Televisiemaker en ondernemer Lennart Booij over zijn fascinatie voor René Lalique

 

‘JEZELF STEEDS OPNIEUW UITVINDEN’

 

Lennart Booij (1970), televisiemaker en medeoprichter van reclame- en adviesbureau Booij, Klusman en Van Bruggen (BKB) heeft een vrij atypische jeugd gehad als het gaat om zijn belangstelling. Toen hij een jaar of twaalf was, liep hij al op rommelmarktjes op zoek naar kunstobjecten: ‘Ik weet nog dat ik in de Jaarbeurshallen in Den Bosch een parfumflacon kocht van het merk Worth - voor twee gulden. Op de onderkant van dat flaconnetje stond ‘Made in France’ en ‘R. Lalique’. Dat deed bij mij een speurzin ontstaan. Wie had dit gemaakt?’ Die fascinatie is niet opgehouden. Inmiddels doet Booij promotieonderzoek naar de invloed in Nederland van de Franse sierkunstenaar en industrieel René Lalique (1860-1945).

 

In de jaren tachtig was er een ware hausse in de belangstelling voor Art Nouveau en Art Deco. Er verscheen het boek ‘Art Nouveau in Nederland’ van Frans Leidelmeijer en Daan van der Cingel, samen met een boek over hoe die merkjes eruit zagen. Voor de scholier Lennart een welkome hulp bij zijn nieuwe interesse: ‘Daarmee had ik ineens veel kennis in handen om het stuk te kunnen herkennen en uit te vinden welke ontwerper erachter zat. Die kennis stond ineens gewoon in de openbare bibliotheek. Ik woonde toen in Breda en werd er geholpen door Annemarie en Pierre Feijen van antiekhandel Manu. Zij hadden een kunsthandel op het kruispunt van klassiek antiek en design en toegepaste kunst, toen nog een gewaagde combinatie. Het waren relatief jonge mensen die het leuk vonden dat zo’n jongetje binnenstapte om er meer over te horen.’ Booij vertrok naar Amsterdam om te studeren en belandde daarna in de politiek. De passie voor kunst, voor toegepaste kunst en daarbinnen dan glas, en daarbinnen weer het Franse glas, is altijd gebleven. Het kopen kwam later. ‘Ik vind dat als je een collectie wilt opbouwen, dat je dan eigenlijk de eerste paar jaar niks moet kopen en alleen maar moet leren, met mensen praten, naar musea toegaan en kijken. Ik heb de discipline opgebracht om te wachten met kopen en zo is er de brede en diepe belangstelling voor Lalique glas

ontstaan. Het moment dat ik met dit bedrijf aan de gang ging en er langzamerhand wat inkomen ontstond ben ik af en toe een stuk gaan kopen.’

 

Wat Booij fascineert aan de persoon René Lalique, is dat hij zich in zijn leven een paar keer opnieuw heeft uitgevonden

 

Wat Booij fascineert aan de persoon René Lalique, is dat hij zich in zijn leven een paar keer opnieuw heeft uitgevonden. ‘Dat vind ik heel sterk aan mensen, dat ze niet eindeloos op een spoor blijven zitten. Lalique is geboren in 1860, dus rond de eeuwwisseling was hij een veertiger, iemand die volop in het Parijse societyleven stond. Hij was beroemd om zijn sieraadontwerpen voor de grote coryfeeën van die tijd zoals actrice Sarah Bernhardt en de operazangeres Emma Calvé. Hij was goed bevriend met aristocraat en dichter Robert de Montesquieu en mensen zoals Marcel Proust. Maar daarmee was hij meteen ook gevangen in zijn tijd, van het fin de siecle gevoel in de grote stad die voor het eerst zijn schaduwkant liet zien in de vorm van verveling, de Ennuie van Baudelaire. Daar zat Lalique middenin en was er mede de vormgever van. Zo’n vijf jaar later, rond 1905 en 1906, had men daar afscheid van genomen, men vond dat een ouderwetse opvatting van het leven. De Art Nouveau werd gezien als de mooie bloem die na een paar dagen was uitgebloeid. De wereldtentoonstelling van 1900 was er het hoogtepunt, maar ook het einde van.’

 

Om zichzelf serieus te blijven vinden, moest Lalique zichzelf opnieuw uitvinden, zo stelt Booij: ‘Je ziet in die tijd, tussen 1905 en 1910, zijn worsteling. Hij ging werken in zilver, ivoor, glas en emaille en maakte overtrokken tafelstukken, bijna maniëristisch, heel grotesk en bombastisch. Tot hij rond 1908 kennis maakte met François Coty, de parfumeur die op dat moment zijn buurman was. Coty vroeg hem een etiket te ontwerpen voor een parfumfles en op dat moment ontbrandde er iets in hem. Hij wilde de hele fles ontwerpen in glas. En dat lukte hem. Vanaf dat moment werd hij driedimensionaal glasontwerper. Hij realiseerde zich dat hij dat niet alleen voor Coty en anderen kan doen, maar ook voor zichzelf. En vanaf dat moment, tussen 1910 en 1920, was hij full time bezig met het ontwerpen van glas. Een van de kleindochters in Parijs heeft mij heel veel verteld over hoe hij op zijn zestigste nog steeds midden in het leven stond en altijd maar aan het ontwerpen was. In die tijd treedt zijn derde momentum aan. In mijn onderzoek zie ik steeds scherper dat zijn dochter Suzanne een hele belangrijke rol speelde om hem te introduceren in de moderne tijd. Mede door haar kon hij ook de stap maken naar de Art Deco periode. Hij werd echt een architectuurontwerper, iemand die met behulp van glas, de driedimensionale ruimte gaat inrichten. Hij maakte glasfonteinen, voorziet de Normandy, het beroemde schip uit 1935, van glassculpturen en ontwierp zelfs hele kerken in glas compleet met glazen doopvonten.’

 

'Wat mij opvalt is, dat als ik de primaire bronnen raadpleeg, dat er in die tijd zelf helemaal niet zo’n onderscheid werd gemaakt tussen de toegepaste en vrije kunst.'

Booij heeft altijd het gevoel gehad dat hij zich moet verantwoorden over waarom hij van toegepaste kunst hield. ‘Wat mij opvalt is, dat als ik de primaire bronnen raadpleeg, dat er in die tijd zelf helemaal niet zo’n onderscheid werd gemaakt tussen de toegepaste en vrije kunst. Dat is iets dat wij de laatste vijftig a zestig jaar zijn gaan doen. Een kunstenaar was iemand die op alle mogelijke manieren zocht naar zijn expressieve uiting - in klei, in porselein, in tapisserie, glas of op een schildersdoek. Iemand als Lalique heeft fantastische aquarellen en tekeningen gemaakt. Hij heeft zichzelf nooit gebonden gevoeld door het materiaal. Het leuke van onze tijd is dat verschillende kunstvormen zich weer wat met elkaar durven te versmelten op academies en op biënnales. Ik herken mij in die brede interesse van Lalique. Ik ben geïnteresseerd in kunst, in politiek, in journalistiek en maak televisieprogramma’s. Ik ben gefascineerd door mensen die in staat zijn op verschillende domeinen hun leven vorm te geven. Ik schilder en dicht ook, maar dat doe ik strikt persoonlijk, niet bedoeld voor de buitenwereld. Ik heb van jongs af aan hele veel energie gehad om dingen aan te pakken. En ik ben iemand die het dan ook wil verwezenlijken, doorgaan tot het er is. Ik leer van Lalique’s tomeloze nieuwsgierigheid. ‘Kan niet bestaat niet’ zou een  van zijn motto’s kunnen zijn geweest.‘

'Ik ben gefascineerd door mensen die in staat zijn op verschillende domeinen hun leven vorm te geven.'

Booij heeft zich ook een aantal keren moeten uitvinden. ‘Op een gegeven moment liep ik dood in mijn studie Kunstgeschiedenis. Ik was bij Ernst van de Wetering onder de hoede, maar was eigenlijk helemaal niet zo geïnteresseerd in Rembrandt. Op dat moment heb ik gekozen voor  Nieuwste Geschiedenis waar ik veel beter tot mijn recht kwam. Ik werd een tijd lang adviseur van Felix Rottenberg en toen de Partij van de Arbeid in een vernieuwingsslag kwam, heb ik nog met Erik van Bruggen een poging ondernomen om duovoorzitter van de Partij van de Arbeid te worden. Maar wij liepen op gegeven moment stuk op de onwil van de partij om van binnenuit iets anders te willen. Het goede was dat die ontwikkeling mij de ruimte gaf om mijn ondernemende kant op te zoeken en met dit bedrijf is dat ook gelukt. Inmiddels heb ik, na tien jaar directeurschap, besloten iets anders te gaan doen en wil nu het promotieonderzoek serieus ter hand nemen. Ik ben daar nu anderhalf jaar serieus mee bezig. Ik heb een stap terug gezet en mijn directeurschap overgedragen aan een jongere collega en neem weer een wending in mijn leven. Waar dat op uitdraait, dat weet ik niet. Dat zullen we dan zien. Ik vind het heel belangrijk dat je je af en toe heel goed moet herbronnen en dat lukt mij heel goed

met zo’n onderzoek.’

 

In zijn promotieonderzoek wil Booij een introductie schetsen van de moderne luxe bij het Nederlandse burgerzin. Wat werd er in de het werk van Lalique gereflecteerd? ‘De kunst van Lalique was, zoals de  socioloog Bourdieu zei, een vertaling van wie men was in de samenleving. Men voelde zich een zelfbewuste burger met eigen kapitaal en zocht daarbij naar een ander idioom om zich te kunnen onderscheiden van de klassieke adel die zich omringde met de oud Hollandse kussenkast en de lambrisering van eiken.’ Booij is gefascineerd door die tijd. Alle extremen, alle bandbreedten van het burgerlijke bestaan, werden tijdens het interbellum opgerekt, legt Booij uit. ‘Dat heeft enorme schade opgeleverd, maar ook veel interessante nieuwe inzichten en experimenten. In de kunsten wordt de abstractie ontdekt tot en met het grote niks, het zwarte vierkant in Rusland. In de muziek kregen klassieke componisten als Ravel en Gershwin een tik mee van de jazz. Het was een periode van zoeken, van vrouwen die zich als man verkleedden en mannen die hun vrouwelijke kanten lieten zien en ook van experimenten op het gebied van seksualiteit en drugs. Lalique is een exponent van die tijd. Hij introduceert de eerste weelderige Parijs luxe in Nederland. Zeker in de twintiger jaren, als er een groep komt die zich dat kan permitteren en nadrukkelijk op zoek is naar die luxe. Ik heb Nederlandse families gesproken die zich nog levendig kunnen herinneren hoe hun moeder of vader een vaas van Lalique cadeau kreeg en hoe daarover gesproken werd. Daar zette mensen niet een bos bloemen in. De mensen die het toen kochten waren de toenmalige nouveau riche - niet de adel. De meerderheid van deze mensen was rijk geworden door de industriële revolutie in Nederland, mensen die de Bonneterie hadden de familie Hirsch en de investeringsfamilie achter de Deventer Koek. Ik zou graag met meer mensen spreken over hun ervaringen met Lalique in die tijd.’

'Ik ben nooit vies geweest van het begrip burgerschap, of van het feit dat je burger bent en iets burgerlijk is. Ik vind dat namelijk het hoogst haalbare in een democratie.' 

Volgens Booij hebben wij de echte hoogburgerlijke cultuur hier in Nederland minder gekend. ‘Dat waren mensen die zich sterk betrokken voelden bij de ontwikkeling van het land, een sterke mate  van nationalisme en trots hadden en leefden volgens de regels van de Franse revolutie: vrijheid, gelijkheid en broederschap. Ze voelden de verantwoordelijkheid voor de rol die ze dienden te spelen als voorbeeld van de rest. Henk Vonhoff schreef ooit het boekje ‘Zinnelijke burgerheren’ dat gaat over de voorloper van de Vrijzinnig Democratische Bond, de vraiment bourgeoisie, die leefden volgens die principes. Ik bén dat, ik bén een VDB’er. Wij hadden ooit een Vrijzinnig Democratische Bond en die is opgegaan bij de Partij van de Arbeid bij de doorbraak in 1946. Maar je kunt gerust zeggen dat de erflaters van de VDB’ers zowel bij de VVD, D66 en de PvdA te vinden zijn. Ik ben nooit vies geweest van het begrip burgerschap, of van het feit dat je burger bent en iets burgerlijk is. Ik vind dat namelijk het hoogst haalbare in een democratie. De zestiger jaren retoriek en de betonsocialisten hebben deze invloed teruggedrongen binnen de PvdA.’ De smaak van deze burgers was meer aanwezig, dan we ons realiseren, denkt Booij. Volgens Booij is er in de jaren tachtig en negentig in het kunsthistorisch onderzoek een enorme nadruk gelegd op de invloed van de Stijl en de rationele beweging. Dit om te benadrukken hoe modern en avant-gardistisch wij in Nederland waren. ‘Ik ga wat roet in het eten gooien door aan te tonen dat er een andere stroming was, gebaseerd op het begrip van luxe en burgerlijkheid die een modern, geriefelijk comfort in de kunsten zocht. Wat je ziet, is dat in de twintiger jaren alles door elkaar heen liep. Ook in Nederland was er een beetje sprake van roaring twenties, mensen die heel internationaal gericht waren en dat mee terug namen en introduceerden. Hoe is het anders mogelijk dat een man als Berlage Jan Toorop vraagt om de friezen van de Beurs in te vullen? Iemand die in die tijd verguisd werd om zijn slaoliestijl.’

  • Facebook - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle