Wandelen door Almere met kwartiermaker en projectdirecteur Kunstmuseum Flevoland Denise de Boer 

‘Flevoland moet dé plek worden van immersieve kunst’

 

IMG_5331.jpeg
d3ad87_a6817b4c536248bd9f6d7ed54169d1b7_mv2_edited.png
Schermafbeelding 2021-12-06 om 08.47.24.png

‘In ons museum willen we immersieve kunst laten zien, kunstwerelden laten zien waar je als bezoeker in kunt stappen en kan zien, aanraken, horen en voelen waardoor je op een andere manier naar de wereld leert kijken.’

csm_Artist_impression_van_Kunstpaviljoen_1_b920df1aa1.jpg
IMG_5304.jpeg

'Op de Floriade Expo, waar zo’n twee miljoen bezoekers worden verwacht, krijgen wij met het kunstpaviljoen een centrale plek, eentje die er vervolgens voor minimaal vijf jaar zal blijven. Tegen die tijd hopen we dat het echte museum gebouwd wordt.’ 

IMG_5251.jpeg
IMG_5263.jpeg
1-1024x390_edited.jpg
IMG_5277.jpeg

‘Almere moet de komende tijd groeien van 210 duizend naar 350 duizend inwoners en daar hoort ook een kwalitatieve groei bij. Het Rijk, de provincie en de gemeente hebben daarom geld bijeengebracht om onder andere ook beeldende kunst een plek te geven. ’

IMG_5354.jpeg
IMG_5389.jpeg
IMG_5385.jpeg

‘Met De Groene Kathedraal willen we net als de andere landart kunstwerken van de provincie inzetten als onderdeel van het museum.’

IMG_5381.jpeg
IMG_5368.jpeg

Tekst & beeld van Koos de Wilt voor Collect

 

Als Almere groeit moet kunst ook meegroeien, zo vindt kwartiermaker en projectdirecteur kunstmuseum Denise de Boer. Om dat te laten gebeuren moeten er initiatieven van bovenaf zijn én van onderaf. Daarnaast moeten er creatieve ideeën zijn voor de toekomst én ideeën uit de geschiedenis van de nog jonge stad. En daar hoort ook een onderdompeling in kunst bij, in een Flevolands museum. 

 

De wandeling start op een plek waar je in eerste instantie geen kunst verwacht, in het hart van de Citymall Almere, in een anonieme sfeer van grote winkels van bekende ketens. In een van de winkels is tijdelijk de pop-up expo Kunst is leuk gevestigd, een initiatief van twee kunstenaars die vonden dat er meer kunst moest zijn in de stad. ‘Er zijn in Almere veel kunstinitiatieven die van bovenaf zijn neergezet’, zegt Denise de Boer. ‘Dit is een voorbeeld van bottom-up initiatief, georganiseerd door de kunstenaars Foktje Verhoef en Anke Portier en begonnen met crowdfunding. In Almere gaat het steeds om een mix van beleid van bovenaf en eigen initiatief. Dat zie je bij de graffiti- en hiphop scene en bijvoorbeeld bij Oosterwold, de woonwijk van doe-het-zelfgebiedsontwikkeling. In die wijk is alles zoveel mogelijk duurzaam, ecologisch en zelfvoorzienend en kunnen mensen binnen kaders die zijn gesteld door de overheid hun eigen woondroom invullen.’ 

 

‘In ons museum willen we immersieve kunst laten zien, kunstwerelden laten zien waar je als bezoeker in kunt stappen en kan zien, aanraken, horen en voelen waardoor je op een andere manier naar de wereld leert kijken.’

 

Niets gaat vanzelf, ook niet in Almere. ‘Deze stad is een soort blank canvas’, zegt kunstenaar Foktje Verhoef. ‘Er is volop ruimte en je kunt en moet het hier vaak zelf doen, anders gebeurt het niet. Wij zijn deze kunstexpo met kromme tenen begonnen. Gestart als grap om tegen het elitaire van de kunstwereld te schoppen. We willen dat kunst te maken heeft met echte mensen. Kunst is leuk wil laagdrempelig zijn en dat mag best een beetje schuren.’ Volgens collega-kunstenaar Anke Portier moet de kunstexpo aansluiten bij wie Almere is. ‘Alles in Almere is hier gemengd’, zegt ze. ‘Het is vaak allemaal tegelijk, met heel veel crossovers: met muziek, straatkunst, mode en andere kunstvormen.’ Foktje: ‘Almere is heel jong, praktisch opgeleid en divers. Een kwart van de bevolking heeft een westerse achtergrond, de rest komt overal vandaan. Die diversiteit willen we aanspreken met kunst.’ Anke wijst naar een presentatie op een koolzaadkleurige gele achtergrond, de kleur van Flevoland. ‘Hier zie je allerlei mensen in uitgesproken kledingstijl die op het betongeweld van de stad zijn geplakt. Dat is Almere. Mensen die ziel geven aan de stad.’ 

 

Kwalitatieve groei 

Denise de Boer neemt afscheid van de kunstenaars en loopt de Citymall door langs een bord met de tekst ‘Morgen durf ik alles’. Het past haar, zo lijkt het. Ze wandelt het winkelcentrum verder uit naar Esplanade, de enorme boulevard aan het Weerwater, een grote plas die weer water is geworden. Al wandelend vertelt ze dat ze eerst bedrijfseconomie studeerde met de richting investment banking. Toen ze stage ging lopen ontdekte ze dat ze daar niet de rest van haar leven in wilde werken en ging toen kunstgeschiedenis studeren. ‘Een verademing was dat. Ik kwam erachter dat geld voor mij een middel is, geen doel. Maar juist de combinatie vind ik leuk, zakelijk zijn in de museale wereld. Ik heb een master in Museumstudies gedaan en ben stage gaan lopen bij het Amsterdam Museum. Daar zette ik met de directeur de fondsenwervingspoot op nadat in de tijd van Halbe Zijlstra ook het Amsterdam Museum flink was gekort. Na zes jaar was ik uitgeleerd en kreeg ik de kans aan de slag t