‘Als je uit je cultuur stapt,

kun je niks verbeteren’

Advocate Familie Arslan in het managementboek De weg naar succes

Tekst: Koos de Wilt | Fotografie: Rachel Corner (2010)

 

Vanaf mijn negende jaar heb ik altijd een hoofddoek gedragen. Mijn vader vond het belangrijk dat ik mij kleedde in overeenstemming met de culturele normen. Lange mouwen, rokken onder knieën en een hoofddoek. Het haar hoefde niet bedekt te zijn. Mijn haar komt tot mijn knieën, dus ik bedekte mijn hoofd wel maar mijn haar nauwelijks. Toen ik een jaar of zestien was, kwam ik voor de vraag te staan: wat wil ik eigenlijk zelf? Ik realiseerde mij dat de hoofddoek in het oosten een gevolg was van de macho male culture daar. In Nederland stond ik voor de vraag: ben ik nu oosters, Turks, ben ik Nederlands of beide? Ik heb toen besloten om de hoofddoek om te houden, maar ‘m anders te gaan dragen, tot spijt van veel familieleden. Ik ben ook gaan bidden en gaan vasten wat ook ongebruikelijk was voor een meisje. Ik ben een colletje gaan dragen, heb mijn haar opgestoken en ben mijn haar gaan bedekken aan de voorkant. Sindsdien draag ik het zo. Ik heb altijd de keuze de doek af te doen. Kort geleden kwam een meisje naar mij toe wat ik ervan vond dat ze besloten had de doek af te doen. Ze vond dat het geen toegevoegde waarde meer had. Ik zei toen: dan doe je dat toch gewoon… Ik steun haar in haar eigen keuze.

 

‘Voor mij is de hoofddoek ook een soort merk geworden. Ik sta bekend als de advocaat met de hoofddoek.

 

Voor mij is de hoofddoek ook een soort merk geworden. Ik sta bekend als de advocaat met de hoofddoek. Als ik ‘m af zou doen zullen heel veel mensen mij niet meer geloofwaardig achten. Maar ik draag mijn hoofddoek niet voor mensen maar als een vorm van aanbidding voor Allah. Als wij sterven zullen we hierover bevraagd worden. Hoe heb je geleefd als mens, als moslim en als vrouw. Ik realiseer me ook dat vragen over of we kledingvoorschriften en spijswetten hebben nageleefd van een andere orde zijn dan of we ons rechtvaardig hebben gedragen en vooral: of we hebben gebeden. In de Koran staat:‘Ik zal u niet beoordelen op basis van uw bezittingen en rijkdom, maar op basis van uw hart, uw geweten en uw daden.’ Ik vind: als je besloten hebt te geloven in een opperwezen, dan wil je laten merken dat je gelooft en dat je hem aanbidt. Een van de vormen is de wijze van kleden. Ik ben geboren in een afgelegen hut als het eerste kind, “slechts” ”een meisje. Mijn vader werkte toen al in Europa en mijn moeder had een hersenbloeding gehad en was niet in staat mij te voeden. Niemand ging naar de grote stad om babyvoeding te halen voor mij, dus vrouwen in de omgeving, die ook een kind hadden gekregen, hebben mij gezogen. Om de beurt met hun eigen kind mocht ik dan vijf a tien minuten drinken. Tot ik zes maanden was en ik met melk en thee verder gevoed werd.

 

‘Voor mij was het een kans uit honderdduizenden. Niets mocht op mijn pad komen. Dit was de enige kans.’

