'Geluk is geen spannend kunstthema'

Prof. Ruut Veenhoven, Geluksprofessor

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Pyke Koch, Wachten 1942, Olie op doek

 

 

Ik ben geen kunstkenner, maar wel een kunstgenieter. Ik hou van poëzie, van het stille toneel en van architectuur. Universiteitsgebouwen horen wat mij betreft iets statigs en groots uit te stralen. Het gebouw van de Utrechtse universiteit waar ik nu zit vind ik spuuglelijk, maar het Rotterdamse universiteitsgebouw vind ik wel mooi. De architectuur in Berlijn van na de muur spreekt me ook zeer aan: het Sonycentre, de Reichstag en bijvoorbeeld het WissenschaftsZentrum, dat is de vroegere Reichsversicherungsbank, een gebouw met ouderwets Duits poeha en speedijzer met daaraan een postmodern gebouw geplakt. Het aardige van architectuur en kunst is dat ze dingen uitdrukken die je niet met woorden kunt zeggen en die - als je ze met woorden probeert te zeggen - minder interessant worden. Het is rationeel niet helemaal te plaatsen, maar het doet je toch wat. Dat geldt voor poëzie ook. Het suggereert meer en het is intellectueel niet helemaal te vatten. Kunst is iets anders dan het dagelijkse leven. Het suggereert een doorkijkje naar een andere wereld. Kunst is primair voor het mooi, zoals  feest voor het leuk is, maar het heeft ook nevenfuncties. Bijvoorbeeld om een religieuze ervaring te versterken of om je van het gepeupel te onderscheiden. In deze tijd waarin ratio overheerst en velen een goede opleiding hebben gehad, komt er ruimte vrij voor een fascinatie voor onbegrijpelijke dingen. Ik ben zelf de hele dag vrij cognitief bezig en vind het verfrissend met dingen bezig te zijn die zich niet zo eenvoudig laten ontleden. En dat probeer ik dan ook niet  te doen. Ik lees geen boeken en biografieën van kunstenaars en architecten, maar van hun werk kan ik wel genieten. 

'Een samenleving die niet verder komt dan Delfts Blauw is een armzalige samenleving.'

Een samenleving die niet verder komt dan Delfts Blauw is een armzalige samenleving. Zo’n samenleving zal het levensgeluk drukken. Ik heb daar er echter nog  geen overtuigend onderzoek over gezien, maar feit is dat mensen worden aangetrokken door kunst. Niet alleen in hoge kunst, maar ook door goed gemaakte reclamefilmpjes en mooie kleding. 

Ik hou meer van moderne dan van oude kunst. Bij oude kunst is voor mij de verrassing er een beetje af. Ik kijk graag naar nieuwe experimenten, naar nieuwe wegen die uitgeprobeerd worden. Ik hou ook van ceremonie, ook in de wetenschap. Dat mag wat mij betreft wel wat meer terugkomen in de universitaire wereld en daar kan kunst een functie bij hebben. Een promotie behoort in een mooie ruimte plaatst te vinden en in het bijzijn van mooi aangeklede mensen. Kunst kan daarbij de beleving versterken.  

Ik voel mij aangetrokken tot het magisch realisme, zoals bijvoorbeeld het schilderij Wachten dat Pyke Koch. Hij zet hierin het alledaagse een beetje vervreemdend neer. Het zijn eigenlijk gewoon een paar mensen en dames die op de bus staan te wachten. De vrouwen zijn sensueel neergezet, het zijn stevige, moderne vrouwen. Ik weet waar die plek is, die is er nog steeds. Het is tegenover het gerechtsgebouw in Utrecht. Op het schilderij hangt een beangstigende sfeer. Vaak is het bij magische realisme een beetje dik opgelegd, maar hier lijkt eigenlijk niks aan de hand en toch  voel je dat er iets mis is. Ik ben van 1942, het schilderij is van 1941, maar ik zie er niet de oorlog in. Ik blijf gewoon staan bij de verbazing en fascinatie. Koch was een jongen uit goede kringen uit Utrecht. Hij had rechten gestudeerd en was zonder opleiding kunstenaar geworden. Maar eigenlijk zeggen dat soort feiten mij niet veel. Ik ben gewoon gefascineerd door de afbeelding. Naast de sfeer is het ook vreselijk knap getekend. Vakmanschap en ambachtelijkheid waardeer ik zeer. Het gaat mij niet alleen om het idee. In Art Nouveau zie je die ambachtelijke hoogstandjes ook. Misschien was dat de reden waarom deze kunst vroegtijdig is uitgestorven: gewoon omdat het niet te betalen was. 

 

Kunst suggereert een doorkijkje naar een andere wereld.

Ik ben niet zozeer geïnteresseerd in bepaalde kunstenaars of architecten, maar in mijn boekenkast heb ik inmiddels wel het een en ander verzameld. Als ik er zo over nadenk dan zie ik dat ik bijzonder word aangetrokken door het eerste deel van de twintigste eeuw. Een fascinerend, spannende tijd: de ellende van de stad, het schimmige uitgaansleven en de sfeer van de goot. Je kunt vallen op wat je niet hebt of juist iets wat je wel hebt. Bij kunstappreciatie is dat waarschijnlijk ook zo. Ik ben een optimist en misschien dat ik daardoor eerder gefascineerd word door onheilspellende plaatjes. In mijn werk onderzoek ik welke samenleving de meest gelukkige mensen oplevert. Het gaat dan vaak om sociale zekerheid en allerlei andere meetbare zaken. Kunst en dan vooral de schrijvende kunst legt vaak meer de nadruk op ellende dan op het geluk. Geluk is geen spannend kunst thema. Dat verschijnsel is vooral een evolutionair gegeven. Mensen zijn gespitst op gevaar. Waar overleef je mee? Je bent voortdurend alert op wat er allemaal kan misgaan. Dat zie ik bij mijn eigen kunstwaardering ook: onheilspellende kunst en kunst die niet helemaal te begrijpen is. Misschien omdat ik in mijn werk probeer de wereld begrijpelijker te maken dat ik daarom gefascineerd word  door dingen die niet helemaal te begrijpen zijn. En als die dan ook nog eens erg mooi zijn pakken ze je aandacht.  

  • Facebook - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle