niet autoritaire sfeer. Met gezag heb ik vaak wel wat moeite. Heerlijk ook dat je overal kon in- en uitlopen en ik zo mijn eigen weg kon vinden.’

 

Satellieten en heelal

Haar atelier op de tweede verdieping is licht, ordelijk en ruim. Het bevindt zich in Nieuw en Meer, een terrein dat oorspronkelijk dienstdeed als wapen-, en munitieopslagplaats van Rijksdomeinen in de buurt van het Amsterdamse Bos. De eerste gebouwen van het terrein gaan terug naar 1918 en maakten onderdeel uit van de Stelling van Amsterdam. Ongeveer honderd kunstenaars hebben hier nu hun werkplaats. Maartje fiets er elke dag naartoe vanuit de drukke binnenstad, via het Rembrandtpark en De Oeverlanden, langs het Nieuwe Meer. De haardkachel brandt stevig tussen de snoepachtige, levendige en pastelkleurige sculpturen en textiele werken die verspreid staan en hangen in het atelier. Een grote, gloednieuwe oven staat pontificaal in de ruimte. Die heeft ze kunnen aanschaffen met een bijdrage van het Prins Bernhard Cultuurfonds, fonds Angela E., en dankzij een opdracht van het Rijksvastgoedbedrijf.

 

'De modellen zijn voor mij een begin van een werk dat zijn eigen leven gaat leiden.’
 

Voor het kantoor van het Agentschap Telecom in Amersfoort maakte ze twee aluminium sculpturen die in de open ruimte lijken te zweven van de ambtelijke organisatie die onder meer verantwoordelijk is voor het verkrijgen en toewijzen van frequentieruimte. Het is onderdeel van het Ministerie van Economische Zaken en houdt toezicht over het hele gebied van draadloze en bekabelde communicatie. Een wereld die ver af lijkt te liggen van die van de kunstenaar, maar Maartje begint juist enthousiast te vertellen over het agentschap. ‘Ze houden er zich bezig met het heelal en met satellieten die daarin schieten. De sculpturen ‘Peaceful use of in between space’ heeft als vertrekpunt die satellieten en hoe wij stukje bij beetje bezig zijn het heelal te bezetten met het gevaar dat we er uiteindelijk oorlog over gaan voeren. Toen ruimtevaart in zwang raakte had de VN een verdrag opgesteld voor ‘the Peaceful Use of Outer Space’. Fascinerend vond ik dat. Dit verdrag, uit 1967, heeft als doel dat men de conflicten op aarde niet voortzet in de ruimte en deze alleen gebruikt voor vreedzame doelen. Mijn werk gaat over het vreedzaam gebruiken van onder meer die tussenruimte.’

 

 ‘Ik werk meestal tegelijkertijd aan verschillende werken in verschillende technieken.

 

Maartje pakt een bakje met kleine modelletjes van was die ze maakte voor de grote aluminium sculpturen. ‘Normaal gesproken werk ik heel associatief en begin ik gewoon en komt van het ene het andere’, zo legt de kunstenaar uit. ‘Nu werkte ik vanuit deze kleine modellen die ik vervolgens groter wilde maken. Maar bij dat op maat maken paste ik het steeds weer aan, tot aan de gieterij. Het werd eigenlijk weer een nieuw werk door al de keuzes die ik onderweg maakte. En zo hoort het ook te zijn, vind ik. De modellen zijn voor mij een begin van een nieuw werk dat zijn eigen leven gaat leiden. Gelukkig vertrouwde de coördinerend adviseur beeldende kunst Atelier Rijksbouwmeester erop dat het wel goed kwam, en liet hij ruimte voor artistieke vrijheid, zoals hij zei.’ De kunstenaar is tevreden over hoe het werk hangt tussen strakke trappen bij het agentschap. ‘Het is fantastisch hoe mijn eigen werk eigenlijk naadloos past bij waar zo’n ambtelijke organisatie op een geheel eigen manier mee bezig is. Ik sta nu ook op de shortlist van een groot project van een andere rijksdienst. Ook daar gaat het over iets dat ik als kunstenaar heel interessant vind, maar dat in eerste instantie ver lijkt af te staan van de wereld van de kunst. Heel spannend of het gaat lukken!’

 

Alles tegelijkertijd

De kunstenaar laat zich niet graag in een hokje stoppen en heeft de neiging juist te doen wat niet hoort. Haar werk gaat over uiterlijke schijn, over pogingen van mensen om zich visueel te onderscheiden, te overtuigen en te verleiden. ‘Ik gebruik daarbij vaak felle of pastelkleuren en soms blingbling. Ik ben geïnteresseerd in psychologie. In de kunstwereld werd daar vaak wat sceptisch over gedaan, maar dat is gelukkig aan het veranderen. Veel van mijn werk komt ook voort uit een fascinatie voor non-verbale communicatie tussen mensen. Het moet voor mij dan niet eenduidig zijn. Ik hou van een kraker die ook op hockey zit. Daar begint het mee.’

 

Ook het werk in de studio is fel gekleurd in, zoals ze noemt, zuurstok- of trainingspakkenkleuren, kleuren die ze mooi vindt en die refereren naar onze consumptiemaatschappij. Tegelijkertijd spat het plezier ervan af. In de hoek een gebakken en geglazuurd beeld in de serie Paradice, aan andere wanden lappen stof met de tekst FOMO en op de grond letters die het woord Like vormen in geglazuurd keramiek. In het midden een enorm sculptuur ook van het woord Like. Maartje: ‘Het zijn allemaal andere series, maar ze passen op een of andere manier goed bij elkaar. Het is allemaal ruimtelijk en spelend met tussenruimten en kleur, en het gaat allemaal over onze verhouding tot de ander.’

 

De kunstenaar doet allesbehalve schilderen. ‘Ik ben altijd geïnteresseerd in het leren van nieuwe vaardigheden, ambachten en materialen’, vertelt ze. ‘Ik werk meestal tegelijkertijd aan verschillende werken in verschillende technieken. Ik werk met gegoten aluminium, in keramiek, acrylgietwerk, kneedbare epoxy, karton, plasticine en polyurethaan. Sinds kort ontdek ik textiel zoals haken, borduren, naaien, en weven. Ik doe alles tegelijkertijd, borduren, weven, lassen, keramiek maken. Ik twijfel niet als ik bezig ben, dan ben ik in een flow, maar ik denk wel vaak: kan het niet wat sneller? Dat is ook juist de reden waarom ik de serie FOMO, fear of missing out, in arbeidsintensieve textiele technieken maak. Dan moet ik wel onthaasten.’

 

De kunstenaar laat zich graag inspireren door kunstenaars die zich niet laten vastpinnen op een discipline en een vormentaal. ‘Ik voel me verbonden met het late ruimtelijke werk van Frank Stella waarvan ik een paar jaar geleden een solotentoonstelling bezocht in Wolfsburg in Duitsland. Vooral zijn 2.7 dimensionale werk’, zo vertelt ze als ze een boek openslaat van de kunstenaar die beroemd is geworden met kunst waar elke emotie uitgehaald was. Maartje: ‘Ik hou van kunstenaars die steeds weer nieuwe paden inslaan en vooral als ze het tegelijkertijd doen in verschillende vormen. Dat doe ik ook voortdurend en dat past bij mij.’

 

Dat haar pad daarbij niet altijd makkelijk is en dat ze vaak niet begrepen wordt neemt ze graag voor lief. Ze wijst naar een tekst op een muur die ze heeft opgeschreven op een papiertje. ‘Grayson Perry zei tijdens Wintergasten iets waar ik mij helemaal in kan vinden en dat heb ik woord voor woord opgeschreven.’ Maartje leest voor: “Good taste is that what does not alienate your peers. It's basically about fitting in; it's not about having exquisite standout taste. Good taste is that you fit in with the cultural sort of tribe that you are part of.” ‘Dat vind ik zo raak’, zegt de kunstenaar. Op een ander briefje aan de wand staat ‘There are no wasted days’. Maartje: Je gedachte zijn altijd bezig ook al lijkt het dat je niks aan het doen bent’. Daarnaast een bemoedigende brief van Soll LeWitt aan Eva Hesse. Stop met twijfel en ga het gewoon doen, leer fuck you te zeggen tegen de wereld, staat erin. ‘Dat is het werk van een kunstenaar, nieuwe paden inslaan waarvan je niet precies weet waar ze je brengen.’ 

Schermafbeelding 2022-03-03 om 12.43.15.png