Mensen die niet gelovig zijn, zullen zeggen: mooi verhaal. Maar voor mij voelt het aan dat Allah blijkbaar iets anders met mij van plan was. Ik ben in leven gehouden door de barmhartigheid van die vrouwen. Nu ben ik in de positie geraakt dat ik andere mensen, ook financieel, kan helpen. Ik heb ook schoonheden die niet te koop zijn, zoals kennis en de mogelijkheid die over te dragen. Ik heb besloten dingen van binnenuit te verbeteren. Het is makkelijker om eruit te stappen, net zoals conformeren dat is. Maar als je eruit stapt heb je geen gelegenheid het te verbeteren.Ik was vier toen ik in Nederland aankwam. Op de lagere school kreeg ik het advies een vervolgopleiding te doen waarmee je huisvrouw werd. Mijn vader was daar heel teleurgesteld over en zei: ‘Zij is een intelligent kind, waarom doen jullie haar dit aan?’ De onderwijzer antwoordde toen dat wij allochtoon waren en we uiteindelijk toch terug zouden gaan. Wat had ik dan aan MAVO? Als ik inderdaad terug zou zijn gegaan, dan was de kans dat ik een intellectueel kon worden nihil geweest. Als ik Turkije was gebleven dan zou ik zelfs analfabeet zijn gebleven. Ik ben vervolgens een jaartje thuis geweest. Daar heb ik toen ook leren strijken. Mijn moeder was bedlegerig, er waren twee kleine kinderen en mijn vader en een oom woonden bij ons. Na dat jaar sloegen bij mij de knoppen door: dit nooit meer. Dit leventje wil ik niet. Ik heb toen afspraken met mijn vader gemaakt. Ik heb gezegd: ik wil advocaat worden. Iedereen zei toen: dat lukt je toch niet. Maar mijn vader zei: ‘Als jij zo graag rechten wilt studeren, ga je gang’. Ik heb toen de directeur zo gek gekregen dat hij mij op de MAVO plaatste op die voorwaarde dat, als het mij niet zou lukken de eerste maanden, ik dan toch naar de huishoudschool moest. Dat is niet gebeurd. Ik heb de MAVO gedaan, de HAVO, een jaartje HBO en toen ben ik doorgestroomd naar de universiteit. Daar heb ik in viereneenhalf jaar mijn opleiding afgemaakt. Toen ben ik gaan werken voor Justitie en daarna ben ik advocaat geworden.

 

‘Voor mij was dit een kans uit honderdduizenden. Niets mocht op mijn pad komen.’

Het is moeilijk als je er niet voor honderd procent achter staat. Maar voor mij was het een kans uit honderdduizenden. Niets mocht op mijn pad komen. Dit was de enige kans. Ik had het meegemaakt om huisvrouw te zijn en dat wilde ik perse niet. Meiden die ik van vroeger ken, zijn inmiddels uitgehuwelijkt. Sommigen zijn inmiddels weer gescheiden omdat hun partner niet goed voor hen zorgde. Ik heb een heel ander leven. Een van mijn vriendinnen uit die tijd is, net als ik, 36 en heeft nu een dochter die vorig jaar is getrouwd. Zij wordt waarschijnlijk volgend jaar oma. Het was een hele mooie vrouw. Maar als wij naast elkaar staan zie ik er veel jonger uit. Ik heb ook een veel ander leven. Ik ben veel vrijer. De genegenheid en geborgenheid die zij heeft van een gezin, die heb ik niet. Maar wat ik heb bereikt gaat haar beleving ver te boven. Ik kan naar allerlei landen reizen, dat kan zij niet. Ik ben kostwinner van ons gezin, ik heb mijn eigen auto, ik kan laat komen, vroeg komen, ik heb mijn eigen vrienden.

‘Ik kan zo in een relatie stappen, maar hoe groot is de kans dat ik een hele geëmancipeerde man vindt?'

Mensen zeggen dan weleens: ‘Jij bent alleen. Is dat de prijs waard?’ Het is niet een keuze geweest om alleen te zijn, maar ik heb deze positie kunnen verwerven omdat ik alleen ben. That’s part of life. Ik kan zo in een relatie stappen, maar hoe groot is de kans dat ik een hele geëmancipeerde man vindt? Mijn leven moet er beter van worden, niet gecompliceerder. Belangrijk in een relatie is voor mij gelijkwaardigheid en dezelfde vrijheden genieten en dezelfde taken hebben. Ik weet wel dat het heel vaak zo loopt dat de vrouwen toch meer in het huishouden doen en meer voor de kinderen gaan zorgen en hun carrière laten beïnvloeden door de partner. Maar ik wil dat niet, geen haar op mijn hoofd. Ik wil ook niet de achternaam aan nemen van een man. Daar ben ik heel strikt in. Maar ga dat maar eens zeggen tegen een Turk… Maar het hoeft niet eens een Turk te zijn. Daar ben ik ook overheen. Ik ben op de eerste plaats een goede jurist omdat ik de wet goed ken. Een kwaliteit van mij is ook dat ik ad rem ben, ik kan snel en creatief reageren in een situatie. Ik kan ook goed zakelijk boos zijn. Dat zeg ik ook tegen collega’s: ‘Ik ben nu zakelijk boos. Gaat het verder goed met je?’ Klanten komen en gaan, maar met je collega’s moet je verder, die kom je dagelijks weer tegen. Een ander voordeel van mij is dat mijn kennis van andere structuren groter is. Ik heb kennis van het Islamitisch recht. Dat is vrijwel afwezig bij mijn Nederlandse collega-advocaten. Ook mijn wijze van communiceren is anders. Ik weet beter wat gevoelig is en haalbaar. Bij meditation en onderhandelen heb ik een voorsprong. Ik ben ook meertalig. Meestal een voordeel en soms ook een nadeel. Ik spreek vloeiend Turks, Engels, ik spreek goed Duits en Frans. Bovendien spreek ik ook een aardig woordje Arabisch en Farsi.Wij hebben allemaal een perceptie dat recht recht is, maar dat is helemaal niet zo. Recht is krom. Het is rechtlijnig, maar niet altijd rechtvaardig. Het is door mensen gemaakt. Als je kijkt naar het homohuwelijk of andere levensvormen, dan merk je dat het huidige Burgerlijke Wetboek daar helemaal geen rekening mee gehouden heeft. Ook de regeling van de gemeenschap van goederen. Ik vind het absurd dat, als je het niet anders regelt, je eigendom meteen in de gemeenschap valt op het moment dat je in het huwelijksbootje stapt. Dat zou niet meer moeten. En dat heeft niet eens met de bescherming van vrouwen te maken. In Oost-Turkije kennen ze gemeenschap van goederen ook niet. Ze kennen daar de ‘koude uitsluiting’. Ik zeg niet dat dat per definitie goed is, maar mocht ik onverhoopt gaan trouwen, dan vind ik het wel plezierig dat ik mijn bezittingen veilig kan stellen.

Als we kijken naar de bronnen van het Islamitisch recht is daar in eerste plaats de Koran, de heilige boeken van de moslims. Daarnaast heb je de Hadith, de overleveringen over het doen en laten en de uitspraken van Mohammed. Je hebt de Kiyas, het afleiden van regels voor situaties die niet in de Koran en de Soenna worden beschreven naar analogie van vergelijkbare situaties die wel beschreven zijn. En je hebt de Idjma, consensus van rechtsgeleerden. Als je kijkt naar ons Nederlands Recht is dat niet zoveel anders. Je hebt de wet, de Memorie van Toelichting, het moet ook gedragen worden door allerlei mensen en naar analogie uitgelegd worden. Ook het juridisch kader van islamitisch recht heeft veel voor wat betreft organisatiestructuur veel vergelijkingen met de westerse structuur. Islamitisch recht is een goddelijk recht, maar voor een groot deel niet gecodificeerd. De fundamenten van het islamitisch recht is ook dat het ‘rechtvaardig’ moet zijn. Ook de gelijkheid is belangrijk.

Als er twee mannen naar mij toekomen als ze willen trouwen dan maak ik een huwelijkscontract voor ze. Ik ga er niet verder niet over. Mijn taak is niet om mensen te veroordelen. Ook als moslim heb ik dat recht niet. Ik heb ook lesbiennes bijgestaan in arbeidsgeschil en homo’s die gingen scheiden. Ik ben een schepsel van Allah dus kan ik niet over anderen oordelen. Waar ik wel moeite mee heb is fraude. Dat mensen zogenaamd willen scheiden zodat een extra bijstandsuitkering kunnen krijgen. Daar werk ik niet aan mee. Ik werk niet mee aan onrecht, maar als mensen besloten hebben met elkaar te leven, wie ben ik dan om daarover te oordelen? Ik ben daarin ook gegroeid. Mij zijn zoveel vragen voorgelegd. Of ik bijvoorbeeld een prostituee bij zou willen staan. Ik ben niet bij machte te oordelen over het leven van haar. Het is haar keuze. Ze komt bij mij omdat ze niet betaald is of omdat ze bedreigd is. Dan vind ik dat ik haar moet helpen binnen de regels van de wet. Ook bij het bijstaan van criminelen betekent dat niet altijd dat je voor vrijspraak gaat. Het gaat erom dat de crimineel ook zijn rechten heeft en dat daar zorgvuldig mee omgegaan wordt.

Toen ik zestien en zeventien was ben ik eens teruggegaan naar ons dorp. Ik was gesluierd, maar was een van de eerste vrouwen die ook praktiseerde. Ik bad dus ook. Mijn ooms vonden dat wel mooi. Ze begonnen me een beetje te jennen. ‘Goed hoor, je kan bidden en spreekt ook nog eens onze taal.’ Toen begonnen ze over mijn studie. ‘Dus jij wilt rechten studeren hè? Nu zul je wel zeggen dat dieren rechten hebben, dat kinderen rechten hebben en dat zelfs vrouwen rechten hebben.’ Ze waren heel negatief. Ik reageerde erop dat zowel dieren, kinderen en vrouwen rechten hebben. De vrouwen zaten hem vooral te knijpen: ‘Hou toch je mond’, zeiden ze. Vaak zijn het vrouwen die andere vrouwen belemmeren. Islamitisch is het gezegde: ‘Zelfs daar waar je niet kan steunen, berokken geen schade’. Niemand hoeft mij te steunen, maar belemmer me ook niet.’

 

Wat ik toen ik niet begreep is dat vrouwenrechten werden geassocieerd met onzedelijkheid. Op een moment dat een vrouw een eigen mening zou hebben, vrij zou zijn, eigen geld zou hebben, dan zouden ze niet meer luisteren naar mannen en zouden ze alles doen waar ze zin in hadden en zou het hele bestel onderuit gaan. Ik heb die mensen die zo denken nooit kunnen veranderen en dat zal niet lukken ook. Het zijn dezelfde mannen van wie de kleindochters nu ook studeren en op een vergelijkbare positie willen komen als ik. Het is allemaal heel hypocriet. Toen ik in TIME magazine stond heb ik vervolgens in alle dagbladen gestaan. Ik heb ook interviews afgegeven op de Turkse televisie. Mijn ooms hebben de interviews uitgeknipt en onder een glazen blad op tafel gelegd. En dan zeggen die mannen in het dorp: ‘Die is van ons’. Als ik terug zou gaan, zou ik als een koningin worden binnengehaald. Omdat ik een van hun ben gebleven, fysiek en qua uitstraling. Ik spreek de taal, ken de codes en draag een hoofddoek. Omdat ik mij conformeer en tegelijkertijd rebels ben. Maar zij hebben er ook voor gezorgd dat ik jarenlang weg ben gebleven in mijn geboortedorp. Terwijl ik het zo mis. Als ik terug zou gaan, zullen ze nooit zeggen dat ze het verkeerd hebben gezien. Het zijn immers mannen. Als ik terugga, zou dat onder mijn voorwaarden zijn. Ik wil niet meer hun dochter zijn. Ik slaap dan niet in het huis van mijn ouders, ik ga met mijn eigen auto en zie de mensen die ik zelf wil zien en niet de mensen die vanuit hiërarchisch oogpunt bezocht zouden moeten worden.

In 2009 interviewde Koos de Wilt voor het boek De weg naar succes 18 allochtone vrouwen op hun weg naar succes. Daarnaast had hij gesprekken met vier prominente Nederlanders over hun ervaringen met deze vrouwen. Wat zijn hun professionele en levenservaringen? Hier het verhaal van de advocaat Famile Arslan, wiens ouders ooit vanuit Oost-Turkije naar Nederland zijn verhuisd. 

NRC Handelsblad over De weg naar succes

'De weg naar succes is moeizaam. Een lijdensweg soms. Maar wel de moeite waard. Dit is niet de boodschap van een somber zelfhulpboek, maar de rode draad van een bundel portretten van carrièrevrouwen met verschillende culturele achtergronden.’

Luister hier naar een interview met Koos over het boek

Lees hier de interviews over allochtone vrouwen op weg naar succes met Alexander Rinnooy Kan, Tineke Bahlmann, Heleen Mees en Harry Starren

  • Facebook - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle