Toeval en intentie

Als kind tekende Koen Delaere al graag. Hij was echter meer geïnteresseerd in de verf die na het schilderen op zijn handen bleef zitten dan wat er op papier stond. Hem interesseerde hoe olieverf en waterverf op elkaar reageren. Het één bleek sneller te drogen dan het ander, zo ontdekte hij. ‘Ik ben pas laat kunstenaar geworden’, vertelt de nu 46-jarige kunstenaar in zijn tijdelijke atelier in Los Angeles. ‘Ik groeide op in Zeeland waar kunst niet bovenaan de prioriteitenlijst stond. Het waren de jaren tachtig en er was veel werkeloosheid. Ik tekende in die tijd affiches voor bands en maakte reclame-illustraties. Mijn vriendin ging studeren en ik dacht ik: dat is voor mezelf ook een goed idee. Ik ben eerst een lerarenopleiding gaan volgen, maar dat was het niet. Uiteindelijk belandde ik op de kunstacademie. Daar gebeurde het, het overkwam me eigenlijk. Vanaf dat moment probeerde ik de controle weer te pakken. Al snel kreeg ik een groepsexpositie bij Fons Welters en een De Pont stipendium. Het werd serieus. Dat is een rode draad in mijn werk, een mix van dingen die me overkomen en die ik uitlok. Zo komt mijn werk ook tot stand.’

 

‘Het werk is pas goed als het klopt met het uitgangspunt dat ik mij vooraf gesteld heb. Daar wil ik zo dicht mogelijk bijkomen.' 

Voor een deel houdt Delaere het creatieproces met zijn kwast letterlijk in de hand, maar een ander, belangrijk deel laat hij over aan het toeval: hoe de verf natuurlijk naar beneden druppelt over het doek, hoe de kleuren en materialen zich mengen. Uiteindelijk, na een reeks van opzettelijke en toevallige gebeurtenissen, is het de beslissing van de kunstenaar of een methodiek of handelswijze oplevert voor een reeks werken. Tachtig procent mislukt en twintig procent lukt. Hoe bepaalt hij of iets is gelukt? ‘Het werk is pas goed als het klopt met het uitgangspunt dat ik mij vooraf gesteld heb. Daar wil ik zo dicht mogelijk bijkomen. Voor mij is het conceptuele en performatieve heel belangrijk, maar inmiddels gaat het ook steeds meer om het werk zelf. Kleur was nooit echt belangrijk voor mij. Het ging om de gedachte, de handeling, de weg ernaartoe en niet om het uiteindelijke resultaat. Dat is veranderd. Door zo stil te staan bij iets als kleur merk je wat dat kan doen. Zo kun je kunt weinig pigment gebruiken of juist veel, welk effect heeft dit op de intensiteit van kleuren?’

 

'Onze hersenen zijn altijd bezig, ook als we denken dat ze uitstaan. Oliver Sacks draaide het zelfs om: hij schreef dat juist als we slapen de hersenen het meest productief zijn.'

Imponerende natuur

Op dit moment is Delaere aan de slag als artist in residence in LA. Op uitnodiging van een particuliere verzamelaar werkt hij tijdelijk in de La  Brea Studios aan een onderzoek voor het Mondriaanfonds. Voor hij hier aan het werk ging trok Delaere met zijn vrouw en zoon eerst een maand door de VS, en bezocht staatsparken als Yosemite en de Grand Canyon. ‘We hebben veel gehiked en wekenlang dagelijks wel zes uur achter elkaar gelopen. De natuur is overweldigend. Het levert spontane input, al weet ik op dat moment nog niet hoe zich dat vertaalt in mijn werk. Ik ga dan naar het atelier en laat het daar ontstaan. Juist door het niks doen in de natuur laad je jezelf op. Je ervaart dan een energieniveau dat je triggert. Door te reizen, je in een andere context te zetten, ga je openstaan voor het impulsieve. Je bent bijvoorbeeld van plan een rood schilderij maken, maar pakt groen, en daar ga je toch mee door. Je zit dan in het moment, dat is geen roes, maar juist een sterke geconcentreerdheid.’

 

'Doordat er spelregels zijn, zoals buitenspel in het voetbal, krijg je een interessante wedstrijd. Ook in de kunst.'

Regels en context

‘Toen ik jonger was moest elk schilderij iets nieuws zijn. Tegenwoordig zoek ik naar series. Ik wil weten wat er gebeurt in de herhaling. Wat ik merk is dat er dan iets moois gebeurt, er openen zich nieuwe interessegebieden.’ Voor de Rabobank maakt Delaere op dit moment honderd werken. ‘Voor al die schilderijen heb ik een formeel kader, eerst komen de tekeningen en tekst en hier overheen wordt een raster gedrukt. In de herhaling van het maken van die werken kom je steeds ergens anders. Bij de eerste paar werken bouw je een vaardigheid op, dan merk je dat je het kan. Daarna treedt er een soort verveling op en daarna gebeurt er iets anders, iets bijzonders. Bruce Nauman had het over ‘bored in the studio’ waaruit de beste dingen voortkwamen. We staan nooit stil. Onze hersenen zijn altijd bezig, ook als we denken dat ze uitstaan. Oliver Sacks draaide het zelfs om: hij schreef dat juist als we slapen de hersenen het meest productief zijn. Als we wakker zijn worden we voortdurend gestoord door wat we zien en ervaren.’

'De huidige generatie vraagt zich minder af of ze nu performatief, abstract of figuratief werk moeten maken, dat gaat allemaal door elkaar. Daar leer ik ook weer van.’ 

Delaere stelt graag regels op voor zichzelf. Beperkt hem dat niet? Delaere: ‘In de leegte van het atelier zoek ik steeds structuur, ik heb een formeel raamwerk nodig. Door die beperking krijg ik juist ruimte, ik krijg er vrijheid voor terug. Zonder structuur wordt het vrijblijvend, anything goes. Dat geldt niet alleen in de kunst, iedereen moet binnen kaders werken om ergens te komen. Je hebt altijd te maken met beperkte middelen en een bepaalde context waarbinnen je met een bepaald talent aan de slag gaat. Doordat er spelregels zijn, zoals buitenspel in het voetbal, krijg je een interessante wedstrijd. Niemand weet wat kunst is, dus de spelregels moeten steeds opnieuw geformuleerd worden. Je moet jezelf opladen, trainen, materiaalonderzoek doen, lezen en dan moet het gebeuren. Dat geldt ook voor topsporters: alles moet leiden tot dat ene moment waarop je dat rondje het snelst loopt.’

 

'Uiteindelijk moet je het allemaal zelf weer gaan doen.'

Het sociale

Vroeger wilde hij alles uitproberen. Zijn werk werd wel aangeduid met het begrip uitgebreide schilderkunst, waarbij naast verf en doek gebruikgemaakt wordt van uiteenlopende middelen zoals druktechnieken, digitale media, uv-inkten of fotokopieresultaten. Delaere: ‘Tegenwoordig heb ik dat niet meer zo nodig. Ik weet inmiddels waar mijn interesses liggen. In mijn eigen werk concentreer ik mij op schilderijen en tijdens mijn lessen kan ik andere technieken met mijn leerlingen uitproberen. Lesgeven is een voortdurende dialoog met een groep studenten waarbij je het piketpaaltje steeds ergens anders neerzet. In de jaren negentig was ik bezig met abstract en performatief werk, dat was toen de nieuwe generatie. Kunstenaars als zoals Marc Bijl en Iris van Dongen werkten toen bijvoorbeeld juist figuratief romantisch. De huidige generatie vraagt zich minder af of ze nu performatief, abstract of figuratief werk moeten maken, dat gaat allemaal door elkaar. Daar leer ik ook weer van.’

 

De Vleeshal

Voor Delaere is het belangrijk steeds nieuwe omgevingen op te zoeken waar kunst ontstaat. Delaere: ‘Een tijdje geleden werkte ik in de Vleeshal in waar het sociale aspect heel belangrijk was. Het ging om samen iets maken. Dat was voor mij bevrijdends, maar voor studenten is het iets heel vanzelfsprekends. Dat heeft mij altijd geïnteresseerd. Kunst heeft voor veel mensen een drempel, maar als je mensen mee laat doen om het te maken, dan neem je die drempel weg. Daarom heb ik voor het maken van mijn werk vrienden die niet in de kunst zitten gevraagd mee te helpen bij het maken van zeefdrukken. Dan is het niet mee zoiets als een zogenaamde genie die iets in zijn eentje schept. Bij de Vleeshal werd er samen gekookt, ging je samen eten en was het inrichten van de tentoonstelling ook een gezamenlijk proces. How to work, how to live was het thema. Er waren bands, er was yoga terwijl we aan het werk waren. De curator Lorenzo Benedetti maakte dat allemaal mogelijk. Kort geleden hoorde ik dat ook Jan Schoonhoven eigenlijk altijd zo werkte. Dan had hij mensen op bezoek en dat dronken zijn gasten wat aan tafel terwijl de kunstenaar bezig was met het maken van zijn werk. In de Vleeshal waren er uiteindelijk tien schilderijen die bijzonder goed gelukt waren. Het is een interessant proces. Camus schreef een keer een verhaal over Jonah die zich niet meer wilde opsluiten in een atelier, maar juist bij zijn gezin wilde zijn en het atelier in zijn huis bracht. Maar hij sloot zich op in zijn studio en uiteindelijk stierf hij er. Het enige wat de nabestaanden er vonden was een schilderij waarop een tekst stond waarbij onduidelijk was of er nu opgeschreven stond ‘solidair’ of ‘solitair’. Ik ben een gezin bij wie ik graag ben en we hebben samen een maand lang rondgereisd door Amerika, maar uiteindelijk moet je het allemaal zelf weer gaan doen. Zij hun eigen leven en ik in mijn atelier.’

Kunstenaar Koen Delaere over het vinden van nieuwe wegen naar kunst

 

'NIEMAND WEET WAT KUNST IS, HET MOET STEEDS OPNIEUW WORDEN GEFORMULEERD'

In het atelier moet het allemaal gebeuren. Koen Delaere over zijn carrière en zijn werk in zijn studio in Los Angeles. Een gesprek over hoe het zo is gekomen om kunstenaar te worden, wat het betekent om het te zijn en hoe kunst eigenlijk ontstaat.  Koos de Wilt voor Wijzer van Rabobank

Koen Delaere (1970, geboren in Brugge) woont en werkt in Tilburg, maar is op dit moment tijdelijk in Los Angeles gevestigd. Zijn werk is opgenomen in een groot aantal toonaangevende particuliere en openbare collecties over de hele wereld, waaronder het Centraal Museum (Nederland), het Dordechts Museum (Nederland), CCA Andratx (Spanje), het Instituto Buena Bista (Curaçao) en de Rabobank Kunstcollectie (Nederland).

  • Facebook - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle