Een ivoren netsuke die verwijst naar het sprookje van de Tongue-Cut Sparrow, het sprookje waarbij je leert dat nederigheid en hulpvaardigheid je geluk zal brengen.

‘Oorspronkelijk waren netsuke stopknoppen om het kabinetje te dragen die aan de kimono’s hingen.’

Alle waar naar zijn geld over netsuke

 

Mr. W.E Bouwman, kunsthandelaar in aziatica en etnografica

 

‘De kwaliteit van een netsuke ervaar je door het vast te houden’

 

Tekst en beeld van Koos de Wilt voor Collect

 

‘De kunsthandelaar Jacques Aalderink deed voor de Tweede Wereldoorlog al in Europese kunst, kunst uit het Verre Oosten en tribale kunst uit de Stille Oceaan en uit Afrika. Hij handelde ook in wat toen “Barbarenkunst” werd genoemd’, vertelt Wim Bouwman die in 1973 Kunsthandel Aalderink overnam van de oude Aalderink. ‘Tegenwoordig zou je voor zo’n aanduiding aangeklaagd worden, maar zo werd de kunst genoemd die we tegenwoordig arts premier noemen. Het verschil met de primitieve kunst zat ‘m erin dat men het schrift niet beheersten, zoals de Westerlingen en de Chinezen en Japanners. Maar de kunst hoeft er niet minder om te zijn. André Breton, Klee, Brancusi en Picasso kochten allemaal art premier en lieten zich erdoor inspireren. Het was een openbaring voor hen en ze zagen het als kunst met een begenadigd oog.’

 

Chinezen gaan voor “Chinese taste”, liefst keizerlijk gemerkt zoals bijvoorbeeld van keizer Xuande uit de 15e eeuw.’

Kunsthandelaar Bouwman maakt eigenlijk geen scheiding tussen al die kunst. ‘Ik ben opgevoed met de gedachte dat kunst een eenheid is, dat een bijl kunst kan zijn, een Romeinse portretkop, een schilderij uit Siena, een schilderij van Miró, een Rothko en een netsuke. Ik ben een generalist en dat is eigenlijk ouderwets, maar met de juiste smaak kun je de hele breedte van wat een netsuke kan zijn beoordelen. Je kunt er heel veel over hebben gelezen, maar kwaliteit is iets dat je over de hele breedte herkent. Dat heeft te maken met nieuwsgierigheid, met fingerspitzengefühl. Goede kunst heeft een soort overstijgende intrinsieke informatie. Dat onthult iets dat moeilijk is te verbaliseren, maar als je het ziet, weet je het.’

 

Kunthandel Aalderink doet in etnografica en aziatica, maar op dit moment is de handel vooral gericht op Japan. Boeddhistische sculpturen, tsuba, oud thee-keramiek, inro en netsuke. Bouwman: ‘Al in de zeventiende eeuw zagen de Nederlanders de Chinezen en Japanse cultuur als een hoogwaardige culturen. Met hoogwaardige kunst waar wij een puntje aan konden zuigen. Nog voor voor wij hier in Nederland met een kano de rivieren afzakten in de wildernis, goten ze in China al ingewikkelde bronzen.’ De Nederlanders kwamen al vroeg in aanraking met deze kunst, zo legt de kunsthandelaar uit. ‘In 1600 landden ze voor het eerst in Japan. De Portugezen waren er vijftien jaar eerder, maar omdat de Nederlanders de Japanners hun geloof niet wilden opleggen, hebben zij gedurende 250 jaar het exclusieve contact verzorgd met de rest van de wereld. Via het kunstmatige eilandje Dejima, vlak voor de stad Nagasaki, waren de Hollanders die Japan met de rest van de wereld verbond. De Nederlanders hadden geen behoefte het land in te nemen of hun geloof op te dringen, ze wilden gewoon handelen.’

 

‘Je kunt netsuke eindeloos op internet bekijken, maar het vasthouden is het belangrijkst.’

Kochten de Hollanders in die tijd dus de echte kunst uit Azië? ‘De Nederlanders zagen de hoogwaardigheid van de cultuur, maar de VOC nam vooral heel veel Chine de commande mee, Chinees porselein dat speciaal voor de Europese markt werd vervaardigd. De kunst van de Chinezen en Japanners zelf werd niet aangeschaft. Het mooiste werk, de echte Japanse smaak kwam pas in 1880 in zwang met het Japonisme. Pas toen raakten Westerlingen echt geïnteresseerd in de Aziatische cultuur. Kunsthandel Aalderink is daar in de jaren dertig mee begonnen, dat werd toen niet echt serieus genomen. Echte Aziatische kunst kon je toen alleen nog in Berlijn, Londen en Parijs kopen, voor slechts weinig geld. Voor goede spullen uit China worden tegenwoordig astronomische bedragen betaald. Dat heeft natuurlijk ook te maken met de welvaart van Chinezen van nu. Die kopen dat allemaal terug. Daar zijn nu mensen zoals Alibaba’s Jack Ma, die net zo buitensporig rijk zijn als VandeBilt, Frick, Rockefeller en J.P. Morgan dat waren aan het einde van de negentiende eeuw in de VS. Die supervermogenden boden tegen elkaar op, zoals Chinezen dat nu doen. Die kopen niet zozeer de Chinese exportkunst uit de zeventiende eeuw, maar gemerkt keizerlijk porcelein zoals bijvoorbeeld dat van keizer Xuande uit de vijftiende eeuw, het echte originele werk dus. Dat was kunst uit de tijd van de verlichte keizer uit de Ming dynastie die tussen 1426 en 1435 regeerde. Spullen uit die periode brengen tegenwoordig astronomische bedragen op. Dat is de heilige graal. Het was niet de kunst die de VOC meenam in de zeventiende eeuw, hooguit per ongeluk.’

 

Die Chinese kunst is niet meer te betalen voor een gewone sterveling. Welke Aziatische kunst is dat wel? Bouwman: ‘Anders dan de Chinese economie kwakkelt de Japanse economie de laatste decennia. In de jaren tachtig en negentig hadden we hier elke week Japanse handelaren op bezoek die benieuwd waren naar wat de VOC de afgelopen eeuwen van Dejima had meegenomen. Toen bulkten de Japanners van het geld. Tegenwoordig legt de Japanse economie het af tegen die van de Chinezen. Japanse netsuke zijn daarom nog leuk om te verzamelen. De prijzen zijn heel aantrekkelijk. Wij hebben ongeveer 400 netsuke op voorraad. Er valt wat te kiezen dus.’

 

Wat zijn netsuke eigenlijk? Bouwman: ‘Oorspronkelijk waren dat stopknoppen om het kabinetje te dragen die aan de kimono’s hingen. Een met de hand gesneden gordelknoop waaraan een inro hing. Inro’s waren de doosjes die uit verschillende in elkaar passende vakjes bestond om medicijnen, kruiden, thee of een lakstempel in te vervoeren. Het waren een soort tasjes dus die je kunt vergelijken met de Louis Vuitton tasjes die Japanners tegenwoordig kopen. Je liet ermee zien wie je was, dat je geld had. Het leuke van de netsuke is dat ze in de meest uiteenlopende materialen zijn gemaakt, van vele houtsoorten, ivoor, hoorn en koraal, en ook met de meest uiteenlopende technieken en betekenissen. Er zijn kitscherige en juweeltjes. Hier bijvoorbeeld een ivoren netsuke die verwijst naar het sprookje van de Tongue-Cut Sparrow, het sprookje waarbij je leert dat nederigheid en hulpvaardigheid je geluk zal brengen. Beeldjes als deze zijn gebaseerd op het werk van de beroemde beeldhouwer Masanao (1815-1890). Na hem kwamen er verschillende beeldhouwers die hem volgden en zijn naam droegen. De eerste Masanao was een metaalbewerker die later ook in hout en ivoor ging snijden. Masanao werd een soort merk, onder zijn merkteken moeten een paar honderdduizend vogeltjes van zijn gemaakt.’

 

Wie verzamelt netsuke? ‘Er zijn wel Japanse verzamelaars, maar de meeste netsuke-verzamelaars zijn Westers. Ik heb een klant die bij de douane werkt en ik heb hooggeleerde verzamelaars. Netsuke hebben een hele brede groep van belangstellenden, zo breed als de kunstvorm zelf is. Ze werden in de negentiende eeuw voor een paar gulden meegenomen naar het Westen. Een goede netsuke is te verkrijgen voor prijzen van twee- tot tienduizend met uitschieters daar ver boven. Masanao was een soort Rembrandt onder de snijders, maar het heel moeilijk uit te maken of het echt van zijn hand is. Het komt dus heel erg op aan dat je de kwaliteit zelf bepaalt, je kunt dus niet alleen op de naam kopen. De mooiste sparrows kosten 30 à 40 duizend euro. Waar ‘m dat precies inzit? Boven heb ik tien meter boeken staan over netsuke, daar heb ik enorm van geleerd, maar het zit ‘m vooral ook in fingerspitzengefühl. Ik heb er tienduizenden door mijn handen gehad en daar voel je het. Je kunt ze eindeloos op internet bekijken, maar het vasthouden is het belangrijkst.’

 

Kunsthandel Aalderink

Spiegelgracht 15

1017 JP Amsterdam

020-6230211

 

  • Facebook - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle