Over de kracht van sport bij terugkomst van een missie

Door te fietsen ging mijn hoofd open  

De Invictus Games is een internationaal sportevenement voor militairen, die psychisch of lichamelijk gewond zijn geraakt in het leger. Het vfonds zet zich sinds de oprichting al in voor erkenning en waardering van veteranen en andere geüniformeerden en is als founding partner dan ook actief betrokken bij de totstandkoming van de spelen in Nederland. Dit jaar zou die plaatsvinden in Den Haag, maar corona stak daar een stokje voor. Er wordt onderzocht of het in 2021 door kan gaan. Een gesprek met twee generaties veteranen over hoe zij de kracht van sport op eigen wijze inzetten toen ze terugkeerden van hun militaire missie. Edwin de Wolf (1969) diende in 1994 in Srebrenica en deed drie keer mee aan de Invictus Games. Tom van Mierlo (1942) diende in 1962 in Nieuw-Guinea en ontdekte in zijn eentje wat fietsen voor hem deed.

Interviews: Koos de Wilt voor vmagazine van het vfonds

Edwin de Wolf (1969), veteraan Screbrenica

‘Niemand kan echt voorbereid zijn op een oorlog en wij waren dat ook niet in 1994’

In 1994 raakte Edwin de Wolf als groepscommandant zijn been kwijt nadat hij bij een patrouille op een antipersoneelsmijn stapte. Sporten, praten en zichzelf opnieuw uitvinden sleepten hem erdoorheen. Over zijn ervaringen schreef De Wolf het boek ‘Kampioen op één been’. De Invictus Games waren belangrijk voor zijn ontwikkeling. Hij deed driemaal mee. Hij won brons op de individuele tijdrit in Orlando, in 2016. In Toronto in 2017 was hij Teamcaptain en heeft het Dutch Invictus Team geleid en zelf brons op het wielercriterium gewonnen. In 2018 sloot Edwin als actief deelnemer de Invictus Games af in Sydney. Dit deed hij onder andere door brons op zowel de individuele tijdrit als het wielercriterium te winnen. Edwin heeft verschillende leidinggevende en staffuncties gehad binnen de Koninklijke Landmacht en het Defensie Ondersteuningscommando en neemt inmiddels zitting in het Bestuur van de Invictus Games 2020 in Den Haag.  

 

Wanneer werd u uitgezonden en waar naartoe?   

‘In 1994 werd ik met Dutchbat 2 gestationeerd in Srebrenica. Ik was 24 jaar toen ik als groepscommandant werd geplaatst bij 12 Infanteriebataljon Garde Jagers bij de Luchtmobiele Brigade. In deze leidinggevende functie was ik verantwoordelijk voor het opleiden van en leidinggeven aan tien militairen luchtmobiel.’ 


‘Wat ik mij van het vuurcontact vooral herinner is dat we precies deden wat we hadden geleerd in de eindeloze trainingen die we ervoor hadden gehad.’  

Wat is een ervaring die u nooit zal vergeten bij het uitvoeren van uw missie?  

‘Dat is een andere gebeurtenis dan die waardoor ik mijn been zou verliezen. Het was een week ervoor, het moment dat ik met mijn mannen onder vuur was komen te liggen. Ik was groepscommandant en verantwoordelijk voor tien infanteriesoldaten. Wij waren een gevechtseenheid die getraind was om inzetbaar te zijn onder alle omstandigheden. Wat ik mij van het vuurcontact vooral herinner is dat we precies deden wat we hadden geleerd in de eindeloze trainingen die we ervoor hadden gehad. We hebben precies gehandeld volgens het boekje. We waren onder vuur komen te liggen van schutters die zich op zo’n dertig meter van ons hadden verschanst. We hebben ons toen sprongsgewijs en slalommend naar achteren bewogen. Ik weet nog dat het aanvoelde alsof we op de schietbaan stonden en niet aan het front. Dat gebeurt als je je enorm sterk moet focussen op je taak en als alles zo snel gaat. Nu ik ouder ben geworden, ben ik eigenlijk pas goed gaan inzien hoe jong we waren toen we werden uitgezonden en welke ongelofelijk zware verantwoordelijkheid we allemaal op onze schouders droegen. Het ging echt over leven en dood en waarbij wij zelf het verschil maakten.’  


‘Bij sport gaat het om het hebben van een doel en het nastreven van een succes. Je bent daarbij gefocust op de sport, op de prestatie en niet op je beperking.’ 

Kunt u iets vertellen over hoe u gewond bent geraakt?  

‘Tijdens een patrouille die ik leidde, ben ik op een antipersoneelsmijn terechtgekomen. Ik zie de gebeurtenissen van die dag nog voor me als een soort film. Het eerste wat ik me herinner, is dat ik door de druk van de explosie en al het vuil dat daarbij vrijkwam eerst blind en doof was. Daar schrok ik enorm van en ik weet ook nog dat ik bang was dat ik het niet zou redden. Ik herinner me dat ikzelf en de mensen om mij heen voortdurend bezig waren mij bij bewustzijn te houden. Ik focuste op mijn ademhaling en dat ik niet zou wegzakken. Er was een moment dat ik zo veel pijn had, dat ik even weg was, maar doordat een medic mij en klap in mijn gezicht gaf, kwam ik weer bij. Bij de explosie raakte ik zwaargewond aan mijn been en liep een slagaderlijke bloeding op aan mijn arm. Ik was de helft van mijn bloed verloren, wat normaal gesproken betekent dat je zoiets niet overleeft. Uiteindelijk moest mijn been boven de knie worden geamputeerd. Alhoewel ik het allemaal nog goed weet, ervaar ik het niet als iets traumatisch.’  

 

‘Het mooie van meedoen aan de Invictus Games is dat je meedoet aan een missie die zeker gaat slagen. Medailles zijn niet belangrijk, maar het gaat vooral over verbinden, over verbroedering, over sterker worden en elkaar daarbij helpen.’ 

Hoe was u voorbereid op een missie als waarin u terecht kwam?  

‘Niemand kan echt voorbereid zijn op een oorlog en wij waren dat ook niet in 1994. De laatste militaire bemoeienis van Nederlandse militairen was in Libanon eind jaren zeventig en begin jaren tachtig. Dat betekende voor ons dat er nog maar weinig mensen in het leger waren die dat nog echt hadden meegemaakt. Natuurlijk waren we op veel manieren voorbereid op onze taak en wat we in het voormalige Joegoslavië gingen doen, maar op heel veel gebieden was het ook pionieren en zelf het wiel uitvinden.’   

 

Hoe was het om als gewonde militair terug te keren naar Nederland?   

‘Nadat ik gewond was geraakt, wilde ik zo snel mogelijk naar Nederland, naar een veilige omgeving en naar mijn familie. Op zo’n moment realiseer je je hoe geweldig het is dat er zo’n plek is. Maar het rare was dat ik al snel weer terug wilde naar mijn mannen. Dat gevoel was heel sterk. Ik kon dat natuurlijk helemaal niet, maar het gevoel dat je je mannen in de steek hebt moeten laten en die het nu zonder jou moeten rooien, voelde als heel vervelend.’  

 

Was er een reactie die heel bijzonder was?   

‘Mijn opa had op 10 mei 1940 nog gevochten in de Peel-Raamstelling en ik weet nog dat ik hem aan de lijn had toen ik net terug was in Nederland. Ik lag in bed in het ziekenhuis en werd door mijn moeder naar de hal gerold waar een paar telefoons hingen. Daar gaf ze mij de hoorn en vroeg of ik wat tegen opa wilde zeggen. Dat gesprek staat me goed nog bij. Het was heel emotioneel. Ik heb toen de belofte gedaan dat alles weer goed zou komen. In een film is dat zo’n zinnetje, maar dit was echt en mijn opa zei toen: ‘Dat weet ik Edwin, dat weet ik.’ Die woorden betekende enorm veel voor me.’   

 

Hoe hebt u uzelf erdoorheen gesleept?    

‘Door uiteindelijk te leren het verleden los te laten waardoor je voorruit kunt. Dat betekent dat je aan jezelf moet werken en nieuwe vaardigheden moet ontwikkelen. Sporten en praten hebben enorm geholpen. Ik heb nu rust met het verleden en kan er daarom ook zo vrij over spreken. Ik leef in het nu en met het oog op de toekomst. Misschien kun je wel zeggen dat het mij de kracht heeft gegeven om na de LTS uiteindelijk ook een hbo-opleiding Beleid en Management af te ronden. Na mijn ervaringen in de oorlog wilde ik mezelf zoveel mogelijk ontwikkelen. Juist ook op andere gebieden.’  

 

Wat heeft een veteraan nodig als hij of zij gewond is in de strijd?   

‘Het is enorm belangrijk dat je kunt praten over je traumatische ervaring. De militairen die terugkwamen uit Nederlands-Indië moeten het heel zwaar hebben gehad. Ik heb er veel gesproken tijdens de lezingen die ik door het land heb gegeven. De meesten hebben zonder hulp van buiten hun ervaringen een plek moeten geven. Veel zorg was er niet en nazorg al helemaal niet. Ze moesten het allemaal maar zelf zien te rooien. Ik heb heel veel verdriet ervaren onder deze mannen. Zeker in die tijd was er weinig aandacht voor gewonde ex-militairen. Het was niet iets waar men geconfronteerd mee wilde worden in die tijd.’   

 

Hoe gaat het tegenwoordig?  

‘Tegenwoordig krijgen veteranen revalidatie en worden eventueel in contact gebracht met militairen met vergelijkbare ervaringen. Op het Militair Revalidatie Centrum zijn er daarnaast allerlei sportfaciliteiten waar veteranen de hele week laagdrempelig kunnen sporten. De focust ligt daar op het ontwikkelen van nieuwe vaardigheden. Wat ook heel fijn is, is dat er case-coördinatoren zijn, vaste contactpersonen bij wie je terecht kunt voor vragen en mogelijkheden. Dat was in mijn tijd allemaal nog niet.’  

 

Wat is het belang van sport?  

‘Bij sport gaat het om het hebben van een doel en het nastreven van een succes. Je bent daarbij gefocust op de sport, op de prestatie en niet op je beperking. Bij sporten komt er een stofje vrij die je een zaligmakend gevoel geeft. En ook de sociale kant van sport is geweldig. Ik ben altijd al een sportman geweest. Ook om als militair fit te blijven. Daarna heeft het mij er vooral doorheen gesleept.’   

 

Wat is volgens u het belang van de Invictus Games?    

‘Het geweldige van de Invictus Games is dat je onder zo’n vijfhonderd mensen bent aan wie je niets hoeft uit te leggen en bij wie je aan één blik genoeg hebt. Dat geeft een ongelofelijk wij-gevoel. Het zijn mannen en vrouwen uit verschillende landen die allemaal op een of andere manier slachtoffer zijn geworden. Wounded, injured or sick, zoals de Engelsen dat noemen. Tijdens de games heb je verschillende categorieën. Ik deed mee met veteranen die hun been zijn verloren boven de knie, maar er zijn ook wedstrijden tussen veteranen die PTSS hebben en verder fysiek niets hebben. Juist ook voor hen is zo’n event enorm belangrijk. Als je gewond bent aan je been en het zelfs bent kwijtgeraakt, dan kun je naar een instrumentenmaker om je prothese bij te stellen. Als je te maken hebt met een posttraumatische ervaring is dat niet zo simpel. Het mooie van meedoen aan de Invictus Games is dat je meedoet aan een missie die zeker gaat slagen. Medailles zijn niet belangrijk, maar het gaat vooral over verbinden, over verbroedering, over sterker worden en elkaar daarbij helpen. Doel is om sterker in je schoenen komen te staan. 

 

Had u meegedaan aan de Invictus Games als de spelen destijds waren georganiseerd?  

‘Ik deed in die tijd aan wedstrijdzwemmen en bereidde mij voor op de Paralympische Spelen van 2000. Als er in 1996 Invictus Games zouden zijn geweest, zou ik zeker mee hebben gedaan.’  

Tom van Mierlo (1943), veteraan Nieuw-Guinea

‘Ik was een stille geworden volgens mijn omgeving’

Na de onafhankelijkheidsoorlog van Indonesië (1945-1949) maakte alleen het westelijk deel van Nieuw-Guinea als Nederlands-Nieuw-Guinea deel uit van het Koninkrijk der Nederlanden. Het was het laatste restant van de Nederlandse koloniën in deze regio. Nederland stuurde in 1962 bijna 10.000 militairen naar het eiland, waaronder de 19-jarige Brabantse jongen Tom van Mierlo.  

 

Wanneer werd u uitgezonden en waar naartoe?  

‘Begin 1962, bijna zestig jaar gelden inmiddels, ben ik naar Nieuw-Guinea gestuurd. Een plek die ik moest opzoeken op de wereldkaart. Ik was dienstplichtig militair, negentien jaar, geweerschutter en had geen idee wat ik er ging doen. Ik was net van de textielschool en wilde wever worden. In mijn vrije tijd was ik wielrenner en had tijdens de opleiding een toezegging gekregen dat ik bij de militaire selectie zou komen. Tot ik een briefje kreeg dat ik mij moest melden bij de Stoottroepen in Ermelo.’  

 
‘Ik was heel blij dat ik thuis was en in het begin wilde ik het wel van de daken schreeuwen, maar niemand zat daarop te wachten. Ik leerde mijn mond te houden.’  

Wat is een ervaring die u nooit zal vergeten bij het uitvoeren van uw missie? 

‘Ik praat niet graag over wat ik heb meegemaakt, maar kan er wel wat over vertellen. We werden ingezet bij het opsporen van uitstekend getrainde en gewapende parachutisten. Er zijn destijds ongeveer alleen al 1200 Indonesische para’s gedropt, plus nog infiltranten vanuit zee. Voor wat betreft bewapening waren zij uitgerust met moderne Russische automatische wapens. Wij hadden wat oud spul uit de Tweede Wereldoorlog, Garrent en karabijn en met ondersteuning van 1 Bren mitrailleur. Zo werden we de jungle ingestuurd, die een enorme stempel drukte op lichaam en geest.’  

  

Kunt u iets vertellen over hoe u gewond bent geraakt? 

‘Ik ben niet gewond geraakt, maar heb wel PTSS opgelopen. Een term die in die tijd natuurlijk helemaal nog niet bestond en die ik pas heel veel later heb kunnen plakken op mijn situatie. Wij moesten het zelf maar uitzoeken, we moesten verder met ons leven. Dat vond iedereen in die tijd. Ik ook eigenlijk.’ 

‘De fiets en het geduld van mijn vrouw Els zijn van onschatbare waarden geweest in mijn leven. Dat dat zijn ze nog!’ 

Hoe was u voorbereid op een missie als die waarin u terecht kwam? 

‘In onze straat waren er verschillende jongens die terug waren gekomen van de eerdere Politionele Acties in de jaren veertig en vijftig in het toenmalige Nederlands-Indië. Ik was toen zelf een jaar of tien toen die terugkwamen. Met die jongens was iets aan de hand, “Tropenkolder” werd dat genoemd. Die jongens functioneerden niet goed na hun thuiskomst. “Die spoorden niet”, zo werd wel gezegd. Verder werd er niet veel aandacht aan geschonken.’  

  

Hoe was het om terug te keren naar Nederland na uw traumatische ervaringen?  

‘Ik was heel blij dat ik thuis was en in het begin wilde ik het wel van de daken schreeuwen, maar niemand zat daarop te wachten. Ik leerde mijn mond te houden. Ik was een stille geworden volgens mijn omgeving. Ik heb zelfs zo’n twintig jaar mijn mond gehouden tegen mijn vrouw. Ik wilde er niet over praten, wilde haar er ook niet mee belasten. Maar toen zij meeging naar Doorn en met de andere vrouwen in contact kwam, werd het haar duidelijker. Gelukkig kon ze veel van mij hebben. We kenden elkaar al vanaf toen we vijftien waren, ze had me nog gekend van de tijd dat ik nog een vrolijke jongen was. Toen ik terug was, ging het fietsen ook niet meer. Ik had het wedstrijdfietsen opgegeven. Daar had ik geen zin meer in. Ik ben gaan voetballen, maar dat was het ook niet en toen ben ik maar weer op de fiets gekropen en ben lange afstanden gaan afleggen. En door dat te doen, kwam er rust over mij. Ik maakte tochten van tweehonderd en soms wel tot twaalfhonderd kilometers waarbij ik dagen en nachten doorfietste. Ik vond dat heerlijk en er kwam eindelijk rust in mijn hoofd.’ 

  

‘Door het sporten kwam ik ook in contact met andere fietsers en dat was belangrijk, want zonder hen had ik de neiging te vereenzamen.’ 

Was er een reactie die heel bijzonder was?  

‘De beste reactie was van mijn vrouw Els. Ze liet me gaan. “Pak je fiets maar Tommy, dan kom je tot rust.” Bij veel jongeren strandt het huwelijk in zo’n situatie, omdat de twee elkaar niet meer begrijpen. Mijn vrouw gaf mij de vrijheid die ik nodig had, eigenlijk was ze daarmee veel verder dan ikzelf. De fiets en het geduld van haar zijn van onschatbare waarden geweest in mijn leven. Dat dat zijn ze nog!’ 

  

Hoe hebt u uzelf erdoorheen gesleept?   

‘Bij de BNMO heb ik een paar handvaten gekregen die mij verder hielpen. Maar dat was pas nadat ik na veertig jaar bij de BNMO kwam in 2000. Het ging om simpele tips zoals het licht aanhouden als ik last had van nachtmerries. Als het pikdonker was, kon ik soms heel angstig worden. Praten met mijn oude maten uit het leger is er lang niet van gekomen. Pas sinds tien jaar geleden zijn we elkaar om de twee jaar gaan zien, met de vrouwen erbij. De leuke dingen bespreken we dan met de vrouwen erbij en de pijnlijke delen we als we samen zijn.’ 

  

Wat heeft een veteraan nodig als hij of zij gewond is in de strijd?  

‘Voor mij was het sporten heel belangrijk, en vooral de lange afstanden fietsen. Survivalen op de fiets, fietsen in the middle of nowhere. Daardoor kon ik goed nadenken en viel de spanning weg. Door het sporten kwam ik ook in contact met andere fietsers en dat was belangrijk, want zonder hen had ik de neiging te vereenzamen. Regelmaat is ook belangrijk. Ik ben mijn hele leven hard gewerkt. Werken in de weverij ging niet meer, ik werd al gek van de prikklok. Ik had rust nodig en ben toen bij mijn vader op de bouw gaan werken. Ik werkte keihard, maar had ook rust in mijn hoofd. Ik heb mijn eigen huis gebouwd en ben daarna ook veel andere huizen gaan metselen. Het leverde wat op en ik kwam tot rust.’ 

  

Hoe gaat het tegenwoordig? 

‘Het gaat een stuk beter, maar nog steeds geniet ik van de rust die het fietsen mij brengt.’  

  

Wat is het belang van sport? 

‘Daarover heb ik een voorbeeld. Net als ik is mijn zoon uitgezonden. Leon is in de jaren negentig in Srebrenica beland. Ik weet nog goed dat ik het niet meer onder controle had toen we hem wegbrachten naar de kazerne. De stoppen sloegen bij mij door, ik reed erna als een zombie naar huis. Ik had mij erin verdiept wat er in het voormalige Joegoslavië aan de hand was en had gezien dat daar alleen het recht van de sterkste was. Het waren geweertjes tegen tanks. Leon is ogenschijnlijk goed teruggekomen, maar na tien jaar is hij met zijn gezin vertrokken naar een heel stil deel in Zweden waar hij helemaal met niets begon. Hij vond het te druk in Nederland. In Noorwegen had hij met de Rode Baretten getraind en de rust van Scandinavië had hij nodig toen hij was teruggekeerd uit Bosnië. Net als ik heeft hij dingen meegemaakt waar we nooit over hebben. Om daar iets aan te doen heb ik hem eens voorgesteld om samen een lange fietstocht te doen vanuit ons dorp Budel naar het Duitse Koblenz.  We hebben toen non-stop gefietst en toen het pikdonker om ons heen was, hebben we echt gesproken. Ik over Nieuw-Guinea en hij over Srebrenica. Dat was een heel bijzondere ervaring. Toen rond half vijf de zon opkwam zijn we gestopt met praten en daarna hebben we het er nooit meer over gehad. Dat is nu twintig jaar geleden. Ik heb de fiets altijd gezien als een soort prothese voor mijn hoofd. De cadans, de rust, met een been je spanning wegduwen terwijl je andere been dit loslaat.’  

  

Wat is volgens u het belang van de Invictus Games?   

‘Het gaat er daar niet zozeer om het winnen als wel om de ontmoeting. Ik denk dat dat het belangrijkste is. Het is een plaats waar iedereen gelijk is. Ik heb dat ook als ik fiets met mannen die allemaal hoogopgeleid zijn. Als ik met die mannen fiets, maakt het niet uit dat ik metselaar ben en zij hoge banen hebben. Net als bij mij is fietsen een manier om even de stress achter je te laten en alleen met jezelf in gevecht te zijn. Het is fijn om met deze mannen te praten, ook bijvoorbeeld over mijn angst om ’s nachts alleen te fietsen in het donker. Zeker in Frankrijk kan het ’s nachts pikdonker zijn. Ik werd er niet om uitgelachen, maar ze vonden het juist mooi dat ik erover sprak.’ 

  

Had u meegedaan aan de Invictus Games als de spelen destijds waren georganiseerd? 

‘Zeker. Al zou het mij misschien toch wel zijn gegaan om het winnen.’

  • Facebook - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle