‘Iraniërs zijn vaak hoog ontwikkeld, een gevolg vantoevalligefactoren’

Nikita Shahbazi, Iranese afkomst in het managementboek De weg naar succes

IMG_2307.jpg

Tekst: Koos de Wilt | Fotografie: Rachel Corner

Nikita Shahbazi (31) was drie jaar toen de revolutie uitbrak in Teheran. ‘Mijn vader was links en seculier en zat in het verzet tegen de sjah. Grapje in de familie was dat, toen mijn moeder zei dat het al laat was en ik naar binnen moest komen, ik zei: “Nee, ik ga verzen zingen tegen de sjah”. Achteraf, na er veel over gelezen te hebben, ben ik mij pas goed gaan realiseren hoe serieus en gevaarlijk het was met bedreigingen, ontvoeringen van kennissen, mijn zus die vluchtte en mijn moeder die depressief werd. Uiteindelijk zijn we in 1991 naar Nederland gevlucht. Zestien was ik toen. Ik was blij dat we in een land waren waar het veilig was, maar we moesten helemaal opnieuw beginnen. We kwamen in Purmerend te wonen, in een zogenaamde zwarte wijk en we gingen na een jaar naar een zwarte school. Ik sprak alleen Perzisch en Engels, geen woord Nederlands.’ 

 

‘Er wonen wel andere Iraniërs hier, maar van een hechte band en saamhorigheid is er weinig sprake.. Dat heeft waarschijnlijk te maken met wat er allemaal is gebeurd in Iran: ontvoeringen, verhalen over geheime agenten die in andere landen actief zijn, sterk uiteenlopende politieke standpunten van andere vluchtelingen etc. Dat maakt wantrouwig. In Londen, waar Iraniërs al voor de revolutie woonden, is het Iraanse netwerk veel sterker. Hier in Nederland is geen homogene groep. Ze zijn meestal van een hoge sociale klasse en hebben een politieke actieve achtergrond, maar de ideeën over waar het met Iran naar toe moet gaan, verschillen enorm onderling. Je hebt de mudjahedin, linkse mensen met een islamitische tint, je hebt de republikeinen, je hebt het democratische front, monarchisten, communisten. Die zijn het niet bepaald met elkaar eens. Al voordat mijn vader hier in Nederland kwam, heeft hij zich teleurgesteld afgekeerd van de politiek. Hij wilde er niets meer mee te maken hebben.’ 

 

‘Mijn familie woont op dit moment verspreid over de wereld. Ik heb een broer in Canada, een zus in Italië, een zus in Iran en ik heb familie in Duitsland en in Groot-Brittannië. Ik voel me zelf in eerste instantie een wereldburger, in tweede plaats een Europeaan en een Midden-Oosterse en in de derde plaats een Nederlander, Italiaan of Iraniër. Mijn identiteit is meer Nederlander dan Iraans. Ik ben idealistischer dan een Iraniër. Die is veel materialistischer ingesteld. Mensen worden door de Iraniër ook te extreem op hun prestaties beoordeeld, op zo’n manier dat je mensen niet meer in hun waarde laat. Als je van een lage afkomst bent of geen hoge opleiding hebt, dan verdien je geen respect. Het is een soort kastensysteem zoals ze dat in India kennen. In Nederland was dat heel anders. Daar worden mensen meer beoordeeld op wie ze zijn. Dat vind ik veel beter.’ 

 

‘Ik ben niet trots op mijn Iranese afkomst. Waarom zou je trots zijn op iets waar je niets voor hoeft te doen? Dat irriteert mij bij mensen die zeggen trots op hun afkomst-zijn. Wat hebben ze daarvoor gedaan? Bovendien: aan een cultuur zijn altijd positieve en negatieve elementen. Ik vind het moeilijk om langer dan een half uur in eenzelfde kamer te zitten met Iraniërs die het alleen maar hebben over hoe geweldig hun cultuur is. Ik denk dat ik dat van de Nederlanders geleerd heb. Ik vond het heel goed dat Nederlanders minder nationalistisch zijn. Dat neemt niet weg dat er meer belangstelling mag zijn voor andere culturen. Nederlanders kennen Iran niet. Ze associëren het met extremisme en met islamitisch fundamentalisme. In Nederland denken mensen ook vaak dat Iran Arabisch is en dat wij Arabisch spreken. In Italië was dat heel anders. Daar wist men er veel meer vanaf. Daar zei men: “Oh, wat leuk dat je uit Perzië komt. Dat was het eerste en grootste rijk van de wereld...” Door mijn cultuur te kennen, kende ze mij ook meer.’

 

‘Mijn ouders vonden eigenlijk dat ik geneeskunde moest studeren, net als veel andere Iraniërs. Maar ik wilde zelf mijn toekomst bepalen. Ik heb eerst sociale psychologie gestudeerd, omdat ik geïnteresseerd was in de motieven van mensen. Daarna heb ik twee jaar internationale ontwikkelingsstudies gedaan. Daar heb ik heel veel geleerd waarmee ik mee wil doen in mijn werk. Vroeger dacht ik, net als mijn ouders en bijvoorbeeld Ayaan Hirshi Ali en Afshin Elian, dat de islam het probleem is van de politiek in Iran en dat de Arabieren de problemen aan zichzelf te danken hebben. Doordat ik mij aan de universiteit heb verdiept in de politieke islam en de development studies, ben ik er anders over gaan denken. De problemen in het Midden-Oosten hebben niet zozeer te maken met het geloof, maar veel meer met geografische en geopolitieke factoren en met historische ontwikkelingen. Daar wordt je mee geboren, of niet. Het is niet zo dat het ligt aan het intellectuele vermogen van die mensen of aan de islam. Onzin! Het is niet zo het allemaal hun eigen schuld is en de schuld van het geloof. Dat wordt wel vaak beweerd in de Nederlandse media.’ 

 

‘Ik vind het verbazingwekkend dat Afshin Elian nog steeds columnist van het NRC is. Hij wordt door veel Nederlanders en liberale moslims genegeerd en als een autocraat beschouwd. Ik ben het met mijn vrienden uit het Midden-Oosten eens die hem zien als iemand die zich weliswaar van zijn communistische verleden heeft losgemaakt, maar toch op eenzelfde autoritaire manier zijn ideeën probeert op te leggen. Typisch iets voor ex-communisten in het Midden-Oosten die nu hun heil gevonden hebben in andere stromingen en fundamentalist geworden zijn. En wat de ideeën van Paul Scheffer betreft: persoonlijk probeer ik overal in de wereld een nuttige burger te zijn. Ik participeer in wat voor samenleving dan ook en bezorg niemand overlast. Ik zit niet te wachten op iemand die mij bij mijn arm pakt en mij laat zien wat er in een samenleving van mij verwacht wordt en hoe ik mij moet gedragen. Ik ben nu eenmaal iemand met andere culturele achtergronden. Ik zal altijd meerdere identiteiten hebben dan mensen die zich alleen aan een land en cultuur gebonden voelen.’ 

 

‘Op dit moment, willen heleboel hoogopgeleide, liberale Nederlandse moslims weg uit Nederland, omdat zij de Nederlandse identiteit als hard ervaren en zich buitengesloten voelen. Zelfs in Italië voelde ik mij meer opgenomen in de samenleving. Ondanks grote mentaliteitsverschil tussen Italianen en mij werd ik er geaccepteerd. Ik werkte zes maanden in Italië, ik had voornamelijk buitenlandse vrienden en sprak daardoor pratte ik weinig in het Italiaans met mijn vrienden.Voor de rest praatte ik voornamelijk Engels. Maar niemand had daar moeite mee. Ik was ook, in tegenstelling tot de meeste Italianen, seculier en ik was non-conformistisch, maar niemand vroeg zich af waarom ik niet mijn best deed om mij aan de Italianen aan te passen.’ 

 

‘Het voelde voor mij zoals wat er van  de Verenigde Staten en Canada wordt: je mag zijn wie je bent en toch hoort je er bij. In de VS zijn mensen nationalistisch, maar vanaf de eerste dag dat je daar woont en werkt ben je, ongeacht je etnische achtergrond en afkomt, Amerikaans. Zo hebben mijn kennissen het ook ervaren nadat zij uit Nederland naar waren Canada geëmigreerd. Men wordt daar, ongeacht de afkomst, geaccepteerd en niet vanaf de eerste dag als allochtoon beschouwd. Dat is juist wat er in Nederland ontbreekt: de acceptatie van de diversiteit en het meteen aan het werk zetten van immigranten ongeacht hun hoge leeftijd en gebrekkige Nederlands. Ik geloof er absoluut niet in dat je iets bereikt door een stevigere Nederlandse identiteit te creëren en door nationale symbolen te leren. Je bereikt er geen betere opname van immigranten mee. Zulke middelen zullen in de Nederlandse context averecht werken en alleen maar tot meer vervreemding leiden.’ 

 

‘Ik ben nu publiciste en op zoek naar een baan waarbij ik te maken heb met internationale betrekkingen en ik een rol kan spelen een verbindende rol te spelen tussen verschillende culturen. Ik zou me met mijn werk graag willen inzetten om iets te doen aan de onwetendheid van mensen. Er zijn heel veel misverstanden tussen wat mensen in het Westen denken over het Midden-Oosten en de islamitische wereld en visa versa. Ik put daarbij mijn inspiratie uit wat en hoe Mohammed El-Baradei van Internationaal Atoomenergie Agentschapdingen bereikt. Heel kalm, heel intelligent en heel voortvarend. Ik bewonder hier in Nederland een man als Ahmed Aboutaleb. Prachtig dat hij nooit altijd in kalmte en op een inspirerende, overtuigende manier uitlegt waar hij voor staat. Ik vind dat hij visie heeft  en dat ook op een hele goede manier weet te brengen.’ 

In 2009 interviewde Koos de Wilt voor het boek De weg naar succes 18 allochtone vrouwen op hun weg naar succes. Wat zijn hun professionele ervaringen en hun levenservaringen?Hieronder het verhaal van de Nikita Shahbazi, Iranese afkomst, wiens ouders uit Iran kwamen.

NRC Handelsblad over De weg naar succes

'De weg naar succes is moeizaam. Een lijdensweg soms. Maar wel de moeite waard. Dit is niet de boodschap van een somber zelfhulpboek, maar de rode draad van een bundel portretten van carrièrevrouwen met verschillende culturele achtergronden.’

Luister hier naar een interview met Koos over het boek

  • Facebook - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle